Newfoundland and Labrador

Swipe

Oost-Canada

Van de Hamilton Inlet aan de oostkust van Labrador tot het noordelijkste puntje van dit deel van de Canadese provincie Newfoundland and Labrador en naar het westen tot aan de grens met de Canadese provincie Québec is het autonome gebied Nunatsiavut. Sommige stukken grond, met name rond de nederzettingen aan de kust, zijn in eigendom van de Labrador Inuit gekomen, andere zijn van de provinciale overheid maar hebben ze er speciale rechten. De Inuit (vroeger bekend als Eskimo's) hebben zelfbestuur over zaken als onderwijs, gezondheidszorg, cultuur, burgerrecht en milieu. Tot Nunatsiavut behoren Rigolet, Makkovik, Postville, Hopedale en Nain. De Innu-gemeenschap Natuashish ligt wel halverwege de oostkust in deze regio maar behoort niet tot het Inuit-bestuur.

Rigolet

De zuidelijkste plaats van Nunatsiavut is Rigolet. Het motorschip Northern Ranger maakt hier vanuit Cartwright op weg naar en van Happy Valley-Goose Bay een stop. Daarvoor wordt de Hamilton Inlet ingevaren. Rigolet is een Inuit-dorp van circa 325 inwoners. Er lopen geen wegen naar toe. Wel is er een hotel en worden toeristen gestimuleerd te komen kijken. Gedurende de laad- en lostijd van de boot worden ze opgevangen en uitgenodigd voor een rondleiding door het dorp. Soms worden lokaal klaargemaakte gerechten geserveerd, omlijst met een optreden van de Rigolet Square Dancers.

Net Loft Museum

In het Net Loft Museum zijn wat displays te bekijken over de historie en activiteiten van dit dorp. Het is half achttiende eeuw begonnen als Franse handelspost en groeide na de overname door de Engelsen in 1763 uit tot een nederzetting voor vissers en walvisjagers. Inuit kwamen hier echter al honderden jaren daarvoor en er zijn plekken gevonden waaruit blijkt dat Maritime Archaic- en Palaeo-Eskimo’s hier al meer dan zesduizend jaar geleden de zomers doorbrachten. Het museumgebouwtje dateert uit 1876 en is hier neergezet door de Hudson’s Bay Company als werkplaats en voor de opslag en reparatie van visnetten. Het maakte deel uit van een handelspost die hier door de Bay in 1836 was opgezet en waar beverbont en zalm werden klaargemaakt voor transport naar Europa.

Makkovik

White Elephant Museum

De eerste plaats die door de kustvaarder Northern Ranger vanuit Happy Valley-Goose Bay na Rigolet noordwaarts wordt aangedaan, is het driehonderd inwoners tellende Makkovik. Dit is het begin van wat de noordkust van Labrador wordt genoemd. In het White Elephant Museum zijn exposities te zien over het ontstaan en de ontwikkeling van dit dorp. Onder andere zijn er huishoudelijke en religieuze voorwerpen, vis- en jaaggerei, klederdrachten, oude gereedschappen en veel historische foto’s. Het zit in een gebouwtje dat als onderdeel van de Moravian Mission in 1915 hier was neergezet. Het deed dienst als kostschool, verzorgingshuis, herberg en medische hulppost. Omdat er echter weinig gebruik van werd gemaakt en er wel onderhoud aan moest worden gepleegd, kreeg het de bijnaam White Elephant. Ook in het Nederlands wordt een duur object waar wel kosten voor moeten worden gemaakt, maar dat niets oplevert, wel een 'witte olifant' genoemd. Het museum is nu een provinciaal historisch monument en is in juli en augustus op werkdagen open en verder als de Northern Ranger afmeert.

Moravian Mission

De Moravische missiepost in Makkovik is in 1896 geopend. Maar al eerder waren missionarissen daarvan hier in de buurt geweest. Fundamenten van hun bouwwerken zijn in 2001 gevonden en honderden voorwerpen werden opgegraven. Foto’s daarvan en tal van gevonden spullen zijn in het White Elephant Museum uitgestald. Ook op eilandjes in de Adlavik-baai bij Makkovik zijn opgravingen verricht. Daar zijn resten van Inuit-plaggenhutten ontdekt.

