Gran Canaria

Swipe

Drie vegetatiezones

De bevoorrechte ligging en grote hoogteverschillen van Gran Canaria bezorgen het eiland een grote natuurlijke rijkdom met verschillende microklimaten.

Van laag naar hoog zijn drie vegetatiezones te onderscheiden. In de eerste zone tot circa 900 meter komen veel cactussen voor, in gezelschap van dadelpalmen, yucca-achtigen, aloë’s en andere planten die goed tegen de droogte bestand zijn. Aan de kust leven zoutminnende soorten zoals zeelavendel, zeevenkel en zeedruif. In de vochtige delen van het eiland vormt deze zone een vruchtbare biotoop voor bananenplantages en amandel- en citrusbomen. Ook tabak, koffie en suiker worden er verbouwd op geïrrigeerde velden.

Hogerop volgt de bomenzone met grote gebieden waar de eucalyptus, jeneverbes maar vooral Canarische dennenbomen zich thuis voelen. Deze torenhoge naaldbomen kunnen op de steilste klifwanden overleven, houden lang stand bij bosbranden en leveren duurzaam hout. Aan de takken hangen bosjes met naalden van wel 30 cm lang. In het noorden van het eiland ligt ook een klein laurasilvabos, Los Tiles de Moya. Laurasilvabossen bedekten lang geleden grote delen van mediterraan Europa en Noord-Afrika maar zijn nu bijna overal verdwenen. Een uniek stukje natuur dus. Wilde laurierbomen, hulst, varens en boomheide profiteren er volop van de vochtige, schaduwrijke omgeving.

Tot slot maken de bomen in de alpine zone (boven de 1800 meter) plaats voor mossen en dwergstruiken.

10 prachtige bestemmingen in Gran Canaria