Geschiedenis

Rumeli Hisari Fortress Istanbul
Het Rumeli Hisari Fortress, Bosphorus, Istanbul, Turkey, ©archer10 (Dennis)

Prehistorie

Turkije's lange geschiedenis kenmerkt zich in de vroegste periode door een opeenvolging van beschavingen. In het steen– en bronstijdperk (5000 – 3000 v.C.) vestigden de Hiattieten zich in Anatolië en vormden de eerste grote beschaving in Turkije. 

De Hittieten

De Hattieten beheersten Midden– en Zuid–Anatolië. Verschillende aanvallen van een Indo–Europese volk maakten in het tweede millenium v.C. een einde aan de Hattieten–cultuur. De nieuwe bewoners werden `mensen van Hatti' genoemd, omdat zij op het grondgebied van de Hattieten woonden. Later kregen zij de naam Hittieten toebedeeld. De hoogstaande cultuur van de Hattieten werd verder uitgebouwd; resten van hun hoofdstad Hattusa zijn bij Ankara bewaard gebleven. Het rijk van de Hittieten besloeg een gebied dat van de Zwarte Zee tot aan de Middellandse zee reikte. Urarteërs Eind 13e, begin 12e eeuw v.C. ging het Hittietenrijk ten onder, onder meer door aanvallen van zeevarende naties. Volksverhuizingen brachten nieuwe bevolkingsgroepen naar Anatolië. Rond dezelfde tijd werd Troje verwoest. In het oosten van Anatolië ontstond het Urarteïsche rijk, dat echter geen eenheid vormde. Pas in de 9e eeuw v.C. ontstond een hechte band tussen de verschillende volken binnen het rijk, dat zich uitstrekte tot in Rusland en Iran. Tuspa, het huidige Van, was de hoofdstad.

Phrygiërs

De volksverhuizingen brachten ook de Phrygiërs naar het tegenwoordige Turkije. Hun rijk lag in West–Anatolië, tussen Eskiáåáehir en Ankara. Een bekende Phrygische koning was de hebzuchtige Midas. Zijn grafheuvel staat in de Phrygische hoofdstad was Gordion, die ten zuidwesten van Ankara ligt.

Lydiërs, Lykiërs, Cariërs en Perzen

Rond 700 v.C. stichtten verschillende stammen een rijk in Klein–Azië. De Lydiërs vestigden zich in het westen van Anatolië. Sardes (Sart) was hun hoofdstad. Tussen Fethiye en Antalya ontwikkelde zich in dezelfde tijd het rijk van de Lykiërs en rond Milas en Bodrum stichtten de Cariërs een rijk. Over dit laatste volk is echter weinig bekend. De Lykische beschaving was sterk verwant met de Griekse, net als die van de Lydiërs en Cariërs. Halverwege de 6e eeuw v.C. veroverden de Perzen niet alleen het Lydische rijk, maar heel Klein–Azië. Ook de Grieken, die de westkust hadden gekolonialiseerd, kwamen onder Perzisch bestuur. 

Grieken

Met de komst van Alexander de Grote in 334 v.C. kwam de Perzische overheersing ten einde. De Griekse invloed beperkte zich toen niet langer tot het westelijke kustgebied, waar sinds de 10e eeuw v.C. Grieken woonden. Alexander wist in korte tijd door te stoten tot in India. In Turkije stelde hij de kust veilig voor mogelijke Perzische uit– en aanvallen. In 323 v.C. stierf de veldheer echter en werd het rijk verdeeld. Met Alexander de Grote's oversteek van de Dardanellen begon de Hellenistische periode, een in cultureel opzicht zeer belangrijke tijd, mede door vermenging van de westerse en oosterse cultuurstromen. Er heerste grote bouwactiviteit, waar latere culturen op voortborduurden. Pergamon ontwikkelde zich tot het belangrijkste centrum, zowel op politiek als cultureel gebied.

Romeinen

Toen in 133 v.C. de laatste koning van Pergamon stierf, erfden de Romeinen Anatolië. Enkele jaren later kreeg `Asia' de status van Romeinse provincie, met Ephesos als hoofdstad. Met de komst van de Romeinen brak een rustige en welvarende periode aan. Veel ruïnes van rijkelijk versierde – deels verbouwde Hellenistische – gebouwen getuigen van de grote welvaart.
In de 1e eeuw kwam het christendom op, waarbij bekeerders dankbaar gebruik maakten van de goede Romeinse infrastructuur. De verbreiding van het geloof betekende ondermijning van de Romeinse hegemonie. Niet lang nadat het christelijk geloof erkend was (midden 4e eeuw) verdeelde Theodosius het Romeinse rijk in een westelijk en een oostelijk deel.

