De Visayas - Negros

Stoomlocomotief, San Carlos Milling Company
Stoomlocomotief, San Carlos Milling Company

De naam van het eiland Negros is vermoedelijk afgeleid van de oorspronkelijke Negrito-bevolking, waarvan de nazaten nog leven in moeilijk toegankelijke bergstreken. Negros is verdeeld in twee provincies: de noordwestkant van het eiland valt onder Negros Occidental (hoofdstad Bacolod) en het zuidoostelijke eilandgebied maakt deel uit van Negros Oriental (hoofdstad Dumaguete).

Een groot deel van Negros is bergachtig. In het noorden wordt het landschap gedomineerd door het indrukwekkende massief van drie vulkanen, resp. de actieve Mt. Kanlaon (2465 m) en de rustende vulkanen Mt. Mandalagan (1880 m) en Mt. Silay (1534 m). Vanaf de Kanlaon loopt de bergrug door over het middendeel van het eiland en gaat in het zuiden over in het heuvelachtige Tablas Plateau. In het uiterste zuidoostdeel van Negros wordt het landschapsbeeld bepaald door de 1903 m hoge Cuernos de Negros. In het noorden en westen van Negros ligt een vlakke tot licht glooiende laaglandzone, waar zich zeer uitgestrekte suikerrietplantages bevinden. Dit gebied voorziet in ruim tweederde van de totale landelijke suikerproductie. Dankzij de suikerindustrie is Negros ook bekend als het ‘suikereiland van de Filippijnen’. De raffinaderijen en de plantages zijn in handen van politiek invloedrijke ‘suikerbaronnen’. Voor de oogst en de verdere verwerking van het suikerriet maken de landeigenaren gebruik van vele tienduizenden contractarbeiders die moeten werken voor hongerlonen en bovendien buiten het oogstseizoen (oktober-maart) vaak geheel geen inkomsten hebben. Tijdens de jaren tachtig van de vorige eeuw verergerde de situatie doordat er minder suiker dan voorheen geëxporteerd kon worden. De dalende verkoop was onder meer een gevolg van het feit dat in die periode de wereldwijd bekende grote frisdrankindustrieën grotendeels van riet- en bietsuiker zijn overgeschakeld op het goedkopere maïszetmeel. Tevens is de suikerprijs op de wereldmarkt gedaald door de landbouwpolitiek van de Europese Gemeenschap, waarbij grote bedragen worden uitgegeven ten behoeve van de instandhouding van de Europese suikerindustrie. Deze toestand heeft geleid tot een verdere verslechtering van de toch al armzalige levensomstandigheden van de plattelandsbevolking en dit heeft uiteraard bijgedragen tot een toename van de sociale onrust op het eiland.

Het economische centrum van het suikerrietgebied van Negros Occidental is de provinciehoofdstad Bacolod, ook vaak genoemd ‘sugar capital’. Met circa 440.000 inwoners behoort Bacolod tot de grotere steden van de Filippijnen. De stad is niet alleen bekend door de suikerindustrie, maar ook vanwege de productie van aardewerk (vooral handbeschilderd porselein). In het noordelijk deel van de stad is in het voormalige Provincial Capitol Building sinds 1996 het Negros Museum gehuisvest. De expositie heeft betrekking op allerlei aspecten van de suikerindustrie. Vlak bij het Negros Museum bevindt zich een natuurcentrum dat wordt beheerd door de Negros Forests & Ecological Foundation. Hier kan men verscheidene bedreigde endemische diersoorten bewonderen zoals het Visaya wrattenzwijn (Sus cebifrons). Bij de fraai aangelegde City Plaza staat de in 1876 gebouwde San Sebastian Cathedral en het Palacio Episcopal, de aartsbisschoppelijke residentie. Bij de City Plaza bevindt zich ook het informatiekantoor voor toerisme. Daar kan men inlichtingen verschaffen voor excursies in en rondom de stad. Treinliefhebbers kunnen eventueel een bezoek brengen aan een van de suikerraffinaderijen in de omgeving om de indrukwekkende oude stoomlokomotieven te bekijken welke werden gebruikt bij de oogst van suikerriet. Dergelijke “ijzeren dinosauriërs” staan onder andere nog opgesteld bij de Hawaiian-Philippine Sugar Company te Silay en bij La Carlota Sugar Central te La Carlota. Op grotere afstand vanaf Bacolod bevinden zich nog enkele suikerraffinaderijen met stoomlokomotieven: de Victorias Milling Company nabij de plaats Victorias, de Sagay Sugar Central en Lopez Sugar Central bij Sagay, de Danao Sugar Central te Toboso en de San Carlos Milling Company te San Carlos.

