Provincie Bologna

De twee scheef hangende torens van Bologna uit de middeleeuwen
De Torri Pendenti, symbool van Bologna

Bologna

Bologna is de belangrijkste stad aan de oude Via Emilia, waarlangs de voornaamste steden in de Povlakte zijn gelegen. Het geniet faam als de plaats waar de oudste universiteit in de wereld is gesticht. Nu nog is het een studentenstad bij uitstek. Het huidige aanzicht van Bologna is vooral 17e en 18e-eeuws, met gebouwen van rode baksteen en 40 km arcaden langs de straten. Pas in de 19e eeuw breidde de stad zich buiten de 14e-eeuwse muren uit. De grootste stad in Emilia-Romagna heeft de bijnaam ‘la rossa’ (de rode) te danken aan het langdurig linkse stadsbestuur en misschien ook vanwege de kleur van de veel gebruikte baksteen.

Geschiedenis en stadsontwikkeling

De doorgang van de antieke ‘Via Aemilia’ door de stad - nu Via Ugo Bassi en Via Rizzoli - was in Romeinse tijd de decumanus maximus (hoofdas) van de kolonie Bononia, die in 189 v.C is gesticht door 3000 Latijnen. De plek was al eerder door Etrusken en Galliërs bewoond geweest. In de middeleeuwen breidde de stad zich uit. Kort na 1000 vormde zich een van de eerste vrije communes in Bologna. De eerste universiteit van de wereld werd hier in 1088 gesticht, als werelds instituut een unicum in een tijd waarin de Katholieke kerk het denken beheerste. De 13e eeuw was een bloeitijd voor Bologna; zij was eind 13e eeuw met 50.000 inwoners een van de tien grootste steden van Europa. Vanaf de 15e eeuw was Bologna in handen van vele verschillende families en ook af en toe van de paus. Uiteindelijk werd de stad ook in 1860 onderdeel van het koninkrijk Italië. Bologna bleef een studentenstad waar de politiek voor hectische situaties zorgde, in het verzet tegen Mussolini, later tegen de nazi’s. In 1980 werd de stad opgeschrikt door een bomaanslag van fascistische groeperingen in het Centraal Station. Daar herinnert een gedenkplaat aan de bom, die ongeveer 80 slachtoffers maakte, passagiers, taxichauffeurs, horecapersoneel.

Bezienswaardigheden

De indrukwekkende Piazza Maggiore is het monumentale hart van de historische commune van Bologna. Sedert begin 13e eeuw verrezen hier de burgerlijke en sacrale monumenten: de kerk San Petronio, daar tegenover het Palazzo del Podestà en aan de westkant het Palazzo Comunale, het stadhuis. Naast de kerk staat het Palazzo dei Notai uit de 14e/15e eeuw. Aan de oostkant staat het Palazzo dei Banchi met arcaden, vervaardigd door Vignola rond 1565, ooit bestemd voor kooplieden en banken.

De ‘stadskerk’ San Petronio is een illuster voorbeeld van gotische bouwkunst. De bouw is begonnen in 1390 naar een ontwerp van Antonio di Vincenzo en hij is voltooid in 1659. Aan de voorgevel zijn drie portalen. Het middelste is versierd met beeldhouwwerk van Jacopo della Quercia uit Siena (1425/38), met bijbelse voorstellingen. De toren dateert van 1481/92. Aan de zijkant is het gevolg te zien van de strijd om macht en invloed tussen stad en paus. De linkerapsis aan de Via Archiginnasio is niet afgebouwd, omdat de paus vond dat de ‘stadskerk’ San Petronio niet groter mocht worden dan de toenmalige Sint-Pieter in Rome. Ook zou afbouw van de kerk de vergroting in de weg staan van de universiteitsgebouwen van het Archiginnasio, dat onder pauselijk bestuur stond.

In het interieur van de San Petronio bevinden zich vele meesterwerken uit de 14e tot 16e eeuw. Op de vloer is over het hele linkerschip tot aan de voorgevel de zonnewijzer van Cassini uit 1656 aangegeven.

Het Palazzo del Podestà is gebouwd vanaf 1485. De benedenverdieping met arcaden wordt doorsneden door twee stralen, die zich onder een gewelf kruisen; op de hoeken staan vier terracotta beelden van de beschermheiligen van de stad van de hand van A. Lombardi. De Torre dell’Arengo is uit 1212.

Het Palazzo Comunale bestaat uit twee gedeelten. Het linkerdeel, met arcaden en spitsbogen, heeft een vierkante toren uit de 13e eeuw, het rechter is uit 1428. Het middenportaal is een ontwerp van Alessi uit 1555, op het balkon staat een bronzen beeld van paus Gregorius XIII uit 1580; de paus die de Gregoriaanse kalender invoerde was afkomstig uit Bologna. Van de binnenplaats voert een grote trap, ontworpen door Bramante (1507), naar de eerste verdieping. De helling van de brede trap is zo flauw, dat een bezoeker ook te paard en zelfs met een koets omhoog kon komen.

