Oost-Canada

Swipe

Kirkland Lake

Na zilver komt goud. Na de zilvermijnen van Cobalt aan de Golden Route in het Nabije Noorden van de Canadese provincie Ontario op deze pagina de goudmijnen van Kirkland Lake aan diezelfde route (zie over de Golden Route ook de pagina over Temagami). Deze plaats is een van de belangrijke goudcentra van Canada, een positie die ze kreeg na een gelukkig toeval.

Het verhaal gaat dat eind juli 1911 Bill Wright en zijn zwager Ed Hargreaves in deze regio op zoek waren naar goud. Een paar jaar daarvoor waren een kilometer of wat noordelijker rijke goudaders gevonden bij het tegenwoordige Timmins (zie ook de aparte pagina over Timmins). Goudzoekers overal vandaan stroopten sindsdien een groot gebied daar omheen af; het tegenwoordige Kirkland Lake is hemelsbreed zo'n honderd kilometer daar vandaan. Tegen de avond had Ed honger gekregen en ging hij voor een maaltje op konijnenjacht. Omdat het wel erg lang duurde, ging Bill maar eens kijken waar zijn zwager bleef. Toen hij een geweerschot hoorde, rende hij in de richting van waar het geluid was gekomen. Hij trof Ed enigszins verwilderd bij wat uitstekende rotsen staan; hij was verdwaald. In dat gesteente zag Bill wat glinsteren. Ze sloegen een metalen paal met een merkteken de bodem in waarmee ze hun vondst claimden, en gingen terug naar hun kamp. De volgende dag hakten ze wat van het spul van de rotsen, bakenden een flink stuk grond rond de plek af en gingen naar Timmins voor nader onderzoek. Meteen ook registreerden ze hun vindplaats zodat anderen er niet mee aan de haal konden gaan. Hun vermoedens werden bewaarheid: ze hadden goud gevonden.

Mile of Gold

Tientallen andere goudzoekers kwamen hier hun geluk beproeven. Aders werden tot diep in de bodem blootgelegd, naar verluidt dieper dan waar ook op het westelijk halfrond. De diepste is de Macassa-mijn. Dat is de enige van zeven mijnen in deze plaats die nog steeds goud produceert. Momenteel gaat de hoofdschacht tot een diepte van ongeveer 2,2 kilometer. Gezegd wordt dat Kirkland Lake een van de rijkste goudvindplaatsen in Canada is. Aan Government Road kun je enkele mijnschachten zien die daarop wijzen. Deze weg wordt ook wel de Mile of Gold genoemd, de gouden mijl. Het verhaal gaat dat de bouwers van deze weg bij vergissing grint voor de fundering ervan haalden van een ertsberg die lag te wachten op verwerking en niet van een berg afvalstenen. Onder een stuk van het asfalt zou dus een ertslaag moeten zitten met mogelijk wat goud erin.

Tough-Oakes Mine

Een van die goudzoekers was Harry Oakes. Hij was een self-made geoloog die van 1898 tot 1906 in Klondike en Dawson City in het Yukon-territorium in het westen van Canada op zoek was geweest naar goud. In juni 1911 kwam hij naar Ontario en op 8 januari 1912 legde hij claims op enkele veelbelovende plekken in wat nu Kirkland Lake is. Hij kreeg daarbij financiële steun van de gebroeders George, Tom, Bon en Jack Tough. Daar schoot hij in de roos. Hun mijn werd eerst Tough-Oakes Mine genoemd en later Toburn Vault. Restanten ervan zijn te vinden aan Highway 66 aan de oostkant van Kirkland Lake. Een gedenkplaat voor het gebouw van het Northern College geeft de precieze plek aan. Eind jaren 1930 waren in en rond Kirkland Lake meer dan vijfduizend mijnwerkers bezig ertslagen te verwerken. Naar verluidt werd hier in die tijd jaarlijks goud gevonden ter waarde van meer dan dertig miljoen Canadese dollar.