Ongeveer 30 km oostelijk van Bacolod ligt Mambucal, een geliefd recreatieoord in het binnenland van Negros. Het ligt op een hoogte van 400 m boven zeeniveau op de noordflank van het imposante bergmassief van de vulkaan Mount Kanlaon aan de voet van Mt. Kanlaon. Vlak bij het dorpje, dat uit niet veel meer bestaat dan een straat met eenvoudige woningen en enkele sari-sari-winkeltjes, ligt het Mambucal Health Resort. Zoals de naam aangeeft gaat het om een soort ‘kuuroord’ met thermale baden. Er is zowel badgelegenheid met koud water, afkomstig van een snelstromende bergbeek, als met dampend warm water van de bij het oord gesitueerde zwavelhoudende thermale bronnen. Mambucal is ook een prima uitgangspunt voor wandeltochten in de bergachtige omgeving. Er bevinden zich onder andere enkele watervallen in het gebied. Om optimaal van de natuur te genieten is het raadzaam zo’n wandeling zo vroeg mogelijk in de ochtend te beginnen, liefst omstreeks zonsopkomst. Vanaf het resort kan men omhoog wandelen naar het eenvoudige Headquarter-gebouw van het Mount Kanlaon Natural Park. Langs het eerste deel van dit traject, dat ongeveer drie kwartier wandeltijd vergt, passeert men talloze hanenkwekerijen. De vechthanen kraaien er zeer lustig op los in de ochtend en zorgen daarmee voor een typisch Filippijnse sfeer. Eenmaal voorbij de parkingang gaat de wandeling verder over een bergweg, welke amper begaanbaar is voor vierwielaangedreven voertuigen en omzoomd wordt door secundair bos. Al doorwandelend verstomt geleidelijk het hanengekraai en is er voor natuurliefhebbers gelegenheid zich te concentreren op de geluiden van de wilde bosvogels. Hogerop gaat het secundaire bos over in mooi origineel regenwoud. Inmiddels is dan geen sprake meer van een bergweg, maar van een slechts te voet begaanbare ‘trail’. Hier kan men zich vergapen aan hoogopgaande woudreuzen met indrukwekkende plankwortels. Echte fanatieke bergklauteraars kunnen eventueel de bergtocht bekronen met een beklimming van de top van de 2465 meter hoge Mount Kanlaon. Voor een ervaren berggids kan men zich wenden tot de Negros Mountaineering Club of het kantoor van toerisme in Bacolod. De beste tijd voor een beklimming is februari-april en men moet voor de heen- en terugtocht circa 3-4 dagen uittrekken. Na een fikse bergtocht is het fijn weer bij te komen in het Mambucal Resort. Een erg leuke ervaring is het om dan tegen de avond een heetwaterbad te nemen in het openluchtbassin. Loom liggend in het warme water kunt u dan omhoog kijkend genieten van de vliegende honden (reusachtige vruchtenetende vleermuizen met een spanwijdte van ruim anderhalve meter), die op dat moment hun slaapplaats verlaten. De slaaplocatie – waar honderden exemplaren de dag doorbrengen - bevindt zich in een aantal hoge bomen dicht bij het hotel en het bassin is precies gelegen onder de vliegroute!

De mooiste stranden van Negros Occidental bevinden zich langs de zuidwestkust ter hoogte van de plaatsen Sipalay en Hinobaan. Iets noordelijk van Sipalay, ter hoogte van het vissersdorp Bulata, ligt voor de kust het idyllische Danjugan Island. Dit 1,5 km lange en 500 m brede eilandje kreeg in 1999 de status van beschermd natuurgebied. Ondanks de geringe omvang heeft het reservaat een grote verscheidenheid aan biotopen: met regenwoud begroeide heuvels met enkele grotten, met mangroven omzoomde lagunes, zandstranden en rondom visrijke koraalriffen. Er komen circa 70 vogelsoorten op het eiland voor, waaronder een paar witbuikzeearenden (overigens niet jaarlijks broedend). Er is ook een kolonie vliegende honden en de stranden worden als legplaats gebruikt door zeeschildpadden (groene zeeschildpad en karetschildpad). In Bulata kan men een uitleggerboot huren om het eiland te bereiken. Zonder officiële vergunning mag men echter niet bij het eiland afmeren. Het nabijgelegen Agutayon Island dat eveneens begroeid is met regenwoud mag evenmin betreden worden, want het is in particulier eigendom. Een vergunning om Danjugan Island te bezoeken moet minstens een week vooraf aangevraagd worden bij de Philippine Reef and Rainforest Conservation Foundation te Bacolod. Er worden meerdaagse duiktrips naar Danjugan Island georganiseerd door Escapade Tours (contactpersoon Paul Lizares, 9 09189228677 of e-mail: paullizares2000@yahoo.com).

