Landschap

Mount Fuji gezien vanaf Mount  Kitadake-san (de op een na hoogste berg van Japan)
Mount Fuji gezien vanaf Mount Kitadake-san (de op een na hoogste berg van Japan), ©S64

De Japanse eilanden

De Japanse Archipel wordt gevormd door vier grote en meer dan 3.000 kleine eilanden. De vier grootste eilanden zijn van noord naar zuid: Hokkaido (met een oppervlakte van 83.000 km2), Honshu (231.000 km2), Shikoku (19.000 km2) en Kyushu (42.000 km2). Van de 3.000 kleine eilanden zijn de zuidelijk gelegen Ryukyu-eilanden, met als middelpunt het eiland Okinawa, de belangrijkste. Het grondgebied van Japan is 377.708 km2 groot, dat wil zeggen dat het land circa 12 maal zo groot is als Nederland. De lengte van de Japanse Archipel is ongeveer 3.000 km. Nergens is het grondgebied breder dan 280 km. De vier grote eilanden zijn in het westen van zijn buurlanden Rusland, Noord-Korea en Zuid-Korea, gescheiden door de Japanse Zee. De kortste afstand tussen het eiland Kyushu en Zuid-Korea is slechts 200 km. De Ryukyu-eilanden worden door de Oostchinese Zee gescheiden van de Volksrepubliek China en Taiwan. Langs de oostkust van Japan strekt zich de Grote Oceaan uit. De eilanden liggen in het noordelijk deel van de Grote Oceaan, geografisch uitgedrukt tussen 20°25' en 45°33' noorderbreedte en 122°56' en 149° oosterlengte.

Vulkanen in Japan

De eilanden kwamen in het tijdperk Siluur (circa 350 tot 500 miljoen jaar geleden) boven water doordat de aardkorst zich op deze plek plooide (orogenese) en er bergketens werden gevormd. De plooiing ontstond doordat het gebied op een plek ligt waar de rand van de continentale Euraziatische plaat tegen de bodem van de Grote Oceaan en de Filippijnse plaat botst. De plaat in de Grote Oceaan ligt veel dieper dan de continentale plaat en is tevens zwaarder door haar andersoortige samenstelling (zij bestaat uit basalt). Dit heeft tot gevolg dat de oceaanbodem onder het continent verdwijnt (subductie). Die verschuiving levert troggen op die voor de oostkust van Japan een diepte van 9 km bereiken. De oceaanbodem wordt langzaam maar zeker steeds dieper onder het continent geperst met als gevolg dat de gesteenten van deze Pacifische plaat steeds warmer worden en ten slotte smelten. Het gesmolten gesteente noemen we magma, dat lichter van gewicht is dan het omliggende gesteente, waardoor het omhoog wordt geperst. Een deel van dit magma bereikt het Japanse bodemoppervlak en veroorzaakt daar een intensief vulkanisme. Al deze processen in het binnenste van de aarde (endogene krachten) hebben het uiterlijk van het Japanse landschap bepaald. De archipel bestaat voor 85% uit bergen en verspreid over de eilanden liggen rond de 260 vulkanen, waarvan er ongeveer 75 actief zijn.

