Sarawak

Kuching, Sarawak
Kuching, Sarawak, ©StormChase

Reeds honderden jaren voor Christus waren er contacten tussen de inwoners van Sarawak en het Chinese keizerrijk. Archeologen hebben de bewijzen in de bodem gevonden. Maar in de 15e eeuw, net voor de ontdekkingsreizen van de Europeanen, besloot de heerser van het rijk van het midden dat het zich volledig terug moest trekken in zichzelf. Vanaf de 15e tot de 19e eeuw heerste de sultan van Brunei nominaal over Sarawak. De Zuidoost-Aziatische regio en zijn natuurlijke rijkdommen werden ontdekt door de Portugezen, de Nederlanders en de Britten. Rond 1820 trok een aantal aristocraten uit Brunei naar Kuching. Zij wilden daar onder andere goud, gambir en andere bosproducten gaan verkopen. Sinds de oprichting van de vrijhaven van Singapore kwamen er namelijk met een zekere regelmaat handelaren naar het gebied.

Rond 1839 braken er conflicten uit. Niet alleen tussen de aristocraten onderling, maar gelijktijdig ontstonden er territoriale conflicten tussen een aantal stammen die in de buurt woonden. Voor de plaatselijke vertegenwoordiger van de sultan van Brunei werd het allemaal wat te veel. Op dat moment kwam, vanuit Singapore, James Brooke met zijn gewapende jacht The Royalist aangevaren. Hij had een brief bij zich uit Singapore voor de wettige bestuurder van dit deel van Borneo. Hij bood hulp bij het onderdrukken van de opstand. Als beloning kreeg hij van de sultan van Brunei een groot deel van het huidige Sarawak, samen met het recht om de titel rajda te voeren. De Brookes regeerden gedurende drie generaties als witte radja’s over Sarawak. Na de Tweede Wereldoorlog werd Sarawak een Britse kroonkolonie; in 1963 sloot de staat zich aan bij de Maleisische federatie.

Aankomst in Sarawak

Als u van waar dan ook Sarawak binnenkomt, moet u een zogenaamde white card invullen. Meestal krijgt u toestemming voor een verblijf van één maand. Mocht u van plan zijn om door te reizen naar Indonesië, neem dan contact op met het Indonesische consulaat in Kuching (Jalan Tun Abang Haji Openg nr. 111). De meeste houders van westerse paspoorten hebben namelijk een visum nodig om Indonesië binnen te mogen. De kosten bedragen USD 60,00 (bedragen kunnen wijzigen!). U moet ook drie recente pasfoto’s inleveren.

Kuching

Kuching is niet alleen de hoofdplaats van Sarawak, het is ook een prettige, relaxte plek om te verblijven. De naam Kuching betekent kat. Deze naam zou berusten op een misverstand. Toen James Brooke met zijn schip aankwam, vroeg hij aan zijn Maleise tolk naar de naam van de stad en wees ernaar. Op dat moment liep er een kat voorbij. De tolk dacht dat James dat diertje bedoelde en sprak: Itu kuching. (Dat is een kat). Het misverstand is gebleven, de stad ook. Het is in de loop der jaren een stad van klasse geworden, met tal van interessante gebouwen en een van de beste musea van Zuidoost-Azië. De stad is ook de ideale plek om een rondreis te beginnen. Laten we ons daarom begeven naar de Jalan Tun Abang Haji Openg, naar het voormalige gerechtsgebouw. Hier vinden we het Visitors Information Centre en tevens het National Parks Office. Bij de ene instelling wacht u een schat aan informatie en documentatie, bij de andere kunt u boeken voor een van de natuurparken.

