De Visayas - Bohol

Loboc-rivier met 'floating restaurant'
Loboc-rivier met 'floating restaurant'

Het 4200 km2 grote Bohol was het eerste eiland waar de Spanjaarden echt vaste voet kregen op de Filippijnen. Een belangrijke gebeurtenis in dit verband was het bloedverbond dat op 16 maart 1565 gesloten werd tussen de conquistador Miguel Lopez de Legazpi en het plaatselijke stamhoofd Sikatuna. Vanuit Bohol opereerden de Spaanse veroveraars in andere delen van de archipel. Het eerstvolgende eiland dat door hen veroverd werd was het nabijgelegen Cebu en tijdens de volgende jaren werd het machtsbereik vooral in noordelijke richting uitgebreid.

In 1571 kwam Maynilad (de huidige stad Manila) in Spaanse handen. Overigens slaagden de Spanjaarden er tijdens hun ruim drie eeuwen durende heerschappij op de Filippijnen niet in Bohol steeds volledig onder controle te houden. Na een succesvolle opstand geleid door de Boholaanse verzetsheld Francisco Dagohoy kreeg het eiland in 1744 zijn eigen bestuur en pas in 1828 lukte het de Spanjaarden weer grip op de eilandbevolking te krijgen. Bohol heeft een erg rustig en landelijk karakter. Het noordelijk deel is betrekkelijk vlak met langs de kust talloze kleine eilandjes, riffen en zandbanken. In het zuidoostelijke heuvel- en berglandschap bereiken de toppen hoogten tussen 500 en bijna 900 m. Het merendeel van de circa 1 miljoen eilandbewoners leeft op het platteland. Een groot deel van het agrarisch benutte areaal is beplant met kokospalmen. Plaatselijk zijn de berghellingen begroeid met bos, maar er zijn ook veel (vroeger ontboste) hellingen met een vegetatie van grassen en dergelijke.

De plaats die bezoekers van Bohol gewoonlijk het eerst bereiken is de provinciehoofdstad Tagbilaran. De stad heeft afgezien van de levendige Agora Market aan de Carlos P. Garcia Avenue weinig te bieden en fungeert meer als uitgangspunt voor tochten naar andere bestemmingen op het eiland. Het is tevens een geschikte plaats voor het kopen van gevlochten manden en andere plaatselijke producten. Noordelijk van Tagbilaran, iets voorbij Maribojoc, bevindt zich de nog in goede staat verkerende Punta Cruz Watchtower, uit het eind van de 18e eeuw. Destijds was dit een belangrijke uitkijkpost om voorbereid te zijn op aanvallen van islamitische piraten. Iets verder noordelijk kan men in Loon de in 1753 gebouwde en in 1855 gerestaureerde imposante kerk bewonderen.

De hoofdattractie van Bohol vormen ongetwijfeld de ‘Chocolate Hills’, een groot aantal merkwaardige heuvels in het centrale deel van het eiland. Vanaf de hoofdstad Tagbilaran vertrekken dagelijks verscheidene bussen en jeepneys naar het plaatsje Carmen nabij het beroemde heuvelgebied. Langs de route bevinden zich enkele interessante punten welke men ook apart kan bezoeken. Ik zal deze plaatsen hier kort bespreken. Aanvankelijk voert de weg langs de zuidkust van het eiland, waar een aantal pittoreske vissersdorpjes liggen. Het eerste plaatsje dat men passeert is het 3 km ten oosten van Tagbilaran gelegen dorp Bo-ol, waar destijds het bloedverbond tussen Legazpi en Sikatuna werd gesloten.

Enkele kilometers verder ligt Baclayon, waar zich een van de oudste kerken van de Filippijnen bevindt. Het indrukwekkende bouwwerk dateert uit 1595. De zeer robuuste toren fungeerde als toevluchtsoord bij aanvallen van de geduchte Moro’s uit Mindanao en de Sulu-archipel. In het naastgelegen klooster bevindt zich een klein museum met liturgische voorwerpen. Vanaf Baclayon kan men in het zuiden aan de horizon het circa 13 km vanaf de kust gelegen Pamilacan Island zien liggen. Bij dit kleine eiland met mooie stranden en goede duik- en snorkelmogelijkheden worden regelmatig mantaroggen gesignaleerd. Hier werd in het verleden ook gejaagd op walvissen, welke in dit gebied overigens nog steeds in gering aantal voorkomen (o.a. potvissen en Bryde’s walvissen). Ook verschillende soorten dolfijnen worden regelmatig waargenomen in de omgeving van het eiland. De populaties van deze boeiende dieren hebben zich de laatste jaren kunnen herstellen doordat sinds 1992 de jacht op walvisachtigen verboden is.

