Het Hoge noorden

De hoofdweg loopt ten noorden van de kruising met de weg naar Todos Santos verder door een landschappelijk aantrekkelijk, maar afgelegen gebied. De weg, die geasfalteerd is tot Soloma, klimt en kronkelt door een alpine-achtig landschap met kuddes schapen. Daarna passeer je rotsachtig weidegebied met grote maguey-planten en dan kom je terecht te midden van de nevelige naaldwouden in de hogere gedeelten van de Cuchumatanes-bergen. Vervolgens daal je af naar wat meer golvend terrein, hoewel je nog steeds omringd wordt door indrukwekkende bergtoppen. Hier wonen weinig mensen.

In dit gebied leeft het Chuj-volk verspreid op hoogtes die variëren van 2600 tot 3000 m hoogte bij de Mexicaanse grens. De hoogste berg, Bobi, toornt overal bovenuit. In dit gebied waren vier zoutwaterbronnen waarbij het Chuj-volk zich vestigde en het zout eeuwenlang bewerkte. Zo werd menselijk leven in dit afgelegen gebied mogelijk. Er ontstonden kleine verspreide nederzettingen. Aan de weg liggen de dorpen San Juan Ixcoy, Soloma, Santa Eulalia en San Mateo Ixtatán. Ten slotte bereik je Barillas, het eindpunt van de weg. Met de bus duurt het een hele dag en word je behoorlijk door elkaar geschud.