Byzantijnen

Keizer Justinianus breidde het grondgebied van Byzantium sterk uit. Zijn opvolgers verloren echter langzaam maar zeker de macht over het Byzantijnse rijk, onder meer door aanvallen van Hunnen, Goten en Vandalen. Geldgebrek, ruzies over religieuze kwesties en een slechte organisatie verzwakten het rijk. De nomadische Seldsjuken verenigden zich en profiteerden van de zwakte van Byzantium door bijna heel Anatolië te veroveren. De kruistochten brachten de Kruisvaarders in Klein–Azië. Begin 13e eeuw werd hoofdstad Constantinopel door Latijnse `geloofsgenoten' ingenomen. Het verzwakte Byzantijnse rijk herstelde zich met veel moeite van deze klap, maar in 1453 viel het doek definitief.

Seldsjuken

De Seldsjuken waren een uit Centraal–Azië afkomstige stam, die zich in de 10e eeuw bekeerde tot de islam. In 1071 veroverden zij bijna heel Byzantium. De Seldsjukische leiders besteedden veel aandacht aan de opbouw van commerciële centra en goede voorzieningen, zoals ziekenhuizen, scholen, weeshuizen en baden. Door een slechte organisatie, zwakke bestuurders en aanvallen van de Mongolen viel het rijk in de 13e eeuw in kleine zelfstandige staatjes uiteen. Veel gebouwen getuigen nog altijd van de hoogstaande Seldsjukische cultuur.

Osmanen

Begin 14e eeuw werd Bursa door de Osmanen ingenomen en tot hoofdstad van hun nog kleine rijk gekozen. In 1402 werd die rol door Adrianopolus (Edirne). Ruim vijftig jaar later viel Constantinopel en daarmee ook het Byzantijnse Rijk. Het Osmaanse rijk kon zich verder ontwikkelen.
In de beginjaren werd het grondgebied sterk uitgebreid. Onder Süleyman II (1520–1566), braken hoogtijdagen voor het rijk aan: het Osmaanse rijk werd het machtigste in de wereld en reikte van Tunesië tot Wenen, van Joegoslavië tot Irak. De vele bouwwerken uit deze tijd weerspiegelen de grote rijkdom.
Een goed regeersysteem zorgde ervoor dat het rijk een eenheid bleef. Süleyman's dood betekende een keerpunt in de geschiedenis van het Osmaanse rijk; door corruptie en decadentie van minder getalenteerde leiders brokkelde de macht van het Osmaanse rijk langzaam af, tot het nog slechts een schaduw van zichzelf was. Onder invloed van de Franse revolutie vonden eind 18e, begin 19e eeuw hervormingen plaats, waarmee geprobeerd werd het verloederde rijk nieuw leven in te blazen. Voor herstel van de militaire macht en daarmee het behoud van het grondgebied kwamen de hervormingen echter te laat. In 1827 maakte Griekenland zich los van het Osmaanse rijk en in 1853 brak de Krim–oorlog met Rusland uit waarbij, ondanks steun van Frankrijk en Engeland, de Osmanen als verliezers uit de strijd kwamen. In dezelfde eeuw verloor Turkije ook de Balkan en werd een speelbal van de Europese mogendheden.
Tegen het einde van de 19e eeuw ontstond op de Militaire Academie van Istanbul de Jong–Turkse beweging, die liberale hervormingen nastreefde. In 1909 werd de macht overgenomen door een driemanschap met liberale ideeën. Hun ideeën ten spijt veranderde er niets aan de hopeloze situatie, waarin het land zich bevond. De situatie verslechterde verder toen de Turkse regering in de Eerste Wereldoorlog de kant van de Duitsers koos. Een in puin geschoten land, verslagen legers en een bezette hoofdstad waren het gevolg. Tot overmaat van ramp werd het Osmaanse rijk in 1919 ook nog aangevallen door de Grieken (met toestemming van de Franse, Britse en Amerikaanse bezettingsmacht). Het Osmaanse leger was niet bij machte enige tegenstand van betekenis te bieden. Marionetten–sultan Mehmet VI tekende daarop een verdrag waarin was vastgelegd, dat de Osmanen al hun grondgebied, met uitzondering van Istanbul en een deel van Anatolië, kwijtraakte.
De teleurstelling om de verliezen die het land geleden had zette zich om in sterke nationalistische gevoelens. Het verzet tegen de bezetters werd geleid door generaal Mustafa Kemal Pasa, later bekend als Atatürk (een erenaam: vader van de Turken). Begin 1920 werd in Ankara een tegenregering uitgeroepen met Atatürk aan het hoofd. Tegelijkertijd werd de oorlog verklaard aan de vreemde mogendheden op het Turkse grondgebied. Nadat begin 1921 de Griekse troepen tot staan waren gebracht, lukte het de Nationalisten om in 1922 de Grieken definitief te verslaan.
Tijdens de vredesconferentie in Lausanne (1923) werden de grenzen van het Osmaanse rijk vastgesteld, die nagenoeg gelijk zijn aan de huidige. Als gevolg van het vredesakkoord verhuisden een kleine twee miljoen Grieken en Turken van het ene naar het andere land. De littekens daarvan zijn nog altijd niet verdwenen. Op 29 oktober 1923 riep de Nationale Vergadering de Turkse Republiek uit, met Atatürk als president.