Vulkanen

Vulkanen zijn in de regel kegelvormige bergen, opgebouwd uit lagen lava of as (of beide). Het gloeiend hete magma komt via een nauwe pijp omhoog en stroomt als lava uit de krater. Er komt echter niet alleen lava door de krater naar buiten, maar ook as, stenen (rondvliegende vulkanische bommen) en giftige gassen. Een levende vulkaan kan duizenden laren actief blijven. Na een uitbarsting wordt het vaak weer rustig, maar na verloop van tijd (soms na honderden jaren) komt er een nieuwe eruptie en vormen zich nieuwe lavalagen. Een vulkaan wordt op deze wijze na iedere uitbarsting hoger. Niet alle vulkanen hebben het eeuwige leven. Er zijn vele vulkanen waarvan men aanneemt dat zij nooit meer zullen werken; zij worden dode vulkanen genoemd. De kraterpijp van een dode vulkaan zit vol met gestold magma, zodat er niets meer naar buiten kan vloeien. Door regenval ontstaat in de oude krater vaak een meer. Wanneer een vulkaan echt dood is, is moeilijk te bepalen. In de zomer van 1991 barstte plotsklaps de vulkaan Unzen uit, gelegen ten zuiden van de stad Nagasaki op het eiland Kyushu, nadat hij 200 jaar in ruste was geweest. De vulkaan spuwde gloeiende stenen, as, lava en giftige gassen uit. De omgeving trilde, enkele nabijgelegen plaatsjes werden overspoeld met lava en modderstromen en er daalde een angstaanjagende regen neer van as en vulkanische bommen. Het kustplaatsje Shimabara werd bedekt met een dikke laag grijs poeder. Deels door de uitstoot van giftige gassen kwamen 37 mensen om het leven. De vulkaan Unzen is, net als de beroemde vulkaan Fuji, een stratovulkaan. Dit soort komt veelvuldig voor op de Japanse Archipel. Zij produceren lagen taaie lava (dikvloeibaar lava) en as, die rondom de krater worden afgezet, waardoor de kenmerkende kegelvorm ontstaat. Zoals de vulkaan Unzen liet zien, gaan uitbarstingen vaak gepaard met explosies, waarbij vulkanische bommen en enorme stofwolken worden uitgestoten. Een ander type vulkaan dat veel voorkomt in Japan is de caldera, een trechtervormige, ingestorte krater. Fraaie voorbeelden zijn de vulkaan Aso op Kyushu en de kratermeren Tazawako en Towadako op Noord-Honshu. Soms worden stratovulkanen zo hoog, dat er niet genoeg druk voorhanden is om regelmatig uitbarstingen te doen plaatsvinden. Zo wordt er bijzonder veel druk opgebouwd onder het gestolde magma in de kraterpijp, waarop een enorme explosie volgt. De klap is zo groot dat vaak enkele tientallen kubieke kilometers materiaal wordt weggeblazen. Alleen de caldera herinnert ons aan een dergelijke catastrofale gebeurtenis. In de ingestorte krater ontstaan weer nieuwe stratovulkanen, zoals we zo fraai in de caldera van Aso kunnen waarnemen. De caldera-vulkaan Aso is de grootste ter wereld en heeft een breedte van 16 km en een lengte van 32 km. Als u rond deze vulkaan wilt lopen, dan heeft u een wandeling van niet minder dan 128 km voor de boeg. Caldera's zijn van echte kraters te onderscheiden doordat ze een minimale diameter van ongeveer 2 km hebben.

De vulkanen in Japan worden continue geobserveerd om te zien of er vulkanische activiteiten verwacht kunnen worden. Dit systeem is echter niet waterdicht. Op zondag 28 september 2014 bijvoorbeeld barstte de vulkaan Ontake, gelegen ten zuidoosten van Takayama en op ongeveer 200 kilometer ten westen van Tokyo, volkomen onverwachts uit. Vele honderden wandelaars werden door de uitbarsting verrast.  Ongeveer 48 mensen kwamen bij deze uitbarsting om. Het is daarmee de dodelijkste uitbarsting sinds 1926. In 1991 kwamen 43 mensen om het leven tijdens een vulkaanuitbarsting van Mount Unzen.

Warm- en heetwaterbronnen (Spa of Onsen)

