Oost-Canada

Swipe

Atikokan

In de jaren dat Europa en andere delen van de wereld gebukt gingen onder de ellende van de Tweede Wereldoorlog, werden in de wouden rond Atikokan aan de weg Highway 11 tussen Fort Frances en Thunder Bay drastische maatregelen genomen om aan de gigantische vraag naar ijzer te kunnen voldoen. Het werd een mijnbouwdorp. Tegenwoordig is het echter vooral een bestemming voor natuurliefhebbers.

Steep Rock Lake

Rijke ijzerertslagen waren onder het meer Steep Rock Lake aangetoond. Ingenieurs hadden uitgerekend dat de meest economische en efficiënte wijze om daar bij te komen het droogleggen van dat meer was. En dus werd de water aanvoerende Seine River omgeleid, werd het complete, gemiddeld honderd meter diepe Steep Rock Lake leeggepompt en werden mijnen gebouwd en dagbouwputten uitgegraven. Tegenwoordig zijn die allemaal weer gesloten. Steep Rock Lake is nu een deels rode krater in het groene landschap. Je ziet er nog wat van het stof dat de inwoners van het dorp vele jaren heeft geteisterd. De locatie is een populaire plek voor stenen-verzamelaars. Er worden kleurige exemplaren gevonden, vele met kleine kristallen er in die een minerale oorsprong hebben. Vanuit Atikokan worden stenenzoek-excursies gehouden onder leiding van ervaren geologen. Informatie bij het toeristenbureau op de hoek van de wegen Highway 11 en Highway 11B of via tel. +1-807-597-4492. Het is open van begin mei tot half september.

Mining Attraction

Over deze mijnbouwactiviteiten kun je meer zien in de Atikokan Mining Attraction aan Main Street. Daar worden ook excursies naar de voormalige mijnen georganiseerd. Het is een museum dat alleen over de mijnbouw gaat. Het heeft uitkijkplatforms gebouwd bij de voormalige mijnen in Steel Rock Lake en oude mijnbouw-machines en voorwerpen verspreid in het stadje neergezet, vooral aan Main Street. In het museum zelf zijn displays over onder meer de verlegging van de Seine River, de voorkomende mineralen in het gebied, de ontdekking van de ijzerertslagen, technieken die werden gebruikt in de mijnbouw, het werken in de Steep Rock Lake-mijnen en de mijnwerkers.

Centennial Museum

Naast de Mining Attraction staat het Centennial Museum. Dat heeft exposities over de geschiedenis van de gemeenschap. Het zit in het Civic Centre en bestaat uit twee gedeelten: het oude stadhuis en een park met een oude blokhut en andere historische bouwwerken en voorwerpen. Je vindt er displays over de mijnbouw, de houtindustrie, de bonthandel, de aanleg van de spoorweg, de oorspronkelijke bewoners en de lokale en regionale samenleving. Ook zijn er vitrines met bijzondere stenen, mineralen en fossielen en is er een galerij met kunst van plaatselijke artiesten. Het park is op Legion Point bij Sykes Street, bereikbaar via een voetgangersbrug achter het Centennial Museum. Hier zijn vooral grotere voorwerpen te zien die te maken hebben met de bosbouw en de mijnbouw. Bovendien staan er een gerestaureerde Shevlin-Clarke-stoomlocomotief, een alligator-boomstammensleepboot en een oude Euclid-vuilniswagen. Het museum is open van begin februari tot eind december, het park alleen in juli en augustus. De toegang tot het museum is gratis, voor het park moeten een paar kwartjes worden neergeteld. De ingang is aan 240 Main Street East.

