Het noordoosten (Route 11)

Muurschildering van de jacht op een wilt zwijn in Tiryns
Muurschildering van de jacht op een wilt zwijn in Tiryns, ©Tkoletsis

Nafplio – Tiryns – Argos – Mycene – Dervenakia – Nemea – Korinthos – Isthmia – Epidauros – Dimena – Arachneo – Ag. Triada – Nafplio (circa 175 km)

Het tweede deel van de route kan, gezien de lengte en de vele bezienswaardigheden, ook achterwege blijven. Voor de terugreis naar Nafplio vanaf Korinthos komt dan de autoweg tot Dervenakia in aanmerking.

De asfaltweg van Nafplio naar Argos volgend, rijdend langs sinaasappelboomgaarden, passeert men al snel rechts de Myceense citadel Tiryns, een indrukwekkend, kolossaal bouwwerk.

Tiryns

Tiryns is een Myceense burcht, op een 25 meter hoge heuvel, daterend van 1400 voor Chr. De mythologie vertelt dat Tiryns is gesticht door ene Proitos, die de citadel met hulp van de Cyclopen, eenogige reuzen, moet hebben gesticht. De latere koningin van Tiryns, Alkmene, werd eens verleid door Zeus. Zij bracht toen de held Herakles ter wereld, die door de jaloerse echtgenote van Zeus, Hera, werd gedwongen zich in dienst te stellen van een Myceense vorst, die hem de befaamde Twaalf Werken liet uitvoeren (o.a. reinigen van de Augiasstallen). Tiryns is dus de geboorteplaats van Herakles.

De Dorische stammen die circa 1200 voor Chr. uit het noorden kwamen, hebben de burcht verwoest. Later heeft buurman Argos dat herhaald. Daarna is er geen bewoning meer geweest.

Bezienswaardigheden

De kolossale muren vallen de bezoeker het eerst op (elke steen meer dan 10.000 kg zwaar, de muur 7.50 m en meer hoog en 7 tot 10 m dik). De ingang ligt aan de oostzijde, waar eens een zware toegangspoort is geweest. De nissen voor de vergrendelingsbalk zijn nog zichtbaar. Via een gang betreedt men rechts de voorhof met een altaardeel waar waarschijnlijk offers werden gebracht. Daarna volgt het megaron, de plaats waar de koning zijn zetel had. Midden in de zaal is de plek voor het haardvuur. Rechts moet de troon hebben gestaan. Hier en daar zijn nog fundamenten van zuilen zichtbaar, die het dak steunden. De muren moeten fraai versierd zijn geweest met jachttaferelen, waarvan fragmenten zijn bewaard.

Rechts van het megaron is een tweede zaal, wellicht die van de koningin of van de militaire bevelhebber. Links van het megaron liggen de resten van een bad met afwateringssysteem.

Het noordelijke deel van de citadel (de benedenburcht) is eveneens ommuurd en was bestemd voor de onderdanen van de vorst.

Aan de benedenkant van de burcht, in zuidelijke richting, lopen de kazematten, enorme bastions, die enigszins Gotisch aandoen. De schietgaten boden de mogelijkheid een eventuele vijand doeltreffend te bestrijden, wat eveneens geldt voor de bastions in het oosten.

In het westen van het plateau is aan de linkerkant een trap die naar de achterpoort leidt.

Staande bij de achteringang kijkt u omhoog naar indrukwekkende muren. Naar rechts is nog een ingang en in het noorden ligt een ondergrondse watervoorziening.

Het geheel maakt een wat sombere indruk, die door het militaire karakter wordt vergroot. De opgravingen zijn gedaan door Heinrich Schliemann in 1884. Meters puin heeft hij weg laten graven voordat de contouren van het gebouw zichtbaar werden. De gladde muren zijn veroorzaakt door de vachten van passerende schapen, die over het puin liepen.

Bij de burcht ligt ook een koepelgraf, ongeveer 1.5 km in oostelijke richting naar Nea Tirintha.

Openingstijden: dagelijks van 08.30-15.00 uur.

Rechts van de weg naar Argos ligt Agia Triada, het vroegere Merbaka, welke naam een verbastering is van die van Willem van Moerbeeke, die in 1277 de kruisridders als geestelijke begeleidde. Hij was hun biechtvader en vertaalde klassieke auteurs. De Panagia-kerk van het dorp is door hem gebouwd. Van hieruit zijn enkele minder bekende opgravingen te bereiken. De stilte en het landschap zijn hier weldadig in vergelijking met het massatoerisme van Mycene. Zo is daar Dendra, waar Myceense graven (koepelgraf, ganggraf) uit de 15e eeuw voor Chr. zijn te zien.