Dumaguete, provinciehoofdstad van Negros Oriental, huisvest de Silliman University, de enige protestantse universiteit op de Filippijnen. De universiteit heeft een klein antropologisch museum aan de Silliman Avenue en noordelijk van de stad, bij Silliman Beach, een laboratorium voor marien-biologisch onderzoek. Men houdt zich hier onder meer bezig met enkele kweekprojecten van bedreigde diersoorten, zoals de doopvontschelp en de Filippijnse krokodil. Het laboratorium beschikt over een boot waarmee soms excursies worden gemaakt naar Sumilon Island en Apo Island, favoriete bestemmingen voor sportduikers en snorkelaars. Sinds 1991 wordt er vanuit het Silliman University Marine Lab onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van zeezoogdieren in dit gebied. Gebleken is dat hier minstens een dozijn soorten dolfijnen en grotere walvisachtigen voorkomen, waaronder spectaculaire soorten zoals de potvis en de orca. Tot de regelmatig waargenomen soorten behoren onder andere de langsnuitdolfijn, de witlipdolfijn, de tuimelaar en de griendwalvis. Doordat de zeestraat tussen Cebu en Negros ter hoogte van Dumaguete erg smal is heeft men hier een relatief grote kans langstrekkende walvisachtigen te observeren. Een andere gunstige waarnemingsomstandigheid is de vaak spiegelgladde zee. Regelmatig worden vaartochten gemaakt om naar zeezoogdieren te speuren. Hieraan kunnen ook toeristen deelnemen (navragen bij het laboratorium). Een van de bezienswaardigheden in de stad is de klokkentoren op de hoek van Colon Street en Perdices Street. Tegenover de massieve toren, welke gebouwd werd in de periode 1754-1776 en apart staat van de bijbehorende kerk, ligt het Rizal Park. Een speciale attractie van Dumaguete vormt de fraaie Rizal Boulevard. Vooral ‘s avonds is het een favoriete wandellocatie. Dan is het druk bij de eethuisjes en restaurants waar onder andere lekkere visgerechten worden aangeboden. De feestverlichting in de imposante acaciabomen langs de boulevard zorgt voor een extra gezellige sfeer. In oostelijke richting ziet men vanaf de boulevard de contouren van het eiland Siquijor, een bekend centrum van kruidendokters die er soms voodooachtige praktijken op na schijnen te houden. Op dit eiland bevinden zich verscheidene ‘beach resorts’ met duikfaciliteiten. Vanuit Dumaguete kunnen ook interessante excursies worden gemaakt in het binnenland. Circa 15 km noordwestelijk van de stad liggen te midden van dichte bossen de Twin Lakes, twee vulkanische meren (Lake Balinsasayao en Lake Danao).

Met een jeepney kan men van Dumaguete naar het plaatsje Valencia rijden. Van daaruit kan men Camp Look-out bereiken, gelegen tegen de oostelijke flank van de uitgedoofde vulkaan Cuernos de Negros, lokaal ook bekend onder de naam Mount Talinis. Bij Camp Look-out bevindt zich een biologisch station waar in enkele vliegkooien verschillende soorten vruchtenetende vleermuizen zijn gehuisvest. De vaak in wolken gehulde top van Mount Talinis is bedekt met regenwoud. Het bos begint ongeveer ter hoogte van het biologisch station. Op lagere hoogten zijn de hellingen vooral begroeid met kokospalmen. Circa 2 km vanaf Valencia ligt bij barrio Tejero het Banica Valley Resort. Van het hier aangelegde openluchtzwembad wordt vooral gebruikgemaakt door de lokale bevolking. Iets voorbij Tejero, hoger op de bergflank, begint een steil voetpad waarlangs men kan afdalen in een smalle, kloofachtige vallei. Als men onder in de kloof stroomopwaarts loopt langs de bergbeek (waarbij men soms de beek via rotsblokken moet oversteken) bereikt men na korte tijd een circa 40 m hoge waterval (Casa-roro Falls). Aangezien de kloof hier doodloopt op een loodrechte rotswand moet men via hetzelfde pad weer terug.

Ongeveer 27 km zuidelijk van Dumaguete ligt de plaats Zamboangita, waar zich strandaccomodatie voor toeristen bevindt. Van hieruit kan men per gehuurde ‘pumpboat’een tocht maken naar Apo Island, waar dankzij beschermde koraalformaties en helder zicht geschikte duik- en snorkelmogelijkheden zijn. De beste locatie om te snorkelen is het mariene reservaat aan de zuidoostkant van het eiland. Hier kan men genieten van een grote variatie aan kleurrijke vissoorten. Speciale aandacht verdienen de fraaie anemoonvisjes die men met tientallen tegelijk kan aantreffen op een gedeelte van het koraalrif dat toepasselijk is aangeduid als ‘clownfish city’. Indien men graag zeeschildpadden wil waarnemen, dan biedt de zuidwestkust meer trefkans. Pas bij de rotsige zuidpunt van het eiland wel op de verraderlijke stroming. Tijdens duikexcursies vanaf Apo Island worden vaak meerdere zeeschildpadden per duik geobserveerd. Voor de bootovertocht naar Apo Island (vanaf het afvaarpunt Malatapay nabij Zamboangita) moet gerekend worden op een prijs van circa 1000 pesos voor een kleine pumpboat (of 250 pesos per persoon). Houd er bij iets ruigere zee wel rekening mee dat bagage en kleding behoorlijk nat gespat kunnen worden.

