Provincie Ferrara

De romaanse kathedraal van Ferrara
De 12e-eeeuwse Duomo van Ferrara in romaanse stijl

Ferrara

De stad Ferrara ligt nog steeds grotendeels binnen zijn laatste ommuring. De Po stroomt nu op enige afstand van de stad, maar vroeger was er een tak, die vlak langs de oude binnenstad stroomde, daar, waar nu de Via Ripagrande is (ripa = oever). De sfeer in Ferrara is nog steeds die van hoofdstad van drie eeuwen hertogdom d’Este.

Geschiedenis en stadsontwikkeling

Ferrara heeft als enige stad in Emilia geen Romeinse oorsprong. Het ligt ook niet aan de Via Emilia. De eerste nederzetting is pas in de 7e eeuw gesticht door de bisschop van Ravenna, ten zuiden van de Porta Romana aan de toenmalige arm van de Po. Eind 11e eeuw nam gravin Mathilde van Canossa de stad met geweld in. Inmiddels kwamen scheepvaart en handel over de Po tot bloei. Een dijkbreuk in 1152 echter leidde tot verplaatsing van de hoofdarm van de Po verder naar het noorden, wat het einde van de scheepvaart van Ferrara betekende. In de strijd tussen keizer en paus na de dood van Mathilde rond 1250 kwam de macht in handen van leden uit de familie Este. Daarna begon een periode van welvaart en artistieke grandeur. De stad werd een aantal keer uitgebreid en kreeg rond 1500 een nieuwe ommuring. Aan het hof traden dichters op als Ariosto en Tasso, schilders als Dosso Dossi; ook de muziekacademie bloeide. In 1598 werd de laatste hertog door de paus gedwongen de stad te verlaten. De Este verplaatsten hun hof naar Modena. Deze situatie bleef twee eeuwen bestaan, tot aan de verovering door de Fransen onder Napoleon. Na de heerschappij van Napoleon werd het pauselijk gezag hersteld tot 1860.

Bezienswaardigheden

Het onbetwiste hoogtepunt van de stad is het Castello Estense uit 1385. Het is een echt woonkasteel, met een gracht eromheen. Diverse zalen zijn rijk versierd: de Sala dei Giganti en de Salone dei Giochi, met fresco’s van Camillo en Sebastiano Filippi. De kapel van Renée van Frankrijk, vrouw van Ercole II, doet calvinistisch aan. In de onderaardse gevangenis liet Niccolò III, zijn vrouw Parisina Malatesta en haar minnaar, zijn stiefzoon Ugo in 1425 onthoofden.

Vanaf het kasteel leidt de Corso Martiri della Libertà naar het bestuurlijke en geestelijke centrum van de stad, Piazza della Cattedrale. Hier staan de kathedraal, het Palazzo Comunale en de Torre dell’Orologio (1603).

De kathedraal, gewijd in 1135, is gebouwd in romaans-gotische stijl. De 13e-eeuwse façade is van marmer, met drie spitsen en drie rijen loggia’s; de portalen zijn met beeldhouwwerk versierd (1135), evenals het voorportaal uit de 12e eeuw en de erboven gebouwde gotische loggia uit de 13e/14e eeuw. Langs de rechterzijde van de dom is een lange portico met winkels (15e eeuw). Achteraan staat de toren van marmer (1441-1596) naar ontwerp van L.B. Alberti.

Het Palazzo Comunale uit de 13e eeuw was ooit residentie van de hertogen d’Este. De voorgevel is in 1924 vervangen. Een boogje van Alberti met een ruiterstandbeeld van Niccolò III en een zuil met een beeld van Borso d’Este flankeren de Volto del Cavallo, die naar de binnenplaats leidt, met 15e-eeuwse ramen en een buitentrap uit 1481.

Onder een van de bogen naast de klokkentoren door wandel je over de Corso Porta Reno tot aan de boog die toegang geeft tot de Via Capo delle Volte, met bogen over de straat een van de best bewaarde middeleeuwse straten. Aan het eind ervan kom je uit op een plein met de Via Ripagrande, ooit de kade van de Po.

De Via Savonarola was de centrale as van de stadsuitbreiding onder Niccolò II in 1386. Beginnend achter de Duomo komt eerst de San Francesco, die in 1494 vernieuwd werd door stadsarchitect Biago Rossetti. Iets verder passeren we het rectoraat van de universiteit, eens het paleis waar Renée van Frankrijk, vrouw van Ercole II d’Este, de protestantse hervormer Johannes Calvijn gastvrijheid verleende. Rechts staat het Casa Romei, een adellijk woonpaleis uit de 15e eeuw, in laatgotische renaissancestijl, om een binnenplaats gebouwd. De Sala della Sibilla en de Saletta dei Profeti (15e eeuw) zijn met beelden en fresco’s versierd. Aan het einde rechtsaf gaande kom je bij het Palazzo Schifanoia, het beroemdste van de ‘delizie’ (lusthoven) van de Este. Het gebouw stamt uit begin 14e eeuw en is later vergroot door B. Rossetti en anderen. De bakstenen voorgevel heeft een fraai marmeren portaal. De Sala dei Mesi (zaal van de maanden) is gedecoreerd met een van de beroemdste profane frescocycli, met scènes uit het leven van Borso d’Este en allegorieën van de maanden, geschilderd door Francesco del Cossa, Ercole de’Roberti en andere kunstenaars uit Ferrara van de tweede helft 15e eeuw.

