Verkeer en verkeersregels

Verkeer
Verkeer

Het wegennet in Oostenrijk laat weinig te wensen over. In de bergen is het rijden voor de gemiddelde automobilist even wennen, maar de doorgaande wegen die over bergen voeren zijn van en dusdanige kwaliteit dat er, met enige voorzichtigheid, ook door de beginnende automobilist zonder bezwaar gebruik van kan worden gemaakt.

De meeste regels voor het verkeer in Oostenrijk wijken niet af van die in België of Nederland. Onderstaand vindt je, alfabetisch gerangschikt, een aantal bepalingen die wellicht extra je aandacht verdienen.

Aanhangwagen

Er wordt verschil gemaakt tussen aanhangwagens (ook caravans) tot en met 750 kilogram en aanhangwagens vanaf 750 kilogram.

Afstand

De onderlinge afstand tussen voertuigen dient voldoende te zijn om tijdig tot stilstand te komen bij een calamiteit. Indien een auto een aanhanger trekt van meer dan 750 kilogram dient men een onderlinge afstand te bewaren van minimaal 50 meter.

Alarmnummers

Men gebruikt voor het waarschuwen van ambulance, brandweer en politie het Europese alarmnummer: 112. Voor het inschakelen van de wegenwacht bel je 120 (ÖAMTC = Oostenrijkse Touring of ANWB).

Alcohol

Het maximale alcoholpromilage mag nooit meer dan 0,5‰ bedragen. De boetes kunnen zeer hoog zijn, ontzegging van de rijbevoegdheid is een automatisch gevolg. Tussen 0,5‰ en 0,8‰ bedraagt de boete tenminste € 300,-- en mogelijk een ontzegging van de rijbevoegdheid. Boven 0,8‰ betaal je minimaal € 800,-- en wordt je rijbewijs zeker ingenomen. In beide gevallen kan de boete oplopen tot € 3.700,--.

Bergwegen

Er gelden geen bijzondere bepalingen voor het rijden in de bergen, anders dan bijvoorbeeld in Zwitserland, waar het stijgende verkeer voorrang heeft op het dalende. Wees wel extra attent, kijk hierna bij: 'Gedragsregels voor het rijden in de bergen'.

Boetes

De boetes voor verkeersovertredingen zijn behoorlijk hoog, natuurlijk afhankelijk van het soort verkeersovertreding. Bij het overschrijden van de maximum toegestane snelheid bijvoorbeeld, mag je op minimaal € 30,-- rekenen, de laagst denkbare boete. Door rood licht rijden kost je, evenals het niet verlenen van voorrang tenminste € 70,--. Boetes moeten direct contant of door middel van een bankoverschrijving worden voldaan (pinnen), al is er een beroepsmogelijkheid. In de meeste gevallen worden de boetes bij latere afdoening, aanmerkelijk hoger. Betaal je niet direct dan wordt, als de boete meer bedraagt dan € 90,--, een borgsom gevraagd van € 1.380,--.

Bromfiets

Het dragen van een helm is verplicht en overdag moet dimlicht gevoerd worden.

Caravan

Aanhangwagens die niet zelfstandig kunnen remmen mogen maximaal de helft van het gewicht hebben van het trekkende voertuig. Heeft de aanhanger een eigen rem dan mag het maximale gewicht 80% zijn van het trekkende voertuig. In de bergen moet je er rekening mee houden dat er van de trekhaak extra veel gevergd wordt, zodat een grondige test vooraf geen overbodige luxe is. Aangeraden wordt om reeds bij een helling van meer dan 7% naar de eerste versnelling op of terug te schakelen en niet op te schakelen voordat het hoogste of laagste punt van de helling bereikt is. Vuistregel: versnelling bergop = versnelling bergaf. De eenvoudigste bergovergangen naar zuidelijker gebieden worden gevormd door de Brennerpas en de Felbertauerntunnel.

Claxoneren

Verboden op plaatsen waar dit middels een rond bord waarop een claxon staat afgebeeld met een diagonale streep erdoor is aangegeven.

Gevarendriehoek

Elke auto moet uitgerust zijn met een gevarendriehoek. Bij pech dient deze daadwerkelijk gebruikt te worden. Het gebruik van knipperlichten is in zo’n geval toegestaan, maar de verplichting tot het opstellen van een gevarendriehoek op ongeveer 30 meter van het voertuig, blijft van kracht.

Helmgebruik

Het dragen van een helm is voor bestuurders en passagiers van motorfietsen, bromfietsen en snorfietsen verplicht.