Een wandeling door Kuching zou eigenlijk op de Esplanade moeten beginnen. Ooit was dit de kade van de haven van Kuching. Vanaf deze walkant vertrok onder andere de stoomboot naar Singapore. Hier kwamen importgoederen aan en werden gelost en hier werden schepen met de exportproducten van dit mooie land beladen. Nu is het geheel omgetoverd tot een park anex voetgangersgebied. De wandeling begint bij het Chinees museum gelegen aan de oostkant van de Esplanade, nabij het Hilton Hotel. Aan de andere kant van de Esplanade, in een van de voormalige gudangs (opslagplaatsen), bevindt zich een aantal winkeltjes maar ook de Sarawak Tourist Association. Daar weer naast is een pleintje waar ’s avonds soms een klank-en-lichtspel plaatsvindt. Het meest opvallende gebouwtje is de Square Tower. In het verleden werden hier, net als in zijn illustere naamgenoot in Londen, gevangenen opgesloten. Als u de tegenover dit gebouw gelegen straat inloopt, komt u terecht in de Jalan Tun Abang Haji Openg. Aan deze straat liggen een aantal interessante gebouwen. Om te beginnen het Courthouse waarin jarenlang het hooggerechtshof gevestigd was. Het werd gebouwd in 1874. De voorgevel van het prachtige pand is zeker de moeite waard om eens extra te bekijken. Ervoor staat een monumentje ter herinnering aan Radja Charles Brooke uit 1924.

Als u aan dezelfde zijde van de straat voortwandelt, treft u nog de Round Tower aan. Daar schuin tegenover staat het hoofdpostkantoor, gebouwd in Griekse stijl in 1937. We blijven de Jalan Tun Abang Haji Openg volgen en bekijken, aan de linkerkant van de straat, de anglicaanse Saint Thomas Kathedraal, gebouwd in de jaren zestig van de 20e eeuw. We blijven aan de linkerzijde van de Padang Merdeka, het grote groene vrijheidsplein. Als u dwars over dit plein in de verte kijkt, dan ziet u de Kuching Moskee liggen. Het gebouw ziet er redelijk belegen uit, maar het werd pas gebouwd in 1968. Als u nu wandelt in de richting van het Merdeka Palace Hotel, en u loopt daarna nog een stukje heuvelop dan ziet u het staan, uw pièce de resistance, een van de mooiste musea van Zuidoost-Azië, het Sarawak museum.

Het werd gebouwd door Charles Brooke in 1888, met adviezen van Alfred Russel Wallace. Deze laatste was mede een van de bedenkers van de evolutietheorie. De Wallace Lijn, die loopt tussen Bali en Lombok en tussen Borneo en Sulawesi (Celebes), is naar hem genoemd. Hij kwam tot de ontdekking dat dieren die boven deze lijn voorkomen, totaal verschillen van de fauna onder deze lijn. In het museum treft u etnologische, historische, natuurhistorische, archeologische en antropologische voorwerpen aan. De inhoud van dit gebouw is gewoon te veel om in enkele uren te bevatten. Een van de zaken die zeker bekeken moet worden, zijn de opgezette neusapen (Nasalis larvatus), die om wille van het grote reukorgaan waarover het mannetje beschikt, door de lokale bevolking orang Belanda (Hollanders) genoemd worden. Als u zich de luxe kunt permitteren (de toegang is gratis, de omliggende hotels zijn dat niet), zou u dit museum een paar keer moeten bezoeken. Alsof de overdaad in het oude gebouw nog niet genoeg is, bevindt zich aan de overzijde van de voetgangersbrug het moderne deel van het museum, waar nog veel meer moois te bekijken valt.

Parallel met de Esplanade loopt de Main Bazar. De galerijen voor de winkels bieden bescherming tegen de felle zon. Het aanbod is hier zeer divers en gaat van T-shirts en petjes tot en met curiosa en heus antiek. Dat Sarawak de belangrijkste Maleisische producent van peper is, daar zult u achter komen. Peperbollen worden hier in de meest diverse verpakkingen aangeboden. Zelf sla ik meestal een voorraadje in, zodat ik voor minstens twee jaar genoeg heb. Het is ook een leuk geschenkje voor familie en vrienden thuis. Op de bovenverdiepingen zijn hier en daar reisbureautjes gevestigd, onder andere Borneo Adventure en Borneo Interland Travel. Sommige zitten er al zo’n 15 tot 20 jaar. Achter de Main Bazar loopt de Jalan Carpenter. Hoewel anders van karakter, ook een leuke straat om eens doorheen te lopen. In het deel van de stad dat aan het einde van deze straat, aan de westzijde, voor u ligt valt ook nog wel het een en ander te bekijken. Zo is er op de Jalan Courthouse de Indian Mosque (1850) gelegen aan het einde van een kleine gang, tussen de nummers 37 en 39. Niet ver daar vandaan, ook in een zijstraatje, staat een sikh-tempel. Dan is er nog op de oever van de Sarawakrivier de Jalan Gambier met zijn permanente markt. Aan het einde van de Jalan JP Ramlee ligt de Jalan Satok, maar daarover meer als we het over eten gaan hebben.

