Het zuiden

Het zuiden ligt dicht genoeg bij Reykjavík om interessante dagexcursies te kunnen bieden. Bovendien is het een combinatie van natuurlijke schoonheid, historische plaatsen en actieve mogelijkheden, die het waard zijn om nader te onderzoeken. De streek bezit enkele van IJslands adembenemendste natuurlandschappen en overal zijn watervallen, geothermische velden en lavavelden te vinden.

 

Landschap

Het zuidoosten heeft een vlakke kustlijn, soms met lagunes. De bergen rijzen op en verdwijnen dan weer onder de ijskap van de Vatnajökull, de grootste Europese gletsjer met een oppervlakte van 8000 km2. Het rijke grasland en de bossen botsen op dramatische wijze aan de ene kant met het ruige en doorgroefde terrein, aan de andere kant met de watervallen, en telkens weer met de alom opdoemende Vatnajökull.

 

Uitgestrekte spoelzandvlaktes en lavavelden, IJslands kleinste turfkerkje, immense gletsjertongen en het fabelachtig mooie ijsbergenmeer Jökulsárlón zijn slechts enkele van de bezienswaardigheden, die u zult tegenkomen. De immense spoelzandvlaktes worden gedomineerd door de Vatnajökull. Naast deze machtige gletsjer, zijn hier ook de kleinere Eyjafjallajökull en Myrdalsjökull te vinden.

 

De voornaamste vaste gesteentes zijn hyaliet en basalt (N.B.: IJslands grootste ryolietzone ligt bij de Torfajökull in de binnenlan-den). Langs de ringweg ten oosten van de Markarfljót steken de steile rotswanden van de Eyjafjöll hoog uit boven de omgeving, met op de top de Eyjafjallajökull gletsjer. Nog verder naar het oosten rijzen een paar steile rotsen en voorgebergtes op uit de zandvlaktes, zoals Pétursey, de vogelrots Dyrhólaey, Hafursey en Hjörleifshöfdi.

 

Een enorm aantal rivieren stroomt door heel Zuid-IJsland. De grootste daarvan zijn afkomstig van gletsjers en sommige rivieren vormen de meest duivelse obstakels, die de IJslanders al eeuwenlang het hoofd moeten bieden. In de hooglanden is een groot aantal meren, de meeste zijn klein. Een daarvan, Thórisvatn, is daarentegen een van IJslands grootste meren en dient tegenwoordig als reservoir voor de waterkrachtcentrales in de stroomgebieden van de Thjórsá en Tungnaá. Ook het noemen waard zijn de meren van Veidivötn, Langisjór en Graenalón, die ieder een met ijsbergen gevulde lagune zijn aan de zuidwestelijke kant van de Vatnajökull.

 

Bezienswaardigheden

Het zuiden beroemt zich op de aanwezigheid van de berg Hekla, een nog immer zeer actieve vulkaan, die in de middeleeuwen als de ingang van de hel werd gezien. De nogal vage grens met het binnenland doorkruist het majestueuze landschap van het Skaftafell National Park, waarschijnlijk de populairste bestemming voor de IJslanders zelf. De lagune Jökulsárlón, gevuld met van de Vatnajökull afkalvende ijsbergen, is populair om zijn boottochtjes.

 

EldgjáOok de 40 km lange vuurkloof Eldgjá behoort tot deze sprookjesachtige bergwereld. In het zuiden zijn ook de vruchtbaarste landbouwgebieden. De bekendste watervallen zijn Seljalandsfoss, Skógafoss en Systrafoss. Iets ten westen van Kirkjubaejarklaustur ligt het ravijn Fjadrárgljúfur, waar u schilderachtige littekens van watererosie kunt zien. Bij het dorp zelf ligt het interessante Kirkjugólf, een op een geplaveide vloer lijkende formatie basaltkolommen.

