Provincie Ravenna

De koepel van de San Vitale met zijn beroemde mozaieken
De bekendste mozaieken van Ravenna in de koepel van de San Vitale

Ravenna

Het belang van Ravenna begon in 402, toen de Romeinse keizer Honorius zijn westelijke hoofdstad in verplaatste van Milaan naar de Adriatische kust. Gedurende de daarop volgende anderhalve eeuw was Ravenna het hart van het rijk, mede als zetel van het hof van de Gotenkoning Theodorik. Hier ontwikkelde zich een christelijke vorm van kunst, die wortels had in de oudheid én in Constantinopel (Byzantium). Eigenlijk is Ravenna een on-Italiaans foeilelijke stad, met rechte ongezellige straten en sfeerloze bebouwing. De fantastische goed bewaarde en kleurrijke mozaïeken in de vroegchristelijke kerken en mausolea maken een bezoek echter tot een belevenis.

Geschiedenis en stadsontwikkeling.

Tijdens keizer Augustus was Ravenna een kleine Romeinse kolonie. Op 4 km naar het zuiden was een geschikte inham van de Adriatische Zee, waar de vlootbasis Classis (Classe) ontstond. Ravenna zelf, op een landtong gelegen, was door een grote lagune aan de landzijde vrijwel onneembaar. In 402 vluchtte de pas 18-jarige en uiterst incapabele keizer Honorius uit Milaan voor de binnengevallen Goten en vestigde zijn hoofdstad in Ravenna. Hier werd in 476 de laatste Romeinse keizer afgezet door de Germaan Odoaker. Koning der Goten Theodorik, de ‘geleerde barbaar’, had er zijn hof van 493 tot 526. Tijdens de langdurige oorlogen tussen de Goten en de Byzantijnen heroverde generaal Belisarius Ravenna in 540, zodat het tot het Byzantijnse rijk van Justinianus ging behoren. In 751 werd Ravenna ten slotte door de Longobarden veroverd en was de glorietijd voorbij. Nu regeerden de bisschoppen, dan een tijdlang een vrije commune en daarna kwamen de ‘signorie ‘aan de macht, van de Traversari en de Da Polenta (1302-1441). Het was in die periode dat Dante gastvrijheid in Ravenna kreeg na zijn verbanning uit Firenze en er ook gestorven is in 1321. Van 1441 tot 1509 was Ravenna onderhorig aan Venetië, daarna aan de paus. Als gevolg van de ontdekking van aardgas vond in de jaren vijftig en zestig van de 20e eeuw een industriële ontwikkeling plaats, met problemen voor het milieu.

Bezienswaardigheden

Het complex rond de kerk San Vitale in het noordwesten van Ravenna is een van de belangrijkste monumenten van de stad. Voor de 5 interessantste monumenten is overigens één entreekaart verkrijgbaar.

De kerk San Vitale is in 547 gewijd door bisschop Maximianus. Het achthoekige gebouw met uitspringende narthex toont met zijn bakstenen buitenkant wat somber. Het interieur is echter zeer kleurrijk met marmer en mozaïeken. Het presbyterium is versierd met de beroemdste mozaïeken uit de tweede helft van de 6e eeuw, met scènes uit het oude testament. Onderaan de apsis zijn de beroemde afbeeldingen te zien van keizer Justinianus en zijn gevolg links en Theodora en haar gevolg rechts. Het altaar in het midden uit de 6e eeuw, is gemaakt uit een plaat doorschijnend albast.

Op het terrein achter de kerk staat het mausoleum van Galla Placidia uit het midden van de 5e eeuw. Het grondplan is een Grieks kruis. Het gehele interieur is bedekt met prachtige mozaïeken van voor 450, de oudste van Ravenna: afbeeldingen van evangelisten, apostelen, San Lorenzo en herten. In de zijarmen van het kruis staan drie sarcofagen, een Romeinse en twee uit de 5e/6e eeuw.