Op de tweede verdieping is de Sala Farnese met fresco’s over de geschiedenis van de stad en de Salone met een marmeren portaal en stucco sierrand van Alessi. Op deze verdieping, met mooie versieringen van wanden en plafonds, zijn ook ondergebracht de Collezioni comunali d’Arte met schilderijen uit de 13e-19e eeuw. Op dezelfde etage is het Museo Giorgio Morandi met ruim 200 werken van deze hedendaagse schilder uit Bologna.

De Piazza del Nettuno werd aangelegd in 1564 tussen het 13e-eeuwse paleis van Re Enzo en de rechterkant van het Palazzo Comunale. Het plein wordt beheerst door de Fontana del Nettuno, die is versierd met beelden van Giambologna: een bronzen Neptunus met zijn drietand, engelen (symbool voor de windstreken) en dolfijnen en onderaan vier sirenen (voor de vier toen bekende werelddelen).

Palazzo di Re Enzo is genoemd naar de zoon van keizer Friedrich II, koning van Sardinië, die in 1249 tijdens de slag bij Fossalta tussen de troepen van de keizer en die van de paus gevangengenomen werd en hier tot zijn dood 20 jaar later gevangen bleef. Tegenover dit paleis is in de middeleeuwse beurs tegenwoordig de stadsbibliotheek gevestigd. Op de buitenmuur bevindt zich een aantal panelen met foto’s van honderden gesneuvelde en vermoorde verzetslieden uit de jaren 1943-1945.

De Via Rizzoli met arcaden, winkels en cafés loopt vanaf de Piazza Maggiore oostwaarts en eindigt op de Piazza di Porta Ravegnata, waar twee overgebleven middeleeuwse woontorens staan.

De Torri pendenti zijn de meest karakteristieke kenmerken van de middeleeuwse stad, die eens 180 van deze torens telde. De hoogste, bijna 98 m, is de Torre degli Asinelli. Deze toren is in 1119 gebouwd, hij hangt 2,23 m uit het lood; een trap van 498 treden leidt naar de top, vanwaar men een fraai uitzicht heeft. De buurtoren is de Torre Garisenda, 48 m hoog. Zij hangt 3.22 m uit het lood. Dante’s bezoek staat er op een steen vermeld.

Op dit plein staat ook de Casa dei Drappieri, een sierlijk renaissancegebouw uit 1496.

Linksaf van de Torri pendenti loopt de Via Zamboni met zijn arcaden en palazzi uit de 16e-18e eeuw, zoals het Palazzo Magnani op nr. 20, gebouwd door D. Tibaldi in 1587, waarin een erezaal, versierd door de Carracci’s in 1590/92. De kerk San Giacomo Maggiore op Piazza Rossini, waarvan de bouw in 1267 door de Augustijnen werd begonnen, heeft een gotische structuur (13e/14e eeuw). Langs de linkerflank loopt een portico uit de 15e eeuw met rijkversierde terracotta sierlijst. Het interieur is in renaissancestijl. Achterin is de Cappella Bentivoglio uit 1486 met fresco’s van Lorenzo Costa. Onder het portaal links van de kerk, op nr. 15, is de toegang tot het Oratorio di Santa Cecilia. Hier is de beroemde frescocyclus met verhalen over het leven van San Valeriano en Santa Cecilia, door Francesco Francia, Lorenzo Costa en anderen uit 1506.

Het Muziek-conservatorium ‘G.B. Martini’ aan Piazza Rossini is ondergebracht in het voormalige klooster van de Augustijnen. Hier studeerden of doceerden Rossini en Donizetti. In een vleugel van dit gebouw is het Civico Museo bibliografico musicale, een zeer belangrijk documentatiecentrum voor muziek.

Op nr. 30 staat het Teatro comunale uit de 18e eeuw, waar de werken van Wagner voor het eerst in Italië werden opgevoerd.

Bijna aan het einde van de Zamboni is de Pinacoteca Nazionale, gehuisvest in het 17e-eeuwse Palazzo del Noviziato Gesuitico di Sant’Ignazio. Deze bezit een prachtige collectie schilderijen, veelal afkomstig uit kerkelijk bezit, toen Napoleon dat in 1794 liet confisqueren.

De Via Zamboni is echter vooral de straat van de Universiteit. Het is er dan ook druk met studenten, de meeste gebouwen hangen vol met posters, aankondigingen en andere plakkaten. De universitaire sfeer wordt vervolmaakt door de vele cafés en bars langs de straat.