Hierna volgt Midea, waar Cyclopische muren en op de akropolis resten van een paleis zijn te zien (14e eeuw voor Chr.). Eens een Myceense burcht?

Ten noordwesten van het dorp N. Ireo (Honikas) liggen de resten van het Heraion, een tempelcomplex dat in de 5e eeuw voor Chr. ter ere van oppergodin Hera is gebouwd en wier beeld hier prijkte. Het was geschapen door Polykleitos. Brede trappen leidden naar het heiligdom, dat het middelpunt is geweest van festiviteiten o.a. ter afsluiting van spelen ter ere van Hera in Argos.

Argos

Volgens de antieke schrijvers is Argos de oudste stad van Griekenland en een van de meest belangrijke. Het verhaal wil dat koning Danaos de stad heeft gesticht. Hij was de vader der Danaïden, die in de huwelijksnacht hun echtgenoten doodden en daarvoor in de onderwereld werden gestraft met het vullen van een bodemloos vat.

Op historische grond zijn we met de wedijver tussen Argos en Sparta, waarbij de bewoners van Argos zich ten slotte met behulp van Athene van de Spartaanse overheersing wisten te ontdoen.

Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog was Argos een brandpunt: verzetsheld Kolokotronis verdedigde in 1822 de stad tegen de Turken, die aanvankelijk geen succes hadden, maar de kans kregen Argos later te plunderen en de bewoners af te slachten.

Bezienswaardigheden

De moderne stad is voor een groot deel over de oude heengebouwd, zodat het aantal bezienswaardigheden gering is: aan de voet van de Larissa-heuvel in het westen, liggen links van de weg de resten van een kolossaal theater. De Romeinen hebben het later voor hun spelen verbouwd. Op de genoemde heuvel liggen delen van een Frankische vesting. Bij een Romeins aquaduct bevinden zich de thermen. Een odeion (2e eeuw voor Chr.) ligt hier vlakbij. Het museum, geopend, di. tot en met zo. 08.30-15.00 uur, herbergt vondsten uit de 7e eeuw voor Chr. Interessant is een vat met de voorstelling van Odysseus die in gevecht is met een Cycloop. Voorts bevinden zich er een homerische helm met kleppen en een paardenstaart.

Mycene (Mykene, Mycenae, Mikines)

De beroemdste plaats van de Peloponnesos is bekend onder diverse oude en nieuwe namen.

De vele malen vervloekte plek heeft een duistere voorgeschiedenis, die een mengeling is van moord en strijd. Dit afgrijselijke geslacht der Pelopiden (nakomelingen van Pelops) met al hun moorden, overspel en vervloekingen – die al begonnen na de wandaad van Tantalus – woonde en heerste in Mycene. Schrijvers uit de oudheid hebben de verhalen over deze Myceners veelvuldig gebruikt: Homeros maakt in zijn Ilias Agamemnon een der hoofdpersonen; de toneelschrijver Aischylos gebruikt Agamemnons leven voor zijn trilogie Oresteia. Ook in de werken van Sophokles en Euripides speelt Orestes, samen met Elektra en Iphigeneia een rol.

Omstreeks 1600 voor Chr. ontstonden er contacten tussen Mycene en Kreta, waardoor veel van de minoïsche cultuur naar Mycene kwam. De oudste koningsgraven dateren uit die tijd. Omstreeks 1200 voor Chr. kreeg de burcht op de heuvel zijn definitieve vorm.

Rondrit

In een hete vlakte, omringd door heuvels, enkele kilometers buiten het geheel op toeristen gerichte Mycene, verheft zich een hoogte, waarop de resten van het oude Mycene zijn te zien. Vanuit het westen komen we bij de ingang die wordt gevormd door een brede toegangsweg met aan weerszijden op elkaar gestapelde, kolossale blokken steen, waarbij de mens een nietig wezen lijkt (1300 voor Chr.). Indrukwekkend is de Leeuwenpoort, bestaande uit enorme steenklompen, 3.10 m hoog en 2.95 m breed. De vraag komt op hoe de oorspronkelijke bouwers een en ander wisten te vervoeren en te plaatsen.

Twee leeuwen/leeuwinnen staan op een altaar met een zuil tussen hen in. De koppen van de dieren zijn verloren gegaan. Waarschijnlijk hebben ze de bezoekers aangekeken en waren het de symbolische bewakers van de burcht, alsmede het geslachtswapen van de familie van Atreus.