Het organiseren van dolfijn- en walvisexcursies voor toeristen is in toenemende mate een belangrijke inkomstenbron aan het worden. Men kan het eilandje bezoeken vanuit Baclayon met een gehuurde ‘pumpboat’. Er is ook meermaals per week een gewone bootverbinding, maar dan moet rekening gehouden worden met lange wachttijden, afhankelijk van het passagiersaanbod. Voor overnachtingsgelegenheid in nipahuisjes op het eiland kan men informeren bij het Gie Garden Hotel in Tagbilaran. Indien men wil deelnemen aan een excursie om walvisachtigen te observeren dan kan men zich het best richten tot de Pamilacan Island Dolphin and Whale Watchting Organisation. Actuele informatie over de verschillende excursievarianten en prijzen is te vinden op hun website http://whales.bohol.ph (e-mail: pamilacan@yahoo.com). Dolfijnen kunnen het hele jaar door waargenomen worden, maar de beste periode voor een grote rijkdom aan soorten (en ook meer kans op walvissen) is april-mei-juni.

Circa 10 km oostelijk van Baclayon kruist de kustweg de monding van de Loboc-rivier. Vanuit het nabij de monding gelegen kust-plaatsje Loay kan men met een gehuurde ‘pumpboat’ een excursie maken stroomopwaarts over de rivier tot bij de Tontonan Falls. Vanaf Loay gaat de route landinwaarts. Na enkele kilometers passeert men het plaatsje Loboc. In de San Pedro-kerk bevinden zich interessante schilderingen welke onder andere betrekking hebben op een catastrofale overstroming van de Loboc-rivier in 1876. Nabij Loboc bevindt zich aan de rivier een afvaartplaats voor toeristische boottochten. Men kan kiezen voor een excursie per ‘pumpboat’ (geschikt voor enkele passagiers) of een tochtje per ‘floating restaurant’ (met een maaltijd aan boord). Vooral tijdens de weekenden komen hier vrij veel toeristen. Als u liever een rustige en meer avontuurlijke rivierverkenning zou willen maken kunt u beter vertrekken vanaf Loay nabij de monding. Hier kunt u op eigen gelegenheid een excursie regelen met een booteigenaar.

Voorbij Loboc slingert de weg omhoog door het inmiddels vrij bergachtige landschap en enige tijd later voert de route door een mooi bosgebied. Een deel van het bos is aangeplant, maar er bevinden zich ook nog stukken origineel woud. Het is een goede plaats om een indruk te krijgen van de oorspronkelijke bosflora en -fauna van Bohol. Tijdens de vroege ochtenduren ziet men hier regelmatig neushoornvogels, parkieten, kleurrijke duiven en andere vogelsoorten tussen de boomkruinen heen en weer vliegen. Het gebied is ook een toevluchtsoord voor bijzondere schemeringszoogdieren als het Filippijnse spookdiertje en de vliegende maki. Als men ter plekke meer informatie over deze en andere soorten wil krijgen kan men zich wenden tot het Bureau of Forest Development (Loboc Reforestation Project) te Bilar. Een deel van het bosgebied bij Bilar heeft in 1988 een reservaatstatus gekregen (Rajah Sikatuna National Park).

<class="image-right" height="150" width="200">Iets ten noorden van Bilar bereikt men, circa 2 uur na het vertrek uit Tagbilaran, het gebied van de befaamde Chocolate Hills. Te midden van een vrijwel vlak plateau verrijzen honderden zeer gelijkmatig gevormde en elk circa 30-50 m hoge heuvels, welke grotendeels begroeid zijn met cogongras. Tijdens het droge jaargetijde krijgt het gras een bruine tint waardoor de heuvels dan enigszins doen denken aan reusachtige chocoladebergen. Over de ontstaanswijze van dit bijzondere geologische verschijnsel lopen de meningen uiteen. Een van de meest gangbare opvattingen is dat de heuvels het gevolg zijn van erosieverschijnselen, waarbij kalk- en zandsteenformaties sneller verweerden dan de leisteenafzettingen. In het centrum van het heuvelgebied heeft men bovenop een van de hoogste heuvels het ‘Chocolate Hills Complex’ gebouwd. De naam suggereert wellicht dat het gaat om een groot bombastisch bouwwerk, maar in werkelijkheid betreft het een niet zeer luxe, maar wel uitstekend gesitueerd restaurant met een terras vanwaar men een prachtig uitzicht heeft over het omringende landschap. Naast het restaurant bevindt zich een gemeenschappelijke slaapzaal voor groepsreizen en tevens zijn er enkele eenvoudige 2- en 3-persoonskamers.

Afhankelijk van de tijd van de dag en de weersgesteldheid kan het merkwaardige landschap heel verschillende stemmingen opwekken. Tijdens de vroege ochtenduren of als na een hevige regenbui de zon weer doorbreekt verschijnen er soms talloze nevelsluiers tussen de heuvels, waardoor de bizarre vormen van het landschap extra geaccentueerd worden en er een sprookjesachtig effect ontstaat. ’s Avonds, na het aanschouwen van de ondergaande zon, is het leuk eens te letten op de tokkèhs, waarvan verscheidene exemplaren een territorium hebben op de muren en daken van het complex. Ze verraden zich tijdens de schemering door hun karakteristieke roep (tokkèh-tokkèh). De lampen op het terras oefenen ’s nachts een grote aantrekkingskracht uit op talloze vlinders, waar zich soms ook grote en indrukwekkende soorten onder bevinden als de doodshoofdvlinder en de gigantische atlasvlinder.