LangsnuitdolfijnCirca 40 km noordelijk van Dumaguete ligt Bais City dat eveneens een belangrijk uitgangspunt vormt voor het maken van dolfijnexcursies. De kans om daadwerkelijk mooie waarnemingen te doen is hier behoorlijk groot omdat in dit gebied het gehele jaar door een populatie langsnuitdolfijnen vertoeft. Via het kantoor voor toerisme in Bais City kan men een afspraak maken voor een boottrip. De huurprijs voor een dagexcursie met de boot (Dolphin I, geschikt voor 20 passagiers) bedraagt circa 3500 pesos. Indien de boot al volgeboekt is of als men liever met een minder omvangrijke groep wil gaan kan er een kleinere boot geregeld worden. Eventueel kan men rechtstreeks contact opnemen met de ‘boatcaptain’ van de kleinere boot: Jesus Pancho, Olympia Island, Bais City (mobiele tel.: 09283392334). Reken voor die boot op een huurprijs van 2200-2500 pesos. Het voordeel van een kleiner gezelschap is afgezien van de privacy dat men veel vrijer kan manoeuvreren en daardoor makkelijker de dolfijnen kan fotograferen of filmen. De excursie neemt een groot deel van de dag in beslag. Men vertrekt ‘s ochtends vroeg (vanaf circa 7.00 uur) en gaat dan eerst op zoek naar dolfijnen. Het komt regelmatig voor dat de dolfijnen meerdere keren uit nieuwsgierigheid of speelsheid naar de boot toe zwemmen en vervolgens een ‘show’ geven bij de boeg, op slechts enkele meters van hun bewonderaars! De langsnuitdolfijnen zijn experts in het maken van acrobatische capriolen. Soms maken ze tijdens een hoge, steile sprong vanuit het water zelfs meerdere draaien om hun lengte-as. Aan dit spectaculaire gedrag danken zij hun Engelse naam ‘spinner dolphin’. Na enkele uren doorgebracht te hebben in het dolfijnrijke gebied gaat men met de boot naar een zandbank waar aangelegd wordt voor een rustpauze. Als het tij geschikt is kan men vervolgens gaan snorkelen bij een koraalformatie. Ten slotte wordt met de boot nog een bezoek gebracht aan een fraai mangrovebos. Via een verhoogd looppad kan men kennismaken met deze karakteristieke tropische kustbiotoop. In de loop van de middag gaat de boot weer terug naar Bais City. Indien men een kamer heeft genomen in het nostalgische La Planta Hotel is het dan een waar genoegen de dagexcursie af te ronden met een verfrissende zwempartij in het bassin van het hotel. Naast dolfijnobservatie biedt de omgeving van Bais City ook uitstekende mogelijkheden voor het waarnemen van vogels. De talrijke viskweekvijvers nabij de stad vormen een favoriet voedselgebied voor allerlei soorten watervogels. Een goede locatie voor vogelobservatie bevindt zich enkele kilometers noordelijk van Bais tegenover een suikerraffinaderij nabij barangay (buurtschap) Alangilanan. Hier ligt een uitgestrekt vijvercomplex. Via smalle, modderige dijkjes kan men tussen de vijvers door lopen en rondom allerlei soorten vogels bewonderen. Er is een grote verscheidenheid aan steltlopersoorten, zoals tureluurs, groenpootruiters en verscheidene soorten die beter bekend zijn onder hun Engelse naam (bijvoorbeeld ‘grey-tailed tattler’ en ‘rufous-necked stint’). De elegante en luidruchtige steltkluten zijn vaak met tientallen exemplaren aanwezig. Ook reigerachtigen zijn goed vertegenwoordigd met honderden koereigers en zilverreigers (meerdere soorten) en verspreid in het gebied jagende mangrovereigertjes (‘little heron’) en woudaapjes (‘yellow bittern’ en ‘cinnamon bittern’). Aan de zeezijde wordt het vijvercomplex begrensd door een zone met mangrovebos. Hier bevinden zich tijdens de trektijd slaapplaatsen met honderden tot duizenden Aziatische glansspreeuwen en verschillende soorten zwaluwen.