In de drempel zijn nog drie wagensporen te herkennen (voor brede en minder brede karren). Over deze sporen moet Agamemnon bij zijn terugkeer zijn paarden en zijn wagen hebben gejaagd.

Rechts van de ingang is er een klein bastion dat de poort beschermde; een vijand met het schild links kon zo aan de onbeschermde kant worden aangevallen! Na de met een balk afsluitbare poort gepasseerd te zijn, ziet men rechts een wachthuisje (graanpakhuis, zeggen anderen, gezien enkele versteende graankorrels, die hier zijn gevonden).

Dan volgt de grafcirkel A met koningsgraven. Deze lagen oorspronkelijk buiten de ommuring. Ze dateren uit de 17e eeuw voor Chr. Schliemann groef de grafcirkel op in 1876. De Griekse schrijver/reiziger Pausanias (2e?eeuw) zegt, dat Agamemnon in Mycene binnen de ommuring is begraven. Schliemann wist dus waar te zoeken. Zeer snel zijn 19 graven blootgelegd van mannen, vrouwen en kinderen met zeer kostbare grafgiften: gouden maskers, gouden borstplaten, gouden sieraden. Alles is nu ondergebracht in het nationaal museum in Athene.

Vanaf de grafcirkel de ommuring volgend, ziet men resten van huizen en magazijnen. Een van de huizen is dat van de krijgsliedenvaas, zo genoemd naar een vaas waarop zes krijgers zijn afgebeeld.

Lopend vanaf de Leeuwenpoort naar links, komt men bij een helling die naar het paleis voert. Een steile trap komt uit op een open voorhof.

Via een voorhal komt men in het megaron, de troonzaal. In het midden was de haard, omgeven door zuilen die het dak steunden. Aan het einde van een nog zichtbare gang – andere ruimten zijn niet te identificeren – was misschien de badkamer, waar Agamemnon is vermoord.

Ver naar het zuidoosten lagen ateliers en het huis met de zuilen. In de noordelijke muur (noordoosten) is een tweede ingang, die wel wordt beschouwd als de poort waardoor Orestes ontsnapte na de moord op zijn moeder en haar minnaar. In het uiterste oosten van de burcht vindt u een versterkingsmuur met erachter een bron. Links achter de ommuring ligt een onderaardse bron. Een trap leidt erheen. Deze bron, gevoed van buiten de vesting, was tijdens belegeringen van belang.

Buiten de ommuring liggen links en rechts van de weg nog enkele bezienswaardigheden: noordelijk van de weg ligt het Leeuwengraf (circa 1350 voor Chr.) zonder dak, genoemd naar de beroemde poort; ten zuiden van de weg (rechts van de ingang) ligt het graf van Aigisthos (circa 1450 voor Chr.), zonder dak. Ernaast ligt het graf van Klytaimnestra (1200 voor Chr.). Een 35 m lange gang leidt naar een 5 m hoge deur. Dan volgt de grafkamer met een doorsnede van 13.50 m en een hoogte van 12.96 m. De vondst van een spiegel (?) heeft de onderzoekers op het idee gebracht, dat hier een hooggeplaatste vrouw moet zijn begraven.

Links van dit graf ligt grafcirkel B, waarin 24 graven zijn gevonden. De grafgiften, die minder kostbaar zijn dan die van cirkel A, worden in het nationaal museum van Athene geëxposeerd. Het geheel is ouder dan de vondsten van grafcirkel A.

De weg aflopend naar het zuiden, passeert u links de resten van enkele huizen waar olievaten zijn gevonden. Hier ontdekte kleitabletten met Lineair-B schrift vertellen over personeel, olie en kruiden (1300 voor Chr.). Verderop ligt het Schathuis van Atreus dat bereikbaar is via een 36 m lange gang en een toegangspoort van twee steenblokken van ruim 5 m hoog. Voorheen stonden hier twee groene marmerzuilen. Een deksteen van 120 ton vormt de bovenzijde. In het halfdonker ziet u al snel overkragende steencirkels in 33 lagen, nu geblakerd, voorheen bekleed met albast. De zwarte muren wijzen op vuurtjes die door herders werden gestookt op de in de loop der eeuwen ontstane puinmassa’s. Rechts is een zijkamer, de eigenlijke grafruimte.