Aan de andere zijde van het centrum, vlak bij het Kuching Hilton, zijn er een paar interessante Chinese gebouwen. Aan de Main Bazar ligt het Chinese museum. Het werd gebouwd als Chinees gerechtsgebouw in 1912. Nu kunt u er het een en ander zien over de geschiedenis van de plaatselijke Chinese gemeenschap. Er zijn onder andere foto’s, meubels en muziekinstrumenten tentoongesteld. Een ander gebouw, u kunt het haast niet missen, is de Tua Pek Kong tempel. Dit zeer kleurrijke gebedshuis, van waaruit dag en nacht wierookwolken opstijgen, zou het oudste gebouw van Sarawak zijn. Het zou door de Chinese gemeenschap zijn neergezet in het jaar 1843, maar het werd pas als religieus gebouw geregistreerd in 1876. Het andere oudste gebouw van Kuching is het huis van de anglicaanse bisschop (1849), gelegen achter de kathedraal.

Op de noordelijke oever staat het Astana, ooit het paleis van de Brooke dynastie. Eigenlijk was het onder Sir James gewoon een verzameling hutten. Pas toen zijn opvolger Charles in 1870 in het huwelijk trad met Ranee Margaret, werden ze vervangen door behoorlijke gebouwen. Nu wordt het paleis gebruikt als officiële residentie van de gouverneur. Het gebouw is niet voor het publiek toegankelijk. Naast het Astana liggen de graven van de familie Brooke. Tussen het Astana en Fort Margherita heeft het huidige gouvernement in zijn oneindige wijsheid besloten om in 2006 een bijzonder lelijk kantoorgebouw te bouwen. Het historische Fort Margherita werd neergezet om met zijn kanonnen de stad Kuching te verdedigen tegen vreemde indringers. Dit uit 1879 stammende gebouw is genoemd naar Ranee Margaret Brooke. Maar het fort had nog een andere functie. Als er vanuit de Chinese gemeenschap schijnbaar onoplosbare problemen kwamen, dan vroeg Radja James Brooke aan de kapitan Cina om de uitlevering van de boosdoener of boosdoeners. Mocht de Chinese gemeenschap niet geneigd zijn tot medewerking, de kanonnen van Fort Margherita waren pal tegenover de Main Bazar gesitueerd. Het fort dient nu als politiemuseum. Van hieruit heeft u een prachtig uitzicht op Kuching.

Overnachten kunt u in Kuching op verschillende plaatsen en in diverse prijsklassen. Een paar voorbeelden. Op de Jalan Green Hill, min of meer gesitueerd achter de Tua Pek Kong tempel, is een aantal budget-hotels gevestigd. De kosten bedragen hier plusminus RM 60,00 voor een kamer. Niet ver daar vandaan, op de Jalan Tabuan, staat het Borneo Hotel. Hier betaalt u ongeveer RM 100,00 voor een kamer. Een andere leuke middenklasse-verblijfplaats is het Harbour View Hotel op de Jalan Temple. De kosten voor uw onderdak liggen hier tussen de RM 100,00 en de RM 150,00. Een aantal kamers heeft inderdaad zicht op de haven. Als u niet op een paar centen hoeft te kijken, dan is het Hilton Hotel op de Jalan Tunku Abdul Rahman een prachtige locatie. Een kamer kost hier tussen de RM 280,00 en de RM 445,00. Boeken via internet of via een reisagent is vaak een flink stuk goedkoper. Ongeveer de helft van de kamers heeft uitzicht op de Sarawakrivier en vensters vanaf de vloer tot het plafond.

