Departement Beni

Trinidad, Rurrenabaque, Parque Nacional Madidi en Pilón Lajas

De naam Beni is bij de gemiddelde reiziger niet zo bekend maar dit departement, in de tropische oostelijke laagvlaktes van Bolivia, heeft nog omvangrijk onaangetast Amazoneregenwoud waar diverse grote rivieren doorstromen zoals de Río Beni en Río Marmoré. Daarnaast bestaat 75% van het 213.000 km2 grote departement uit pampa’s (savannes), die het leefgebied van een grote hoeveelheid vogels en wilde dieren vormen. De savannes omvatten talrijke lagunes en galerijbossen en komen in het regenseizoen voor een groot deel onder water te staan. Beni heeft charmante dorpjes, waar de tijd heeft stilgestaan en waar de vriendelijke bevolking nog de typische carretón, een soort huifkar, als middel van transport gebruikt.

De belangrijkste toegangspoort tot de Boliviaanse Amazone en de pampa’s is het toeristische plaatsje Rurrenabaque, dat aan de Río Beni ligt, 400 km ten noorden van La Paz. Vanaf hier vertrekken tours naar de maagdelijke regenwouden in de nationale parken Madidi (dat weliswaar in het La Paz departement ligt) en Pilón Lajas. Het eerste park staat dankzij een artikel in het gerespecteerde tijdschrift National Geographic momenteel in de internationale belangstelling. Volgens het tijdschrift heeft Madidi een van de grootste biodiversiteiten van de wereld. De hoofdstad van Beni, Trinidad, is het vertrekpunt voor meerdaagse rivierexcursies op de Río Mamoré. Je vaart hier door pampa’s, afgewisseld met Amazoneregenwouden en langs geïsoleerde inheemse nederzettingen. Een avontuurlijk alternatief is met een vrachtschip naar de Braziliaanse grens of naar Puerto Villaroel in het departement Cochabamba te reizen. Een van de mooiste gebieden van Beni, met onaangetaste pampa’s en tropische bossen, is het beschermde natuurgebied Área de Manejo Integrado Iténez bij het idealistische plaatsje Bellavista. Hier tref je ongerepte flora en fauna aan en bovendien is dit een paradijs voor de sportvisser. In het noorden van het departement bevinden zich, omgeven door Amazoneregenwouden, de stadjes Riberalta en de grensplaats (met Brazilië) Guayaramerín. Aan het begin van de 20e eeuw kende deze regio economische hoogtijdagen dankzij de latex van de rubberboom en je kunt het historische rubberplaatsje Cachuela Esperanza bezoeken.

Geschiedenis

Van 4000 v.Chr. tot de 8ste eeuw na Chr. vormde het gebied van het huidige Beni het centrum van een belangrijke precolumbiaanse cultuur, Cultura Hidráulica de las Lomas. Deze georganiseerde groepen voerden enorme waterwerken uit om de jaarlijkse landoverstromingen te controleren en om landbouw en visserij te bedrijven. Men cultiveerde onder andere tabak, noten, katoen, yuca (cassave of manioc) en camote (zoete aardappel). Daarna werden de oostelijke tropische laaglanden, Moxos of Mojos genoemd, bewoond door een nomadenvolk, de Chanes. Deze werden in de 15e eeuw door de Guaraníes onderworpen, een oorlogvoerend nomadenvolk uit het zuidoosten, het huidige Paraguay. In de 17e eeuw arriveerden Spaanse avonturiers op zoek naar de vermeende schatten van Gran Paititi ook wel El Dorado genoemd, een mythische stad in de jungle waar volgens geruchten de laatste Inca’s een immense schat aan goud en waardevolle voorwerpen zouden hebben verborgen. De expedities mislukten echter door grote, seizoensgebonden landoverstromingen, tropische ziektes en confrontaties met de Guaraníes. De lokale indianen werden later door de Spanjaarden onderdrukt en gebruikt als slaven, waarbij velen het leven verloren door geïmporteerde ziektes uit Europa. In 1682 richtten de jezuïeten in Loreto de Moxos hun eerste missiepost op met het doel de inheemse bevolking te bekeren. In 1842 werd het departement Beni gesticht door generaal José Ballivían, ter ere van de overwinning bij de slag van Ingavi. Beni leefde tegen het eind van de 19e eeuw economisch op als gevolg van de exploitatie van kina, de grondstof voor de productie van kinine, dat gebruikt werd voor de behandeling van malaria. Vanaf het midden van de 19e eeuw tot 1912 beleefde het noorden van Beni (en ook het nabijgelegen Brazilië) een enorme economische opleving door gaucho ofwel rubber dat van de latex van de siringuera (rubberboom) gemaakt wordt. De rubberboom trok vele avonturiers en indiaanse migranten aan en het plaatsje Cachuela Esperanza in het noorden van Beni bij de Braziliaanse grens, werd het belangrijkste transport- en administratief centrum van de activiteiten en transformeerde zich tot een van de meest welvarende streken van Bolivia. De rubberindustrie stortte rond 1912 echter in als gevolg van concurrentie van rubberplantages in Azië. Later werd de brazilnoot een belangrijke bron van inkomsten.