Naast de San Vitale staat ook het Museo Nazionale, dat is gevestigd in een vroeger Benedictijner klooster. De collectie bestaat hoofdzakelijk uit Romeinse en vroegchristelijke kunst.

Op de Piazza del Popolo, het centrum van de stad, staan twee interessante laat-middeleeuwse bouwwerken, het 15e-eeuwse Palazzo del Comune (aan de korte zijde) en het Palazzetto Veneziano uit 1462. Bij de bouw zijn van dit paleis zijn ter ondersteuning van de vijf bogen 6e-eeuwse zuilen gebruikt met kapitelen, waarop het monogram van Theodorik voorkomt. Daarvoor staan twee Venetiaanse zuilen uit 1483 met de beschermheiligen San Vitale en San Apollinare.

De Duomo begon als 5e-eeuwse basiliek maar is geheel vervangen door het huidige barokgebouw uit 1745. Links staat de 10e-eeuwse toren. Heel fraai is de 6e-eeuwse preekstoel. Naast de Duomo staat aan Piazza Duomo het baptisterium van de orthodoxe christenen, Battistero Neoniano. Dit achthoekige gebouw van baksteen dateert van het begin van de 5e eeuw en werd kort na 450 met mozaïeken versierd tijdens bisschop Neone. De door twee rijen arcaden gesteunde koepel is door drie cycli mozaïeken bedekt: 1) de doop van Jezus in de Jordaan, waarbij de rivier door een oude man wordt weergegeven, 2) de apostelen en 3) symbolen van de kruisiging. In het midden staat de met antiek marmer versierde doopvont uit de 16e eeuw.

Achter de dom is in het aartsbisschoppelijke paleis de collectie ondergebracht van het Museo Arcivescovile. Uit de oude kathedraal resteert een porfieren beeld van keizer Justinianus. In het oratorium van San Andrea, in de vorm van een Grieks kruis, bevinden zich mozaïeken uit het begin van de 6e eeuw. Het beroemdste stuk is de bisschopszetel van Maximianus, van ivoor uit de 6e eeuw.

Een heel interessante maar zelden bezochte kerk is de Sant’Agata Maggiore in de Via Mazzini. In de kerk uit de 5e/6e eeuw staan zuilen met Romeinse, Byzantijnse en renaissancekapitelen. De preekstoel van Grieks marmer is uit de 6e eeuw

Enkele blokken van de dom verwijderd staat de San Francesco, een basiliek uit de 5e eeuw, verbouwd in de 10e eeuw. De toren is proto-romaans. De crypte dateert van de 9e/10e eeuw.

Aan de noordzijde van de kerk is de Tomba di Dante. Als gast van Guido da Polenta stierf Dante hier in 1321. De begrafenis vond plaats in de San Francesco. Over de tombe werd in 1780 een tempeltje gebouwd met reliëfs van Dante door P. Lombardo uit 1483.

Oostelijk van de Piazza del Popolo staat de doopkapel van de Arianen, een achthoekig gebouw uit de 6e eeuw met een mozaïekkoepel. Hiernaast staat de kerk Santo Spirito uit het einde van de 5e eeuw, de Ariaanse kerk uit de tijd van Theodorik.

Aan de Via Roma staat de Sant’Apollinare Nuovo. Deze kerk is gesticht door de Gotenkoning Theodorik (493/96) voor de Arianen en in 560 opnieuw gewijd voor de orthodox-katholieken. De ronde toren is uit de 9e/10e eeuw. Het interieur van de basiliek toont drie schepen op zuilen met fijnbewerkte kapitelen. Het vergulde cassetteplafond is 17e-eeuws. De wanden van het middenschip zijn versierd met mozaïeken in drie rijen. De twee bovenste, met het leven van Christus, heiligen en profeten, zijn uit de tijd van Theodorik. De onderste rij met een optocht van martelaren, die van Ravenna naar Jezus trekken, die op een troon tussen engelen zit en een optocht van maagden, die, voorafgegaan door de drie wijzen, van de stad Classe naar de Madonna met kind gaat dateert van midden 6e eeuw. Rechts staat een gebeeldhouwde preekstoel uit de 6e eeuw; in het presbyterium staan een koorhek en een altaar, ook uit de 6e eeuw.

