Bevolking

Een smeltkroes van verschillende culturen

Als je door Buenos Aires of een andere grote stad in Argentinië wandelt, zul je zeker aan deze volgende anekdote moeten denken. De mensen spreken er Spaans maar ze lijken wel Italianen, kleden zich keurig zoals Engelsen en gedragen zich alsof ze Fransen zijn. Een typerende anekdote over de Argentijnen met een grote kern van waarheid, want de Argentijnen willen graag op Europeanen lijken, terwijl ze Zuid-Amerikanen zijn. Toch verschilt hun culturele achtergrond met die van de andere omringende landen. Want een andere anekdote vertelt dat de Mexicanen van de Azteken afstammen, de bevolking van Centraal-Amerika van de Maya’s, de Peruanen van de Inca’s en de Argentijnen van de boten, vanwege de grote immigrantenstroom begin 20ste eeuw.

Vanaf het eerste moment dat de grote immigrantenstroom op gang kwam bleef de nostalgie naar Europa. Je ziet het aan alles: de architectuur, het eten, de kunst, de opleidingen en de ‘blonde’ mensen. Het dagelijks leven is een mengeling van verschillende Europese culturen. Een verenigd Europa dat bij ons moeilijk op gang komt, bestaat hier al meer dan honderddertig jaar!

Het begon in de 16de eeuw toen de eerste Spanjaarden in het noordwesten het land binnenkwamen. Er woonden in die tijd naar alle waarschijnlijkheid zo’n driehonderdduizend indianen. Eeuwenlang is het vrij rustig gebleven, want er was ruimte genoeg en het land was niet zo interessant voor de Spanjaarden. Tot rond 1777, want toen werd Buenos Aires een vrije haven, waarmee in alle Spaanse gebiedsdelen handel gedreven kon worden. Nu begon de handel te bloeien en werden de rijkdommen van het land ontdekt. Juan Alberdi, een politicus, zei in die tijd: ‘Regeren is bevolken’, want het land had snel arbeiders, ingenieurs en agrariërs nodig. En ze kwamen naar een land waarover het verhaal in Europa ging, dat als je in de Pampa een vinger een paar minuten in de grond stak, hij al wortel schoot. Dat klonk als muziek in de oren voor de arme Europese immigranten.

Met honderdduizenden per jaar kwamen ze, voornamelijk Italianen en Spanjaarden, maar ook joden, Duitsers, Oost-Europeanen, Fransen, Libanezen en Syriërs. Omdat Engeland veel kapitaal in Argentinië had geïnvesteerd, kwamen hele dorpen over per boot uit Ierland en Wales. Zelfs negers uit Afrika werden als slaaf tewerkgesteld. Voor iedereen werd het een deceptie, want de macht, het geld en de rijkdom bleven in handen van honderden Argentijnse families. Deze families hadden ook besloten om zo snel mogelijk het probleem indianen op te lossen, want die rijke Pampagrond kon beter onder hen worden verdeeld. De beruchte ‘Conquista del Desierto’ (de verovering van de woestijn) volgde en tienduizenden indianen werden vermoord of verjaagd.

De immigranten werden op estancia’s tewerkgesteld of werden pachter, maar ook (haven)arbeider of ze moesten de duizenden kilometerslange spoorweglijnen aanleggen. Rond 1930 was bijna 30% niet-Argentijn en 50% van de bevolking van Buenos Aires sprak geen Spaans. Veelal klonterden ze samen. Bijvoorbeeld La Boca een wijk in Buenos Aires is daar nog een bewijs van. In deze Italiaanse havenwijk leven gezinnen nog steeds in felgekleurde golfplatenhuizen op palen van toen. In de wijk Belgrano sprak in die tijd de bakker nog Frans. In Villa Ballester net buiten Buenos Aires waren Duitse zangkoren en protestantse kerkgemeenschappen. De immigranten hadden weinig feeling met dit land en slechts 5% van hen wilde de Argentijnse nationaliteit aannemen.

Nu ruim honderd jaar later zijn de kleinkinderen van deze immigranten trotse Argentijnen, bestaat de macht niet meer uit enkele honderden families en zijn de grootgrondbezitters grotendeels verdwenen. Het is een modern land geworden, maar waar de culturele indentiteit van al die verschillende volkeren nog steeds bestaat.

Zo zijn er honderden clubs en organisaties voor Argentijnen met hetzelfde land van herkomst. Zoals in de provincie Chubut waar een grote Welshe gemeenschap neerstreek en elk jaar in oktober het traditionele Eisteddfod-festival wordt gehouden. Je vindt er steden met de prachtige namen als Trelew, Gaiman, Dolovan en Trevelin. Of onder Córdoba waar het dorpje Villa Belgrano ligt en jaarlijks het Beierse ‘Oktoberfest’ in ere wordt gehouden. In de provincie Misiones ligt de stad Eldorado, waar Duitsers en Zwitsers in het begin van de vorige eeuw van een ondoordringbaar bos een welvarende gemeenschap hebben opgebouwd. De stad Sáenz Peña, in de provincie Chaco, is begin 1900 gebouwd door Joegoslaven en Bulgaren.

