Klimaat en beste reistijd

Het Iberisch Schiereiland kent over het algemeen een gematigd klimaat. De bergketens, rivierdalen, de Middellandse Zee, en de uitgestrekte centrale hoogvlakte zorgen echter voor duidelijke regionale verschillen.

Noord-Spanje

Het ‘groene hart’ van Spanje heeft een uitgesproken zeeklimaat. Dat wil zeggen: koele zomers en zachte winters. In voor- en najaar valt er altijd wel wat regen. Soms in de vorm van stortregens, soms als langdurige motregen, de calabobos.

Juni t/m september zijn echter vrij zonzeker, afgewisseld met een paar dagen ‘Hollands’ weer. Ideaal voor wie de Spaanse zomerwarmte te veel van het goede vindt. Tussen december en februari kan er in de Picos de Europa geskied worden.

Pyreneeën en Ebrobekken

Van oktober t/m april is er in de Pyreneeën volop wintersport mogelijk. In de zomermaanden kan de temperatuur in de dalen oplopen tot boven de 30 graden. De beste tijd om het laagland te verkennen is in het late voorjaar of het vroege najaar.

Houd er rekening mee dat het weer in de bergen onvoorspelbaar is met plotseling opkomende onweersbuien en valwinden.

Tussen de Pyreneeën en de Centrale Hoogvlakte ligt het Ebrobekken. Op de hogere plateaus zijn de dorpen in de winter vaak van de buitenwereld afgesneden door sneeuwval. In het dal van de Ebro heerst zomers een onverbiddelijk landklimaat met hoge temperaturen en nauwelijks enige neerval.

Het Centrale Hoogland

De Spaanse Centrale Hoogvlakte kent een typisch landklimaat: de zomers zijn er warm, de winters koud. Temperaturen boven de 40 graden zijn geen uitzondering. Hoewel het er in het najaar flink kan regenen, wordt het midden en zuidwesten van Spanje al jaren geteisterd door droogte.

April en mei, en eind augustus tot half oktober zijn de beste maanden om de hoogvlakte te verkennen.

De oostkust

Het mediterrane klimaat langs de oostkust van Spanje kenmerkt zich door warme droge zomers en gematigde vochtige winters. De klimaatverschillen langs deze bijna 1600 km lange kuststrook zijn groter dan op het eerste gezicht lijkt.

Hoe zuidelijker je komt, hoe meer zonne-uren per dag en hoe minder neerslag. De Costa del Sol vertoont subtropische trekjes. Toch is de warmste plek langs de oostkust te vinden in het noorden, in de luwte van de Pyreneeën.

Andalusië

De meeste zonnedagen komen voor in het kustgebied van Andalusië. Dat heet dan ook niet voor niets Costa de la Luz, de ‘kust van het licht’. In de maanden juli en augustus stijgen de temperaturen tot ver boven de 30 graden. Wel laat zich hier de nabijheid van de Atlantische oceaan gelden met verkoelende winden.

Van verkoelende wind is geen sprake op de weidse vlaktes in het binnenland van Andalusië. Het kwik kan daar oplopen tot tegen de 50 graden Celsius. Maar met een lage relatieve vochtigheid valt er mee te leven. Andalusië is een gebied dat zich eigenlijk het gehele jaar door leent om te bezoeken.