Provincie Artemisa

Artemisa, tabak en bananen
Artemisa, tabak en bananen

Oppervlakte: 4.005 km²
Aantal inwoners: 502.000 (2011)
Inwoners per km²: 130
Hoofdstad: Artemisa.

Bijzonderheden: Uitgestrekte suiker- en bananenplantages, tuinbouwgebied.  Diverse bezienswaardige forten nabij de stad Havana.

Als we de stad Havana buiten beschouwing laten, dan is de provincie Artemisa de op een na kleinste provincie van Cuba. Tot 1974, bij de herindeling van het land, was er maar één provincie Havana. Daarna werd onderscheid gemaakt tussen de provincie en de stad. Als de provincie bedoeld wordt dan spreekt men van La Habana, is er sprake van de stad dan heeft men het over Ciudad de la Habana. Met ingang van 2011 werd deze provincie opgedeeld in twee aparte provincies: Artemisa in het westen en Mayabeque in het oosten, Een klein deel van de provincie Pinar del Río werd aan de nieuwe provincie Artemisa toegevoegd.

De oorspronkelijke bewoners van de provincie stammen af van de Guanahatabey- en Ciboney-indianen. Sporen van oeroude bewoners werden aangetroffen in de grotten nabij Guanabo, de Cuevas de la Tomasa, oostelijk van de stad Havana.

De provincie is vrijwel vlak en heeft landschappelijk gezien weinig te bieden, met uitzondering van het natuurpark Escaleras de Jaruco, ten zuiden van Guanabo, nabij Madruga.

Ooit wees men het plaatsje Bauta aan als hoofdstad van de provincie. Het ligt aan de autopista in de richting van Pinar del Río. We hebben geen reden kunnen ontdekken die een bezoek aan deze plaats de moeite waard maakt. De huidige hoofdstad van de provincie: Artemisa, is een oud koloniaal stadje met dezelfde charmes als bijvoorbeeld Pinar del Río.

Waar Cuba op z’n smalst is (ruim 30 kilometer tussen Bahía de Mariel en Ensenada de Majana), ligt het plaatsje Mariel. Op zich geen schoonheid, maar van historische betekenis voor Cubanen die van de gelegenheid gebruikmaakten om legaal naar de Verenigde Staten te vertrekken. In 1980 emigreerden binnen een tijdsbestek van vijf maanden vanuit deze (door de Cubaanse overheid aangewezen plaats van vertrek) tussen de 120.000 en 125.000 Cubanen.

De uittocht was het directe gevolg van de politieke druk die het buitenland op de Cubaanse overheid uitoefende in verband met de manier waarop Cuba met de mensenrechten omsprong. De emigranten kregen de bijnaam ‘Marielistas’, de operatie ging de geschiedenis in als ‘Mariel Boatlift’. Veel van de vertrekkenden (in een groot aantal gevallen: uitgewezenen) hadden om politieke redenen gevangengezeten.

In die dagen was ‘om politieke redenen’ een begrip dat op uiterst soepele wijze werd gehanteerd. Men werd al geïnterneerd wanneer het vermoeden bestond dat men had geschreven of gesproken over bijvoorbeeld mensenrechten of democratie. Ook veel homoseksuelen werden gevangengezet. Zij behoorden tot een groep van personen die in het communistische Cuba als ongewenst werden beschouwd.

Onder degenen die Cuba moesten verlaten bevond zich ook een aantal psychisch gestoorden en criminelen die zo op een eenvoudige manier uit Cuba verbannen konden worden. De wetsovertreders vervielen in de VS al snel weer in hun oude zonde en belandden daar in de gevangenis. De toewijzingsstrategie van de Cubaanse overheid om naar de VS te mogen vertrekken werd op deze manier bekend en veroorzaakte veel ongenoegen.

In 1984 werd een nieuw verdrag gesloten, waarbij strengere voorwaarden werden gesteld om tot de VS te worden toegelaten. Elk jaar konden 20.000 ‘voorgeselecteerde’ Cubanen hun land verlaten en Cuba verplichtte zich om bijna 3000 criminelen weer tot het land toe te laten en hen opnieuw de Cubaanse nationaliteit te geven.

In de provincie Havana en vooral nabij Mariel, bevinden zich veel suikerfabrieken. Ze zijn gemakkelijk te bezoeken, vooropgesteld dat u zich niet aan de poort meldt tijdens de suikeroogst (zafra). Tussen juni en december bent u meestal onaangekondigd welkom. In de richting van Artemisa kunt u zich een voorstelling maken hoe het leven en werk op een suikerplantage er vroeger aan toe ging. Met enig zoekwerk en hulp van de lokale bevolking vindt u de ruïnes van de uit het begin van de vorige eeuw stammende suikerplantage La Bellona.

In de omgeving van San Antonio de Los Baños (waar in april het jaarlijkse humorfestival wordt gehouden) bevindt zich een internationale filmschool met leerlingen uit Zuid- en Midden-Amerika, Azië en Afrika. De school werd gesticht door de Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez, die in 1982 de Nobelprijs voor letterkunde ontving. Veel internationale filmhelden, onder wie Robert Redford, verleenden gedurende kortere of langere tijd hun medewerking aan de school.