Rondom uitgewerkte vulkanen is de grond vaak nog gloeiend heet; het grondwater wordt dus erg warm. Vandaar dat men in heel Japan in de omgeving van vulkanen warm- en heetwaterbronnen (Spa of Onsen) vindt. Sommige bronnen in Beppu (op het eiland Kyushu) zijn zo heet dat je er een ei in kunt koken. Lang geleden gooide men zelfs gevangenen in het gloeiend hete water, zodat zij levend gekookt werden. Andere warmwaterbronnen zijn heerlijk van temperatuur; men kan er in baden. Het warme water bevat vaak grote hoeveelheden opgeloste stoffen, waaronder mineralen (bodemzouten). Veel van deze mineralen zijn heel gezond voor de menselijke huid, andere hebben een geneeskrachtige werking. In een aantal van deze kuuroorden kunt u ook warme en kokende modderpoelen vinden. Rondom veel vulkanen ontsnappen via spleten en scheuren gassen en dampen uit damp- en gasbronnen (fumarolen). Zeer veel voorkomend op actieve vulkanen zijn fumarolen die zwaveldampen (solfataren) produceren. De 'rotte-eierenlucht' is onmiskenbaar. Op sommige plekken spuit er op gezette tijden gloeiend heet water uit de grond. Zulke bronnen zijn geisers of periodieke springbronnen. In holten onder het spuitgat wordt water verhit door gloeiend gesteente, met als gevolg dat er stoom wordt gevormd. Als de ondergrondse druk te groot wordt, spuit het water omhoog. Dit proces herhaalt zich verschillende malen per dag, soms per uur. De bekendste geiser van Japan is de Tatsumaki Jigoku in Beppu.

Aardbevingen in Japan

Soms gaat het eerder beschreven langs en onder elkaar doorschuiven van de continentale plaat en de oceaanbodem niet erg soepel en hoopt er zich spanning op. Als de platen ten slotte losschieten en verschuiven, trilt de aarde; we spreken dan van een aardbeving. De golvende bewegingen komen vanuit één punt, het epicentrum. Japan wordt jaarlijks getroffen door meer dan 1.500 aardbevingen. De meeste daarvan worden alleen door de zeer gevoelige instrumenten van de seismografen waargenomen; incidenteel voelen de inwoners van Japan een licht getril. Zeer zware aardbevingen komen gelukkig maar zeer sporadisch voor. Veel oudere inwoners van de Kantovlakte rond Tokyo herinneren zich nog de herfst van 1923, toen een zeer krachtige aardbeving tweederde van de stad Tokyo en geheel Yokohama verwoestte. In enkele dagen tijd gingen 400.000 huizen in vlammen op en kwamen circa 100.000 mensen om het leven. Tegenwoordig zijn de meeste huizen in Japan zo gebouwd, dat ze bestand zijn tegen aardbevingen.

Tsunami's in Japan

Als er een onderzeese vulkaanuitbarsting of een aardbeving op de zeebodem plaatsvindt, spreken we van een zeebeving (tsunami). Deze zeebevingen veroorzaken enorme zeegolven, in hoogte variërend van 1 tot 30 meter, die jaarlijks schade toebrengen aan de Japanse kusten. Gelukkig bereikt maar eens in de tien jaar een zeebeving de Japanse kust met een hoogte van 8 meter of meer; de meeste zijn niet hoger dan 1 meter. Als dit echter gebeurt, dan kunnen de gevolgen catastrofaal zijn, zoals kortgeleden bleek in 2011. Op 11 maart 2011 trof een hoge tsunami de Japanse kusten, met name in de omgeving van de stad Sendai. De tsunami was het gevolg van de krachtigste aardbeving die men ooit in Japan heeft gemeten. De aardbeving had een kracht van 9,0 op de Schaal van Richter. Onder meer de gemeente Minamisanriku en het stadje Kamaishi werden door de tsunami hevig beschadigd. In totaal hebben 15844 mensen de aardbeving en tsunami niet overleefd en waren er in 2012 nog 3451 vermisten.

Breuken in het aardoppervlak

Tijdens aardbevingen ontstaan veel breuken in het aardoppervlak. Bij iedere beving zakt de breuk (slenk) steeds 1 cm tot maximaal 15 m. Na honderden jaren waarin er een of meer aardbevingen plaatsvinden, kunnen hele grote en diepe breuken ontstaan. Beroemd is de breuk Fossa Magna, die het hoofdeiland Honshu in twee delen splijt. In deze breuk ligt onder andere het grootste meer van Japan, het Biwameer. Soms worden ook gebieden omhooggedrukt waardoor horsten of plateaus ontstaan.