 

Verder naar het oosten liggen de kliffen van Dverghamrar. Het Thórsmörk National Park, een door de gletsjers Eyjafjallajökull en Myrdalsjökull beschutte vallei, is een van de populairste kampeerplaatsen op IJsland, omgeven door met berken beklede heuvels en beekjes. De wind en golven hebben de rotsen hun prachtige vormen gegeven, waarbij de vogelrots Dyrhólaey de meest spectaculaire vorm heeft. Duizenden vogels storten zich hier onder luid gekrijs naar beneden, een fascinerend gezicht.

 

Wandelen

Het mooiste en meest veelzijdige wandelgebied van IJsland ligt ontegenzeglijk in het zuiden. Iedere dag is het landschap weer anders. De zwoegende wandelaar wordt getrakteerd op pruttelende modderpotjes, onvoorstelbaar mooie watervallen, explosiekraters, kolkende gletsjerrivieren en nog veel meer moois. Een beklimming van de ‘blauwe berg’ in Landmannalaugar wordt beloond met schitterende panorama’s naar alle zijden: lavavelden, meanderende rivieren en rondom ons geel, bruin, rood, groen en grijsblauw gekleurde ryolietbergen.

Thórsmörk en Skaftafell zijn twee wandelgebieden bij uitstek. Beide met veel bomen, een uitbundige flora en toch totaal verschillend.

 

Economie

De havenvoorzieningen zijn erg slecht en u vindt hier dan ook eigenlijk geen vissersdorpjes, ondanks het bezit van de allerbeste visgronden van IJsland, direct aan de kust van Zuid-IJsland. Vroeger werden de oevers van lagunes en de trechtermondingen van rivieren gebruikt als haven en losplaats voor vissersboten, maar tegenwoordig is geen van deze plaatsen nog geschikt om als havenplaats in aanmerking te komen.

 

Het hoofdberoep in dit deel van IJsland is de schapen- en veeteelt, terwijl het ook een van IJslands belangrijkste fokgebieden van paarden is. Het zuiden zorgt eveneens voor een groot deel van IJslands beste landbouwcondities. Het verbouwen van graan, waar men tegen het eind van de middeleeuwen totaal mee was opgehouden vanwege het harde klimaat, werd een aantal decennia geleden weer aangemoedigd, zij het op beperkte schaal.

 

In het zuiden hebben zich slechts een paar kleine steden ontwikkeld, waarvan Vík de oudste is. Deze steden dienen als handelscentra en als dienstverlening ten behoeve van de omliggende boerengemeenschappen, terwijl ook het toerisme een toenemende rol in hun economie inneemt.

 

Vulkanisme

Dwars door IJsland loopt een vulkanisch actieve zone waardoor er een aanzienlijke hoeveelheid vulkanisme te vinden is, wat ook blijkt uit de grote lavavelden en geothermische bronnen. Thjórsárhraun ontstond door een vulkaan uit het Veidivötn-gebied. Ook waard om te vertellen is het obsidiaanveld van Hrafntinnuhraun, een voor IJsland buitengewoon zeldzaam verschijnsel.

 

HeklaDe beruchte Hekla is waarschijnlijk de meest bekende vulkaan op IJsland. Deze belangrijke vulkaan heeft ongeveer 20 uitbarstingen gehad sinds de tijd dat IJsland bewoond werd. Andere met name te noemen vulkanen zijn de caldera van de Tindfjallajökull, de Eyjafjallajökull, een van IJslands actieve stratovulkanen, de explosiekraters van Valagjá en de Veidivötn-spleet, met zijn grote aantal met water gevulde kratermeren, waarvan er vele vol zitten met (berg-)forel. De schilderachtige explosiekraters van Hnausapollur en Ljótipollur liggen aan het zuidelijke uiteinde van het uitbarstingsgevoelige Veidivötnstelsel.