Quetico Park

Atikokan is ook de toegangspoort naar het Quetico Provincial Park. Dat meer dan 4750 vierkante kilometer grote natuurreservaat bestaat voor ongeveer de helft uit water. Er is een uitgebreid netwerk van zo’n 550 meren die onderling verbonden zijn door rivieren en beken waarin nogal wat watervallen en stroomversnellingen zitten. Het is in trek bij kanoliefhebbers. Het Canadian Shield is hier duidelijk herkenbaar in een glooiend en rotsachtig landschap (zie over dat Canadese schild ook bij het ontstaan van Canada onder Algemene Informatie). Uitgestrekte wouden hebben bezit genomen van de plekken waar vruchtbare grond kon blijven liggen. Even ten oosten van Atikokan leidt een weg naar het meer French Lake. Daar is de belangrijkste toegang voor auto's en ook het grote informatiecentrum Quetico Park Pavilion en de camping Dawson Trail Campground. In het paviljoen zijn displays en informatiebrochures over de natuur en de historische ontwikkeling van het park en over de kano- en wandelroutes in het gebied. Er zijn zeven routes uitgezet: Beaver Meadows, French Falls, French Portage, Pickerel Point, Pickerel River, Whiskey Jack en Pines Hiking, variërend in lengte van één tot tien kilometer. Het lopen kan nogal moeilijk zijn door slipperige rotsplateaus en noodzakelijke klimpartijen. Om de natuur te beschermen is een quota-systeem ingesteld voor het aantal bezoekers dat in het park per dag wordt toegelaten. Vooral als je wat later op de dag arriveert, kan het dus zijn dat je niet op de routes wordt toegelaten. Je hoort dat wel meteen bij de ingang. De camping en het bezoekerscentrum zijn open van half mei tot half oktober. Buiten dat seizoen kun je in het park terecht door het entreegeld in een automaat te stoppen.

Native Friendship Centre

In het Quetico-park zijn 28 plekken met oude inheemse schilderingen op rotswanden langs meren en rivieren. Die zijn van de oorspronkelijke bewoners die zich Oschekamega Wenenewak noemden, zoiets als 'volk van de plek waar de heuvelruggen kruisen'. Zij behoorden tot het Ojibway-volk. Nazaten vormen nu de Lac La Croix First Nation. Deze groep telt zo'n 350 mensen en leeft in een reservaat aan de zuidwestkant van het park. Velen werken als gids voor toeristen die trektochten, kano-excursies en 's winters hondensledetours door het gebied maken. Over hun levenswijze en cultuur kun je meer te weten komen in het Atikokan Native Friendship Centre aan 309 Main Street West. Behalve dat er voorzieningen zijn ter ondersteuning van de gemeenschap, kun je hier ook terecht voor contacten met de Ojibway-mensen en voor originele inheemse handvaardigheids-producten. Het woord Quetico komt uit hun Ojibway-taal en betekent ‘plaats van de goedgunstige, weldadige geest’. En Atikokan betekent zoiets als 'land voorbij de hoogte', hoewel het volgens sommigen echter ook 'beenderen van de kariboe' kan betekenen, verwijzend naar de kariboe-kuddes die hier vroeger door de regio trokken.

Kano-hoofdstad

Atikokan adverteert zichzelf als de kano-hoofdstad van Canada. Dat heeft te maken met de vele kanomogelijkheden in de omgeving maar vooral in het Quetico Provincial Park. In het plaatsje zelf zijn enkele kano-industrieën en touroperators die kanotochten organiseren. Onder meer worden de oude routes gevaren die de Frans-Canadese voyageurs (vrachtkanovaarders) in de zeventiende en achttiende eeuw volgden. Fabrikanten als Souris River Canoes en XY Paddle Company verzorgen rondleidingen door hun bedrijven. Souris maakt kunststof-kano's en zit aan Reid Street. Don Meany en zijn XY Company fabriceren vooral op bestelling ontworpen houten peddels die zijn voorzien van ingelegde figuurtjes en gegraveerde afbeeldingen. Dit bedrijf is bereikbaar via Northside Paddler aan Front Street, nog zo'n kano- en kajakspecialist, maar dan vooral gericht op het houden van tochten. Overigens is het ook mogelijk vanaf Atikokan per watervliegtuig naar verafgelegen vis- en vakantieplaatsen te gaan.

10 prachtige bestemmingen in Oost-Canada