Huisdieren

Huisdieren moeten zijn ingeënt tegen hondsdolheid. Daarnaast gelden er nog enkele andere bepalingen. Een hond mag alleen aangelijnd het voertuig verlaten. In gebieden waar gewaarschuwd wordt voor hondsdolheid (Tollwut) mogen huisdieren het voertuig niet verlaten. Wanneer je met een hond gebruik maakt van het openbaar vervoer moet het dier een muilkorf dragen.

Hulpdiensten

In geval van filevorming moet je er rekening mee houden dat hulpdiensten tussen het stilstaande verkeer door willen rijden en voor hulpverlening geen gebruik maken van de vluchtstrook. Je moet dus kunnen uitwijken om ruimte te maken.

Inhalen

Voordat je gaat inhalen dien je een signaal te geven. Als je een tram wilt inhalen dan mag dat als er geen inhaalverbod van kracht is en als de verkeerssituatie dit toelaat. Als een tram niet wordt ingehaald dan moet de afstand tussen je auto en de tram tenminste 20 meter bedragen. Een schoolbus die stilstaat om kinderen de gelegenheid tot in- of uitstappen te geven mag nooit worden ingehaald. Inhalen bij een spoorwegovergang is slechts toegestaan tot een afstand van 80 meter voor de spoorwegovergang. Rechts inhalen is toegestaan op wegen met meerdere rijbanen in dezelfde richting en op eenrichtingsverkeerswegen.

Landensticker

Als je voertuig is uitgerust met een EU kentekenplaat waarop het land van herkomst al is aangegeven, hoef je niet nog eens apart een B- of NL sticker op het voertuig te hebben. Echter, caravans met een gewicht van minder dan 750 kg of fietsendragers moeten altijd voorzien zijn van een landensticker.

Maximum snelheden

In de bebouwde kom bedraagt de maximale snelheid, tenzij anders aangegeven, 50 km/h. Buiten de bebouwde kom mag 100 km/h gereden worden, tenzij de auto een aanhangwagen trekt van meer dan 750 kg. In dat geval bedraagt de maximum snelheid 80 km/h. Op de autosnelwegen mag door motoren en personenauto’s (w.o.bestelauto’s tot 3.500 kg) 130 km/h worden gereden, een trekkend voertuig mag niet meer dan 100 km/h rijden. Op bepaalde autosnelwegen wordt deze snelheid tussen 22.00 uur en 05.00 uur teruggebracht tot 100 of 110 km/h (Lärmschutz). In enkele steden gelden afwijkende maximumsnelheden.

Minimum snelheid

Zowel op de autowegen als op de autosnelwegen bedraagt de minimumsnelheid 60 km/h.

Mobiele telefoon

Een bestuurder mag in de auto geen telefoongesprekken voeren, tenzij dit handsfree gebeurt.

Motorfiets

Een motorrijder en zijn passagier(s) dienen een helm te dragen. De minimumleeftijd voor een achter op de motor zittende passagier bedraagt 10 jaar. Het vervoeren van bagage op de borst is op een motorfiets verboden.

Overnachten in camper of caravan

Zolang de aanhanger niet van de auto wordt losgekoppeld en men geen typische kampeeractiviteiten onderneemt, is het overnachten op parkeerplaatsen langs de autowegen en de autosnelwegen toegestaan als je op doorreis bent. Dat geldt lang niet overal, informeer vooraf. Er is een aantal 'overnachtingsplaatsen' aangewezen voor gebieden waar je niet vrij bent om op elke parkeerplaats te overnachten.

Parkeerkaart gehandicapten

De gestandaardiseerde Europese parkeerkaart voor gehandicapten kan zonder problemen in Oostenrijk worden gebruikt.

Parkeerschijf

Let erop dat je een goedgekeurde parkeerschijf in de auto hebt. In veel steden en dorpen is het gebruik ervan (gedurende bepaalde uren) verplicht. Oostenrijk heeft parkeerschijven die afwijken van de bij ons gangbare modellen. De parkeerschijf is tegen betaling verkrijgbaar bij de meeste benzinestations, maar in veel winkelcentra zijn ze gratis.

Praatpalen

Langs de autosnelwegen vindt je praatpalen die hetzelfde doel dienen als die in België of Nederland. Ze hebben echter een extra: bij gevaar als gevolg van ongevallen, mist of naderende verkeersopstoppingen kunnen ze gebruikt worden als knipperlicht. Een extra attentiesein dus voor weggebruikers.

Radardetectie

Het meevoeren van radardetectiemiddelen en het gebruik ervan wordt in Oostenrijk bestraft.

