Departement Pando

Reserva Nacional Amazónica Manuripi Heath

Dit dunbevolkte departement van 55.000 inwoners ligt in de noordwestelijke uithoek van Bolivia aan de grens met Peru en Brazilië en bevat hoofdzakelijk laagland tropisch regenwoud.

Niet zolang geleden was Pando alleen bereikbaar via rivieren maar nu is er een weg van Riberalta in Beni, naar Cobija, de departementale hoofdstad aan de Braziliaanse grens. Deze gravelweg, die alleen berijdbaar is in het droge seizoen (van mei tot november) gaat door regenwoud, dat echter helaas sinds de opening van de weg langzamerhand verdwijnt. De avontuurlijke weg, waar de bussen 12 uur over doen in het droge seizoen, houdt drie rivieroversteken met een veerboot in; over de Río Beni, Río Madre de Dios (een langere overtocht van 45 minuten) en Río Orthon. Ten zuidoosten van Cobija ligt het nog deels ongerepte Reserva Nacional Amazónica Manuripi Heath.

Geschiedenis

Tot het begin van de negentiende eeuw zwierven indianenstammen door de jungle, maar de eigenschappen van de arbol llorando (huilende boom), siringa (rubberboom), die ‘melkachtige latextranen liet vallen’ gecombineerd met de uitvinding van de Amerikaan Goodyear in 1839, die het proces van vulkaniseren van rubber bij toeval ontdekte, transformeerde de regio dramatisch. In grote getallen trokken migranten en buitenlanders naar de regenwouden toe en vestigden zich in barracas, kampen rond de rubberhaciënda’s. Deze gemeenschappen zijn de oorsprong van de dorpen en steden zoals Cobija, dat voorheen Barraca Bahía heette.

Cobija groeide snel tot een van de modernste steden in het Amazonegebied en men kan dit vandaag de dag nog zien in de eens glorieuze gebouwen zoals Cine Teatro 9 de Febrero. De rijkdom die gaucho (rubber) gaf en onduidelijkheid over de markering van de grens met Brazilië, leidde tot de Guerra de Acre, een oorlog tussen Bolivia en Brazilië, waarbij Bolivia uiteindelijk door het verdrag van Petropolis in 1903, 250.000 km2 aan territorium verloor. De rubberindustrie stortte echter in het midden van de vorige eeuw in en nu leven de mensen vooral van de exploitatie van de brazilnoot, landbouw (tropische gewassen), (illegale) houtindustrie, visserij in de Amazonerivieren, veeteelt en goudwinning. Tegenwoordig zijn er problemen over landtitels, tussen de eigenaren van rubber- en brazilnootplantages en de lokale indígenas die vaak op de plantages werken maar nu dit land claimen. Er leven nog geïsoleerde inheemse stammen zoals Pacawara, Chamas en Toromona, die hun vaardigheden in vissen, jagen, en houtsnijwerk hebben weten te behouden en er de voorkeur aan geven om in hun nederzetting in de ver afgelegen streken te leven.