Milas

Mausoleum Milas, Turkije
Mausoleum in Milas, ©Mr. Mehmet Yasa

Milas heette in de oudheid Mylasa en was een tijdlang de hoofdstad van Carië, totdat de Perzische satraap of gouverneur Mausolos deze naar het gemakkelijker te verdedigen Halikarnassos (Bodrum) verplaatste. Later werd het de hoofdstad van het Emiraat der Menteşe. De Menteşe waren van oorsprong nomaden uit centraal Anatolië. Aan hun heerschappij kwam in 1391 een einde door de opkomst van de Osmanen.

Het stadje ligt op 198 km ten zuiden van Izmir en op 131 km van Marmaris. Het is al meer dan 2400 jaar een belangrijk regionaal marktcentrum.

Bezienswaardigheden Milas

Uit de oudheid is onder meer de Baltali Kapisi (= bijlenpoort) of Romeinse Poort overgebleven (richting Labranda). Nog wat verder, over de brug, liggen aan de voet van een heuvel de resten van het antieke theater. Aan de westkant van het stadje staat een fraaie Romeinse tombe uit de 1e eeuw, de Gümüşkesen, die gemodelleerd is naar de tombe van Mausolos in Halikarnassos. Deze is echter veel kleiner, maar wel voorzien van een piramidevormig dak, dat op korinthische zuilen rust. Uit latere tijden is ook het één en ander bewaard gebleven, zoals de onopgesmukte, door Orhan Bey gebouwde Alaettin Camii uit 1330, en de Ulu Camii uit 1378, beide uit het pre-Osmaanse tijdperk. Voor de bouw van de Firuz Bey Camii uit 1394 zijn `tweedehands' stenen gebruikt.

Euromos

Euromos ligt in een bosrijke omgeving tussen drie heuvels in, vlak ter linkerzijde van de weg, op 12 km ten noordwesten van Milas. Mylasa en Euromos waren concurrenten en stonden steeds op min of meer gespannen voet met elkaar. Mylasa was evenwel de grotere en machtigste van de twee. De antieke stad Euromos stond iets verder naar het noorden, op een heuvel boven de tempel, waarvan de zestien nog staande zuilen - compleet met architraaf - meteen opvallen. Deze korinthische tempel geldt als de best bewaarde van heel Klein Azië, dateert uit de 2e eeuw en was opgedragen aan Zeus. Oorspronkelijk had de tempel 36 zuilen, waarvan zes op de kopse kanten en negen daartussen. De voor- (west-)zijde had een dubbele rij zuilen en aan de achterzijde stonden er, nog twee in het midden. Dat drie zuilen aan de zuidoostkant niet van groeven voorzien zijn, wijst erop dat de tempel waarschijnlijk nooit voltooid is. Inscripties aan de noord- en westzijden vermelden de namen van de sponsors (!) die de bouw mogelijk maakten. Tussen de bomen, een honderdtal meters naar het noorden, bevindt zich nog een ronde toren, die deel uitmaakte van de in 300 v.C. opgerichte stadsmuren. Dan zijn er nog wat andere overblijfselen, die slechts beperkt interessant zijn, zoals een in slechte staat verkerend theater, dat nog is zichtbaar in de heuvelflank. Van de stoa, die de agora aan vier zijden omgaf, staan nog verscheidene zuilen overeind. Langs het pad van de weg naar de tempel zijn nog wat onderaardse, op de gebruikelijke Carische wijze (met grote steenblokken) geconstrueerde tombes. De hoop stenen bij de weg vormt de schamele rest van wat ooit een thermencomplex moet zijn geweest.