Het Palazzo Poggi op nr. 31/33, gebouwd in 1549 door Tibaldi als residentie van de kardinaal, werd in de 18e eeuw verbouwd tot zetel van het Istituto delle Scienze. Thans zijn er het universiteitsmuseum, de administratie en enkele instituten gevestigd. Op nr. 31 is nu de Accademia delle Scienze. Op nr. 33 is de hoofdingang met binnenplaats. In de Aula Carducci gaf deze geleerde literatuurcolleges; de Specola was in de 18e eeuw een van de belangrijkste astronomische observatoria van Europa. De universiteitsbibliotheek is op nr. 35, waar ook oude documenten worden gerestaureerd. De grandioze leeszaal heeft een 18e-eeuwse betimmering.

De Strada Maggiore, die rechts van de Torre pendenti begint, was een deel van de Via Emilia. Middeleeuwse kerken, huizen en palazzi liggen erlangs en de straat is omzoomd met arcaden.

Het Palazzo Bargellini is een 17e-eeuws palazzo op nr. 44. Het balkon wordt gesteund door twee telamons (grote beelden). Hier zijn het Museo civico d’Arte industriale en de Galleria civica ‘D. Bargellini’ gevestigd. Schuin ertegenover staat de Santa Maria dei Servi, een gotische kerk uit 1346. Het sierlijke voorportaal, de levendige apsis en de spitse toren vormen een schilderachtig geheel.

De volgende straat naar het zuidoosten vanaf de Torre pendenti is de Via Santo Stefano. Op de hoek aan het begin staat het Palazzo della Mercanzia uit 1384 met zijn fraaie laatgotische façade van baksteen en Istrische steen; ooit was dit gebouw magazijn van kooplieden en zetel van de douane.

De straat ongeveer 100 meter inlopend vind je de Piazzola di Santo Stefano, een van de meest intieme plekken van de stad. Het plein wordt omgeven door 16e- en 17e-eeuwse palazzi en 15e-16e-eeuwse huizen. Hoogtepunt hier is de middeleeuwse kerk Santo Stefano. Eigenlijk is het een complex van kerken, dat is genoemd naar de martelaar uit vroegchristelijke tijd. Op het plein rechts staat de Chiesa del Crocifisso (Kruisigingskerk), in het midden de Chiesa del San Sepolcro (Kerk van het Heilige Graf), links staat dan de Chiesa dei Santi Vitale e Agricola,

Men betreedt het complex via de Chiesa del Crocifisso uit de 11e eeuw. Links in de hoek is de doorgang naar de achthoekige Santo Sepolcro die een koepel heeft uit de 5e eeuw. In het centrum staat de tombe van de stadsheilige San Petronio, de 5e-eeuwse bisschop, met reliëfs uit de 13e/14e eeuw. Naast deze kerk staat de oudste kerk van Bologna, de Chiesa dei Santi Vitale e Agricola, die in de 5e eeuw ontstond op de plek van een vroegere Romeinse Isistempel. Bij de bouw zijn vele onderdelen uit de Romeinse tijd hergebruikt. De tombe van de heilige uit de 6e eeuw vormt het altaar.

Achter de San Sepolcro komt men op de binnenplaats, de Cortile di Pilato uit de 12e eeuw, in het midden is een waterbekken uit 744, dat men eeuwenlang aanzag voor het bekken waarin Pilatus zijn handen waste. Daar weer achter staat de Chiesa della Trinità uit de 13e eeuw, met een houten beeldengroep, ‘Aanbidding van de Wijzen’ uit de 14e eeuw. Rechts komt men in de kloostergang van de Benedictijnen uit de 11e/12e eeuw. De loggia geeft toegang tot een klein museum met schilderijen uit de school van Bologna (14e eeuw).

De Via Archiginnasio loopt van Piazza Maggiore langs de oostzijde van de San Petronio. Bij het onafgebouwde deel van de kerk is onder de arcaden de toegang tot het paleis Archiginnasio, gebouwd in 1563 door A. Morandi. Hier was tot 1803 de universiteit gevestigd. Op de binnenplaats en in de gangen zijn talloze wapenschilden als fresco’s of als reliëfs, van docenten en studenten te zien. Op de eerste verdieping is het Teatro anatomico uit de 17e eeuw. Het eerste anatomieboek werd in Bologna door Mondinus geschreven. Ook is hier de aula, de Sala dello Stabat Mater van de rechtenfaculteit, genoemd naar de première van ‘Stabat mater’ van Rossini, die in deze zaal plaats had.

