Maputo

Een luchtfoto van Maputo, de hoofdstad van Mozambique.
©A. Baghi

Reizen naar Maputo

Contrasten

Maputo, hoofdstad van Mozambique, betreft een stad van contrasten. Maputo is chaotisch, Maputo is georganiseerd. De stad is Europees, de stad is Afrikaans. Het is Indisch, het is Arabisch.

Schaduwrijke oceaanstad

Geen Afrikaanse stad is zo strategisch en verdekt gelegen. Maputo is gebouwd op een heuvel, hoog boven de Indische Oceaan en Estuário do Espírito Santo (waarin 4 rivieren uitmonden). In de straten staan sierlijke jacaranda’s; de brede takken hangen over vervallen koloniale huizen en zorgen voor schaduw. Door de stoffige straten rijden oude auto’s en kinderen in schooluniform wachten op de vervallen trottoirs op de minibus die ze naar huis brengt.

Latijns-Amerikaans hart

Maputo's inwoners hechten aan hun Latijns-Amerikaanse levensstijl. Zij zijn ontspannen, sociaal en hartelijk. Overdag wordt gewerkt, gewandeld, gejogd en gebabbeld; 's avonds wordt gegeten in de sfeervolle visrestaurants - waarna de ontelbare disco's, clubs en cafés worden bezocht.

Positieve vooruitzichten

Subtropisch Maputo is in ontwikkeling: trottoirs worden opgeknapt, nieuwe flats en hotels worden gebouwd en pand voor pand wordt gerestaureerd (waarna prijzen omhoog schieten). Helaas liggen de pittoreske straten nog vol vuilnis; dit zal opgehaald en vernietigd moeten worden om Maputo als vakantiestad in ere te herstellen. Echter, vuilnis of niet, Maputo is Afrika's aangenaamste en meest sfeervolle stad. Neem de tijd om deze te ervaren - haast niet, 'pouco a pouco' is het devies van de gastvrije inwoners: 'rustig aan'.

Het wegennet kent een schaakbordpatroon, dat het vinden van straten en bezienswaardigheden vereenvoudigt.


Geschiedenis

Stichting

In het midden van de zestiende eeuw stichtten de Portugezen een handelsnederzetting op Ilha da Inhaca in Baía de Delagoa - deze was kort daarvoor ontdekt door zeevaarder Antonio de Campo. Op het vasteland (Maputaland) handelden de Portugezen in ivoor met de inheemse bevolking; niet veel later trokken zij richting het noorden.

Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC)

Het gebied bleef onaangestast tot de zeventiende eeuw, waarin zowel de VOC (‘Vereenigde Oostindische Compagnie’) als de Britten plannen ontwikkelden om er een vesting te bouwen. In 1721 werd ‘Fort Lydsaamheid’ gebouwd; een vesting kon dienen als uitvalsbasis voor expedities naar noordelijk gelegen gebied, beroemd om goudvoorraden. De vesting werd bestuurd door opperhoofd Willem van Taak die al snel werd opgevolgd door Casparus Swertner.

'Fort Lydsaamheid' werd ontdekt door piraten; zij vielen de vesting van april 1722 tot 28 augustus 1722 aan. Hun verovering leidde tot nieuwe conflicten, waarna het opnieuw VOC-eigendom werd. Echter, de inheemse bevolking keerde zich tegen hen. Op 8 januari 1727 werd Jan van de Capelle benoemd tot opvolger van opperhoofd Jan de Koning. De VOC maakte op 18 maart 1729 bekend ‘Fort Lydsaamheid’ te sluiten; dit geschiedde op 27 december 1730.

Gerelateerde pagina: 'Verkenningen van het binnenland'

Portugese belangstelling

Portugese belangstelling voor het gebied aan Baía de Delagoa keerde terug na het vertrek van de VOC. In 1781 besloten de Portugezen tot de bouw van een nieuwe vesting. Zes jaar later ontstond bij deze vesting de nederzetting 'Lourenço Marques' (Marques was een Portugese handelaar en een bekende van Vasco da Gama). De inheemse bevolking keerde zich tegen de Portugezen en hun activiteiten, waardoor economische groei van de plaats uitbleef.

ZAR wil toegang tot Baía de Delagoa

In 1835 stuurde de ZAR onderdanen naar Baía de Delagoa om een nederzetting stichten. Hiermee werden de Britten omzeild bij verkrijgen van toegang tot de zee. Dit plan leidde tot problemen met de Portugezen, die ZAR-uitbereiding vreesden. Onderhandelingen volgden; deze resulteerden in terugtrekking van ZAR-Boeren. 

Exclusiviteit aan de Indische Oceaan

In 1898 werd Lourenço Marques de nieuwe hoofdstad van Portugees Oost-Afrika. De plaats groeide, vooral door de aanleg en ingebruikname van de Pretoriaspoorlijn (NZASM). Ongekende welvaart kwam tussen 1950-1960 (pro-kolonismebeleid door 'Estado Novo' in Lissabon): banken vestigden zich, hotels openden, parken werden aangelegd en appartementcomplexen werden uit de grond gestampt. Wegen werden aangelegd en de haven behoorde tot de meest geavanceerde ter wereld. Paradijselijk 'LM' was synoniem van allure - toeristen uit Portugal, Rhodesië en Zuid-Afrika vermaakten zich op de boulevard en dineerden in de chique restaurants.

Lenin-Marxisme over Maputo

Het vertrek van de Portugezen (1975) betekende het einde van Lourenço Marques als chique vakantiestad. Samora Machel marcheerde de stad in noemde deze 'Maputo' (naar een stamhoofd van Maputaland). De straten werden genoemd naar invloedrijke communisten en socialisten. Baía de Delagoa werd 'Baía de Maputo'. Gedurende het FRELIMO-RENAMO-conflict bleef Maputo een betrekkelijk veilige stad; deze ging echter gebukt onder een vluchtelingenstroom. Hierdoor verzakten wegen, vervielen gemeentediensten, verpauperden flats en parken, verruïneerde riool en raakte de haven in verval. Op economisch en sociaal gebied zat Maputo aan de grond.

Nieuwe mogelijkheden 

Hoewel oorlogsvermoeidheid, sociale strubbelingen en ongekend menselijk trauma op alle gebieden hun tol eisten, kreeg Maputo na het FRELIMO-RENAMO-conflict nieuwe mogelijkheden. Relatieve rust en marktgerichtheid brachten Zuid-Afrikaanse en Portugese investeringen en geld in het laatje van stadsbestuur en inwoners.

Maputo ontwikkelde zich tot motor van de Mozambikaanse economie: havenactiviteiten namen toe, 'Maputo Corridor' werd ontwikkeld en buitenlands vertrouwen leidde tot infrastructurele verbeteringen (zoals de herbouw van Maputo International Airport).

De stad telt 1,2 miljoen inwoners - veroorzaakt door minimale terugkeer van vluchtelingen na het FRELIMO-RENAMO-conflict (hun dorpen waren immers vernield, familieleden waren gedood) en dagelijkse toestroom van Mozambikanen, op zoek naar banen.

Kaart van Maputo