Fauna, zoogdieren

Bultruggen ’spelen’ vaak in de buurt van schepen ©Geert-Jan Reinders
Bultruggen ’spelen’ vaak in de buurt van schepen ©Geert-Jan Reinders

Walvissen en dolfijnen

Er zijn een aantal plaatsen op de wereld waar walvissen en dolfijnen in groten getale voorkomen. De zeeën rond Antarctica en de subantarctische eilanden behoren tot die plaatsen. Op de meeste andere plaatsen komt slechts één soort in grote aantallen voor, op Antarctica komen er veel soorten in redelijke aantallen voor. De meest waargenomen walvissen zijn dwergvinvissen en bultruggen, die beide tot de baleinwalvissen horen. Walvissen zijn vaak te herkennen aan de staart, de spuitwolk en de rugvin.

Baleinwalvissen

De baleinwalvissen zijn walvissen die geen tanden maar baleinen hebben. Baleinen zijn lange stijve platen die aan de bovenkaak van de walvis hangen. Deze platen zijn opgebouwd uit hetzelfde materiaal als nagels en hoeven (keratine of hoorn). Met de baleinen zeeft de walvis krill en andere kleine zeediertjes uit het water. De huid aan de onderkaak heeft enorm veel plooien. Hierdoor kan deze walvis een enorme hap water nemen en het water door samentrekking van de huidplooien en druk van de tong door de baleinen naar buiten persen. Voedseldeeltjes blijven dan tussen de haren op de baleinen achter. De bultrug doet dit ook, maar concentreert eerst de krill door met meerdere dieren een net van belletjes rond de krill op te laten en dan één voor één van onder de bijeengedreven krill met wijd opengesperde bek omhoog te zwemmen en zo een flinke hap te nemen.

Van de baleinwalvissen is de bultrug de spectaculairste walvis om te zien. Ze komen vaak dicht bij schepen, zijn nieuwsgierig en laten bij iedere diepe duik hun prachtige staart zien. En als het een beetje meezit, heeft er een de kriebels en springt keer op keer helemaal uit het water om dan met een grote plons in het water terug te vallen (het zogenaamde breachen). Met een lengte van circa 15 m en een gewicht van meer dan 25 ton is dit niet zomaar een bommetje, maar een ongelooflijk spektakel. De bultrug heeft een krachtige rechtopgaande spuitwolk die uitwaaiert, een heel klein rugvinnetje en een accoladevormige staartvin, die aan de onderzijde wit is. Karakteristiek voor de bultrug zijn tevens de circa vier meter lange witte vinnen (flippers) en de bult voor de rugvin die erg goed te zien is als het dier een diepe duik maakt.

De Antarctische dwergvinvis is de meest voorkomende walvis. Deze kleine soort (lengte 8 tot 10 m en gewicht van circa 10 ton) heeft de laatste jaren steeds meer interesse in de zodiacs en komen dicht bij de bootjes om er vervolgens rondom en onderdoor te zwemmen tot groot vermaak van de inzittenden. De dwergvinvis heeft niet een echt herkenbare spuitwolk. Ver op het achterlijf bevindt zich een klein naar achtergebogen rugvinnetje. Betere kenmerken voor deze soort zijn de witte onderkant en de witte vlek op de vinnen.

Andere baleinwalvissen die hier voorkomen zijn: de blauwe vinvis (de grootste walvis lengte circa 30 m en een gewicht van meer dan 100 ton), gewone en noordse vinvis, de zuidkaper en de (zeer zeldzame) zuidelijke dwergwalvis.

Tandwalvissen

Tandwalvissen hebben letterlijk een bek vol tanden. De bekendste soort uit deze groep is de orka of zwaardwalvis. Orka’s zijn sociale dieren, die in groepen (pods) leven en jagen.

Ook rond Antarctica jagen orka’s op zeehonden, pinguïns en zelfs andere walvissen. Heel spectaculair is het om te zien hoe een orka achter een zeehond aan het ijs op schiet, ook al mislukt de poging om de zeehond te pakken.

De orka is te herkennen aan het gestroomlijnde lijf met zwart-witte patronen, de opvallende rugvin, bij windstil weer een fraaie, maar lage spuitwolk. Vooral de volwassen mannetjes hebben de karakteristieke hoge driehoekige rugvin, die meer dan een meter hoog kan worden. De dieren variëren in lengte van 4 tot 9 m en kunnen meer dan 5000 kg wegen.

Andere tandwalvissen die hier voorkomen zijn: potvis, dwergpotvis, kleinste potvis, griend, commerson’s dolfijn, dolfijn van Peale, zandloperdolfijn, donkergestreepte dolfijn, zuidelijke gladde dolfijn, Burmeister bruinvis en brilbruinvis. De potvissen en dolfijnen komen over het algemeen wel wat noordelijker voor. De kans deze dieren te zien, doet zich dus voornamelijk voor tijdens de oversteek naar Antarctica of tijdens een reis inclusief de subantarctische eilanden. Zeldzaam zijn waarnemingen van spitssnuitdolfijnen.

Onderwerpen

  • Pelsrobben en zeeleeuwen

    Antarctische pelsrob
    In de (sub)Antarctische wateren komen vijf soorten pelsrobben voor. Antarctica, de subantarctische eilanden en ieder omringend continent heeft zijn eigen soort....
  • Zeehonden

    Weddellzeehond
    Rond Antarctica komen slechts vijf soorten zeehonden voor: de Weddellzeehond, de Rosszeehond, de krabbeneter, het zeeluipaard en de zuidelijke zeeolifant. Deze...
  • Fauna, vissen, onderwaterleven en ander leven

    Het onderwaterlandschap vol kelp en zeesterren ©Peter Lankhuijsen
    In de koude wateren rond Antarctica leven 120 vissoorten die ieder een specifieke manier gevonden hebben om de koude te overleven. De meeste vissen hebben een...
  • Flora

    Kelpwier in een getijde-zone
    Planten op AntarcticaHet zal niemand verbazen dat geen ander continent ter wereld zo’n korte plantenlijst heeft als Antarctica. De extreme omstandigheden (zeer...
  • IJs

    Iedere ijsberg is uniek, geen vorm of kleur is hetzelfde
    IJs is fascinerend. Het kleurenpalet in tinten blauw en wit is oneindig. IJs is dan ook een van de grootste trekpleisters op Antarctica. IJs komt hier in vele...

Reactie toevoegen