Serekunda

Serekunda makt
Serekunda markt

In de naam van veel plaatsen in Gambia komt het woord ‘kunda’ voor. Het betekent ‘het huis van’, ‘de plaats van’ of ‘de stad van’. Serekunda staat ook bekend als Serakunda, Serrekunda of Sera Kunda. Dat is wel eens verwarrend, vooral omdat waarschijnlijk meer dan de helft van alle plaatsen, dorpen en compounds in Gambia ‘kunda’ in de naam heeft. Officieel moet het echter Serekunda zijn, het huis van de Serer.

Serekunda is overigens niet de enige plaats die onder méér namen bekend staat. Het is het logische gevolg van het feit dat in Gambia tientallen talen en dialecten gesproken worden. Een verbastering (of verbetering?) is dan snel gemaakt.

Komend vanuit de richting Banjul passeert u het industriegebied van Kanifing en komt u vervolgens op Westfield, het belangrijkste verkeersknooppunt van Serekunda. Ook Kairaba Avenue eindigt hier. U kunt (gerekend van Banjul links aanhoudend bijna rechtdoor of vanuit Bakau via de tweede afslag naar rechts) de Kombo Sillah Drive op, een geasfalteerde vierbaansweg die door iedereen gezien wordt als de hoofdweg van Serekunda. Goed verlicht (vooropgesteld dat er elektriciteit is) en, in principe, vierbaans. Stoppen en parkeren wordt echter door iedereen gedaan, de bushtaxi’s gaan er levensgevaarlijk tussendoor en er zijn diverse stoplichten.

De weg voert naar Abuko, Lamin, de nationale luchthaven bij Yundum en vervolgens naar Brikama. Gaat u op Westfield schuin naar rechts rechtdoor of neemt u aan het einde van de Kairaba Avenue de eerste afslag dan rijdt u via de buitengewoon slechte Sayerrjobe Avenue naar de centrale markt van Serekunda.

Als u niet bedreven bent in het ontwijken van voetgangers, kuilen, kruiwagens, vee, ezelwagens en andere voertuigen die van alle kanten op u af schijnen te komen, moet u hier niet met de auto heen, zéker niet in de regentijd. Voor een paar dalasis wordt u er gebracht.

Serekunda is, gemeten naar inwoneraantal, de grootste plaats van Gambia. Er wonen ruim 370.000 mensen. Vergeleken met Banjul, de hoofdstad en tweede in de rangorde van grote steden met naar schatting ongeveer 70.000 inwoners, een behoorlijke uitschieter. Dat heeft zijn oorzaken. De belangrijkste ervan is dat het een samenvoeging is van wat oorspronkelijk 15 tot 20 kleine plaatsen waren. Serekunda ligt mooi centraal ten opzichte van Banjul, Bakau en Sukuta, het heeft in vele opzichten een streekfunctie en er is nogal wat lichte industrie. Het is vooral van belang dat het uitstekend via verharde wegen bereikbaar is.

Aan de rand van de stad vindt u de Christ’s Church. Dit is eigenlijk geen echte kerk, maar een barak. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier kerkdiensten voor militairen gehouden. U komt dit soort ‘barak-kerken’ op meer plaatsen tegen, o.a. in Bakau.

De al even genoemde centrale markt van Serekunda is, net als vele andere inlandse markten, een bezoek meer dan waard. Een bonte mengelmoes van geuren en kleuren, een drukte van belang en u kunt er letterlijk van alles kopen. Van televisietoestellen tot Spaanse pepers, van afwasteilen tot houtsnijwerk. Wilt u een kostuum op maat? Geen probleem! Een bontjas of wasknijpers, het maakt allemaal niet uit, het is er te koop. De drukte van de markt schrikt waarschijnlijk veel westerlingen af.