Als u Mycene de rug toedraait blijven er nog tal van vragen over: liggen de legendarische koningen van Mycene hier werkelijk begraven? Dateren we de Trojaanse oorlog omstreeks 1250 voor Chr. en gaan we af op de datering van bijvoorbeeld het schathuis van Atreus (1300 voor Chr.) dan zou de tragedie van Atreus en zijn nazaten in de tijd daarmee samenvallen. En hoe kwam er ineens een einde aan de Myceense dynastie? Ging zij ten onder door moord, zoals de verhalen willen, waren er vijandige stammen van buiten, was er sprake van aardbevingen, was er sprake van een algehele terugval in het oostelijke deel van de Middellandse Zee? Exact weten doen we het niet. Alles ligt begraven onder het stof van Mycene.

De route volgend, passeert u Dervenakia, liggend in de heuvels, bewaakt door een groot standbeeld van de vrijheidsstrijder Kolokotronis, die in 1822 hier de Turken wist te verslaan.

Nemea

Iets terzijde van de route (3 km) ligt het oude Nemea (Archaia Nemea). Deze plaats is bekend uit de mythen rondom de held Herakles, die twaalf werken moest verrichten. Een ervan was het doden van de Nemeïsche leeuw, een onkwetsbaar ondier, dat de gehele omgeving terroriseerde. Herakles ontdekte hem in een hol, maar zijn wapens hadden geen enkele uitwerking op het beest. Herakles gebruikte ten slotte zijn handen om de leeuw te wurgen. Bij deze bezigheid verloor hij zijn duim. Als teken van zijn zege droeg hij de rest van zijn leven de kop en de huid van de leeuw als helm en jas.

In Nemea werden de Nemeïsche Spelen gehouden ter nagedachtenis en ter ere van de kleine prins Opheltes, die volgens de mythe door een slang werd doodgebeten toen zijn verzorgster hem alleen had gelaten om passerende soldaten uit Argos een bron te wijzen. De dood van Opheltes werd gezien als de aankondiging van veel ongeluk; vandaar de spelen, die omstreeks 570 voor Chr.voor het eerst zijn georganiseerd.

Dat Nemea in de oudheid belangrijk was, blijkt ook uit het feit dat in de naaste omgeving nog andere heiligdommen stonden: Phlious, met een fragmentarisch theater en fundamenten van een groot gebouw uit de 5e eeuw voor Chr. en Kleone, waar eens een tempel van Herakles heeft gestaan (een wegwijzer vermeldt: Ancient Kleones). De bezoeker is hier in een eenzame, zelden door toeristen bezochte streek, die de sfeer van het verleden sterk oproept.

De opgravingen van Nemea

De bezienswaardigheden en het museum van het oude Nemea zijn zeer de moeite waard, niet het minst door de zorgvuldigheid waarmee alles is uitgevoerd.

De opgraving wordt gedomineerd door drie Dorische zuilen van een Zeustempel (330-320 voor Chr.), met een bewaard gebleven vloer met het z.g. adyton, het allerheiligste, waar alleen de priesters mochten komen. Hier werd de kleine Opheltes vereerd en hier brachten de deelnemers aan de spelen hun offers. De regels van de spelen waren heilig en iedere deelnemer en official moest bij het altaar oostelijk van de tempel, zweren zich eraan te houden.

Voorts zijn er zuidelijk van de tempel ruïnes van een gastenhuis en een badhuis.

Het museum is een bezoek waard om de overzichtelijke inrichting met een maquette van de opgraving en interessante archeologische vondsten.

Het stadion ligt circa 500 m oostwaarts rechts van de weg, Het is uitstekend gerestaureerd, samen met de kleedkamer met Dorische zuilen en de tunnel naar de wedstrijdplaats. Daar is de startlijn voor het hardlopen nog te zien: de tenen der deelnemers pasten in twee richels, terwijl strakgespannen koorden ervoor zorgden dat niemand ‘smokkelde’. Deze touwen werden bij de start neergelaten. De bezoekers zaten om de baan heen, een enkele hooggeplaatste had een stenen zetel. Rondom de baan liep een watergoot. Er is door de restaurateurs een moderne route met 16 aandachtspunten aangegeven. Een mooie opgraving die met zorg toegankelijk is gemaakt!

Openingstijden: di. tot en met zo. 08.30-15.00 uur.

Het hedendaagse Nemea, dat enkele kilometers westwaarts ligt is de moeite van een bezoek niet waard, tenzij de bezoeker de beroemde lokale wijn ‘Het Bloed van Herakles’ wil proeven.