Eten is in Kuching geen probleem. Als u een beetje rondwandelt komt u vanzelf de meest diverse restaurants en eethuisjes tegen. Zo is bijvoorbeeld aan het begin van de Jalan Green Hill, op de hoek, de Green Hill Corner gesitueerd. (Hoe komen ze toch aan zo’n originele naam?) Als uw westerse maag het kan verdragen dan is een flinke kom ontbijtsoep met daarin groenten (prei en sojascheuten), een paar garnalen en een paar stukken gefileerde kip vergezeld van de nodige noedels, een ontbijt dat staat. Voor de liefhebber van vis en andere lekkernijen uit de zee is er het Top Spot Food Court op de Jalan Padungan (achter het Kuching Hilton). Het is gevestigd op de bovenste verdieping van een parkeerplaats. Loop de trappen op, kijk waar de meeste mensen zitten en schuif daar aan. Selamat makan!

De heerlijkste saté kunt u vinden op de Jalan Satok. Ga vanaf het Sarawak Museum op de Jalan Tun Abang Haji Openg verder de heuvel op. De tweede straat aan uw rechterzijde is de Jalan Satok. Op zondagen is hier overdag een unieke markt. Op doordeweekse dagen worden er ’s avonds eetstalletjes opgezet, waar de meest heerlijke gerechten klaargemaakt worden, waaronder saté en nasi goreng kampung. Als u kans ziet om midin te eten (met kruiden gebakken verse varenpuntjes), maak er gebruik van. Dit heerlijke groentegerecht is bij mijn weten alleen in Sarawak te krijgen.

Sibu

Een van de steden die u zou kunnen bezoeken is Sibu. Hoewel de plaats qua inwonertal op de tweede plaats in Sarawak komt, stelt het geheel toeristisch niet zoveel voor. U gaat er voornamelijk heen om van daaruit een of meerdere rumah panjang (langhuizen) te bezoeken. We leven in de 21e eeuw en dus is het mogelijk om per bus naar Sibu te reizen. Dat duurt ongeveer 8 uur en kost RM 40,00. Een andere mogelijkheid is vliegen. Mocht u besluiten om met de bus te reizen, dan kunt u contact opnemen met bijvoorbeeld Borneo Interland op de Main Bazar. De prijs voor zo’n reis bedraagt RM 40,00. Ook een vliegtuig boeken is het gemakkelijkste via een reisbureau. Zij kunnen u helpen met het vinden van de meest economische oplossing. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan een bootreis. Als u per schip reist kunt u zich het beste eerst per taxi (RM 15,00) naar de Pending Warf begeven. Deze ligt circa 6 km buiten het centrum.

Vanaf hier vertrekken tweemaal per dag zeewaardige boten naar Sibu, om 8.30 uur en om 12.45 uur. De hele trip duurt ongeveer vierenhalf uur. De vaartuigen lijken een beetje op vliegtuigen zonder vleugels. Een ticket kunt u bij de haven kopen. Dat kost RM 40,00 maar als u er RM 5,00 bovenop legt kunt u business class reizen. De stoelen hebben dan meer beenruimte, u zit boven in de boot achter de stuurhut en u kunt vrij het achterdek op. Dit is trouwens ook de plek waar alle bagage terecht komt – afgedekt met een zeil tegen eventueel buiswater. Onderweg krijgt u helaas wel een of meer videofilms te zien van zeer bedenkelijke kwaliteit. Zorg er ook voor dat u een warm kledingstuk (een jas, vest of trui) bij de hand hebt, want ze zijn duidelijk zeer trots op hun airco. De boot vaart de haven uit, de Zuidchinese Zee op. Na enkele uren op zee wordt de Rejangrivier opgevaren. Het schip houdt onderweg enkele keren halt, maar we komen toch binnen de gestelde tijd in Sibu aan. Als we in de verte de elegante pagode van de Chinese tempel zien, weten we hoever het is.

Sibu is de tweede stad van Sarawak. Het is een economisch trefpunt. Hier komen de producten van het omliggende land binnen om verder verhandeld te worden. Het gaat dan onder andere over hout, rubber en peper. Van dit laatste product brengt Sarawak zo’n 25000 ton per jaar voort en een groot gedeelte hiervan wordt via Sibu geëxporteerd. Als stad verdient de plaats misschien geen schoonheidsprijs, maar de vriendelijke bevolking maakt veel goed. Bovendien zijn westerse toeristen hier eerder een uitzondering en dus zal er veel naar u worden gekeken.

