Wegen en verkeer

Twee obstakels
Twee obstakels

Het wegennet op Cuba

Rond de hoofdstad Havana zijn de wegen zonder meer goed te noemen. De zes- en soms achtbaanswegen, zijn behoorlijk onderhouden, al ontbreekt de belijning in veel gevallen of is deze in de loop van de tijd onzichtbaar geworden. Verlichting op autopista’s is nauwelijks aanwezig, met uitzondering van de weg (de enige tolweg op Cuba) die naar Varadero voert.

Vanuit Havana voeren brede wegen westelijk tot aan Pinar del Río en aan de kust tot Mariel. In oostelijke richting gaat het vierbaans tot aan Varadero en zuidelijk levert een rit tot aan de Golf van Batabano nauwelijks problemen op. Vanuit Havana voert de brede Autopista Nacional u in zuidoostelijke richting tot voorbij Sancti Spíritus. Verder naar het oosten ligt er nog een geweldig stuk autopista in de omgeving van Santiago de Cuba, tussen Bayamo en Guantánamo.

Kortom, er zijn behoorlijke wegen op Cuba, ook al vormen ze een minderheid. Buiten de autopista’s zijn de wegen smal en niet altijd even goed onderhouden. Voortdurende attentie is geboden.

Het vreemde aan al die wegen is, dat er zo weinig verkeer op is. Fietsers en voetgangers zijn op de autopista’s toegestaan. Soms kom je fietsers tegen op de buitenbaan, tegen het verkeer in. Veel fietsers laten zich, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, door andere voertuigen trekken. Aan een vrachtwagen die 70 kilometer per uur rijdt hangen vaak de nodige fietsers. Levensgevaarlijk, maar de praktijk van alledag.

Schuin oversteken schijnt ook een geliefkoosde bezigheid te vormen, opletten dus.

Ook allerhande andere voertuigen maken van de snelwegen gebruik, ieder op zijn eigen manier en volgens zijn eigen regels. De meest rechtse baan is veelal de slechtste, zodat men geneigd is om op de linkerbaan te gaan rijden en daar te blijven rijden tot het echt niet anders meer kan.

Links en rechts afslaan is heel gewoon en overstekende paard en wagens of ossenkarren zijn geen uitzondering. Cubanen toeteren graag en veel. De gemiddelde Cubaanse chauffeur is geen toonbeeld van een bedachtzame, alerte autorijder en men rijdt vaak zo hard als enigszins mogelijk is, links en rechts inhalend. Natuurlijk zijn er verkeersregels op Cuba (waarover elders meer), maar of iedereen deze paraat heeft valt te betwijfelen. Maar, ondanks dat, het rijden met een auto vormt op Cuba geen probleem, mits men met een paar punten rekening houdt.

Omdat de wegen vaak verlaten zijn, ligt de snelheid al gauw te hoog. Nu delen ze op Cuba zelden bekeuringen uit wegens te snel rijden, maar een hoge snelheid betekent een lange remweg en die is niet altijd aanwezig.

Zoals gezegd, de autosnelwegen zijn goed berijdbaar. Toch moet men er rekening mee houden dat er zich onverwachte en voor ons onbekende problemen kunnen voordoen. Zo is het raadzaam om een viaduct altijd met matige snelheid te benaderen. Daaronder bevinden zich namelijk de opstapplaatsen voor mensen die zich willen laten vervoeren. In de schaduw van het viaduct wachten ze op een lift of op het sein van de ‘yellow man’ dat ze aan de beurt zijn om in te stappen. De ‘yellow man’ (of ‘yellow jacket’) is een medewerker van het ministerie van Binnenlandse Zaken die bevoegd is om elke niet-particuliere auto aan te houden en de chauffeur ervan opdracht te geven mensen te vervoeren. Voor deze auto’s is geen wegenbelasting verschuldigd.

Over geheel Cuba zijn er vele gelijkvloerse spoorwegovergangen, altijd vooraf aangegeven door een waarschuwingsbord. Deze mogen niet sneller dan stapvoets gepasseerd worden, ongeacht of er dagelijks tien treinen passeren of dat het een halfjaar geleden was dat er een trein voorbij kwam. Meestal zijn ze uitgerust met het stopbord: pare. Stoppen is dan verplicht. Zonder uitzondering is elke spoorwegovergang een aanslag op de auto. Liggen ze niet lager dan liggen ze wel hoger, de weg vlak ervoor zit vol gaten, of het wegdek tussen de spoorrails is verdwenen.