De weg naar het antieke, machtige Korinthos voert over Chiliomodi, ten oosten waarvan enkele interessante kloosters liggen: Faneromenis, waarvan de nonnen zeggen een door de heilige Lukas eigenhandig geschilderde icoon te bezitten, Taxiarchon en links van de weg Timiou Stavrou. De kloosters zijn alle van 12.00 tot 16.00 uur gesloten.

Korinthos

De noordelijkste punt van de route is Korinthos, dat feitelijk in drie delen uiteenvalt: het oude Korinthos (Archaia Korinthos), 7 km zuidwestelijk van de moderne stad, met de Akrokorinth, de oude akropolis; het moderne Korinthos aan de Golf van Korinthos, gebouwd na een aantal aardbevingen; en het Kanaal van Korinthos, de beroemde waterverbinding tussen Middellandse Zee en Egeïsche Zee, dwars door de landengte (isthmos), die eens de Peloponnesos met het Griekse vasteland verbond.

Het moderne Korinthos

Grote betonnen bouwwerken moeten de inwoners bij nieuwe aardbevingen de nodige bescherming bieden. De stad heeft nauwelijks bezienswaardigheden en is ten hoogste een plek om te overnachten als men de interessante omgeving wil verkennen. (Zie Praktische informatie route 11)

De opgravingen in Archaio Korinthos

Archaio Korinthos is een nietig dorp dat zich volledig heeft toegelegd op het toerisme, dat sterk in opkomst is door de nabijheid van een indrukwekkende, uitgebreide opgraving, die deels Griekse elementen, maar vooral Romeinse overblijfselen aan het licht heeft gebracht.

Grieks is de tempel van Apollo, waarvan nog zeven Dorische zuilen zich in de lucht verheffen (550 voor Chr.). Grieks zijn ook de restanten van een stadion, waarvan de startstreep voor de hardlopers nog zichtbaar is aan het oosteinde van de agora bij de Basilica Julia, een door Julius Caesar gebouwd gerechtsgebouw.

De agora bevindt zich in het midden van de opgraving en is herkenbaar aan het kleine altaar in het midden. De zuidzijde werd ingenomen door een rij winkels en werkplaatsen met in het midden de bema, de redenaarstribune waar de Romeinse machthebbers het volk toespraken. De apostel Paulus, die in deze stad in 52 een christengemeente heeft gesticht, heeft bij deze bema gestaan op beschuldiging van het prediken van een valse godsdienst. Hij werd toen berecht door de Romeinse consul Gallio. Erachter ligt de stoa (4e eeuw voor Chr.) met (voorheen) 71 Dorische zuilen. Hieronder liep een waterleiding die de winkeltjes van water uit de Peirenebron voorzag. Achter de stoa lag een Romeinse basilica (= gerechtshof) en het bouleuterion (= vergaderruimte).

In het westen van de agora liggen de restanten van een zestal tempels met het opvallende, ronde Babbiusmonument. Babbius was een slaaf die het tot een leidende functie bij de Romeinen heeft gebracht. Onder een van de winkeltjes lag een orakel-heiligdom dat met een onderaardse bron in de agora in verbinding stond. Het bronhuis ervan is bewaard gebleven. In het noorden wordt de agora door winkels en ateliers afgesloten. Hierachter staat de beroemde tempel van Apollo, (550 voor Chr.) waarvan nog zeven Dorische zuilen overeind staan.

Ten oosten van de winkels bevindt zich de gevel van een Romeinse basilica en de gevel van de gevangen barbaren. In plaats van zuilen stonden op de 2e verdieping vier barbarenbeelden, waarvan er twee in het museum staan. Nog meer naar het oosten ligt de Lechaionstraat, eens afgesloten door een poortgebouw. Rechts achter de Apollohof ligt een bad (150 na Chr.). Zuidelijk van de Apollohof ligt de Peirenebron, aangelegd door de weldoener Herodes Atticus. Aan drie kanten ervan stonden beelden (van zijn familie), aan de vierde zijde lagen de waterbekkens.

Naar het westen ziet u het museum met o.a. mozaïeken, veel vaatwerk, beelden van Romeinse keizers, enz. Naar het zuidoosten de tempel van Octavia, de zuster van keizer Augustus.

In het noordwesten ligt het theater met Griekse (zitbanken tegen de heuvel) en Romeinse resten (muren). Ten zuiden ervan ligt het odeion (100?na Chr.). Bij de ingang van de opgravingen ligt de Glauke-fontein, die in de rotsen is uitgehouwen.