Oakes Chateau

In 1919 bouwde Harry Oakes een eigen huis in Kirkland Lake. Het was een woning van boomstammen, eigenlijk een blokhut dus, maar die betiteling doet geen eer aan de omvang. Het stond bekend als Oakes Chateau, het kasteel van Oakes. Negen jaar later brandde het grootste deel af, waarschijnlijk als gevolg van kortsluiting in de elektrische bedrading. Meteen liet Oakes een nieuw huis bouwen. Bouwtechnieken met steunbalken en funderingen werden uit de mijnbouw geleend. Alleen de noordwesthoek van het oorspronkelijke houten bouwwerk bleef bewaard en werd in de nieuwe woning geïntegreerd. Mede door een koperen dak is het geheel een imposante verschijning. Uit onvrede over het Canadese belastingstelsel verliet Harry Oakes Kirkland Lake in 1934 en vestigde hij zich in de Bahama's. Zijn huis werd een ontmoetingsplaats voor mijnbouwfunctionarissen in de regio. In 1939 werd Oakes geridderd. Vier jaar later werd hij vermoord aangetroffen in zijn Bahama-woning.

Museum of Northern History

Nu zit in het Oakes Chateau het Museum of Northern History met exposities over het leven in deze regio en het noordoosten van Ontario in de eerste helft van de twintigste eeuw. Onder meer kun je displays bekijken over de regionale historie, opgezette dieren die hier in de omgeving voorkomen, de mannen en vrouwen van deze regio die hebben gediend in de twee wereldoorlogen van de twintigste eeuw, de landbouw en natuurlijk over de goudmijnindustrie en Harry Oakes zelf. Het museumhuis is gevestigd aan Chateau Drive, aan de westkant van Kirkland Lake. Het plaatselijke toeristenbureau is er ook in ondergebracht. Dat heeft een brochure met een wandelroute langs historisch belangrijke punten in de ontwikkeling van de stad.

Miners' Monument

Ter ere van de mijnwerkers die Kirkland Lake groot hebben gemaakt, is in deze nog geen tienduizend inwoners tellende plaats het Miners' Memorial Monument opgericht. Het staat bij de westelijke hoofdtoegang tot de stad aan Highway 66 en herinnert ook aan 309 arbeiders die in de goudmijnen hier de dood vonden. De kunstenaars Sally Lawrence en Rob Moir hebben het vervaardigd uit zwart graniet. Het weegt bij elkaar zo'n veertig ton en is bijna tien meter hoog. Het monument stelt vijf levensgrote figuren voor die werken bij een op een mijnschacht lijkende toren.

Arctic Watershed

Een ander gedenkteken is even ten noorden van de stad aan Trans-Canada Highway 11 de Arctic Watershed Plaque. Deze staat op de plaats waar deze weg de waterkering tussen noord en zuid doorkruist. Het betreft een heuvelrug met de bovenkant op 318 meter boven zeeniveau. Aan de zuidkant ervan vloeit het water naar de Grote Meren van Noord-Amerika (de Great Lakes) en naar de Atlantische Oceaan, aan de noordkant gaat het naar de Hudson Bay en de Noordelijke IJszee. De richel was bovendien de zuidgrens van Rupert's Land, het gebied dat in 1670 ter exploitatie was toegewezen aan Hudson's Bay Company. In 1850 werd deze rug de noordelijke grens van een gebied dat werd overgedragen aan de Ojibway First Nation.

Esker Lakes Park

Deze waterscheidende rug loopt door Esker Lakes Provincial Park. De entree daarvan is aan Government Road/Highway 66. Er zijn tal van meren waarin veel forel zit en waarop veel wordt gekanood. Er tussen zijn portages en enkele wandelroutes. Deze meren zijn restanten uit de vooralsnog laatste ijstijd van zo'n tienduizend jaar geleden. De terugtrekkende gletsjers lieten hier deuken in het landschap achter waarin zich smeltwater verzamelde. Er zijn 29 van die 'kettle lakes' geteld. Ook zijn er zandduinen en plekken met grint-resten die zijn ontstaan door de werking van die ijsvelden. Twee wandelroutes zijn met bordjes aangegeven en beschreven: de Lonesome Bog Trail en de Trappers Trail. De eerste is anderhalve kilometer lang en trekt rond Sausage Lake en langs een veenmoeras. Onder andere zijn er vleesetende planten te zien. De Trappers Trail heeft een lengte van elf kilometer, heeft de Munroe-esker als hoofddoel en komt onder andere langs een hut van een vallenzetter en door een omvangrijk veenmoeras met sparren. Ook zijn er enkele fietsroutes en een camping.

10 prachtige bestemmingen in Oost-Canada