Oost-Canada

Swipe

Timmins

De goudkoorts in het Nabije Noorden van de Canadese provincie Ontario begon in 1909 in Timmins. Daar kwamen drie grote mijnen en enkele tientallen kleinere. Na de aankomst van een spoorlijn in 1911 groeide een goudzoekerskamp uit tot bevoorradingscentrum en hart van de goudmijn-industrie in deze regio. Het kreeg de naam Timmins, naar Noah Timmins die in 1910 een van de grote mijnen had overgenomen en er een wijk voor zijn mijnwerkers bij had laten bouwen. Nu is het een ruim 47.000 inwoners tellende stad en met 3210 vierkante kilometer in grondoppervlak een van de grootste steden van Canada. Ze ligt uitgesmeerd over een lengte van circa vijftig kilometer rond Highway 101. Nog steeds wordt in deze omgeving goud gedolven. Maar er worden ook zink, koper, nikkel en zilver gevonden.

Timmins Museum

Als je wel eens iets gehoord of gelezen had over de Underground Gold Mine Tour en het Shania Twain Centre hier in Timmins: beide zijn gesloten wegens een te gering aantal bezoekers. Bovendien wilden goudexploitatiebedrijven de terreinen waar deze toeristische attracties gevestigd waren, weer gaan afgraven omdat er nog niet gedolven goudertslagen waren aangetroffen. Een deel van de voorwerpen, materialen en displays is nu te bekijken in het Timmins Museum/National Exhibition Centre aan 325 Second Avenue. Daar zijn enkele galerijen met verschillende thema's. Zo is er de Cochrane Gallery die gaat over de geschiedenis en ontwikkeling van Timmins en omgeving. De Gold Rush van 1909 staat uitgebreid uitgestald en plaatselijke en regionale artiesten krijgen er alle ruimte om hun kunstwerken ten toon te stellen. Uiteraard is er een museumwinkel waar veel boeken over goud, mijnbouw, Timmins en het noorden van Ontario verkrijgbaar zijn plus tal van souvenirs, kunstwerken en handvaardigheids-artikelen. Die laatste twee zijn vooral van plaatselijke handwerkslieden. Voor wie het nog niet wist: country-zangeres en superster Shania Twain is hier in Timmins geboren.

Kettle Lakes Park

Timmins is omgeven door meren en wouden. Even ten oosten van de stad ligt bijvoorbeeld Kettle Lakes Provincial Park. Centraal in dit natuurgebied staan 22 meren die zijn overgebleven van de gletsjer-activiteiten meer dan tienduizend jaar geleden. Die worden kettles genoemd, gaten of kuilen in de rotsen die tijdens en na de ijstijd ontstaan zijn door de werking van bevriezend en ontdooiend ijs. Naar verluidt waren sommige van de achtergebleven ijsblokken zo groot als een flink kantoorgebouw. Kettle-meren hebben geen rivieren of beken die water aan- en afvoeren. Kanovaarders zullen dus van het ene naar het andere moeten lopen. Het water komt van kristalheldere bronnen. De meeste van deze meren hebben overigens steile, zanderige oevers. Sommige zijn tot dertig meter diep. Het park ligt in een overgangsgebied tussen boreale wouden en subarctische toendra's. Daarin zwerven onder andere elanden, zwarte beren, wolven, lynxen, vossen en marters. Verder vliegen er reigers, spechten en eenden. In de vochtige lagere delen van het park groeien onder meer vleesetende bekerplanten van de soort Sarracenia, genoemd naar de Québecse arts Sarrasin die ze eind zeventiende en begin achttiende eeuw voor het eerst beschreef. Ook vind je er Labrador-thee en drijvende veenmossen. Er zijn twee campings: Island Lake en Pines. Kano's en fietsen kun je huren bij de campingwinkel. Daar is ook allerlei informatie verkrijgbaar. In het park zijn vier wandelroutes uitgezet die redelijk makkelijk te lopen zijn: de Kettle Trail van twee kilometer, de Oh-Say-Yah-Wah-Kaw Trail van drie kilometer, de twee kilometer lange Tamarack Trail en de Wintergreen Trail van anderhalve kilometer. Informatie over de kampeermogelijkheden bij overheidsinstantie Ontario Parks, van mei tot en met oktober via tel. +1-705-363-3511, de rest van het jaar via tel. +1-705-272-7107.

10 prachtige bestemmingen in Oost-Canada