Verder dient men er rekening mee te houden dat sommige bruggen iets hoger of lager liggen dan de weg, zodat het passeren hiervan ook met de nodige voorzichtigheid dient te gebeuren. De vier-, zes-, of achtbaanswegen zijn soms gescheiden door goed onderhouden bermen die op een aantal plaatsen zodanig zijn opengehouden dat het verkeer kan kruisen of oversteken, bijvoorbeeld om aan de andere kant benzine te tanken.

Op enkele plaatsen ontbreken de bermen geheel en het is een publiek (militair) geheim dat deze stukken weg, soms kilometers lang, in tijden van nood als start- en landingsbanen voor vliegtuigen kunnen dienen. Ook de tweebaanswegen, en dan vooral de doorgaande wegen (met uitzondering van het traject Baracoa-Moa), zijn meestal redelijk berijdbaar. Hoewel, het onderhoud laat nogal eens te wensen over en er kunnen zich vervelende gaten in de weg bevinden. Lang niet altijd is dit goed zichtbaar en men dient er buitengewoon attent op te zijn.

Soms is het aangegeven: ‘Via en mal estado’, maar als dit bord niet aanwezig is kunt u zich het beste gedragen alsof het er wél staat. Buiten de autosnelwegen moet men niet met hogere gemiddelden rekenen dan 50 kilometer per uur, op autosnelwegen 75 a 80 kilometer per uur, afhankelijk van het traject. Voor fietsers is een tweebaansweg een dubbele ramp.

Veel van deze wegen gaan namelijk bergop en bergaf, soms met hellingen van meer dan 15%. Naar boven is al geen lolletje, zeker niet als men de temperatuur in aanmerking neemt, maar het is een absoluut waagstuk om lekker naar beneden te suizen. Levensgevaarlijk!

Langs de wegen treft men geleidelijk aan steeds meer stalletjes aan waar iets te eten of te drinken kan worden gekocht. ‘Het begin van het kapitalisme’ worden ze soms genoemd. Niettemin hebben de exploitanten er toestemming voor gekregen in ruil voor een te betalen belasting. Er wordt niet beweerd dat dit eveneens een uitwas van het kapitalisme is.

Hoe dan ook, voor weinig geld kan een verfrissing, een kop koffie of soms zelfs een hotdog langs de weg worden gekocht. En dan het vee! Ongeacht op wat soort weg men zich bevindt, er bestaat altijd de mogelijkheid dat u geconfronteerd wordt met op de weg verblijvende dieren. Koeien, schapen, varkens, geiten en honden kunnen een gemakkelijke aanleiding vormen voor een vervelende aanrijding.

Soms ziet u een cowboy met een rode vlag, er bevindt zich dan vee op of in de omgeving van de rijbaan. Mannen die op ossen rijden, die met varkens aan de lijn wandelen, u kunt het op de autosnelweg allemaal tegenkomen. Waakzaamheid is dus ook voor dit bij ons onbekende fenomeen geboden. Als u al dacht nu alle voetangels en klemmen wel gehad te hebben: let op de gieren! Ze verblijven soms in groten getale op de weg of in de berm ernaast en ze vliegen altijd de andere kant op dan u denkt.

Op Cuba zijn honderden mensen in het verkeer omgekomen na een aanrijding met een gier. Doe als een Cubaanse chauffeur: vee op de weg betekent net zo lang toeteren tot de weg vrij is (en toeter ook voor de gieren, uw auto is zomaar total loss)!

De bewegwijzering is vaak onvoldoende, althans naar onze begrippen. Men doet er goed aan om de naam van de plaats aan het einde van de weg waarlangs uw bestemming ligt, in gedachten te houden, dat is namelijk in veel gevallen de enige plaats die vermeld wordt. Grotere plaatsen worden duidelijk en meestal ver vooraf vermeld.

Onderwerpen

  • Auto’s en verkeersregels

    Het wordt allemaal wat ouder
    U moet ervan uitgaan dat een Cubaan die een auto bestuurt in het bezit is van een rijbewijs. Het behalen daarvan stelt echter niet zoveel voor en de gemiddelde...
  • Straatnamen en -aanduidingen

    Straatnamen al even kleurrijk
    Cuba hinkt wat de naamgeving van straten betreft op twee gedachten. Nadat Castro aan de macht gekomen was zijn vele namen van straten veranderd. Da’s niet zo...

Reactie toevoegen