Leuk voor u om te bezoeken is de Tua Peh Kong Tempel.

Breng vooral ook een bezoek aan de Pasar Sentral Sibu (PSS) op de Jalan Chanel. Dit gebouw neemt de plaats in van de oude, nogal rommelige markt. Het gebouw is 21e-eeuws, maar de aangeboden goederen zijn nog steeds hetzelfde. Groenten (onder andere keurige, spierwitte hoopjes taugé), fruit in kleurige stapeltjes, vis, garnalen en andere zeevruchten, vers vlees, levende meeneemkippen en nog veel meer. Meeneemkippen (en eenden) zijn ingerold in een oude krant. Daar gaan dan twee touwtjes omheen met een verbindingsstukje bij wijze van handvat. Voor de koper erg praktisch, dat wel.

En dan is er natuurlijk nog de pasar malam (avondmarkt) die iedere avond plaatsvindt op de High Street, de Market Road en de Lembangan Lane. De stalletjes worden opgezet rond 18.30 uur en rond 22.00 uur,houdt iedereen het voor gezien. Er worden snacks en kleine maaltijden verkocht, groenten, gebruiksvoorwerpen, cd’s, dvd’s, stoffen, enzovoort.

Het Sibu Civic Centre (Stadsmuseum van Sibu) ligt ongeveer 2,5 km buiten de stadskern aan de Jalan Tun Abang Haji Openg. Het biedt onderdak aan een klein museum dat informatie geeft over de cultuur van de verschillende bevolkingsgroepen die in de regio woonachtig zijn. Er zijn ook de nodige foto’s. Het museum is dagelijks open van 10.30 uur tot 17.30 uur, behalve op maandag.

Als u geïnteresseerd bent in de productie en de verwerking van peper, ga dan eens naar de Jalan Then Kung Suk. Op het industrieterrein Upper Lanang light Industrial Estate zit de Pepper Marketing Board. Er zijn dagelijks rondleidingen.

Aan plaatsen om te overnachten is er gelukkig ook hier geen gebrek. In de goedkopere categorie is er onder andere het Li Hua Hotel, vlak bij het busstation en de rivier op de Lorong Lanang 1. In dezelfde categorie hebben we nog het River Park Hotel op de Jalan Maju 51 en de Victoria Inn op de Jalan Market 80. Dan zijn er nog een paar betere hotels: het Premier Hotel. Er is een uitstekende service, een goed restaurant, men heeft een karaokebar en meestal treedt er een Filipijnse band op, voor als u zelf niet zo goed zingt. Het hotel is gelegen aan de Jalan Kampung Nyabor. Vergelijkbaar met dit hotel is het vlakbij gelegen Tanah Mas Hotel.

De reden dat u naar Sibu gekomen bent is waarschijnlijk niet omdat dit de stad van uw dromen is, maar omdat u graag een rumah panjang (langhuis) wilt bezoeken. Daarvoor neemt u het best een snelboot naar Sung, Kapit of Belaga. Deze vaartuigen hebben monsterlijke, zeer lawaaierige motoren. Ga dus nooit achterin zitten, want u komt gehoorgestoord van boord. Denk ook aan een warm kledingstuk in verband met de airco, die in dit land altijd op de koudste stand staat. De hierboven omschreven boten vertrekken vanaf de kade vlak bij het busstation. Het is mogelijk dat u voor een bezoek aan bepaalde gebieden een vergunning (permit) nodig hebt. Ga voor informatie zeker naar het Visitors Information Centre op de Jalan Tukang Besi. Daar zitten niet alleen vriendelijke, behulpzame mensen, maar daar is ook het nodige documentatiemateriaal verkrijgbaar. Mocht u van plan zijn om een langhuis te bezoeken met de hulp van een reisagent, dan hebben zij het juiste adres. U kunt ook op eigen houtje naar Sung, Kapit of Belaga gaan. Boek daar een lokaal hotelletje en hang een beetje rond in de plaatselijke koffiehuizen. Laat onder het genot van pot en pint weten dat u geïnteresseerd bent in een bezoek aan een langhuis en wacht af wat u vangt... Als de reis verder gaat, is dat altijd met een open longboat en bent u overgeleverd aan de elementen. Bedenk dat u af en toe de boot uit zult moeten gaan om te helpen met duwen, bij stroomversnellingen of bij ondiep water.

