Kunst

Het kasteel in Busseto, tegenwoordig Museo en Teatro Verdi
Het kasteel in Busseto met standbeeld van Verdi

In Marzabotto, ten zuiden van Bologna, is een Etruskische nederzetting blootgelegd. In Ferrara worden vondsten bewaard uit Spina, de prehistorische haven in de Po-delta. De duidelijkste getuigenissen uit de Romeinse tijd zijn te zien in Rimini, met de poort van Augustus en de brug van Tiberius. In vele kerken in Ravenna bevinden zich prachtige mozaïeken uit de late Romeinse en de Byzantijnse periode (5e en 6e eeuw). Voorbeelden van de Padanisch-romaanse stijl zijn de kathedralen van Modena, Parma, Piacenza, Fidenza en Ferrara. In Modena werkte de beeldhouwer Wiligelmo, in Parma de architect en beeldhouwer Antelami. Gotisch zijn onder andere het stadhuis van Piacenza, in Bologna de San Francescokerk en de Dom San Petronio. Uit die periode dateert ook de eerste Bolognese schilderschool. In de traditie van de renaissance staat de 15e-eeuwse schilderschool van Ferrara, met Cosmè Tura, Francesco del Cossa, Ercole di Roberti en de architect Biagio Rossetti, die de stadsuitbreiding tijdens het bewind van hertog Ercole d’Este realiseerde. In dezelfde periode verrijkten Toscaanse architecten Rimini met de Tempio Malatestiano, in Cesena kwam de bibliotheek tot stand, in Faenza de dom en in Bologna het beeldhouwwerk van Jacopo della Quercia uit Siena. In Parma werkte de beroemdste schilder van allen, Correggio. Eind 16e en 17e eeuw bestond in Bologna een tweede schilderschool, met de Carracci’s, Guido Reni, Guercino en anderen, die in maniëristische stijl werkten. Latere schilders uit Emilia-Romagna zijn: de 19e-eeuwse landschapsschilder Antonio Fontanesi uit Reggio nell’Emilia en de impressionist Silvestro Lega uit Modigliana. In Italië wordt deze stijl ‘macchiaiolo’ genoemd (werken tussen de struiken, in de natuur dus).

Giuseppe Verdi, (1813-1901), een leven gewijd aan de muziek

Giuseppe Verdi, de beroemdste componist van Italië, stierf in Milaan op 27 januari 1901. Hij componeerde 28 opera’s over een periode van 50 jaar. Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van zijn geboorte in 1913 werd zijn monument op het plein van Busseto onthuld. Verdi was de zoon van een caféhouder in Roncole. Toen deze het muziektalent van zijn zoon ontdekte, gaf hij hem een spinet, nu te zien in het Scalamuseum in Milaan. Verdi kreeg eerst orgelles, maar kon, met financiële steun van zijn aanstaande schoonvader Antonio Barezzi, verder studeren in Milaan (1832-35), maar zakte voor het toelatingsexamen. Na privélessen keerde hij terug naar Busseto, waar hij in 1836 muziekdocent werd. In 1838 vertrok hij naar Milaan, waar hij met componeren begon. Twee van zijn kinderen en in 1840 ook zijn vrouw Margherita stierven. Na een depressie wist zijn impresario hem weer aan het werk te krijgen; zijn muziek bij Nabucco in 1842 werd zo’n succes, dat Verdi in alle operahuizen van Europa beroemd werd. De prima donna was toen Giuseppina Strepponi, die, na een aantal jaren met Verdi samengewoond te hebben, in 1839 zijn tweede vrouw werd. In een moordend tempo componeerde Verdi opera’s, waarvan de bekendste zijn Attila (Venetië 1846), Macbeth (Firenze 1847) de populaire ‘trilogie’ Rigoletto (Venetë 1851), Il Trovatore (Rome 1853) en La Traviata (Venetië 1853) en I Vespri Siciliani (Parijs 1853).In dezelfde tijd heerste in Italië een geest van nationalisme en streven naar staatkundige eenheid, de Risorgimento. Met zijn muziek en teksten werd Verdi een symbool van Italiaanse eenheid. Bij de eerste uitvoering van Un Ballo di Maschera in 1859 in Rome riep het publiek eerst ‘Viva Verdi’ en vervolgens ‘Viva Vittorio Emanuele Re d’Italia’, wat spoedig door het hele land werd overgenomen. In Londen ontmoette hij de revolutionaire leider Mazzini en later financierde hij de aankoop van wapens voor Garibaldi. Na de eenwording, in 1861 werd Verdi gekozen tot gedeputeerde voor San Donino (Fidenza) en in 1874 werd hij senator van het koninkrijk.

Latere beroemde composities waren La Forza del Destino, waarvan de première in 1862 plaatsvond in het Mariinski theater van St. Petersburg, die van Don Carlo was in Parijs in 1867 en van Aida in Cairo in 1871. Behalve operamuziek componeerde Verdi instrumentale werken, zoals het Requiem (1874) ter gelegenheid van het overlijden van Alessandro Manzoni, die door Verdi zeer bewonderd werd.Verdi woonde met ‘Peppina’, zijn vrouw, ‘s zomers in de villa bij Sant ‘Agata en ‘s winters in Genova. In zijn laatste jaren componeerde Verdi nog Otello (Milaan 1887) en Falstaff (Milaan 1893). Giuseppina stierf in 1897 en Verdi woonde zijn laatste jaren in Milaan, waar hij op 27 januari 1901 in het Grand Hotel overleed. Op 1 februari dirigeerde Arturo Toscanini een herdenkingsconcert in Milaan. Verdi en Giuseppina vonden hun laatste rustplaats bij de Casa di Riposo, het rusthuis voor arme musici, gefinancierd door Verdi.