Oost-Noorwegen

Samen met de al eerder beschreven provincies rond Oslo (Akershus, Vestfold en Østfold) omvat Oost-Noorwegen (Østlandet) nog de provincies Buskerud, Oppland en Hedmark. Een gebied qua oppervlakte even groot als de Benelux, maar met slechts 780.000 inwoners (zonder Oslo en omgeving). De provincies Oppland, Buskerud en Hedmark liggen geheel in het binnenland en bestaan grotendeels uit bossen, meren en bergen. In de toeristensector spreekt men ook wel van Fjell-Noorwegen. De benaming Oost-Noorwegen is geografisch gezien merkwaardig omdat namelijk heel Noord-Noorwegen oostelijker ligt dan Oost-Noorwegen!

Buskerud

Buskerud is een vrij kleine provincie, die van zuid naar noord wordt doorsneden door twee bekende bergdalen, het Numedal en het Hallingdal, en daartussen het onbekendere Eggedal. Die valleien strekken zich uit vanaf de Drammen en Kongsberg aan de Oslofjord tot het hooggebergte van de Hardangervidda en de Hallingskarvet in het noorden. Beide dalen, vooral het mooie Numedal met zijn staafkerken en boerenschuren, zijn een alternatief voor de E16, de hoofdroute Oslo-Bergen (als de weg over de Hardangervidda sneeuwvrij is). De route van Oslo naar Bergen door het Hallingdal wordt in Noorwegen gepromoot als Eventyrveien, ‘de weg van avontuur’.

Oppland

Ten noorden van Buskerud ligt het veel grotere Oppland. Daar vormen de bosrijke Valdresvallei en het glooiende Gudbrandsdalen de opgang naar het uitgestrekte bergland in het noorden van de provincie. Oppland betekent letterlijk ´Hoogland´en is een magneet voor liefhebbers van bergen. Een groot aantal fjell- of berggebieden is beschermd in het ´nationalpark rike´, het rijk van de nationale parken: Reinheimen, Dovrefjell, Rondane en Jotunheimen. In de Jotunheimen liggen de hoogste toppen van Noorwegen, de Galdhøpiggen (2469 m) en Glittertind (2464 m). In beide provincies draait de economie vooral op veeteelt, bosbouw, elektriciteitswinning en toerisme. In het zuiden liggen enkele belangrijkste steden: Drammen (hoofdstad van Buskerud), Kongsberg, Hønefoss, en Lillehammer (hoofdstad van Oppland).

Hedmark

Hamar is de hoofdstad en de poort naar Hedmark, dat zich uitstrekt tussen het Gudbrandsdal en de Zweedse grens. Hedmark is een heuvelachtig gebied doorsneden door rivieren en bedekt met eindeloze bossen, waarboven kale afgeronde toppen uitsteken. De bossen worden afgewisseld door veenmoerassen, mossige hoogvlaktes en grote meren langs de Zweedse grens. Hedmark is een weinig toeristische streek, bij uitstek geschikt voor rustzoekers. Men kan er dagenlang vissen of kanoën op de stille meren van Femund en Finnskog, of wandelen in de onbekende berggebieden langs het Østerdal. Natuurliefhebbers komen er volop aan hun trekken. In de uitgestrekte natuurgebieden van Hedmark komen veel vogels voor en alle vier de grote Scandinavische roofdieren: bruine beer, wolf, veelvraat en lynx. Verder is het een paradijs voor elanden, die u met wat geluk kunt observeren tijdens een elandsafari die op verschillende plaatsen wordt georganiseerd. Het is dan ook niet voor niets dat de streek als ‘Villmarksriket’ (het Rijk van de wildernis) wordt gepresenteerd. Behalve Hamar is het een streek van kleine dorpen, stadjes en boerderijen. Alleen Trysil is een bekende toeristenplaats,’s winters een van de meest uitgebreide skigebieden van Noorwegen. In deze streek van de ‘eeuwig zingende bossen’ is het niet verwonderlijk dat bosbouw de belangrijkste inkomstenbron is.