Reisdocumenten

Personen moeten in het bezit zijn van een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart. Bestuurders dienen een geldig rijbewijs bij zich te dragen, terwijl voor het voertuig een kentekenbewijs en een internationaal verzekeringsbewijs moet kunnen worden overlegd. Voor een caravan moeten de daarbij behorende bescheiden getoond kunnen worden, óók de WA-verzekering, tenzij de WA-verzekering van de auto de caravan meeverzekert.

Schoolbussen

Een schoolbus mag niet worden gepasseerd als deze gestopt is om kinderen te laten in- of uitstappen.

Slepen

Het slepen van voertuigen op auto(snel)wegen is toegestaan vanaf de plaats waar het voertuig ophield dienst te doen tot aan de eerstvolgende afslag. Het slepende voertuig moet daarbij dimlichten voeren en de maximale snelheid bedraagt 30 km/h. Het gebruik van de knipperlichtinstallatie is niet toegestaan.

Spikes

Voor spikes gelden dezelde bepalingen als die voor het rijden met sneeuwkettingen.

Sneeuwkettingen

De verplichting tot het omleggen van sneeuwkettingen wordt aangegeven door middel van een rond blauw bord waarop een autoband met een sneeuwketting is afgebeeld. Het einde van de verplichting wordt aangegeven door hetzelfde bord, nu voorzien van rode streep. Beperkingen van de verplichting wordt aangegeven in het onderschrift bij zo’n bord. Het gebruik van sneeuwkettingen is op enkele plaatsen, bijvoorbeeld in de Arlbergtunnel, verboden.

Snorfiets

De berijders van snorfietsen moeten een helm dragen. Verder dient, óók overdag, verlichting gevoerd te worden.

Telefoonnummers ÖAMTC

Tirol: (0512) 3320 Vorarlberg: (05572) 232 32.

Tol

Voor een voertuig dat gebruik maakt van autobahnen of autosnelwegen dient een vignet te worden gekocht en zichtbaar op de ruit te worden aangebracht, hetzij in het midden, hetzij linksboven. Oude vignetten moeten worden verwijderd. Voor motorfietsen geldt de bepaling dat het vignet moet worden aangebracht op het windscherm, op de kuip of op de tank. Het vignet moet te allen tijde goed zichtbaar zijn. Op het ontbreken van zo’n vignet staan pittige boetes! Voor een aantal trajecten of delen ervan, zoals tunnels, wordt extra tol geheven. Heb je een camper of ander voertuig dat zwaarder is dan 3.500 kilogram dan is een gewoon vignet niet geldig maar heb je een zogenaamde GO-box nodig. Raadpleeg hiervoor de ÖAMTC, Touring of de ANWB

Uitstekende lading

In de breedte mag er nooit iets buiten het voertuig steken. Aan de voorzijde of aan de achterzijde mag de lading niet verder uitsteken dan ¼ van de autolengte. Indien de lading meer dan 1 meter uitsteekt dan dient deze aan het uiteinde voorzien te zijn van een witte vlag met een rode rand.

Veiligheidsgordels

Men is verplicht om veiligheidsgordels te dragen. Deze verplichting geldt ook voor de passagiers op de achterbank als er voor deze zitplaatsen veiligheidsgordels beschikbaar zijn. Voor het vervoer van kinderen tot 12 jaar en kinderen tot 1,50 meter lang moet gebruik worden gemaakt van speciale kinderzitjes.

Veiligheidsvest

Je bent verplicht om een veiligheidsvest in de auto te hebben. Zodra je je buiten de auto begeeft bij pech of dergelijke, ben je ook verplicht om het te dragen.

Verbandtrommel

Elke auto moet voorzien zijn van een verbandtrommel.

Verkeersborden

In Oostenrijk kent men dezelfde verkeersborden als bij ons. Europa heeft op dat gebied veel genormaliseerd.

Verkeersinformatie

Op de radio wordt via Ö3 elk half uur de actuele verkeersinformatie ververst. In gevallen van urgentie (bijv. spookrijder) worden ook op andere tijdstippen de programma’s onderbroken. Via het gratis telefoonnummer 0800 600 601 (ÖAMTC) kun je 24 uur per dag over actuele verkeersinformatie beschikken. Dit wordt elk uur ververst. Via het niet gratis telefoonnummer 0900 600 600 kun je, in het Duits of Engels, dezelfde informatie opvragen, maar dan specifiek over de route die je denkt af te leggen. Dit kan eveneens via SMS via het nummer 0900 600 601 waarbij de vermelding wat je precies wilt weten natuurlijk van belang is.

Verkeerslichten

Het rode verkeerslicht wordt gevolgd door het tegelijkertijd gaan branden van het oranje verkeerslicht. Dit is een aanduiding dat je direct het groene licht krijgt. Gereedhouden om weg te rijden dus. Knippert het groene licht dan betekent het dat je het kruispunt vrij moet maken en voor het verkeerslicht moet stoppen als dit redelijkerwijs mogelijk is.

