Chichicastenango

De San Tomás kerk in Chichicastenango
De San Tomás kerk in Chichicastenango

De naam Chichicastenango betekent ‘plaats van de brandende bladeren’ en deze naam werd aan de plaats gegeven door de Azteekse hulptroepen van Alvarado vanwege een veel voorkomende soort brandnetel, de Chichicaste. De Indianen noemen de plaats Chuvilá. Chichicastenango ligt op ruim 2000 m hoogte op een terras in het departement El Quiché. In het dorp zelf wonen voornamelijk ladinos die hier winkels en hotels hebben of gemeenteambtenaren zijn. Men spreekt hier Quiché en Spaans.

Santo Tomás Chichicastenango is een magische plaats, omdat hier de traditionele religieuze gewoontes van de Indiaanse bevolking nog zichtbaar zijn. Deze gewoontes hebben te maken met de grote markten op donderdag en zondag, waar handelaars en bezoekers uit het hele land naartoe komen. Vroeger kon dit plaatsje alleen lopend bereikt worden en sjouwden de inheemse kooplieden al hun handelswaar op de rug mee. Nu komen ze vaak met de bus die aan de oostkant van de plaza stopt. Toch zie je ‘s morgens heel vroeg nog Indianen met hun waren op de rug vanuit de nabije omgeving naar het centrum lopen. Hoewel een groot gedeelte van de markt in beslag wordt genomen door goederen voor toeristen is deze nog steeds interessant. Ook vanwege de religieuze rituelen en de prachtige omgeving is Chichicastenango een bezoek waard.

Voordat de Quichés zich hier vestigden, bewoonden de Cakchiquels deze plaats. Hun hoofdstad Chaviar lag vlak bij de hoofdstad van de Quichés, Cumarcaj, die door de Spanjaarden Utatlán werd genoemd. Toen deze volkeren slaags raakten, verplaatsten de Cakchiquels hun hoofdstad naar Iximché. Nadat Utatlán in 1524 door de Spanjaarden verwoest was, vluchtten de Quichés naar deze plaats, die (nu nog steeds) Siguan Tinamit genoemd wordt, wat ‘stad tussen de cañons’ betekent.

Op een marktdag moet je enige moeite doen om het traditionele karakter van Chichicastenango te ontdekken. Tegen 11 uur wordt het stadje overspoeld door busladingen toeristen. Als je echter ‘s morgens vroeg om 7 uur gaat kijken bij de voorbereidingen van de markt en de ochtendmist in de straatjes hangt, dan proef je de echte sfeer van dit magische stadje.

De meeste Maxeños, de inwoners van Chichicastenango, houden zich nog steeds aan hun traditionele gewoontes. Het woord ‘Masheño’ is een verbastering van Santo Tomás, de patroonheilige van de stad. Er is sprake van een tweeledig bestuur in Chichicastenango. Het ladino-bestuur bestaat uit een burgemeester (alcalde) en een gemeenteraad (consejeros) die elke vier jaar door de hele bevolking gekozen worden. Zij vertegenwoordigen het officiële bestuur van de stad. Hun kantoor bevindt zich aan de oostkant van de plaza in het gemeentehuis. Het Indiaanse bestuur, de Municipalidad Indígena, bestaat uit een eerste en tweede burgemeester en 8 raadsleden die één jaar de gemeenschap dienen en niet betaald worden. Het gaat hier om zaken die alleen de Indiaanse gemeenschap aangaan. Voor de Indianen is dit de wettelijke autoriteit in de stad. Op oudejaarsnacht vindt een uitgebreide inwijdingsceremonie rond middernacht plaats. Dit bestuur zetelt aan de zuidzijde van het gemeentehuis en is te allen tijde beschikbaar voor de gemeenschap.

De religieuze organisaties bestaan uit cofradías, groepen van mannen die zorgdragen voor een bepaalde heilige. De taken in de cofradía worden afgewisseld met diensten voor het bestuur. Het systeem van de cofradías is ontstaan in Spanje in de 16e eeuw en vormde een onderdeel van het middeleeuwse systeem van broederschappen. De Spaanse monniken brachten dit systeem in de eerste helft van de 16e eeuw in de praktijk. Zij probeerden de bevolking te bekeren tot het katholieke geloof en zij dachten dat de oude godsdienst vanzelf zou verdwijnen. Niets bleek minder waar, de oude rituelen werden met de nieuwe godsdienst vermengd en zo ontstond hetgeen nu ‘la costumbre’ wordt genoemd. In deze tijden van verandering was de cofradía een instituut dat stabiliteit vertegenwoordigde voor de bevolking. De cofradía had sociale prestige en macht binnen de gemeenschap. De cofradías kwamen de Spaanse priesters ook van pas, omdat ze een tiend (1/10 van de inkomsten) af moesten staan voor het onderhoud van de lokale kerk.

Van 1930 tot 1932 waren er 14 cofradías in Chichicastenango; het zijn er vanaf 1985 acht: Padre Eterno (Heilige Vader), Santo Tomás, San José, San Sebastián, El Sacramento, Virgen del Rosario, San Miguel en Jesús Nazareno. De patroonheilige van Chichicastenango is Santo Tomás en zijn cofradía is dan ook de belangrijkste. De alcalde, het hoofd van de cofradía, bewaart de heilige in zijn huis. Op de naamdag van de heilige wordt het beeld in de processie meegedragen en na afloop in het huis van de nieuwe alcalde geplaatst. Alle cofradías nemen deel aan alle religieuze feesten en de heiligenbeelden worden in ieder processie meegedragen. De leden van een cofradía zijn te herkennen aan hun traditionele kostuums en zij dragen een vara, een staf die aan het uiteinde een zilveren zon heeft. Twee instrumenten begeleiden steevast een processie; dit zijn de chirimia (een soort hobo) en de tun (trommel). Tijdens de processie wordt er regelmatig gestopt waarbij er vuurpijlen afgeschoten worden.