Er is tegenwoordig een georganiseerde excursie heen maar u zult er weinig blanken ontmoeten. Als u op eigen gelegenheid gaat en zich wat onzeker voelt, ga dan met een inlandse begeleider. Voor een paar euro per uur loopt de taxichauffeur die u bracht met u mee en is meteen uw terugreis geregeld. Let echter op met filmen en fotograferen, lang niet iedereen is hiervan gediend. Als u het vooraf even regelt (handig, zo’n inlandse begeleider) is iedereen blij en gelukkig. De markt dus beslist niet overslaan, een wandeling tussen de door elkaar krioelende Gambianen is een onvergetelijke belevenis. Ga niet in zwem- of eventueel aanstoot gevende kleding en pas op voor zakkenrollers.

Ook in de iets minder centraal gelegen wijken Talinding en Latrikunda (bereikbaar via de Kombo Sillah Drive) zijn markten die leuk zijn om te bezoeken Het is bijna overal druk op straat en let vooral eens op de kruiers. Ze staan met tientallen op een vrachtje te wachten en u kunt het woord ‘kruier’ met een gerust hart letterlijk nemen, het transport gebeurt met behulp van een kruiwagen.

In de straat naar de markt is van alles te beleven en u valt van de ene verbazing in de andere. Kijk eens wat men allemaal in, aan en op auto’s, busjes en motoren vervoert. Als u wilt oversteken doe dat dan in de buurt van een politieagent die daar het verkeer regelt. Hij zet, als u hem duidelijk maakt dat u naar de overkant wilt en hij heeft z’n dag, alle verkeer stil! Een andere mogelijkheid is (maar daar moet je even gevoel voor krijgen) zélf je hand opsteken en gáán.

Aan de rand van de stad, in de industriewijk Kanifing, ziet u allerlei kleine fabriekjes en werkplaatsen. Daar worden voornamelijk verpakkings- en assemblagewerkzaamheden verricht. Er zijn maar een paar fabrieken van enige omvang. Zo wordt in Serekunda Julbrew, het lokale bier (na een uurtje wandelen door een stoffige straat in de zon een delicatesse voor de gemiddelde vakantieganger), gebrouwen en ook de fabriek van Guinness bevindt zich in Serekunda.

Het busstation van Serekunda bevindt zich bij Westfield en heeft meer dan een streekfunctie. U kunt er in alle richtingen vertrekken, niet alleen diep Gambia in tot aan Fatoto, maar ook naar Senegal. Verder vindt u in Serekunda, net achter de centrale markt het grootste bushtaxi depot in Gambia. Voor enkele dalasis brengt men u naar Banjul, Bakau, Sukuta of Brikama. De bushtaxi’s naar Kotu en Kololi vertrekken niet vanuit het centrum, maar ergens aan het einde van de Sayerrjobe Avenue voorbij de kruising met de Mosque Road (óók leuk om een stukje op te wandelen.

Als u over eigen vervoer beschikt dan kunt u uw reis vanuit Serekunda onderbreken om eerst het westelijke gedeelte en de kust te bezoeken. Laat u de kuststrook liever ongezien om er een apart bezoek aan te brengen, dan vervolgt u uw tocht naar Brikama.

Als u liever omrijdt via de kust om later weer de draad landinwaarts op te pakken, dan rijdt u via de Kairaba Avenue tot aan de stoplichten bij de Bertil Harding Highway en gaat daar linksaf naar Kotu en Kololi. U houdt deze weg aan in de richting van het vliegveld en gaat bij de rotonde rechtsaf naar Brufut, Gunjur en Sanyang.

U kunt ook de streek rond Serekunda op een later tijdstip bezoeken en rechtstreeks het binnenland ingaan. Dan rijdt u via dezelfde weg in de richting van het vliegveld, op de rotonde rechtdoor. Aan het einde van de weg gaat u rechtsaf in de richting van Brikama en u houdt daarna gewoon de geasfalteerde weg aan. Kan niet missen, er is maar één doorgaande weg in zuidelijk Gambia.

Kaart van Serekunda