Van Algund naar de Reschenpass en terug

Graun
Graun

Vanuit Algund (kijk bij: ‘Meran en omgeving’) bereikt u in korte tijd Partschins. De laatgotische parochiekerk dateert uit 1502 en bevat diverse bezienswaardigheden waaronder het barokke hoofdaltaar. In het dorp kunt u zich een goed idee vormen omtrent de volkskunst in Zuid-Tirol, men heeft een museum over dit onderwerp ingericht. De Stachelburcht was ooit de woning van de vorsten van Partschins, het is privé-eigendom en niet voor het publiek toegankelijk. Als u een mooie wandeling wilt maken, maak dan gebruik van de Waalweg die in het noorden van het dorp (wijk Vertgen) begint. Met enige inspanning bereikt u de waterval die van een hoogte van bijna 100 meter naar beneden klettert. Hij behoort tot de hoogsten in Zuid-Tirol.

Voordat u het Schnalstal bezoekt, vragen enkele objecten in Naturns uw aandacht. In de eerste plaats natuurlijk het kerkje dat in lang vervlogen tijd werd gewijd aan St.Prokulus. Het werd in de 7e eeuw gebouwd en in de kerk bevinden zich fresco’s uit de 8e eeuw, waarschijnlijk de oudste in hun soort binnen de Duitstalige wereld. Opgravingen hebben ook een Germaans graf uit de bouwperiode van de kerk aan het licht gebracht. In het gemeentehuis bevinden zich eveneens fresco’s afkomstig uit de kerk en andere resultaten van opgravingen. Als u ze wilt bekijken dan moet u zich aanmelden voor een van de excursies waarin een bezoek aan het gemeentehuis is opgenomen. Als u van kastelen houdt neem dan een kijkje in de Dornsberg, een burcht uit de 16e eeuw. De geschiedenis gaat echter veel verder terug.

Vanuit Naturns rijdt u zomaar het prachtige Schnalstal in met uitzicht op de Ötztaler Alpen. De uitloper in Zuid-Tirol wordt Texelgruppe genoemd. Aan het begin van het Schnalstal ligt de wijk Staben. Hier bevindt zich nóg een kasteel: Juval, gebouwd in de 13e eeuw. Het kasteel wordt bewoond door een van de beroemdste bergbeklimmers die de wereld ooit kende: Reinhold Messner. Er worden rondleidingen door het kasteel georganiseerd die u niet alleen het kasteel laten zien, maar u ook in aanraking brengt met de bergsport. Meer over Reinhold Messner vindt u onder het kopje ‘Bergbeklimmen’. Als u weet dat u in Vinschgau ook ‘s zomers kunt skiën dan heeft u meteen een goed idee van de omgeving. Ook de wat meer ervaren bergwandelaars vinden er alles van hun gading. De weg eindigt in Kurzras, aan de voet van de 3251 meter hoge Graue Wand, omgeven door tal van andere toppen die royaal boven de 2500 meter uitsteken. Men heeft hier, door de aanleg van de gletsjerbaan, een zomerskigebied ontwikkeld. De gehele weg voert langs een van de natuurgebieden van Zuid-Tirol, het Naturpark Texelgruppe. Als u vanuit Karthaus het Pfossental ingaat dan kunt u diep in het natuurgebied doordringen. Houd er rekening mee dat u na 5 kilometer te voet verder moet gaan. (Vanuit het iets ervoor gelegen Neurateis is een schitterende, meerdaagse wandelroute uitgezet die eveneens door het Pfossental voert.)

Op de weg naar de Reschenpass kunt u het beste de dorpjes aan de rechterkant bezoeken, op de terugweg kan uw aandacht dan uitgaan naar alles wat uw interesse heeft aan de andere kant van de weg. In Tschars kunt u een bezoek brengen aan de de gotische St.Martinskerk uit de 16e eeuw, in het enkele kilometers verderop gelegen Kastelbell vindt u, de naam zegt het al, het gelijknamige kasteel uit de 13e eeuw. De huidige vorm dateert uit de 19e eeuw. In de bijbehorende kapel kunt u fresco’s uit de 15e en 16e eeuw bekijken.

In Schlanders, een van de belangrijkere dorpen van het dal, is ook weer zo’n kerk die het bekijken waard is. De barokke parochiekerk, gewijd aan Maria-Hemelvaart, werd in de 16e eeuw gotisch gebouwd, pas in 1760 kreeg de kerk zijn huidige uiterlijk. Vanuit het dorp voert een prachtige wandelweg u diep het Schlandauer Tal in. Om u heen verrijzen vele drieduizenders, behorend tot de Saldurkamm met als hoog(s)tepunt de 3433 meter hoge Saldurspitze. Als u leuke foto’s wilt maken dan neemt u even de tijd voor een wandeling door het schilderachtige dorpje Kortsch een paar kilometer voorbij Schlanders.

Zo’n 12 kilometer voorbij Kortsch, ter hoogte van Prad gaat weg 38 in de richting van het Stilfser Joch, waarover later meer, u gaat rechtdoor via weg 40.

