Oost-Bosnië

Swipe

Langs de Sava naar het oosten

De vruchtbare gronden in het noordoosten van het land heeft Bosnië te danken aan de Sava. De brede zijrivier van de Donau vormt de noordgrens met Kroatië. De rivier stroomt 945 kilometer door voormalig Joegoslavië, van de oorsprong in de Sloveense Alpen tot Belgrado, waar hij in de Donau uitmondt. De steden langs de Sava zijn grensplaatsen en daar profiteren ze van. De handel over de grens bloeit. Dat geldt helemaal in het district Brcko, dat door speciale belastingwetgeving nog goedkoper is dan de rest van Bosnië.

Bosanski Brod (Srpski Brod)

In de laatste oorlog veranderden de Servische autoriteiten de naam Bosanski Brod in Srpski Brod. Het hooggerechtshof verklaarde onlangs dat die naamswijziging onwettig was en dus kreeg de stad haar oude naam terug. Brod betekent boot en die naam slaat op de veerverbinding over de Sava die hier altijd geweest is. Aan de andere kant van de rivier ligt de veel grotere Kroatische stad Slavonski Brod. Het meeste internationale verkeer naar Bosnië gaat hier de snelweg af en de grens over. Na de brug begint de M17 naar Zenica en Sarajevo.

De Turken kregen de stad in 1536 in handen en noemden deze Bosud. Ze bouwden een wachthuis aan de rivier om de grens met het Habsburgse Rijk te bewaken. Tot de laatste oorlog had Bosanski Brod een oriëntaalse uitstraling. Uit de Osmaanse tijd waren verschillende moskeeën bewaard gebleven, maar daar is nu niets meer van over. De Serven bepalen nu het aanzien van de stad. Er zijn nieuwe orthodoxe kerken bijgekomen en de oude zijn prachtig opgeknapt. Op de pleinen wapperen de vlaggen van de Republika Srpska. Een wat luguber monument van de kunstenaar Petar Krstic in het stadspark herinnert aan de gevallen partizanen in de Tweede Wereldoorlog. Andere toeristische attracties heeft de stad niet, of het moet het strandje aan de Sava zijn.

Bosanski Brod heeft de littekens van de oorlog nog niet kunnen wegwerken. Veel gebouwen staan er bij alsof ze gisteren beschoten zijn. Toch is de rust al jaren weergekeerd. De stad lijkt nu van haar ligging te kunnen profiteren. Kroaten steken de Sava over om goedkoop te tanken en boodschappen te doen. Wie vanuit Bosanski Brod doorrijdt naar het zuiden, ziet een naargeestig landschap vol stukgeschoten huizen aan zich voorbijtrekken.

Posavina

Orašje is de hoofdstad van het vooral door Bosnische Kroaten bewoonde Kanton Posavina, waartoe ook Šamac en Odžak horen. Onder de bomen, die langs de lange rechte straten staan, zijn veel terrasjes. Posavina betekent ‘langs de Sava’. De streek staat bekend om de mandenvlechters, die hun riet uit de drassige gebieden langs die rivier halen. De Sava biedt ook mogelijkheden voor kanoën en vissen. Informeer daarvoor bij het toeristenbureau van Kanton Posavina in Odžak.

Hoewel het een onbeduidend stadje is, bracht Šamac twee wereldberoemde politici voort. In 1925 werd de Bosnische president Alija Izetbegovic er geboren en 27 jaar later Zoran Ðindic, de in 2003 vermoorde Servische premier. Nu gebeurt er weinig in het stadje, dat voor de oorlog Bosanski Šamac heette. In het rustige centrum zijn wat cafés en winkels. De bezienswaardigheden blijven beperkt tot het zoveelste partizanenmonument en een Servisch monument voor de laatste oorlog. Voor het internationale treinverkeer is Šamac een grensstation.

Brcko

De rivierhavenstad Brcko is van vitaal belang voor de economie van Bosnië. Grondstoffen voor en eindproducten van de industrie in Tuzla en Zenica worden hier van trein op schip overgeladen. Het is dan ook geen toeval dat er tijdens de oorlog zwaar om dit gebied gevochten is. Het was een van de weinige regio’s waar alle drie de bevolkingsgroepen aanspraak op maakten. Omdat men er bij de vredesonderhandelingen van Dayton niet uitkwam, heeft Brcko een aparte status gekregen. Het valt niet onder een van beide entiteiten, maar direct onder het centrale gezag. Het district Brcko heeft een eigen parlement, politie en belastingwetgeving. Zowel voor de federatie, als voor de Republika Srpska is het een corridor die twee gebiedsdelen met elkaar verbindt.

Hoewel de geschiedenis van Brcko veel verder teruggaat, heeft de stad een Habsburgse uitstraling. Langs de brede voetgangers-straat staan statige, maar kleurrijke gebouwen. Veel daarvan zijn ontworpen in de voor Bosnië zo typerende pseudo-Moorse stijl. Het bekendste voorbeeld daarvan is de kunstgalerie van het district Brcko, waar vaak interessante tentoonstellingen zijn. Doordat in het district Brcko een andere belastingwet geldt, zijn veel producten er goedkoper dan in de rest van het land. Daardoor en door de gunstige ligging op de grens van twee entiteiten en drie landen is er een bloeiende handel ontstaan. In de stad zijn een paar enorme markten waar bijna alles te koop is. De Arizona markt, die in 1996 ontstond, is de grootste.

10 prachtige bestemmingen in Langs de Sava naar het oosten en Bosnië en Herzegovina