Economie

Brazilië laat zich niet gemakkelijk indelen en typeren op de kaart van de wereldeconomie. Het is arm en rijk tegelijk, het is een ontwikkelingsland, maar ontwikkelingswerkers hoeven er niet naartoe te gaan.

Net als in bijna elk ontwikkelingsland stijgt het bevolkingsaantal met sprongen, maar in het groot-ste deel van het land wonen te weinig mensen om de economische mogelijkheden ten volle tot ontwikkeling te brengen. Met andere woorden en kort gezegd: Brazilië het land van de mogelijkheden, maar ook het land van de economische raadsels.

Tot in het midden van de vorige eeuw was Brazilië een agrarisch land. Landbouwproducten en industriële grondstoffen werden onbewerkt geëxporteerd. Een kenmerkende situatie voor koloniale en ontwikkelingslanden. Maar die situatie werd anders na de Tweede Wereldoorlog. In het tijdvak 1950-1960 werd de industrialisatie sterk bevorderd en vooral de presidenten Getúlio Vargas (1934-1945 en 1950-1954) en Juscelino Kubitschek (1955-1960) hebben daarbij geschiedenis geschreven.

De regeringen tijdens de militaire dictatuur (1964-1985) volgden dezelfde koers. Steeds werd daarbij echter een beroep gedaan op de buitenlandse kapitaalmarkt en de multina-tionale ondernemingen met als gevolg dat de staatsschuld voortdurend groter werd, in 1990 al 130 miljard dollar, en dat is 1000 dollar per hoofd van de bevolking.

Tot 1945 kwamen vele Europeanen en Aziaten naar Brazilië om daar een bestaan op te bouwen in de agrarische sector. Cacao, katoen, wijndruiven, bloemen, allemaal nieuwe cultures, ingevoerd door immigranten. Na 1945 komt er een nieuw type immigrant, voornamelijk uit Azië en Noord-Amerika, kenners van de internationale handel, het bankwezen en technici.

De snelle groei ging gepaard met groeiende zorgen. Trefwoorden: schuldenlast, inflatie en corruptie. Deze drie begrippen typeren sindsdien de sociaal-economische politiek en leveren bijna dagelijks stof voor een promotieonderzoek of een script voor een film.

Er zijn echter evenveel films te maken over nieuwe industrieën met productielijnen naar de jongste internationale normen opgezet, verfijnde culturen in de bloementeelt en prachtige staaltjes van stadsarchitectuur. De wegen zijn vol met goede middenklassenauto’s, er worden metrolijnen gegraven en in het internationale luchtverkeer en met de interlokale busverbindingen kan Brazilië elke vergelijking met andere landen glansrijk doorstaan. Dat is ook Brazilië!

Inflatie

Brazilië kende een gigantische inflatie, soms tot 100% per maand. In de handel ging het niet meer over de prijs, maar over de betaaldatum. Betaalt u tevoren, bij levering of daarna? Dag en uur werden afgesproken. In 1994 is de inflatie met harde maatregelen aangepakt. Deze ingreep heeft positieve en negatieve effecten. De Braziliaanse munt – de real – is gekoppeld aan de dollar. De inflatie is van 100% per maand teruggedrongen tot 7% op jaarbasis in 2011. De financiële parallelmarkt is daarmee ter ziele.

De Braziliaanse  real is nu een harde munt. De geldgroei wordt streng beteugeld door een voor onze begrippen hoge rente (10% in 2011). De stabiliteit in de economie en de politiek heeft buitenlandse investeerders geïnteresseerd. Deze brengen de economie in een versnelling. Ook de werkgelegenheid heeft daar baat bij en de koopkracht van het loon van de arbeiders is sterk verbeterd.

Het Bruto Nationaal Product van Brazilië bedroeg in 2003 492 miljard dollar en in 2010 2.194 miljard. Brazilië staat daarmee 6e op de wereldranglijst en als deze ontwikkeling zich doorzet is een plaats in de topvijf snel bereikt. Nadelen zijn er ook Wie in 1994 een bedrijfje had opgebouwd met van de bank geleend geld, zit zwaar in de problemen. Voor 1994 waren de rente én de inflatie hoog. Dat woog tegen elkaar op. Dat was vaak zelfs zeer interessant. Nu is alleen de rente hoog. En dat is niet meer op te brengen.

Brazilië heeft nu meer moeite met export, omdat de ‘real’ (te) duur is. De economische crisis die in de tweede helft van 1998 vanuit Azië ook Brazilië trof heeft een grote kapitaalvlucht tot gevolg gehad. Daardoor dreigt weer een nieuwe inflatiegolf en een stagnatie van de economische ontwikkeling. Het Westen – Noord-Amerika voorop – heeft echter groeiplannen voor Brazilië. Groei betekent groeiende economische bedrijvigheid en groeiende bestedingsmogelijkheden. Brazilië staat met China bovenaan de lijst landen met groeimogelijkheden. Dus Brazilië mag ook hier blijven hopen. In 2003 leeft ongeveer 60% van de bevolking buiten de formele economie. Daarin schuilen alle gradaties van armoede tot en met zwart-geld-bankiers.

Reactie toevoegen