Aan het einde van de Via Archiginnasio links gaande vindt men direct rechts de Via Garibaldi die naar de Piazza di San Domenico leidt. De San Domenicokerk, gebouwd voor de Dominicanen in 1238 werd gebouwd na de dood van de Spaanse bisschop Domenico de Guzman. Hij stierf in 1221 te Bologna, waar hij naartoe gereisd was om het eerste kapittel van de door hem gestichte orde, de Dominicanen, te presideren. Op het plein voor de kerk staan twee zuilen en tombes met baldakijnen van de juristen E. Foschenari (1289) en R. di Passeggeri (14e eeuw), die zich in geschrift hadden verzet tegen keizer Friedrich II, die gedreigd had de stad te verwoesten. Het belangrijkste onderdeel is hier de Arca di San Domenico, de om de urn van Dominicus gebouwde tombe met voorstellingen uit het leven van de heilige. Het is het werk van Nicola Pisano en leerlingen (1265/67). De kroonlijst met beelden van de stadsheiligen is van Niccolò dell’Arca (1473). Deze kunstenaar, die als Niccolò da Bari in Bologna was gekomen, werd voortaan naar zijn belangrijkste kunstwerk Niccolò dell’Arca genoemd. Hij heeft zijn werk niet voltooid, de ontbrekende drie beelden, van de engel rechts, van San Petronio en van San Procilo zijn door de jonge Michelangelo gemaakt. Achter de boog is het reliek, de schedel van Domenico. Uit het rechterschip komt men in de kloostergang ‘Chiostro dei Morti’ (14e/15e eeuw), die gedomineerd wordt door de apsis van de San Domenicokapel en de romaans-gotische toren uit 1336.

Van Piazza Maggiore westwaarts, langs de zijkant van het Palazzo Comunale over de Via IV Novembre, passeert men links bij Piazza Roosevelt de Prefettura uit 1603 en rechts het Palazzo Orlandini op nr. 7, waar de uitvinder van de radiogolven Giuseppe Marconi is geboren. Verder gaande over de Via Porta Nuova, onder de boog door, een restant van de 12e-eeuwse ommuring, bereikt men de kerk San Francesco, gebouwd in 1236/63. De laagste van de twee torens, die van de voorzijde nauwelijks zichtbaar zijn, dateert van 1260, de hogere is van 1402. Het interieur vertoont gotische invloeden. Paus Alexander V ligt er begraven. Er zijn twee kloostergangen, de Chiostro dei Morti (eind 14e eeuw) met tombes van de rectoren van de universiteit en de Chiostro Grande uit 1460/1571.

Teruglopend naar de Piazza Maggiore via de Via Ugo Bassi is links de Via dell’Indipendenza, die met zijn arcaden aangelegd werd na 1860 als verbinding met het treinstation. Snel wordt rechts de grote Metropolitana-kerk of San Pietro zichtbaar, de pauselijke kathedraal van Bologna. De huidige aanblik is die van de verbouwing van 1605; de ongeïnspireerde hoge gevel dateert uit de 18e eeuw.

Over de Via Goito en Via Marsala komt men door een middeleeuwse wijk met huizen en torens uit die tijd. Ze zijn herkenbaar aan de houten overbouw van erkers.

Omgeving van Bologna

Het gave middeleeuwse stadje Dozza ligt 30 km ten oosten van Bologna aan de Via Emilia. Het dorp is vooral bekend om de muurschilderingen door hedendaagse kunstenaars. De Rocca heeft torens met kantelen, een renaissance-loggia en zalen met wandtapijten en meubelen. De burcht, op een richel gebouwd, dateert uit de 12e eeuw en was sinds 1529 van de Campeggi, die er een woonverblijf in renaissancestijl van maakten. De kelders en de cellen van de vroegere gevangenis zijn nu in gebruik als regionale enotheek (wijnexpositie en -verkoop).

In het dorp Marzabotto ten zuiden van Bologna, is een Etruskische stad blootgelegd uit de 6e en 5e eeuw v.C., verwoest door de Galliërs in de 4e eeuw v.C. Vooral interessant zijn de necropolis, de resten van de acropolis en een tempel. Bij de ingang is een klein museum met de belangrijkste vondsten. Het dorp werd in Italië op tragische wijze bekender. Als represaille voor de lokale ondersteuning aan de partizanen en de verzetsbeweging hebben soldaten van de 16e SS-Panzergrenadierdivisie "Reichsführer-SS" (geleid door SS-Sturmbannführer Walter Reder) tussen 29 september en 5 oktober 1944 honderden mensen in Marzabotto en in de aangrenzende plaatsen Grizzana Morandi en Monzuno gedood. Het gebied rondom werd daarna systematisch verwoest.

Tegenwoordig gaat men uit van 770 slachtoffers, waarvan 155 kinderen jonger dan 10 jaar, 95 kinderen jonger dan 16 jaar, 142 mensen ouder dan 60 jaar, 316 vrouwen en 5 rooms-katholieke priesters. Een plaquette aan de kerk met een simpele tekst herinnert aan deze gruweldaad.