Sicilië en de mafia

De mafia
De mafia, ©Giangiuguaro

Sicilië is Italië in het kwadraat. De Italiaanse neiging tot theater en spektakel wordt er verhevigd en overladen. Er is nergens in Italië zoveel barok als aan de kerken en palazzi van Ragusa, Noto en Syracuse.

Terwijl Italianen de wetten af en toe ontduiken, schijnen veel Sicilianen ze totaal te negeren. Ieders persoonlijke status wordt bepaald door de indruk die hij kan maken of de vrees die hij kan inboezemen. Intimidatie, zo nodig met geweld, is de methode van de Mafia. Het begrip ‘mafia’ is een levensopvatting, een morele code, die bij alle Sicilianen bestaat. Ze weten, dat ze elkaar altijd moeten bijstaan en gezamenlijke tegenstanders bestrijden. Ze moeten hun waardigheid verdedigen en beledigingen wreken, geheimen bewaren en oppassen voor autoriteiten en wetten. Zo gezien heeft het begrip mafia betrekking op iedere Siciliaan met eigenwaarde en trots.

Mafia in een andere betekenis is de wereldbekende criminele organisatie, die vooral westelijk Sicilië beheerst. Het is geen straf georganiseerde eenheid, maar een heterogeen verband van kleine groepen met lokale leiders. De bevolking moet zien op goede voet te blijven met de mafia, die geaccepteerd wordt als een vanzelfsprekendheid. De relatie tussen de mafia en haar slachtoffers is niet alleen de afgeperste geldelijke bijdrage. Soms moet men andere eisen inwilligen: een baan voor een ex-veroordeelde, een lening aan een dubieuze klant, het verbergen van onbekenden of het ‘vergeten’ iets gezien te hebben. Politici, die stemmen willen hebben voor hun (her)verkiezing wenden zich tot de mafia, die daar dan voor kan zorgen. In ruil voor zo’n dienst moet de politicus dan een tegendienst leveren: openbare werken gunnen aan dubieuze aannemers of banen geven aan onbekwame personen. Het kwaad wortelt zodoende diep in de geschiedenis en in het dagelijks leven.

Tegenover vreemden gebruiken Sicilianen eufemismen als ‘onorata società’ of ‘gli amici degli amici’.

Vroeger organiseerden landeigenaars kleine privé-legers om hun familie en bezit te verdedigen tegen rovers. De rechtspraak was primitief: op de kleinste vergrijpen stond de doodstraf. Feitelijk was het de voortzetting van het Noormannenrecht uit de 11e eeuw, zoals het ook nog levend gehouden wordt in het ‘teatro dei pupi’, waar met ijzeren poppen de heldendaden van de ridders uit de tijd van Karel de Grote worden verbeeld.

Er zijn nog traditionele mafiosi, die volhouden dat zij de enige macht vormen tegenover de anarchie. Voor de buitenwereld gedragen de mafialeiders zich als goede vaders, echtgenoten en zonen en als betrouwbare vrienden. Zij geven veel aan de kerk en de armen. Er bestaat een speciale mafia voor de citrusteelt, voor de veeteelt, voor de drinkwatervoorziening, voor de bouw en voor groot- en kleinhandel. Zij beschermen de betrokkenen tegen de staat en tegen concurrenten. Zij bemoeien zich met de prijzen en met de contracten. Vaak zijn de leiders gerespecteerde burgers, advocaten, doktoren of landbezitters. Ze zijn politiek conservatief en gebruiken eerder diplomatie dan geweld. Sommige families behoren sinds lange tijd tot de ‘società degli amici’, waarbij de macht van vader op zoon overgaat. Hun kracht lag vooral in het aantal en de doortastendheid van hun mannelijke leden, maar later vooral in het aantal nuttige contacten in de maatschappij (netwerken).

Een aantal machtige families in een district gaat soms een samenwerking aan, een ‘cosca’ (=artisjok). Elke cosca heeft haar eigen territorium. Als het tot een conflict tussen cosche komt, gaat dat in de vorm van een vendetta of bloedwraak, waarbij de ene moord door de volgende gewroken wordt, hetgeen vele jaren kan voortgaan. Verschillende cosche vormen op hun beurt soms een alliantie, de ‘consorteria’. De consorterie tesamen vormen wat genoemd wordt de ‘onorata società Cosa Nostra’, een soepele en vlottende organisatie met een vage begrenzing, die zelden als eenheid optreedt.

Legendarisch was de grote mafiabaas Don Vito Cascio Ferro. Die organiseerde de mafia als een gedisciplineerde organisatie, waarbinnen ieder zijn plaats kende. Hij genoot enorm respect, zelfs toen hij uiteindelijk, in 1926, gearresteerd was. Toen leidde hij zijn genootschap vanuit zijn cel; zijn gezag was onaangetast.

Een waardig opvolger van Don Vito in de jaren ’40 en ’50 was Don Carlo Vizzini. Diens begrafenis in 1954 was vorstelijk. Op een lint werd hij genoemd een ‘galantuomo’, dus een fatsoenlijk mens en een man van zijn woord. Tot zijn familieleden behoorden bisschoppen en priesters. Hij hield spreekuur op het plein vóór zijn huis en genoot groot respect. De Amerikanen benoemden hem in 1943 tot burgemeester en gaven hem alle ruimte om zijn organisatie uit te bouwen. De mafia was behoudend en steunde steeds de Christen-democratische partij. De communisten en de vakbonden werden als vijanden beschouwd.

