Guatemala

Swipe

Politiek en economie

De politieke situatie van 1966 tot 1990

In 1966 werd Julio César Méndez Montenegro gekozen tot president, hoewel de militairen op de achtergrond de touwtjes nog in handen bleven houden. Eindelijk was in de jaren zestig de industrie op gang gekomen mede door de Midden-Amerikaanse Economische Gemeenschap, waardoor nu ook voor buitenlandse markten geproduceerd kon worden. Verscheidene takken van industrie zoals de textielindustrie kwamen tot bloei en verschillende producten die vroeger geïmporteerd werden zoals chemicaliën en bouwmaterialen, werden nu in Guatemala geproduceerd.

De infrastructuur werd verbeterd en diverse sociale voorzieningen als scholen en gezondheidscentra kwamen tot stand met buiten-landse hulp. Ondanks deze inspanningen bleef het platteland een enorme achterstand behouden waardoor sociale en politieke spanningen ontstonden. De arme plattelandsbevolking kon niet meeprofiteren van de economische vooruitgang als gevolg van de industrialisatie. Verder eisten de boeren landhervorming en de arbeiders sociale wetten en het recht om vakbonden op te richten.

De opstanden tegen de regering werden door het leger bloedig onderdrukt en een van de legerleiders, Carlos Manuel Arana Osorio, werd in 1970 president. Hij was de eerste militair die zich via de staatsmacht verrijkte door het verkrijgen van belangen in de landbouw, de industrie en de financiële wereld. De eerste doodseskaders verschenen en de ontvoeringen van burgers en moordaanslagen namen toe. In deze tijd ontstond een groeiende guerrillabeweging van boeren die vooral vanuit het westen opereerde en botsingen tussen de guerrilla en het leger kwamen steeds meer voor. Tussen 1970 en 1974 ‘verdwenen’ op zijn minst 15.000 burgers.

Osorio werd in 1974 opgevolgd door generaal Kjell Eugenio Laugerud García, die door fraude aan de macht was gekomen. Vanwege de voortdurende repressie vluchtten vele intellectuelen naar het buitenland. Tijdens Laugeruds regering werd Guatemala op 4 februari 1976 door een zware aardbeving getroffen. De guerrilla begon zich vanuit het departement El Quiché opnieuw te roeren.

In 1978 werd wederom dankzij een enorme verkiezingsfraude generaal Romeo Lucas García president; tijdens zijn regering liep het aantal ontvoeringen en moorden enorm op. Door de economische recessie begonnen de militairen steeds meer hun eigen belangen veilig te stellen. Het in brand steken en bestormen van het Spaanse consulaat in januari 1980 dat door Indianen bezet werd, behoorde tot de vele gewelddadige acties. De vader van Rigoberta Menchú kwam hierbij om het leven. De repressie nam ongekende vormen aan en vele burgers vluchtten naar de buurlanden.

Voordat de opvolger van Lucas García in 1982 aan de macht kon komen, pleegden jonge officieren van generaal Efraín Ríos Montt een coup. Omdat de totale uitroeiing van de guerrilla hoofddoel was geworden, nam de antiguerrillacampagne tijdens deze regering toe. Het leger stelde zogenaamde burgerwachten in die het leger moesten informeren over de guerrilla-activiteiten om de aanhang van de guerrilla te verminderen. Martelingen en moorden waren aan de orde van de dag. Soms werden hele dorpen gebombardeerd en verplaatst, waarbij de nieuwe nederzettingen, de ‘modeldorpen’, geheel onder militaire controle kwamen te staan. Als gevolg van deze terreur kwam er een grote stroom vluchtelingen op gang. Ríos Montt wist de buitenwereld voor te houden dat het er democratischer aan toeging in Guatemala, waardoor de Verenigde Staten in 1983 hun wapenleveranties aan Guatemala hervatten.

In deze tijd liep het toerisme enorm terug en hoewel het nooit een echte belangrijke bron van inkomsten was geweest, schaadde het gebrek aan bezoekers en buitenlandse valuta de al zwakke economie. De werkloosheid steeg; vele landen beëindigden hun financiële hulp vanwege de toenemende schending van mensenrechten en de export daalde. De behoefte aan economische stabiliteit en internationale hulp leidden tot een andere coup. Ríos Montt had als fanatiek lid van een religieuze sekte ook de irratie gewekt van de katholieken.

In 1983 werd hij afgezet door generaal Humberto Mejía Victores, die terugkeer naar de democratie beloofde. Met de economie ging het in deze tijd niet zo goed omdat de exportprijzen voor koffie en suiker flink gedaald waren en de waarde van de quetzal, een tot dan toe sterke valuta, met de helft was teruggelopen. De Midden-Amerikaanse Economische Gemeenschap functioneerde ook niet meer zoals vroeger. Een aantal veelbelovende ontwikkelingsprojecten mislukte vanwege de daling van de grondstofprijzen op de wereldmarkt.

In 1985 kwam er een democratisch gekozen burgerlijke regering onder leiding van de christen-democraat Marco Vinicio Cerezo Arévalo. Deze burgerregering moest heel voorzichtig met het leger omspringen dat zichzelf al direct amnestie had verleend. Verbeteringen van de situatie op het platteland in de vorm van meer onderwijs en betere voeding kwamen niet uit de verf, omdat het leger de controle over het platteland behield. Door de nauwe militaire banden met de Verenigde Staten bleef de positie van het leger sterk, ondanks de onderlinge verdeeldheid die zichtbaar werd in de verschillende couppogingen. Ook tijdens deze regering vonden er ontvoeringen en politieke moorden plaats. De Guatemalanen hoopten op welvaartsverbetering onder een burgerlijke regering, maar dat heeft deze regering niet waar kunnen maken.

10 prachtige bestemmingen in Guatemala