Verlichting

Motorrijders, brom- en snorfietsen moeten ook overdag (gedimde) verlichting voeren.

Voorrangsregels

Verkeer van rechts heeft voorrang, ook fietsers en bromfietsers en ook als deze op een tot de kruisende weg behorend fietspad rijden.

Waarschuwingslichten

De waarschuwingslichten (knipperlichten) mogen alleen worden gebruikt als het voertuig stilstaat. Ook als dit het gevolg is van pech, maar dan moet tevens een gevarendriehoek worden geplaatst.

Wifi

Hotels en campings beschikkken, bijna zonder uitzondering en vaak gratis, over wifi. De receptie van het hotel of de camping helpt je verder. Als je onderweg bent dan brengen ook fastfoodketens uitkomst, vaak kun je er vanaf de parkeerplaats al gebruik van maken.

Wildwatervaren

Er zijn enkele vormen van wildwatervaren. Het meest populair is die per kano, maar er worden ook vlottentochten aangeboden, waarvan de ruimste keuze ongetwijfeld in het Iseltal gemaakt kan worden. De mogelijkheden zijn het grootst in het voorjaar en in de vriege zomer.

Winterbanden

Het profiel van winterbanden dient tenminste 4 mm diep zijn.

Gedragregels voor het gebruik van tunnels Een ongeval op de openbare weg veroorzaakt veel narigheid. Als je je in een tunnel bevindt en er ontstaat een calamiteit dan hoeft dit geen ernstiger gevolgen te hebben dan wanneer dit op een normale weg of autosnelweg gebeurt. Daarvoor hebben de automobielclubs wat aanwijzingen op een rijtje gezet die de moeite van het weten waard zijn en die veel extra leed kunnen voorkomen.

Voordat je een tunnel inrijdt:
- lichten aan
- zonnebril af
- radio aan op de verkeersinformatie
- maximumsnelheid nooit overschrijden.

Rijden in een tunnel:
- zoveel mogelijk rechts houden
- minimaal 50 meter afstand houden.

File in een tunnel:
- alarmlichten aan
- motor uitschakelen
- auto niet verlaten zonder opdracht.

Pech of ongeval in tunnel:
- alarmlichten aan
- zoveel mogelijk aan de rechterkant gaan staan of
- probeer een uitwijkhaven te bereiken
- houd ruimte tussen je eigen auto en die van je voorganger
- motor uitschakelen
- indien mogelijk aan de rechterkant je auto verlaten
- meld pech of ongeval via de dichtstbijzijnde SOS-telefoon
- bied eerste hulp indien mogelijk
- volg de aanwijzingen van het tunnelpersoneel of de lichtbakken.

Als er rook of brand ontstaat:
- zie bij ‘pech of ongeval’ hierboven
- motor uitschakelen maar laat de sleutel in het contact
- verlaat de auto zo snel mogelijk
- probeer de brand te blussen
- zorg dat je uit de buurt van het vuur komt als blussen niet mogelijk is
- verlaat zo snel mogelijk via de aangegeven vluchtroute de tunnel.

Gedragregels voor het rijden in de bergen

Rijden
- houd er rekening mee dat een ander nóg minder ervaring heeft dan jij
- ontkoppel de motor alleen in uiterste noodzaak
- terugschakelen vóór de stijging of daling begint
- rijd in dezelfde versnelling een berg af als die waarmee je de berg op gereden zou zijn, blijf van je koppeling af en laat zo laat de motor tevens als rem fungeren
- als je van de rem gebruik maakt tijdens een afdaling rem dan enkele malen kort na elkaar
- houdt het toerental van de motor op maximaal 2/3 van het toegestane toerental voor de betreffende versnelling
- houd altijd zoveel mogelijk rechts
- kijk niet steeds over de rand van de weg in een eventuele afgrond
- bochten nooit afsnijden
- als passeren moeilijk is, gaat degene die daartoe het best in staat is achteruit (de regel 'berg-op heeft voorrang' bestaat in Oostenrijk niet meer).

Stoppen en parkeren
- als het koelwater kookt stop dan de auto, maar zet de motor niet af
- verwijder, omwikkeld met een doek, de radiatordop zeer voorzichtig (verbranding!)
- vul de radiator bij met een draaiende motor
- stop uitsluitend op parkeer- of uitwijkplaatsen
- parkeer met aangetrokken handrem, in de laagste versnelling en met het stuur in de stand dat bij eventeel wegrijden de auto in de richting van de berg rijdt, blokkeer een der wielen met een steen.