Tussen Deán Funes en La Falda in het heuvelgebied boven de stad Córdoba zie je de mooiste golfbanen zoals je die alleen in Engeland nog tegenkomt. Er zijn Engelse tuinen en uit sommige kostscholen hoor je nog luid en duidelijk Engelse liederen. Kijk niet verbaasd als je in Los Cocos in de enige pub die ze nog hebben de Engelse aristocratie aantreft. De hechte Engelse gemeenschap was in de 19de eeuw zeer belangrijk. Het waren de Engelsen die het spoorwegnet hebben aangelegd, toentertijd een van de grootste van Zuid-Amerika, maar ook in het bankwezen waren ze zeer actief. De beroemde rundvee-industrie was van Britse afkomst. Zij kochten stukken grond in Patagonië, de Argentijnen waren toch niet geïnteresseerd in dit deel van het land, waar ze de schapenteelt opzetten. De Anglo-Argentijnse trots is er nog steeds, want rijke kinderen worden naar de exclusieve Engelse scholen met het Engelse systeem gestuurd. In de weekends komen ze elkaar allemaal tegen in exclusieve clubs, zoals de Hurlinghamclub net buiten Buenos Aires, waar ook wijlen prinses Diana op bezoek is geweest. De Engelsen waren het die de populairste sporten in het land introduceerden zoals de paardensport, polo, tennis en voetbal. Juist in deze sporten blinken de Argentijnen uit. Kijk eens naar de clubnamen van de competitie: Newell’s Old Boys, Boca Juniors, River Plate en Banfield.

De Italianen hebben voornamelijk in Buenos Aires, Córdoba en Rosario hun stempel op het openbare leven gedrukt. En in vrijwel alle steden staat een Casa Cultural Italiana. In welk land buiten Italië kun je de lekkerste pasta’s eten, de geurigste espresso drinken, de beste worsten en kazen ruiken en is corruptie een onderdeel van het politieke leven? Ik denk alleen maar in Argentinië. Maar er is meer, de Italianen hebben de Spaanse taal zangerig en zachter van klank gemaakt. De Argentijnen spreken een ander Spaans dan de Spanjaarden, te vergelijken met het Vlaams en het Nederlands. Rond de steden Córdoba en San Francisco lijkt het wel of alle families van origine uit Turijn en omstreken komen, ze kennen elkaar allemaal. Niet voor niets is Córdoba dé autostad van het land, net zoals Turijn. Argentinië wordt ook wel het meest ‘Italiaanse’ land van Zuid-Amerika genoemd.

Van de Spanjaarden zijn het voornamelijk de Basken en Galiciërs die grote invloed hebben op het politieke leven en de aristocratie. De vader van Máxima bijvoorbeeld is voorzitter van de Baskische Argentijnse vereniging. Veel presidenten zijn afkomstig van Baskische families. Ook in alle grote steden vind je een Casa Cultural Español en natuurlijk op vrijwel elke menukaart staat wel iets uit de Spaanse keuken. In Argentinië woont een van de grootste joodse gemeenschappen buiten Israël en 10% van de inwoners van de stad Buenos Aires is joods. Veel Libanezen en Syriërs zijn naar de provincies San Juan, Rioja en Salta getrokken. Je ziet het nog aan de restaurants en bakkerijen. In het noordwesten hebben ‘Turcos’ (zoals de Libanezen en Syriërs worden genoemd) veel politieke invloed. De vader van ex-president Menem was een Syriër en hij zelf was jarenlang gouverneur van de provincie La Rioja.

De laatste tientallen jaren zijn veel immigranten uit Zuid-Korea en Japan in het land komen werken. Maar ook door de economische bloei in de jaren negentig zijn uit de omringende landen, Chilenen, Bolivianen en Paraguanen naar Argentinië getrokken. Deze laatste groepen doen nu het vuile werk dat de immigranten honderd jaar geleden moesten doen. Ze worden daarbij slecht betaald en hebben weinig rechten. Vooral de laatste jaren zijn zij de zondebokken voor het grote werkloosheidsprobleem.

Het aantal indianen in Argentinië wordt geschat op zo’n 400.000 (ruim 1% van de totale bevolking). Zij wonen voornamelijk in het noordwesten, het merengebied, het Chacogebied en in Misiones. De Quechua- en Coyasindianen wonen in het noordoosten, in de provincies Jujuy en Salta. In het Chacogebied, de provincies Formosa en Chaco, wonen de Matacos- en Tobas-indianen. In de provincie Misiones leven de Guaraní-indianen en rondom het merengebied, de Mapuche-indianen. Buiten het noordwesten wonen de meeste indianen in eigen gebieden of dorpen. De meeste indianen leven van landbouw en veeteelt of ze verkopen handgemaakte voorwerpen (keramiek, geweven doeken en truien en zilveren voorwerpen). In het noordwesten werken er veel in de mijnbouw. Nog steeds worden de indianen door veel Argentijnen niet als volwaardig burger gezien, ook al wordt dat niet openlijk gezegd. Velen behoren dan ook tot de armste bevolkingsgroepen van het land. Sinds 1975 bestaat de Asociación Indígena de la República Argentina, de AIRA, waarbij de grootste indianenorganisaties zijn aangesloten.

Sinds de jaren negentig is wel (langzaam) de interesse in hun cultuur en geschiedenis toegenomen. Dat resulteerde in 1995 in nieuwe wetten, die de grond, taal en cultuur van de indianen beschermen. Zo kunnen de Mapuche-indianen in hun taal onderwijs krijgen. De AIRA heeft een eigen website en hun hoofdkantoor is: Buenos Aires, Balbastro 1790.