Oost-Canada

Swipe

Moose Factory

In de Moose River aan de baai James Bay in het verre noorden van de Canadese provincie Ontario ligt voor de kust van het plaatsje Moosonee op zo'n drie kilometer afstand het eiland Moose Factory Island. Op de noordpunt daarvan is het dorp Moose Factory. Het eiland is zo’n drie bij zes kilometer groot en het plaatsje wordt de oudste permanente Engelstalige nederzetting van Ontario genoemd.

Charles Lindbergh

De meeste toeristische bezoekers gaan vanuit Moosonee met een excursie naar het eiland. Je kunt echter ook op eigen gelegenheid gaan, bijvoorbeeld met een watertaxi. Die vertrekken vanaf aanlegsteigers aan de oever van de Moose River langs Révillion Road. Je wordt dan afgezet in het haventje van Moose Factory, ongeveer op dezelfde locatie als waar luchtvaartpionier en eerste transatlantische solovlieger Charles Lindbergh in 1931 landde met zijn watervliegtuig Sirius. Moose Factory Island is vlak met hier en daar wat boomgroepen, vooral langs de oevers. In de tuinen van veel huizen staat een tipi. Die wordt in de zomermaanden gebruikt voor familiesamenkomsten en om te eten. Toeristen zijn meestal welkom om er een kijkje in te nemen. Vaak gaat dat echter tijdens een excursie. Dan weet je ook zeker dat je binnenkomst op prijs wordt gesteld.

Moose Fort

Het dorp Moose Factory begon in 1673 als handelspost van de Hudson’s Bay Company. Charles Bayly had er de leiding; hij was er de eerste 'factor', de plaatselijke manager en zaakgelastigde van het bedrijf. Daar komt dus ook de naam Factory vandaan. De handelspost werd vergroot en versterkt en werd eerst Moose Fort genoemd. Meer dan tweehonderd jaar was dit het regionale hoofdkwartier van het bonthandelsbedrijf en was Moose Fort het centrale punt in de handel met het binnenland van Brits Noord-Amerika. Zie over de Hudson's Bay Company ook bij geschiedenis onder Algemene Informatie.

Centennial Park

Van de handelspost van de Hudson’s Bay Company zijn nog vier bouwwerken bewaard gebleven. Deze staan aan Museum Street en zijn onderdeel van het Centennial Park Museum. Het betreffen het voormalige hoofdkwartier en drie woonhuizen van bedrijfsmedewerkers. Ze zijn in de plaats gekomen van blokhutten uit de tijd van Charles Bayly en worden de oudste restanten genoemd van de aanwezigheid van de Hudson's Bay Company in Canada. Het hoofdgebouw daarvan (het Staff House) staat aan 4 Front Road, op de hoek met Museum Street, en dateert uit 1850. Daar kun je exposities bekijken van oude kaarten, bont, voorwerpen van de Cree-bewoners en van de Europese ontdekkingsreizigers uit de eerste dagen van de bonthandel, en over de historie van het gebied en de plaats. Op het terrein is ook een smidse uit 1740. Deze wordt een van de oudste houten bedrijfsgebouwen van Ontario genoemd. Achter de smidse staat een voormalig kruitmagazijn. Verder is er een bontpers te zien waarmee huiden in balen werden geperst voor vervoer over de oceaan naar Europa. Driehonderd jaar oude grafstenen van de vroegste kolonisten, handelaren en missionarissen vind je op een historische begraafplaats achter het museum. Het park en het stafgebouw zijn in de zomermaanden open. De toegang is gratis.

St. Thomas Church

Aan Front Road staat ook St. Thomas Anglican Church. Dit is een houten kerkje dat in opdracht van de Hudson's Bay Company is gebouwd in 1864, hoewel het pas in 1885 echt helemaal klaar was. Het is een historisch monument met aardige glas-in-loodramen. Je kunt er enkele King James-bijbels bekijken die helemaal in de Cree-taal zijn gedrukt. Nog altijd worden er iedere week diensten opgedragen in diezelfde inheemse taal. Opvallend zijn een altaarkleed en priesterkleding die vervaardigd zijn van elandhuiden en met kralen borduursels zijn versierd. De binnenkant van het dak van het gebouw lijkt wel wat op de kiel van een schip. Dat wijst op de invloed van de bouwers bij het ontwerp: scheepstimmerlieden. Het verhaal gaat dat het kerkje eens tijdens extra hoog water met overstromingen was losgekomen van zijn funderingen en als een schip op de rivier wegdreef richting de James Bay. Slechts door snel ingrijpen van leden van de gemeenschap kon het bouwwerkje worden gered en worden teruggesleept. Het werd beter verankerd, maar ook werden gaten in de vloer gemaakt. Daarin zitten houten pluggen die bij opkomend water er uit worden geduwd. De vloer loopt dan onder en het kerkje blijft op zijn plaats. In een belendend zaaltje worden handvaardigheids-producten verkocht die zijn vervaardigd door Cree-handwerkslieden.

Cree Village EcoLodge

Veel meer over cultuur en levenswijze van de Cree kun je vinden in het Cree Village EcoLodge. Dat is te vinden tussen Hospital Drive en Riverside Drive, aan het zuidelijke eind van het eiland. Je kunt de watertaxi vanuit Moosonee vragen hier naar toe te gaan. Bij het complex is een eigen aanlegsteiger. Maar je kunt er ook vanuit Moose Factory een wandeltocht naar toe maken. Het betreft een cultureel centrum met een restaurant, een souvenirshop, een amfitheater en overnachtingsmogelijkheden. Gesproken wordt van een ontmoetingsplaats voor wie kennis wil maken met de Cree-cultuur, het land en de mensen. Daarbij is veel aandacht voor het milieu. Dat uit zich ook in het ontwerp van het gebouwencomplex dat hier in 2000 is neergezet. Het is ontworpen door David Andersen, een internationaal vermaarde architect die de omgeving en het milieu in zijn ontwerpen laat terugkomen. Onder meer heeft het naar de Moose River gekeerde uiteinde van het hoofdgebouw een tipi-vorm gekregen. Binnen zijn exposities te bekijken over de Cree-cultuur en van plaatselijk vervaardigde handvaardigheids-producten. In originele tipi's op het terrein worden bijeenkomsten gehouden waar je als bezoeker met Cree-oudsten thee met bannock-brood kunt nuttigen, wat echter vooral als onderdeel van een excursie wordt georganiseerd. In tegenstelling tot andere attracties is dit Cree Village het hele jaar open. 's Winters is het eiland bereikbaar via een weg over het ijs.

10 prachtige bestemmingen in Oost-Canada