 

Rond Torfajökull ligt een van de krachtigste hogetemperatuurvelden van het land, maar ook de populaire, natuurlijke bezienswaardigheid Landmannalaugar met zijn hete bronnen en kleurrijke landschap. De vulkaan Katla ligt onder de gletsjer Myrdalsjökull en is in de geschiedenis van IJsland ongeveer 20 keer uitgebarsten. Door gletsjerdoorbraken zijn de grote spoelzandvlaktes in Zuid-IJsland, zoals de Myrdalssandur, ontstaan. Oude plaatsnamen en historische verslagen geven aan dat vroeger de zuidelijke kustlijn veel verder landinwaarts lag en oude nederzettingen liggen begraven onder deze Myrdalssandur.

 

De Eldgjá, een van ’s werelds grootste uitbarstingsgevoelige spleten, zo’n 40 km in lengte, strekt zich uit naar het noordoosten van de Myrdalsjökull. Hij barstte in 934 uit en stuwde een lavastroom helemaal tot aan de kust. Iets oostelijker ligt de Lakagígar-spleet, een 35 km lange rij met ongeveer 100 kraters. Hier bracht in 1783 een uitbarsting een van de ergste natuurrampen uit de geschiedenis van IJsland teweeg. De lavastroom was de grootste die ooit gesignaleerd was en overdekte een gebied van 565 km2 met een geschatte inhoud van maar liefst 12 km3.

 

Flora en fauna

De plantenwereld in de lagere gebieden wordt gekarakteriseerd door natte weilanden en moerassen. Er moet met nadruk gezegd worden dat het cultiveren van weiland tezamen met uitgebreide drainage van de moerassen dramatische gevolgen had voor de vorming van de plantenwereld, en de meer naar het binnenland liggende bodem is ook enorm beïnvloed door erosie. De schade kan zowel worden toegeschreven aan eeuwenlange overexploitatie als aan de uitbarstingen van de Hekla.

 

Verder naar het oosten domineren lavavelden en zandvlaktes het laagland. Het ontginnen van geërodeerde gebieden is erg moeilijk op IJsland en er ligt een enorme taak om het landschap te herstellen. In Galtalaekjarskógur, Thórsmörk en Núpsstadarskógar staan nog enige van de verspreide restanten van de oorspronkelijke berkenbossen, welke naar verluidt een kwart van de totale oppervlakte van het land hebben bedekt op het moment dat de eerste kolonisten zich op IJsland kwamen vestigen.

 

Geschiedkundige plaatsen

Veel plaatsen zijn bekend vanwege hun geschiedkundig belang. Vanaf het westen komt men allereerst de predikantsplaats Oddi tegen, die in de middeleeuwen een bekende wetenschapsplaats was en de thuishaven van enige van de krachtigste hoofdmannen uit de 12e en 13e eeuw.

 

Veel plaatsnamen, zoals Hlídarendi, Bergthórshvoll en Thingskálar zijn bekend bij de lezers van de klassieke Njáls Saga, dat waarschijnlijk het meest bekende verhaal is van alle IJslandse familiesaga’s. Delen van de oude boerderij in Keldur dateren uit de middeleeuwen, en is daarmee het oudste nog aanwezige gebouw in het land. In Stóra-Borg zijn onlangs de resten van een middeleeuwse boerderij opgegraven.

 

NúpsstadurHet voorgebergte van Hjörleifshöfdi wordt in het Landnámabok genoemd, een middeleeuws literair werkstuk, waarin de kolonisatie van IJsland beschreven staat. Volgens diezelfde bronnen werd Kirkjubaejarklaustur gesticht door christenen, die uit Ierland kwamen en een paar plaatsnamen in de omgeving zijn verwant aan het klooster uit die katholieke tijd. En ten slotte staat er een 16e-eeuws kapelletje in Núpsstadur, een van de weinige nog bewaard gebleven turfkerkjes in het land. Meer landinwaarts vindt u de oude bisschopszetel en kathedraal van Skálholt en de gereconstrueerde boerderij Stöng uit de sagatijd.