Enkele meters verderop langs de Via Roma staat een gevel die men als het paleis van Theodorik aanduidt.

De Rocca di Brancaleone is een vierkante burcht, gebouwd door de Venetianen tussen 1457 en 1470 ter beheersing van de stad. Het geheel bestaat uit twee delen: de burcht zelf met vier torens en de citadel met twee ronde en twee halfronde torens.

Ten noordoosten van het centrum staat in een park het mausoleum van Theodorik. De Gotenkoning liet zijn mausoleum kort na 520 bouwen. Het is gemaakt van Istrische steen met laatantieke stijlkenmerken. De koepel is uit één stuk kalksteen, 11 meter in diameter en een meter dik. Van binnen is het kruisvormig en op de verdieping rond, met een porfieren kuip, waarin ooit de stoffelijke resten van de koning bewaard werden.

Omgeving van Ravenna

5 km naar het zuiden ligt de vroegere havenstad Classe. De beroemde Sant’Apollinare in Classe is gewijd door bisschop Maximianus in 549. De ronde toren is pas in de 9e eeuw erbij gezet. Het interieur toont rijen Griekse marmeren zuilen met Byzantijnse kapitelen met acanthusmotief en tien sarcofagen in Ravennastijl. Altaar en ciborium zijn uit de 9e eeuw. De crypte is vermoedelijk 9e-eeuws. De mozaïeken uit diverse perioden (6e/7e eeuw) tegen de koepel en de wanden van de apsis geven de allegorische uitbeelding van de transfiguratie weer. Christus als koning troont in het midden.

Ten zuidoosten van Classe bevindt zich de Pineta di Classe, een pijnbos, deel van het regionale natuurpark van de Podelta, in de oudheid aangeplant om hout voor de scheepsbouw van Classe te leveren. De Pineta di San Vitale, 5 km naar het noorden is ook deel van het Po-deltapark. Hier is ook de Oasi faunistica di Punta Alberete, een moerasgebied en vogelreservaat.

De Riserva naturale della Salina di Cervia, ten zuidwesten van de stad Cervia, is een deel van het regionale park van de Po-delta. De zoutpannen waren al in de 9e eeuw in gebruik. Hier zijn ook de thermen van Cervia. Naar het zuiden liggen de badplaatsen Lido di Savio en Lido di Classe.

De binnenstad van Faenza draagt nog de sporen van het bewind van de familie Manfredi, die er heerste tot de inlijving bij de kerkelijke staat in 1509. Faenza is vooral beroemd om de keramiek, die al vermeld wordt in de 12e eeuw en tot grote bloei kwam in de 15e en 16e eeuw. Het Franse woord ‘faïence’ is afkomstig van de naam van de stad en wordt gebruikt voor het verglaasde terracotta, beschilderd en gebakken, typerend voor deze kunstvorm. Het stadscentrum is het Piazza del Popolo met rondom portalen en loggia’s. Hier staat het Palazzo Comunale of Palazzo del Podestà uit de 13e eeuw, de Torre dell’Orologio, het stadhuis en het theater.

Het Museo internazionale della Ceramiche is het expositie- en studiecentrum van de kunst van de keramiek in alle tijden en landen. De 38 zalen vertonen stukken uit de Italiaanse renaissance, Turkse, Japanse en Chinese stukken en majolica van de 13e tot de 20e eeuw. Verder zijn er precolumbiaanse voorwerpen uit Amerika, prehistorische vondsten en hedendaags werk uit Italië en andere landen.