Japanse rivieren

De meeste rivieren in Japan hebben een lengte van minder dan 300 km en stromen snel, woest en zijn grotendeels onbevaarbaar door de geologisch vrij jonge vulkanische gebergten. De dalwanden van de meeste rivieren zijn daarom steil. Waar mogelijk ontstonden er toch steden langs de bergrivieren, evenals kunstig gebouwde terrassen met rijstvelden.

Japanse rijst

Rijst is het belangrijkste voedingsmiddel in Japan en wordt in dit land verbouwd volgens de traditionele natte-rijstbouwmethode. De boeren zaaien de rijst uit op kleine kweekbedden die onder water zijn gezet. Daarna planten ze de jonge kiemplantjes over van de kweekbedden op de natte akkers (meestal op de kustvlaktes). Na circa vier maanden kan de rijst geoogst worden.

Kusten Japan

De totale kustlijn van Japan is met haar lengte van 26.505 km opmerkelijk lang. Zij dankt deze lengte aan de zeer grillige vorm van het grootste deel van de oost- en zuidwestkust, die typische voorbeelden zijn van zogenaamde riaskusten. Een riaskust ontstaat doordat op die plek tegelijkertijd de aardkorst daalt en de zeespiegel stijgt. Het gevolg is dat de zee via de valleien het land binnendringt. Aldus ontstond een kustlijn die werd gekenmerkt door diepe baaien en ver in land stekende landtongen, eilanden en schiereilanden. De Japanse westkust is over het algemeen een opgeheven kust en dus minder grillig.

Japanse meren

Veel van de rivieren die bij de kust in zee stromen, werden in hun bovenloop in de bergen geblokkeerd door lavastromen en aardverschuivingen, waardoor veel meren ontstonden. Andere meren vonden hun oorsprong in oude vulkaankraters, die volliepen met regenwater, en langs de kust, doordat voormalige baaien door langzaam groeiende zandbanken van de zee werden gescheiden. En natuurlijk zijn er in het bergachtige Japan veel stuwdammen gebouwd, waarachter stuwmeren ontstonden. Deze dammen reguleren de waterafvoer van de snelstromende rivieren, wekken elektriciteit op en voorzien de industrie, de huishoudens en de rijstbouw van water. Voorts gebruikt men de stuwmeren voor het kweken van vis en voor recreatieve doeleinden. Problematisch is dat veel water in de meren verdampt; minder waterafvoer betekent dat er minder energie geleverd kan worden. Bovendien worden veel stuwmeren steeds ondieper. De rivieren komen voornamelijk voor de dam in het stuwmeer tot rust, met als gevolg dat het meegevoerde materiaal in het stuwmeer bezinkt. Zo'n proces noemt men agradatie.

Bergen en bossen

De berghellingen rondom de meren zijn bedekt met bomen en struikgewas; 68% van het totale Japanse grondgebied is bedekt met bossen, variërend van naaldwouden in het noorden op Hokkaido, altijd groene loofbossen op Noord-Honshu, loofverliezende bossen op Zuid-Honshu tot tropische wouden op de Ryukyu Eilanden. Bovendien vindt u overal in Japan door de mens aangelegde bossen, bestaande uit pijnbomen, cipressebomen en Japanse ceders. De industrialisatie en de groei van de steden hebben de vraag naar brand- en timmerhout doen stijgen, waardoor de bossen in omvang slinken. Hoewel Japan veel timmerhout importeert uit zijn buurlanden en veel bosrijke gebieden in Japan beschermd zijn door de status Nationaal Park of Quasi Nationaal Park, zijn de bossen, en ook de bergen, nog niet geheel in veilig vaarwater terechtgekomen. Een groot deel van de Japanners vindt de bergen zeer aantrekkelijk om de vakantie in door te brengen, zodat veel bergachtige gebieden beschikbaar zijn gesteld ten behoeve van het toerisme. Er zijn goede wegen aangelegd, er kwamen voldoende parkeergelegenheden en hotels, chalets, herbergen en campings openden hun poorten. Bovendien bouwde men allerlei speciale voorzieningen voor wintergasten, zoals skipistes, skischolen, verhuurbedrijven, sleep- en kabineliften. Vooral aan het wintertoerisme zijn veel nadelen verbonden. Om skipistes te bouwen, zijn veel bomen gekapt, waarvan de wortels de bodem vasthielden. Omdat gekapte bomen geen sneeuw meer kunnen vasthouden, is er een toename van lawines. Door de aanwezigheid van grote aantallen toeristen is bovendien een aantal diersoorten hun leefgebied kwijtgeraakt. Gelukkig worden de meeste diersoorten niet met uitsterven bedreigd, omdat zij zich kunnen terugtrekken in gebieden die moeilijk toegankelijk en niet geschikt zijn voor het massatoerisme door de ruime aanwezigheid van zeer steile berghellingen.