Wat nemen we mee? Geef het merendeel van uw bagage in bewaring in het hotel waar u in Sibu het laatst logeerde. Neem cash mee, want in de binnenlanden zijn geen geldautomaten en geen banken. Mocht u een ikat willen kopen, bedenk dan dat die handgeweven zijn en dus niet goedkoop. Neem een bescheiden rugzakje mee met daarin onder andere slippers, zwemspullen, waterschoentjes, een zaklamp, een lakenzak of een sarong, insecticide, zonnebrandolie, een reisapotheekje, regenkleding, wandelschoenen, toiletspullen, een handdoek, ondergoed, sokken en een paar T-shirts. Pak de inhoud in plastic tegen het nat worden. Gebruik tijdens uw tocht altijd een goede kwaliteit zonnebrandolie en draag altijd een hoofddeksel! Bedenk dat in de tropen de zon de vijand is (de koperen ploert).

Het kan zijn dat sommige oudere mensen een Europeaan nog steeds aanzien als een soort wondermens en men zal dan soms om ubat (medicijnen) vragen tegen sakit kepala (hoofdpijn). Deze mensen gaf ik meestal een aantal pijnstillers (paracetamol of iets gelijkwaardigs) en drukte hen op het hart dat ze er in geen geval meer dan 4 per dag mochten innemen. Vergeet vooral ook niet dat de mensen die u bezoekt leven van datgene wat de omringende natuur hun biedt. Neem daarom uw eigen eten mee en schenk dat aan uw gastvrouw. Ik denk hierbij aan een paar zakjes beras (ongekookte rijst), vlees en/of groenten in blik. Men is over het algemeen niet vies van een flesje ter plaatse gestookte whisky of andere sterke drank.

Miri

Dit is de plaats die u eventueel kunt gaan gebruiken als uitvalsbasis voor een bezoek aan de Niah Caves en aan het Gunung Mulu National Park. Er zijn twee manieren om van Sibu naar Miri te reizen: over de weg en via de lucht. Vanaf het busstation aan de rivier in Sibu vertrekt ieder uur een bus naar Miri. De trip duurt, inclusief drie korte pauzes 7,5 uur. Vliegen kan natuurlijk ook. Zowel Malaysian Airlines als Air Asia vliegt op Miri. De laatste is weliswaar goedkoop, maar voor grote westerlingen is de toebemeten beenruimte wel erg krap.

Miri was oorspronkelijk een vissersplaatsje, maar dankzij de ontdekking van aardolie in 1913 begon het dorp krachtig te groeien met als resultaat de stad die het nu is. Vanaf 1920 tot 1940 was olie de belangrijkste bron voor vreemde valuta voor de staat van de witte radja’s. Het hedendaagse Miri is een prettige stad met een bijzonder vriendelijke bevolking. Er zijn tal van aangename hotels en restaurants die smakelijke maaltijden serveren. Er is hier zelfs sprake van een behoorlijk nachtleven. Ik vermoed dat de oliemannen van Shell en de inwoners van Brunei hier voor een flink deel verantwoordelijk voor zijn. Brunei ligt hier overigens slechts een 30-tal kilometers vandaan. Leuk voor een dagtripje per taxi. Bedenk wel dat de grensovergang om 22.00 uur potdicht gaat! Brunei is trouwens streng islamitisch. De sultan legt zijn volk de strenge wetten van de Arabische islam op en dus zijn die arme kerels uit Brunei gedwongen om naar Miri te gaan om alcohol te consumeren en de vrouwtjes te bezoeken.

Voor mensen die liever een paar nationale parken bezoeken, is er het Visitors Information Centre aan de Jalan Melayu 452. Onder hetzelfde dak is ook het National Parks and Wildlife Office gevestigd.