Twee blokken zuidwaarts staat het Palazzo di Ludovico il Moro. Antonio Costabili, ambassadeur van het hof van de Sforza’s uit Milaan, gaf opdracht aan B. Rossetti voor de bouw van dit paleis in 1495. Het gebouw heeft een binnenplaats met portico en loggia aan weerszijden. In het paleis zetelt thans het Museo Archeologico Nazionale (of: ‘di Spina’), met vondsten, voornamelijk keramiek uit de Grieks/Etruskische necropolissen van de havenstad Spina in de Po-delta, bij het tegenwoordige Comacchio.

Ferrara wordt in tweeën gedeeld door de Via Cavour en de Corso della Giovecca. Ten zuiden hiervan ligt de oude stad, ten noorden ligt de laatste uitbreiding van na 1492. De Este verwelkomden toen joden die uit Spanje en Portugal werden verdreven. Daarom is een synagoge opgenomen in het stadsplan. Corso della Giovecca is genoemd naar een oude joodse begraafplaats. De corso eindigt aan de westzijde, op nr. 476, met het Palazzo Roverello, gebouwd door B. Rossetti in 1508, met een fraaie gevel.

De Corso Ercole I d’Este is de hoofdas door de stadsuitbreiding. Op nr. 16 staat het indrukwekkende Palazzo di Giulio d’Este uit het einde van de 15e eeuw. Aan het kruispunt, de Quadrivio, waar de Corso Ercole I de Corso Rossetti kruist, staan het Palazzo dei Diamanti, het Palazzo Turchi-di Bagno (1493) en het Palazzo Prosperi-Sacrati (1493/96), ook van Rossetti, met een portaal uit 1506.

Het Palazzo dei Diamanti is genoemd naar de puntige stenen van de bekleding; het heeft een opvallende hoekversiering met balkon. Dit paleis huisvest de Pinacoteca Nazionale en het Museo del Risorgimento e della Resistenza, over de strijd om de eenwording en het verzet in WO II.

Overige plaatsen in de provincie Ferrara

De Abbazia di Pomposa ligt 50 km ten oosten van Ferrara. De van oorsprong 8e-eeuwse Santa Maria in Ravennastijl werd rond het jaar 1000 verlengd en voorzien van een atrium met terracotta sierlijsten en beelden. Naast het atrium verrijst de 48 meter hoge toren; deze dateert uit 1063 en is gebouwd in Lombardische stijl, met verspringende raamopeningen. Van het oorspronkelijke kloostergebouw uit de 11e eeuw is de kapittelzaal bewaard gebleven. Hier zijn fraaie fresco’s uit het begin van de 14e eeuw te zien uit de school van Giotto. De refter heeft op de achterwand de kostbare frescocyclus uit 1316/20 van een meester uit Rimini. Het Palazzo della Ragione, tegenover de kerk, uit de 11e eeuw, was het gebouw waar de geestelijken recht spraken. In 1356 werden er twee rijen loggia’s tegenaan gebouwd.

Comacchio is een leuk stadje op eilanden met waterlopen ertussen, bruggen en gekleurde lage huizen. De benaming ‘mini-Venetië’ is wel enigszins overdreven. Trepponti is een architectonisch interessante gecombineerde brug over een kruispunt van kanalen, uit 1634. De Loggiato dei Cappuccini is een lange galerij met 142 bogen uit 1647, om de plaats te verbinden met de Santa Maria in Aula Regis (1665).

In de omtrek zijn grote lagunes en naar het noorden strekt zich de eigenlijke Po-delta uit. Vanwege de inpolderingen in de Po-delta noemt men dit gebied wel ‘Olanda Italiana’, Italiaans Holland. De palingvisserij, met lange rieten fuiken, is de voornaamste bezigheid.

Op 5 km naar het zuidoosten bevindt zich de archeologische zone van de opgegraven Etruskische havenstad Spina, uit de 6e/5e eeuw v.C. Men kan per boot over de Valli di Comacchio (waterlopen) varen of per auto tot Foce, waar het documentatiecentrum is en verder te voet. Tussen wijde wateren van omstreeks een meter diep, met soms duinen erlangs en soms dijken, doet het landschap inderdaad ‘Hollands’ aan. Men kan er vissershutten bezoeken en de grote fuiken van riet of twijgen. Ook kan een grote vogelpopulatie geobserveerd worden. Ter hoogte van het Lido di Spina bereikt men de Saline di Comacchio, zoutpannen uit ca. 1800 met een typerende zoutminnende biotoop.

De stranden aan de Adriatische Zee zijn allemaal in de jaren zeventig van de 20e eeuw opgekomen, en voorzien van alle toeristische voorzieningen, zoals campings, hotels, restaurants en jachthavens.

Mésola ligt12 km ten noordoosten van Pomposa aan de Strada Romea. Na 6 km is er een afslag naar Bosco Mésola, het begin van de Riserva naturale del Gran Bosco della Mésola met ruim 1000 ha bos, meest steeneik, en moeras met een bijzondere biotoop.