Bewoning en landbouw Japan

Slechts 15% van het land Japan is geschikt voor bewoning en landbouw. Gedwongen door de overal aanwezige bergen concentreert de bevolking zich voornamelijk rondom de stedelijke regio's op de kustvlaktes aan de oostkust van het hoofdeiland Honshu en in het noorden van Kyushu. In deze langwerpige kustgordel woont ongeveer 70% van de totale bevolking in een lang snoer van grote steden (waaronder Tokyo, Yokohama, Nagoya, Osaka, Kyoto, Kobe, Hiroshima, Fukuoka en Kitakyushu) en kleine steden (onder andere Himeji, Okayama, Kure en Mizusjima). Een ernstig gebrek aan ruimte, zowel voor de bevolking als voor de bedrijven, is de belangrijkste drijfveer geweest voor de Japanse overheid om nieuwe ruimte te creëren door landaanwinningen voor de kust. Door het opspuiten van grond en incidenteel ook het storten van stedelijk afval, is meer dan 800 km2 land aangewonnen, vooral voor de kusten van Tokyo, Osaka, Kobe, Nagoya en Hiroshima. Voorts heeft men nieuwe ruimte gecreëerd door lagunes droog te malen en zijn veel heuvelruggen voor een deel afgegraven en van bewoonbare terrassen voorzien. Steden en dorpen in Japan zijn voornamelijk gelegen bij een vruchtbare kustvlakte of bij een belangrijke handelsweg. Ook plekken met strategische waarde of de aanwezigheid van een bevaarbare rivier vormden aanleidingen om ze te bouwen. Tevens ontstonden er vissersdorpen en havensteden aan beschut gelegen baaien en werden er religieuze steden opgetrokken rondom toonaangevende tempels en heiligdommen. De westkust van Honshu is bezaaid met vissersdorpen. Ook op het eiland Shikoku vindt u in het zuidelijk deel veel van dergelijke kleine vissersdorpen, landinwaarts afgewisseld met plattelandsdorpen. Op het dunbevolkte eiland Hokkaido leven veel dorpen van landbouw, bosbouw en visserij. Opmerkelijk zijn ook de vele melkveehouderijen. Op het noordelijk deel van Honshu, met name in Tohoku, zijn veel plattelandsdorpen op de natte-rijstbouw aangewezen. De noordkust van Shikoku en het noordelijk deel van Kuyshu worden grotendeels ingenomen door de industrie. 

Andere onderwerpen

  • De mensen die er wonen

    Het Gion Matsuri festival in Kyoto
    Japan wordt bevolkt door naar schatting 130 miljoen mensen. Circa 99% van hen behoort tot het mongolide ras en zijn daardoor sterk verwant aan de volken van het...
  • Economie

    Economische groei in Tokyo
    Voor het bouwen aan een nieuw Japan. Laat onze kracht en geest te zamen gaan om ons best te doen de produktie te bevorderen. Onze goederen te zenden aan de...
  • Klimaat en reistijd

    Herfst in Kyoto Japan
    Beste reistijd JapanJapan ligt in de noordelijke gematigde luchtstreek, dus het klimaat is over het algemeen zacht. Maar omdat de archipel ongeveer 3.000 km lang...
  • Onderwijs

    Sport is een belangrijk vak in het Japanse onderwijs
    Het is van groot belang dat men goed onderwijs krijgt; met een goede opleiding heb je de grootste kans op de beste banen, dat wil zeggen, die bij de grote...