Bevolking

Beni heeft volgens een volkstelling in 2005 412.000 inwoners. De inwoners, Benianos, zijn een mengsel van afstammelingen van de antieke Cruceños (bewoners van Santa Cruz), die de Amazonerivieren afstroomden en inheemse groeperingen. De lokale cultuur wordt Camba genoemd, net zoals in Santa Cruz, Beni en Pando en is totaal anders dan de Andescultuur. Hun dialect en gewoontes hebben overeenkomsten met het Spaanse Andalusië. De bevolking leeft vooral van de veeteelt; er wordt geschat dat er driemiljoen koeien in Beni zijn. Daarnaast werken veel mensen in de landbouw met vooral tropische producten zoals maïs, koffie, cacao, vanille, yuca, rijst, allerlei tropische vruchten en de overvloedige brazilnoot. Verder is de visvangst belangrijk met onder andere pacú, sábalo en surubi en verder de houtindustrie.

Volgens een schatting in 2003 leven er in het departement 20 etnische groeperingen, waaronder de Siríonó en de Moxeño. Daarnaast zijn er de Yuracaré, More, Baure, Canichana, Chacobo, Esse eja, Tacana, Chimane, Movina, Cayuvava en Itonoma. Sommige van deze inheemse groepen leven nog steeds geïsoleerd van de wereld en jagen en vissen voor het levensonderhoud. Helaas sterven deze stammen langzaam maar zeker uit door migratie naar de steden.

Klimaat

Beni heeft een heet en vochtig klimaat en is hoofdzakelijk te bezoeken tussen juni en november wanneer het de droge tijd is en de temperatuur niet al te hoog is. De rest van het jaar valt er een grote hoeveelheid regen en zwellen de rivieren enorm op als gevolg van de neerslag in de Andes. Hierbij lopen grote savannegebieden onder water en is transport over de weg onmogelijk. Wel kunnen dan riviertochten gemaakt worden doordat de rivieren beter bevaarbaar zijn.

Flora en fauna

In de pampa is de fauna uitbundig en veelzijdig en hier leven grote hoeveelheden water- en migratievogels. Verder komen hier twee soorten kaaimannen voor: de zwarte kaaiman en de kleinere brilkaaiman. Daarnaast leven er de roze zoetwaterdolfijn, de met uitsterven bedreigde rivierotter, reuzenotter, capybara en de tot 9 meter lange anaconda. Het overige gedeelte van het departement bestaat uit subtropische vochtige bossen met de commercieel waardevolle mahonie- en cederboom. Tevens zijn er nog deels onaangetaste Amazoneregenwouden waar meer dan 1000 vogelsoorten voorkomen en onder andere de jaguar, poema, tapir, hert en diverse apensoorten leven.

  • Jungletour vanuit Rurrenabque

    Onderweg naar Madidi
    De Jungletour begint met een gemotoriseerde kanotocht naar een basiskamp in de nationale parken Madidi, Pilón Lajas of een camping aan de oevers van de Río Beni...