Moravian Church

De Moravian Church is een Duitse godsdienstige groepering die in 1771 in het noorden van Labrador begon met pogingen de lokale bevolking tot het protestantse christendom over te halen. Ook hielden ze zich bezig met medische verzorging en onderwijs. Het is van Tsjechische oorsprong, half vijftiende eeuw opgericht door volgelingen van kerkhervormer Jan Hus. Later werden ze naar Duitsland verdreven. In het Nederlands worden de leden van dit genootschap zowel Moravische broeders als hernhutters genoemd.

Hopedale

Verder naar het noorden is Hopedale. Dat ligt aan een diepe baai en is een groeiend plaatsje waar de wetgevende activiteiten van Nunatsiavut zijn gevestigd. Landinwaarts wordt het omringd door heuvels en dichte wouden met, zoals de Inuit zelf zeggen, “veel bont dragende dieren”. Delen van de soms bijna een miljoen dieren tellende George River-kariboekudde verblijven in najaar en winter in de buurt.

Agvituk Historical Society

Uit archeologische vondsten is gebleken dat Inuit hier al in de zeventiende eeuw plaggenhutten hadden. Zij spraken over Agvituk, plek waar walvissen zijn. In 1777 stichtten missionarissen van de Moravische broeders er een missiepost. Dat resulteerde in 1782 tot een eigen houten pand en dat staat er nog steeds. Tegenwoordig is het een nationaal historisch monument en naar verluidt het oudste houten complex in Canada ten oosten van Québec. De Agvituk Historical Society heeft het opgeknapt en er een bezienswaardigheid van gemaakt. In een van de panden is een museum met exposities over archeologische vondsten, de missiepost en de Moravische broeders, Inuit-cultuur, handvaardigheidsproducten, huishoudelijke voorwerpen, gereedschappen en displays over de historie van dit plaatsje.

Nain

Het eind van de kustvaartroute is in Nain. Hier arriveerden de Moravische broeders in 1771 en bouwden er hun eerste nederzetting. Deze werd daarna ook handelspost voor jagers en vissers. Tegenwoordig is het een belangrijke plaats als het administratieve centrum van Nunatsiavut. Er wonen meer dan twaalfhonderd mensen. De meesten zijn Inuit, maar ook flink wat mensen zijn Kablunângajuit ofwel nazaten van gemengde huwelijken tussen Inuit-vrouwen en Europese mannen.

Museum Piulimatsivik

In het kleine Nain Museum Piulimatsivik zijn over die afkomst displays te zien. Ook gaan die over Inuit-cultuur en de Moravische broedergemeenschap. Het museumpje staat bij een Moravische kerk.

Excursies

Vanuit Nain worden excursies gemaakt naar het Torngat-gebergte, walvissen en ijsbergen in de Labradorzee en het binnenland van Labrador. Informatie daarover bij het hotel van Nain, Atsanik Lodge, via tel. +1-709-922-2910. De exploitanten van dit noordelijkste hotel van de provincie verzorgen deze tochten.

Torngat Mountains National Park

Het Torngat-gebergte maakt deel uit van het beschermde natuurgebied Torngat Mountains National Park. Dat beslaat circa 9600 vierkante kilometer, zich uitstrekkend van de Saglek Fjord in het zuiden tot de punt van Labrador in het noorden en van de grens met de provincie Québec in het westen tot de Labradorzee in het oosten. Het is een arctische wildernis waar onder meer kariboes, ijsberen, slechtvalken en arenden voorkomen. Parks Canada en de Inuit van Nunatsiavut beheren het gezamenlijk. Torngat is overigens een woord dat de Inuit gebruiken voor ijsbeer.

Vakanties in Canada

10 prachtige bestemmingen in Oost-Canada