Gebiedsbeschrijving Centraal-Chili

Swipe

De palmen van het Parque Nacional La Campana

Het schitterende Parque Nacional La Campana (de ‘klokkentoren’) is een van de vele verrassingen in de omgeving van Santiago. Dit idyllische natuurgebied met indrukwekkende palmenbossen ligt op slechts een uur rijden tussen de grote steden Valparaiso en Santiago maar wordt buiten de weekends verrassend genoeg nauwelijks bezocht. In het gebied zijn enkele prachtige dagwandelingen of een mooie tweedaagse trektocht te maken. La Campana ligt in het kustgebergte, ook wel Precordillera genoemd, met een mediterraan klimaat en bestaat uit steile berghellingen waarop gevarieerd bos groeit, dat behoort tot de noordelijkste uitlopers van het bosgebied van Centraal-Chili. La Campana is het hele jaar door te bezoeken, maar in de winter moet je hier op regen rekenen, terwijl de zomers erg heet kunnen worden. De beste tijd is daarom het voorjaar (sep.-nov.) met voorjaarsbloemen en heldere luchten, of het najaar (apr.-jun.).

Het grootste deel van La Campana is bedekt met droogteminnend bos; aan de boomgrens op 1000 m (waar het vochtiger is) groeit hier verder de roble, een boomsoort die in het zuiden van Chili een groot deel van de bossen uitmaakt. De roble heeft in La Campana z’n noordelijkste vindplaats. Maar het opvallendste bostype in dit gebied is het bos van Chileense palmen dat de valleien van Ocoa bedekt. La Campana is een van de twee plekken in Chili waar deze palm nog groeit. Ook Darwin bezocht dit gebied, maar was niet onder de indruk van deze palmen, die hij de lelijkste noemde die hij ooit had gezien. Met z’n dikbuikige stam vormt de palm weliswaar een plompe indruk, maar om deze bossen lelijk te noemen gaat duidelijk te ver. De palmenbossen scheppen een idyllische sfeer met hun indrukwekkende stammen, de rust van de valleien, en de vele zangvogels, die bij zonsondergang en -opgang een ware symfonie ten gehore brengen.

Bereikbaarheid/voorzieningen

La Campana heeft een noordelijke en zuidelijke ingang. Bij beide ingangen, Granizo en Ocoa, zijn aardige guardaparques die je uitleg geven over het gebied, de paden en die je de beste kampeerplekken wijzen. Bij de ingang betaal je entree en krijg je een eenvoudig kaartje. Neem voor de ingang Granizo vanuit Valparaíso/Vina del Mar ‘Buses Ciferal’ met opschrift ‘Granizo/Olmué’ langs Limache en Olmué tot het eindpunt (vertrekt elke 20 minuten uit Valparaíso vanaf de laatste (parallelle) straat vóór de haven). De bus brengt je in 2 uur tot enkele kilometers van de ingang van het park, beginpunt van de onderstaande wandeling Granizo – Ocoa.

De noordelijke ingang, Palmar de Ocoa is tot op 12 km afstand per bus te bereiken door uit te stappen uit een van de talloze bussen over de Panamericana tussen Santiago en La Calera/La Ligua (neem vanuit Santiago een van de bussen met een noordelijke be-stemming, zie pagina 264). Vraag de chauffeur te stoppen ongeveer 10 km voor La Calera bij het dorpje Ocoa. Vandaar voert een zandweg in ongeveer 2,5 uur door het dal langs verspreide huizen, akkers, en langs velden met cactussen naar de ingang van het park bij Palmar de Ocoa. Er is langs deze zandweg geen regelmatig openbaar vervoer; maar af en toe komen hier kleine busjes uit La Calera langs. Het is echter een prettige wandeling.

Onderdak is er niet in La Campana, wel in Olmué of La Calera. Voor een trektocht door het park moet je kamperen of bivakkeren (het wordt er ’s zomers niet koud). Kamperen is in La Campana mogelijk op verschillende plekken, waarbij water een probleem kan zijn. Het gebied is vooral in de zomer nogal droog. Desondanks zijn er enkele fraaie watervallen en enkele bronnetjes. Het gebruik van waterzuiveringstabletten is aan te bevelen aangezien er vrij veel vee rondloopt in dit nationaal park (ook vervaarlijk loeiende stieren, die echter niet gevaarlijk zijn). Inkopen doen in Santiago of Valparaíso.

Wandelmogelijkheden La Campana

Er zijn zowel in de noordelijke als zuidelijke deel enkele mooie (korte) dagtochten te maken, maar het mooiste is een doorsteek in twee dagen door het hele gebied, van Granizo naar Ocoa (of omgekeerd, zodat je verzekerd bent van vervoer terug). De tocht kan eventueel in een lange dag worden gemaakt (circa 9 uur), maar het is beter er twee dagen voor te nemen.

Wandeling Granizo – Ocoa

Volg vanaf de ingang de ‘Sendero de los Plumes’ door een mooi bos; volg vervolgens de weg enkele bochten en neem de afslag naar Portezuelo de Ocoa (800 m stijgen, 3 uur). Het laatste stuk voor de pas wordt de begroeiing anders, er staan robles (Nothofagussoorten) met eetbare paddestoelen (’pan de los indios’) aan de bomen. Vanaf de pas heb je een schitterend uitzicht op het aan de noordkant gelegen dal van Ocoa, met in de verte de palmenbossen. Na een afdaling van 1,5 uur kom je in een brede vlakte met palmen (’el Amagijo’), een weiland en een klein beekje, een ideale kampeerplek; de volgende dag nog 2 uur over een mooi paadje door het schitterende palmenbos tot de noordelijke entree van het park bij Palmas de Ocoa; van daar nog 2,5 uur naar de Panamericana (let op: bij de school rechts, even verder weer links en zo rechtuit tot Ocoa; bij de hoofdweg is een kiosk met koekjes en drankjes).

Vakanties in Chili

10 prachtige bestemmingen in De palmen van het Parque Nacional La Campana en Chili