In de opvatting van de bevolking is de mafia niet slechts een crimineel instituut, maar een primitieve vorm van justitie, na eeuwen van wanbestuur en onderdrukking door vreemde machten, als vervanging van het legale gezag. Vooralsnog kan de politie het leven van de burgers niet garanderen, de mafia wel. De praktijken worden in recente tijd grover, het gaat alleen nog om geld, te verdienen door middel van drugs, wapenhandel of prostitutie. Eindelijk is er in de jaren ’90 een zekere tegenbeweging op gang gekomen, doordat de ‘baas der bazen’ Toto Riini door verraad van zijn rivaal Bruscetta is gepakt. Men durft zich wat meer te weren tegen de macht van de mafia. Opvallend en tevoren nog niet vertoond was de massale betuiging van rouw bij de begrafenis van de vermoorde rechters, iets wat vroeger ondenkbaar was. Ook nieuw is het langdurige proces tegen Andreotti, de voornaamste politicus van Italië na de oorlog, die beschuldigd werd van banden met de mafia. Ook komt het nu voor, dat de middenstanders in bepaalde plaatsen zich aaneensluiten in hun weigering, zich nog langer te laten afpersen.

Italië wil mafiabazen aanpakken via hun kinderen

Het offensief tegen de mafia is een nieuwe fase ingegaan in Italië: de aanval op het hart van vrouw en kinderen. Geprobeerd wordt de gevangen ‘capo dei capi’ Totò Riina via zijn kinderen aan het praten te krijgen. (......) Een paar maanden geleden deed openbare aanklager Ilda Boccassini, die het onderzoek naar de moordaanslagen op Falcone en Borsellino heeft geleid en nu in Milaan meewerkt in het smeergeldonderzoek Schone Handen, een oproep aan Maria Concetta, Riina’s oudste dochter. Zij zou publiekelijk afstand moeten nemen van haar vader, als een voorbeeld voor jongeren om de mafiacultuur af te wijzen. ‘Is de dochter van Riina zich ervan bewust wie haar vader is, die elf keer tot levenslang is veroordeeld’, schreef Boccassini in een open brief in de Corriere della Sera. ‘Is ze zich ervan bewust wat Cosa Nostra is? Heeft ze zich gedistantieerd van de mafiacultuur?’

De brief is fel aangevallen. Moeten kinderen dan hun ouders verloochenen? En op grond waarvan is Maria Concetta schuldig of medeplichtig aan de misdaden van haar vader, zoals Boccassini suggereerde? Het antwoord van Maria Concetta kwam per kerend interview. ‘Waarvan zou ik me moeten distantiëren?’ zei zij tegen La Repubblica. ‘Van de genegenheid en de liefde die mijn vader me heeft gegeven vanaf het moment dat ik ben geboren? Ik geloof niet dat dat een goede boodschap zou zijn voor jongeren.’
Ze is alle aandacht meer dan beu. ‘Ik zou rond willen lopen met een bord om mijn nek waarop staat: niet storen alstublieft! Maar ik ben bang dat de achternaam die we dragen ons nooit met rust zal laten.’ Maria Concetta vertelde dat ze haar vader mist en hem opzoekt wanneer ze daar de kans voor heeft. ‘Ik moet lachen als ze hem aanduiden als de “baas der bazen van de Cosa Nostra”. Hij heeft ons geleerd nooit geweld te gebruiken en niet het minste gebrek aan respect te tonen voor onze naaste.’
Dat illustreert de dubbele moraal van de mafia. Andere mensen mogen haar vader afschilderen als een wrede en wraakzuchtige moordenaar, voor Maria Concetta blijft Totò Riina de voorbeeldige en tedere huisvader die ze kent van binnenskamers. Ook haar broer Giovanni beschrijft ze in die stijl. Iemand die op het land werkt en ’s avonds een simpele pizza gaat eten, als hij tenminste niet te moe is daarvoor. Moeder Ninetta voegt daar nog aan toe dat Giovanni CD’s verzamelt en bladen over auto’s en motoren. De affaire van vorig jaar, toen Giovanni in opspraak kwam wegens de verdwijning van een gedenkplaat voor Falcone en Borsellino, de mafiabestrijders die in 1992 zijn vermoord, mag volgens moeder en dochter niet meer worden opgerakeld. Hadden niet twee andere jongens uit Corleone zich ‘vrijwillig’ aangegeven om te vertellen dat zij de schuldigen waren? ‘Het is de klassieke mentaliteit van de grote crimineel’, zegt de socioloog Pino Arlacchi, de belangrijkste mafia-wetenschapper, over het beeld dat Riina en zijn oudste zoon in het gezin uitstralen. ‘Het zijn gespleten persoonlijkheden. Een moraal van solidariteit en genegenheid binnen het gezin en een moraal van wraak, onderdrukking en bloed daarbuiten.’

Officier van Justitie Boccassini heeft geen spijt van haar oproep aan Maria Concetta en ziet de arrestatie van Giovanni als een bewijs van haar gelijk. ‘Het is duidelijk en onvermijdelijk, dat de mafiose cultuur, de gebruiken, de rites, de gedragscodes van de familie uiteindelijk sterker zijn dan al het andere.’ In dit verband heeft een spijtoptant een oude anecdote opgehaald van toen Giovanni nog vijf jaar was en onder de arm van zijn vader meemocht naar een bespreking met andere mafiosi. Totò Riina gaf zijn zoontje een pistool in de hand en zei lachend: ‘Laat eens zien hoe goed je vinger het doet.’
(Uit NRC/Handelsblad 15-06-1996)