Overnachten in Miri kunt u op tal van plaatsen. Ook hier zijn er weer etablissementen voor mensen met een smalle beurs en voor reizigers die wat meer te verteren hebben. Persoonlijk heb ik erg goede herinneringen aan de Richmond Inn, 243, Setia Raja Road. Het is een eenvoudig maar kraakhelder hotelletje met een vriendelijke bediening. De Kingwood Inn, 826 Jalan Yu Seng Utara, kost iets meer en is niet slecht voor die prijsklasse. Het Dynasty Hotel, Town Center, 683, block 9, Jalan Pujut-Lutong zit dan weer een paar stappen hoger op de ladder. Een excellent hotel met alle voorzieningen. Ten slotte nog een hotel in de topklasse: het Mega Hotel, 907, Jalan Merbau.

Van Miri naar Mulu via Marudi

U zou kunnen besluiten om over de weg en vooral over het water naar het Mulu National Park te reizen. Vanaf Miri gaan er om het uur bussen naar Kuala Baram, het vertrekpunt voor de boten naar Marudi. Deze busreis duurt ongeveer een uur. U kunt natuurlijk ook een taxi nemen. U moet wel héél vroeg uit de veren, want zo’n reis duurt alles bij elkaar tussen de 8 en 10 uur. De tocht met een expresboot via de Baramrivier naar Marudi duurt ongeveer 3 uur. Houd ook hier weer een warm kledingstuk bij de hand en probeer om niet achter in de boot te gaan zitten. De airco gaat namelijk op de maximumstand en de reusachtige motoren achter in het schip brullen aan één stuk door als gemartelde tijgers. De kosten voor deze tocht bedragen RM 20,00.

Vanaf Marudi vertrekken expresboten naar Long Terawan (dat is een langhuis). Ook deze tocht duurt ongeveer 3 uur en kost RM 20,00. Vanaf Long Terawan moet u een plaatsje zien te veroveren in een van de open longtailboten die van daaruit vertrekken. Het beste kunt u in Marudi een paar mensen opscharrelen om de kosten voor zo’n boot (RM 250,00) mee te delen. Ook kunt u eventueel in Miri iets regelen met een lokale reisagent. Vaak zijn zij (mede)eigenaar van kleine resorts of guesthouses in Mulu en als u toezegt om in hun etablissement te overnachten, dan valt er meestal wel wat te regelen. Als u passagier bent van zo’n longtailboat en de waterstand is laag, dan moet u bij sommige stukken ondiep water en bij een aantal stroomversnellingen de boot uit om te helpen duwen. Hou hier rekening mee en pas uw kleding en schoeisel aan! (Een korte broek, een warm jasje en waterschoentjes.) De Baramrivier kan binnen enkele uren van gezicht veranderen. Met eigen ogen heb ik waterstandverschillen gezien van minstens 1,5 meter.

U kunt ook beslissen om de reis per vliegtuig te doen. Zowel FAX als Hornbill Skyways vliegt per Twin Otter van Miri naar Mulu (en vice versa). Mijn advies is om in dat geval een behoorlijke tijd op voorhand een (retour)vlucht te regelen via een lokale touroperator.

Beide opties kunnen natuurlijk ook samengevoegd worden. Bijvoorbeeld heen vliegen en terug varen, eventueel in combinatie met een overnachting in Marudi.

Het plaatsje Marudi lijkt een beetje op een vreedzaam wildweststadje. Het bestaat in feite uit twee of drie straten, een haventje, een pasar, wat restaurantjes, een paar hotelletjes, enkele supermarktjes en een vliegveldje. Het heeft ook een paar hele leuke souvenir-winkels waar ze onder andere houtsnijwerk en blaasroeren van uitstekende kwaliteit verkopen. Dit laatste eventueel mét bijbehorende giftige pijltjes! Een interessant bouwsel bevindt zich aan de zuidzijde van het plaatsje: Fort Hose. Het is gebouwd in 1903 onder het bestuur van Charles Hose, de Britse administrateur in dienst van witte radja Charles Brooke.

Het is opgetrokken in hardhout en best wel imposant. Jarenlang deed het dienst als politiebureau. In de jaren negentig heeft er zelfs brand gewoed, maar de schade is inmiddels hersteld. Momenteel is het in gebruik als museum. Mocht u besluiten om in Marudi te overnachten, er zijn een paar Chinese hotels waar u tegen een schappelijke prijs een kamer kunt huren.

Kaart van Sarawak en omgeving