Behalve het organiseren van en het aanwezig zijn bij de processies, komen de cofradías regelmatig bijeen. Hun gastheer is de alcalde die de maaltijden en de drank dient te verzorgen. Deze functie kost veel tijd en geld, zodat de alcalde vaak moet lenen om zijn positie te bekostigen. De uitgaven zijn vooral in fiestatijd hoog want dan wordt de heilige uitgedost en wordt er door de leden van de cofradía stevig gedronken.

In het religieuze leven spelen de cofradías en de chuchkajaus (inheemse medicijnmannen) de hoofdrollen, waarbij de laatsten trouwplechtigheden en begrafenissen voor hun rekening nemen, terwijl doopplechtigheden plaatsvinden in de kerk. Je ziet ze op de trappen van de Santo Tomás-kerk regelmatig met hun blikken met wierook zwaaien om aan de goden toegang te vragen. De chuchkajaus (in ‘t Spaans ‘brujos’) zijn een soort sjamanen die het contact tot stand brengen tussen de goden en de mensen. Via diverse rituelen roepen de mensen de hulp in van de heilige of een god om op die manier hun lot te beïnvloeden. Tevens kunnen de chuchkajaus uit kristallen en zaden of bonen de toekomst lezen. Zij houden hun ceremonies bij de mensen thuis, in de kerk en bij stenen afgodsbeelden in de omgeving. De offers bij een ceremonie bestaan meestal uit kaarsen, bloemen en sterke drank en als het ritueel buiten plaatsvindt wordt ook vaak een kip geofferd.

Door het moderne leven verdwijnen sommige traditionele elementen ondanks het hechte religieuze gemeenschapsleven in Chichicastenango. De traditionele kleding van de mannen wordt bijvoorbeeld steeds minder gedragen. Dit kostuum bestaat uit een zwart wollen jasje versierd met rode en oranje geborduurde motieven dat gedragen wordt boven een wollen broek met open naden vanaf de dij, een rode sjerp en een rode tzut (sjaal) om het hoofd. In het begin van de 20e eeuw droegen de mannen geen hemd onder hun jasjes en lieten ze trots hun navel zien. Deze gewoonte leverde hun de bijnaam Tzotsoj Muxux (in ‘t Quiché) oftewel ‘Ombligo frío’ (koude navel) op.

De huipil van Chichicastenango wordt in het Quiché ‘pot’ genoemd. Er zijn twee soorten huipiles: één voor het dagelijks gebruik en één voor feestdagen. Deze laatste heeft andere versieringen en mag niet opgerold op de heup gedragen worden. Het borduurwerk heeft de vorm van een kruis met de zon in het midden. De blanke stof vormt de ondergrond van het borduurwerk.

De dagelijkse huipil is helemaal bedekt met geometrische dessins of de modernere grote bloemmotieven. Rond de hals is borduurwerk aangebracht in de vorm van scherpe punten die lijken op zonnestralen. De gestreepte blauwe stof van de rok is op een trapgetouw geweven en in het midden van deze lap stof loopt een horizontale en verticale geborduurde band. Een mooi geweven faja (ceintuur) houdt de rok op zijn plaats. Op het hoofd wordt een gevouwen tzut gedragen waarop manden en kruiken in perfect evenwicht vervoerd worden.

De markt

Deze wordt gehouden op donderdag en zondag en hier komen de meeste bezoekers op af. De zondagmarkt is iets uitgebreider. De meeste toeristen arriveren tussen 10 en 11 uur met touringcars en de markt raakt dan overvol. Er worden vele producten verkocht zoals nieuwe en tweedehands huipiles uit Chichicastenango, ceintuurs en riemen, uit hout gesneden en beschilderde kistjes, keramiek, houten maskers en beelden. Ambachtelijke producten uit het gehele hoogland worden hier voor de toeristen naartoe gehaald, zodat het aanbod groot is. Toch zijn de vraagprijzen vrij hoog en dien je hard te onderhandelen. Je moet ongeveer op de helft of tweederde van de prijs zien uit te komen. De dag vóór de markt en op de marktdag zelf aan het einde van de middag, zijn de prijzen lager. Als je vroeg komt, zie je vele Indianen die met een mecapal (hoofdband) of cacaxte (houten draagstel) zware vrachten torsen. Op de plaza krioelt het in de late morgen van verkopers, inheemsen die inkopen doen en toeristen die onderhandelen over eventuele aankopen. In de achterafstraatjes wordt een levendige handel in tweedehands textiel gedreven; hier kun je echte koopjes halen! Daar zijn weinig of geen toeristen en de sfeer is er authentieker. De groentemarkt is tegenwoordig in een nieuw, modern gebouw aan de plaza gevestigd. Het is er veel minder sfeervol dan vroeger in de zijstraatjes. In al de bedrijvigheid van de marktdag is het moeilijk het echte stadje te ontdekken, daarvoor moet je een dag eerder komen en/of een dag langer blijven. Na afloop van de markt heerst er een vrolijke sfeer omdat de omzet meestal goed is.

Bezienswaardigheden in Chichicastenango

  • Bezienswaardigheden

    Maya-heiligdom Pascual Abaj
    De Santo Tomás-kerk werd in de koloniale periode rond 1540 gebouwd aan de oostkant van de plaza. De witte façade domineert het marktplein. De kerk heeft van 1976...

Kaart van Chichicastenango