Het ‘Verre Oosten’

Op weg naar Kristi Kunda
Op weg naar Kristi Kunda

De oostelijke grens van Gambia met Senegal bevindt zich een kleine 50 kilometer oostelijk van Basse. De weg is onverhard en tijdens het regenseizoen vaak onbegaanbaar. U hoeft niet per se van deze weg gebruik te maken om te ervaren hoe het is om over onverharde wegen te rijden. Die mogelijkheid heeft u genoeg in het land en als u uw terugweg zoekt via de noordelijke oever, heeft u op deze reis nog meer dan 200 kilometer ‘onverhard’ voor de boeg.

Toch loont het de moeite om verder oostwaarts te trekken naar Fatoto. U moet er wel rekening mee houden dat u geen hotels meer op uw weg vindt, maar bij particulieren is altijd wel onderdak te krijgen. De bevolking is buitengewoon vriendelijk. U kunt ook op één dag heen en weer rijden om ’s avonds weer in Basse te overnachten.

Fatoto

De weg naar Fatoto is lang en stoffig. In het seizoen komt u onderweg de meest uiteenlopende voertuigen tegen, met allemaal dezelfde lading: pinda’s. Even voorbij Karantaba is een afslag naar Perai, een van de weinige ‘spooksteden’ van Gambia.

Het belang werd overgenomen door Perai Kunda, ook Perai Tenda genoemd. U neemt de afslag naar links bij Sudowol, direct nadat u de bolong voorbij Diabugu bent overgestoken. Perai Tenda (Tenda betekent: kade), was vroeger een belangrijke overslagplaats voor pinda’s. Er zijn hier Gambiaanse, Europese en Libanese kooplieden schatrijk geworden van de handel in pinda’s ten koste van de inlandse bevolking. Tegenwoordig vindt de verhandeling altijd plaats via coöperatieve verenigingen.

Bij Fatoto is de rivier niet bevaarbaar voor vrachtschepen (vandaar de vestiging in Perai Tenda), maar in de omgeving ervan zijn tientallen grote en kleinere pindafarms gevestigd. Fatoto is dan ook zo ongeveer het centrum van de pinda-industrie. Om die pinda’s in de bewoonde wereld te krijgen moet je óf over de weg naar Basse en vandaar per schip verder, of per platbodem naar Perai Tenda.

In Fatoto zelf is een kleine markt, het heeft een politiebureau, een postkantoor waar u tevens kunt telefoneren, een eerstehulppost en er is een kleine basisschool. Het is jammer dat de plaats zo’n smerige indruk maakt. U zult op veel plaatsen afval aantreffen. Vanwege het feit dat Basse niet altijd bereikbaar is, heeft men er een grote opslagplaats gebouwd voor pinda’s. Maar dat is écht het enige grote in het plaatsje.

Er is ook een veerboot, een platbodem, eigenlijk uitsluitend geschikt voor voetgangers, fietsers, kleine bespannen wagens en vee, maar er kan een auto op. Hoewel het veer gemotoriseerd is, speelt ook hier het gebrek aan brandstof de overtocht wel eens parten. In zo’n geval brengt de veerman (eigenlijk: de veerfamilie) de pont met behulp van stokken en peddels naar de overkant. Als er geen ruimte is voor het vee of het is de eigenaar ervan te kostbaar, dan zwemt het vee naast de pont naar de overkant van de rivier.

Kristi Kunda

Via een karrenspoor (voor zover u zelfs dát kunt vinden) kunt u nog verder oostwaarts. U komt dan in Kristi Kunda: het huis van Christus. Deze naam heeft wél te maken met het christendom. Tot in de jaren vijftig was hier een missiepost gevestigd van de anglicaanse kerk. De laatste priester in het dorp heette J.C. Faye. Hij richtte in 1951 de Democratische Partij op, een partij met een duidelijk christelijke inslag. Zo’n partij heeft in een moslimstaat natuurlijk nauwelijks bestaansmogelijkheden. Vandaar dat hij afspraken ging maken met moslims, hetgeen de geboorte betekende van de Democratische Congres Partij. Deze is later weer opgegaan in andere partijen.

De missieschool is in de jaren zestig gesloten, het enige wat nog aan het missietijdperk herinnert is de ruïne van de school. Zelfs de naam van het dorp heeft men inmiddels veranderd. Kristi Kunda is ‘omgedoopt’ tot Jao Kunda.

In deze omgeving kunt u waarnemen hoe moeilijk het is om aan water te komen. Er zijn weliswaar waterputten gegraven maar heeft u wel eens een teil water gevuld met een emmertje dat u steeds zo’n veertig meter moest laten zakken om het waterniveau in de put te bereiken?

Koina

U kunt nu nog naar Koina, de meest oostelijke plaats, nou ja, de meest oostelijk gelegen bewoonde plek in Gambia. U bent nu écht overal op de zuidoever geweest. In Koina kunt u het nog treffen dat men u een tocht naar de watervallen in de rivier Gambia aanbiedt. Niet doen! Na een moeizame tocht bereikt u de grens met Senegal, op deze plaats gevormd door de rivier. Daar blijkt dat de watervallen op Senegalees grondgebied liggen. Zonder geldige papieren en zonder een Gambiaanse begeleider een avontuur dat af te raden valt.

N.B. Niet van alle afbeeldingen kon de rechthebbende worden achterhaald. Indien gewenst wordt de naam van de maker alsnog aan de afbeelding toegevoegd.

Bestemmingen in Het ‘Verre Oosten’

  • De weg terug

    Nabij Yarobawal
    Er is nu een aantal mogelijkheden om naar Banjul terug te keren. U moet in elk geval terug naar Fatoto. U kunt daar oversteken met het al genoemde veer en aan de...

Kaart van Het ‘Verre Oosten’