De Akrokorinth

In de omgeving van het oude Korinthos lag op een bijna 600 m hoge, opvallende heuvel de akropolis van Korinthos vanaf de 7e eeuw voor Chr. tot diep in de middeleeuwen. Bij het tempelgebied is een vesting gebouwd waaraan elke nieuwe heerser een versterking heeft toegevoegd: Grieken, Romeinen, Byzantijnen, Franken, de heersers van Mistras, Turken en Venetianen. De strategische ligging is dan ook uniek. De toegang ligt in het westen en om binnen te komen, moet men een Venetiaanse gracht en drie poorten passeren. De eerste poort is 14e-eeuws Frankisch en later door de Venetianen versterkt (1687). De derde poort met muren is Byzantijns die fragmenten van de oudste vesting verwerkten. Het terrein binnen is bezaaid met allerlei bouwwerken: ruïnes van Byzantijnse kapellen, moskeeën, badhuizen en (veelal) Turkse huizen.

Op de hoogste top van de berg staat de tempel van Aphrodite, waarvan slechts weinig over is. Het uitzicht is echter fantastisch. Door de eeuwen heen wordt gezegd dat enkele honderden meisjes (en jongens) zich hier wijdden aan de tempelprostitutie in een tempel die ter ere van de leven brengende zon en dus van de liefdesgodin Aphrodite was gebouwd. Bij de zuidelijke muur van de vesting vindt men de bovenste Peirenebron met een trap om de put te bereiken. De bron dateert van 200 voor Chr.

Openingstijden Akrokorinth, museum en opgravingen: dagelijks 08.00-19.00 uur.

Isthmia

Aan de zuidzijde van het Kanaal van Korinthos ligt Isthmia te midden van het lawaai van spoorweg, autobaan, secundaire weg, allerlei industriële bedrijvigheid en een kanaal. Werp een blik in en op het kanaal en trek verder, laat alle eethuisjes, cantina’s en de eeuwige kameel die hier een attractie is, links liggen. Bezoek de opgravingen van Isthmia, die vooral betrekking hebben op de Istmische Spelen die hier vanaf 600 voor Chr. elke twee jaar werden gehouden, naar men zegt ter ere van Palaimon (Melicertes).

De spelen stonden onder bescherming van de zeegod Poseidon. Van het stadion dat hier eens heeft gestaan, is alleen een startlijn te zien, vanwaar 16 atleten tegelijk konden starten. Met touwtjes werden de hekjes die voor elke atleet stonden, bij de start verwijderd. De resten van een tempel van Poseidon liggen in de naaste omgeving (nauwelijks zichtbaar). De Romeinen die vanaf 228 voor Chr. ook aan de spelen mochten deelnemen, hebben hier nog een vesting gebouwd en het Griekse theater uitgebreid. Er is bedroevend weinig van over. Voorts zijn er nog delen van een muur over de istmus, die in de 6e eeuw is gebouwd om de Peloponnesos tegen invallers te beschermen.

Het volgende deel van deze route, Isthmia-Nea Epidauros is rustig, verlaten en minder interessant. Het eerste deel heeft nog enige levendigheid door enkele badplaatsjes, zoals Almiri. Kenchrai is de oude haven van Korinthos, eens verwoest door een aardbeving. Fundamenten steken hier en daar nog boven water uit (Romeins). Loutra Elenis (= Bad van Helena) bezit een geneeskrachtige bron en is een klein kuuroord. Naar het zuidoosten liggen eenzame stranden in stille baaien, die soms moeilijk te bereiken zijn (Paralia Sofikou). Aan een zijweggetje ligt Moni Ag. Marinis (Kimis Theotokou), dat over zeer levendige fresco’s beschikt, zoals die van de hel, waarvoor bekenden staan te wachten: Nana Mouskouri en Elisabeth Taylor. Meer populair is het aan een zijweg liggende Korfos met een aardig strand en moderne faciliteiten. De hoofdweg kronkelt door eenzaam gebied naar Nea Epidauros, dat een wat teruggetrokken bestaan leidt, overvleugeld door naamgenoot Asklipion Epidaurou.

De weg door de heuvels (1200 m) is fascinerend door oorspronkelijkheid en natuur. Dorpjes als Dimena, Arachneo en Amarianos beschikken over een enkele winkel en restaurantjes. Via Agia Triada bereikt u Nafplio weer.

Bestemmingen in Het noordoosten (Route 11)