Tuinen

Het zal u ongetwijfeld opvallen hoeveel mooie tuinen en parken er zijn. Nieuw-Zeelanders staan bekend als hartstochtelijke tuiniers. Dat is op zich niet zo raar, want de meesten onder hen zijn van Engelse komaf. Het vochtige, zonnige klimaat in combinatie met de vruchtbare grond doet de rest. Vrijwel iedere stad heeft een botanische tuin en/of diverse parken. Zeer de moeite waard zijn:

Noordereiland

•, New Plymouth: Het Pukekura-park is een inheems bos met boomvarens en meren, dat in 1876 voor het publiek werd opengesteld. U vindt er bloemborders, varenkassen en een begoniahuis. Het park biedt een mooi uitzicht op de vulkaan Taranaki. Aan dit park grenst het Brooklands-park, dat een veel kunstmatiger karakter heeft. , Vlak bij New Plymouth ligt de Pukeiti Rhododendron Trust. Dit park bezit een grote collectie rododendron- en azaleastruiken.

•, Hamilton: De Hamilton Gardens bezitten onder meer een rozentuin, een Chinese tuin en een Japanse tuin.

•, Rotorua: De Government Gardens liggen aan het Rotoruameer. U kunt er wandelen door prachtige lanen en langs fleurige bloembedden. Op diverse plaatsen komen stoomwolken van warmwaterbronnen omhoog.

•, Wellington: De botanische tuin van de hoofdstad strekt zich uit over een heuvelachtig terrein van ruim 26 hectare. Het hoogste punt is met een kabeltram te bereiken. De rozentuin van Wellington is beroemd.

Zuidereiland

•, Christchurch: De botanische tuin heeft een grote collectie bomen, struiken en planten. Er is verder een rozentuin, een begoniahuis en kassen met tropische planten, orchideeën, varens en cactussen.