Tijdens de terugroute vanaf de Chocolate Hills naar Tagbilaran kan men eventueel rijden via het Tarsier Visitors Centre, oostelijk van het plaatsje Corella. Dit natuurcentrum wordt beheerd door de Philippine Tarsier Foundation en is speciaal gericht op onderzoek naar en behoud van het bedreigde Filippijnse spookdiertje. Bezoekers kunnen hier uitgebreide informatie krijgen over deze interessante diersoort en onder begeleiding van een gids observaties doen nabij het centrum. Er voert ook een wandelpad (Tarsier Trail) door het beboste heuvelland waarlangs men de eerdergenoemde plaats Loboc kan bereiken.

Vrij veel toeristen plegen een bezoek aan de Chocolate Hills te combineren met een verblijf van enkele dagen in een van de strand-oorden elders in de provincie. Het dicht bij Tagbilaran gelegen eiland Panglao biedt wat dat betreft goede mogelijkheden. Een tweetal bruggen vormen een vaste verbinding tussen Panglao en de hoofdstad. Het circa 16 km lange en 7,5 km brede eiland heeft een aantal prachtige stranden, resp. Bikini Beach aan de zuidoostkust, Alona Beach aan de zuidwestkust en Duljo Beach aan de noordwestkust. Langs Alona Beach is een aantal goedkope accommodaties gevestigd (Bohol Divers’ Lodge, Alonaville Beach Resort, Alona Tropical, e.a.). Voor de meer eisen stellende toerist is er de meer exclusieve en prijzige Bohol Beach Club. Voor het huren van duikapparatuur kan men informatie inwinnen bij de genoemde accommodaties of bij het Gie Garden Hotel (M.H. del Pilar Street) in Tagbilaran.

Vanaf Panglao bestaat ook de mogelijkheid per gehuurde ‘pumpboat’ enkele kleine eilandjes tegenover de westkust te bezoeken, zoals het voor duiken uitermate geschikte Balicasag Island. Evenals de eerdergenoemde plaats Baclayon fungeert Panglao de laatste jaren als uitgangspunt voor speciale ‘walvis-excursies’. Een leuke onderbreking tijdens een strandverblijf op Panglao vormt een bezoek aan de Hinagdanan Cave, een kleine druipsteengrot vlak bij de noordkust van het eiland. Vanaf Alona Beach is de grot bereikbaar door een bus of jeepney te nemen naar het plaatsje Panglao en vandaar een richting Tagbilaran. De bestuurder kan u vertellen waar u uit moet stappen. Aan het plafond van de grot hangen tussen de stalagtieten kleine vleermuizen. Via gaten in het plafond wordt het onderaardse meertje in de grot belicht door invallende zonnestralen. Voor de terugweg naar Alona Beach kan men het best gaan via Dauis, waar eventueel nog de uit het eind van de 18e eeuw daterende kerk bezocht kan worden.

Men moet er rekening mee houden dat het vervoer op Panglao niet erg frequent is. Gewoonlijk wacht men met wegrijden tot alle plaatsen in een bus bezet zijn. Na circa 16.00 uur zijn er vaak geen ritten meer van Tagbilaran naar Panglao.

Langs de gehele noordkust van Bohol ligt een groot aantal kleine eilanden welke omzoomd zijn door lage rotskusten, zandstranden en mangroven. In natuurwetenschappelijk opzicht is het gebied onder andere van belang als overwinteringsplaats van de Chinese zilverreiger. Van deze bedreigde vogelsoort pleisteren hier soms 800 tot 900 exemplaren. Dat dit gebied nog nauwelijks toeristisch is ontsloten heeft onder andere te maken met de achtergebleven economische ontwikkeling van deze streek. Door de talloze zandbanken en koraalriffen zijn de mogelijkheden voor de scheepvaart hier nogal beperkt, maar deze aspecten oefenen op natuurminnende toeristen juist een grote aantrekkingskracht uit. Indien men een of enkele van de idyllische eilandjes wil bezoeken of een verkenningstocht zou willen maken via een van de vele mangrovekreken dan moet men op eigen gelegenheid een uitleggerboot charteren in een van de kustplaatsjes.

Tussen het stadje Tubigon aan de noordwestkust van Bohol en de metropool Cebu City op het naburige eiland Cebu varen dagelijks zeer frequent passagiersboten heen en weer. Vanwege de relatief korte oversteek vormt Tubigon een interessant alternatief (in vergelijking tot de hoofdstad Tagbilaran) voor toeristen die vanuit Cebu naar Bohol willen reizen. Tubigon zelf heeft weinig te bieden, afgezien van de kleurrijke straatmarkt tijdens de ochtenduren. Ongeveer een halfuur rijden per bus of jeepney vanaf Tubigon ligt de recentijk ontwikkelde toeristische locatie Sagbayan Peak. Het is een uitzichtpunt bovenop een heuvel van hetzelfde type als de hiervoor besproken Chocolate Hills, met een vergelijkbaar panorama. Men heeft hier ook een ruime kooi geplaatst waar de aandoenlijke spookdiertjes bewonderd kunnen worden.