Vinschgau is in drie stukken gedeeld, laag, midden en hoog. U komt nu in het ‘hoge’ deel. Mals zou de volgende stop kunnen zijn. U kunt het dorp niet missen, de 33 meter hoge toren van de burcht uit de 12e eeuw (waar tot in de 15e eeuw recht gesproken werd) is het kenteken van het dorp. Er zijn diverse kerken waarvan de geschiedenis ver teruggaat. Ze zullen afgesloten zijn maar een briefje aan de deur geeft aanwijzingen over het adres waar u de sleutel kunt ophalen.

St.Valentin auf der Haide is ook weer zo’n dorp dat zeer geliefd is vanwege de wandelmogelijkheden. Het ligt op de grens van twee meren: de Haidersee en de Reschensee. Het eerstgenoemde wordt ook gebruikt om te surfen, er bevindt zich zelfs een surfschool. Vanuit het dorp brengt een stoeltjeslift u op de Haideralm, gedurende het winterseizoen een geliefd skigebied.

Tot aan Reschen strekt de Reschensee zich uit. Het stuwmeer kwam in 1949 gereed en ligt op een hoogte van 1497 meter. Het biedt mogelijkheden tot roeien, zeilen en windsurfen. Aanvankelijk was het een natuurlijk meer, maar door de afsluiting van de rivier de Etsch werd een voorziening getroffen om stroom voor een belangrijk gedeelte van het dal te leveren. Het dorpje Graun waar u doorheen rijdt op weg naar de pas, is voor een belangrijk gedeelte herbouwd als gevolg van de uitbreiding van het oorspronkelijke meer. Het dorp is indertijd geheel afgebroken, met uitzondering van de kerk. Het is dan ook een van de weinige meren met een eigen kerk, de toren van de vroegere parochiekerk uit de 13e eeuw steekt nog boven water uit.

De overgang via de Reschenpass naar Oostenrijk is een van de gemakkelijkste hoge grensovergangen (1508 meter). In de nabijheid bevindt zich het drielandenpunt waar Italië, Oostenrijk en Zwitserland hun grenzen delen, gemarkeerd door de 2808 meter hoge Piz Lat.

Als u terugrijdt en u wilt niet via Oostenrijk of Zwitserland, dan bent u verplicht dezelfde weg te volgen, eventueel op een klein stukje na. Ten zuiden van de beide meren ligt Burgeis, een karakteristiek bergdorpje waar u in elk geval kunt stoppen voor een bezoek aan de Fürstenburg, een kasteel dat werd gebouwd en uitgebreid in de 13e tot de 16e eeuw. Ooit was het de zetel van de vorstbisschoppen van het Zwitserse Chur. Als u vanuit het dorp de berg oprijdt passeert u het klooster Marienberg. Het ligt terzijde van een haarspeldbocht en u zou er zomaar voorbijrijden als u de ruime parkeerplaats niet op zou merken. Het is een prachtig benedictijnenklooster dat een bezoek meer dan waard is. Als u het in de zomermaanden bezoekt dan moet u zeker deelnemen aan een rondleiding, dat is namelijk de enige manier om een kijkje te nemen in de schitterende crypte met onder meer fresco’s uit 1160. Het getoonde misgewaad is naar schatting ruim 800 jaar oud en schijnt ooit toebehoord te hebben aan de vrouw van Ulrich, de stichter van het klooster.

Rondje Oostenrijk

Het is vanuit de Vinschgau ook mogelijk om een trip via Oostenrijk te maken (denk aan een autobahnvignet!) (kijk bij ‘Meran en omgeving’), maar dan via de Reschenpass. Weg 38 en 40 brengen u op de pas, via weg 315 komt u bij Nauders waar u deze weg vervolgt richting Pfunds. U kunt nu verder rijden tot Landeck en dan via weg 171 in de richting van Innsbruck rijden. Misschien vindt u dat allemaal een beetje saai, verlaat dan weg 315 bij Faggen (of bij Pfunds richting Lafairs, Schöneck, Ried en Prutz) en kies voor Falpaus, Piller en Wenns. Bij Arzl im Pitztal bereikt u weg 171 die u gaat volgen in de richting Innsbruck. U kunt ook bij Wald rechts aanhouden en via Hoheneck en Rappen naar Sautens rijden en vandaar via weg 186 in de richting van Längenfeld gaan. Komt u vanaf weg 171 dan verlaat u die via de afslag Ötztal of volg weg 186 richting Längenfeld. Via Sölden bereikt u het Timmelsjoch, u bent nu terug in Italië. Weg 44bis brengt u in St.Leonhard en vervolgens bereikt u via weg 44 Meran waar weg 38 Vinschgau weer invoert. De totale lengte van dit ‘ommetje’ bedraagt ongeveer 270 kilometer, gerekend vanaf en terug tot Meran.

Bestemmingen in de omgeving van Van Algund naar de Reschenpass en terug

  • Rondje Glurns-Prad

    Stilfser Joch (Passo di Stelvio)
    Vanuit Glurns kunt u via weg 41 via Taufers doorrijden tot aan Valchava. U bent nu de grens met Zwitserland gepasseerd. Van daaruit kunt u via een spectaculaire...
  • Rondje Livigno, belastingparadijs

    Uitzicht vanaf de Umbrailpass
    Veel mensen vinden het leuk om een keertje in zo’n belastingvrij gebied rond te kijken en er dingen te kopen die ogenschijnlijk veel goedkoper zijn dan in...