Staatsinrichting

Brazilië is een federale republiek, naar het voorbeeld van de Verenigde Staten van Noord-Amerika. Er zijn 26 staten, die elk een eigen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht hebben, alsmede een eigen financiële huishouding. De meeste staten zijn veel groter dan Nederland. In de staten Minas Gerais en Rio de Janeiro wonen ongeveer evenveel mensen als in ons hele land, in São Paulo anderhalf keer zoveel. In drie Amazonestaten wonen minder dan een half miljoen mensen (Acre, Amapá en Roraima).

De eilandengroep Fernando is een nationaal territorium en Brasília een federaal district. Beide vallen onder de federale regering en hebben geen eigen regering.

De president staat aan het hoofd van de republiek en vertegenwoordigt de uitvoerende macht. Hij wordt bijgestaan door ministers en het ambtelijk apparaat. De wetgevende macht – het Nationaal Congres, dat in Brasília zetelt – bestaat uit twee Kamers, te weten de Senaat waarin de vertegenwoordigers van de deelstaten zitten en de Kamer van Afgevaardigden, waarvan de leden gekozen worden door het volk (rechtstreekse verkiezingen).

De rechterlijke macht is nadrukkelijker aanwezig dan men in Europa gewend is in de politieke arena. Er is een Hooggerechtshof voor arbeidsaangelegenheden, een voor verkiezingsaangelegenheden, een voor militaire zaken en een voor staatsfinanciën. De president wordt voor 5 jaar gekozen en is niet direct herkiesbaar. Maar van 1965 tot 1985 wees de legerleiding een president aan en was er dus min of meer sprake van een militaire dictatuur. Sinds 1990 is er weer een gekozen president. De invloed van het leger blijft echter groot. Militaire politie is overal aanwezig. Bij alle steden bevinden zich royaal uitgevoerde kazernes die goed onderhouden worden.

In elke staat wordt een gouverneur gekozen, die bij de uitoefening van zijn ambt wordt bijgestaan door ministers en gecontroleerd wordt door een parlement. De financiële inkomsten van een staat bestaan in hoofdzaak uit een met onze BTW te vergelijken belasting. Een dergelijke belasting over de omzet van goederen brengt in de rijke zuidelijke en zuidoostelijke staten natuurlijk aanzienlijk meer op dan in de arme noordoostelijke staten.

Elke gemeente heeft een gemeentebestuur dat bestaat uit een gekozen burgemeester en een gemeenteraad. De gemeenten ontvangen hun inkomsten onder andere uit een soort onroerendgoedbelasting. In de praktische politiek zijn de president, de gouverneur en de burgemeester de personen aan wie de politiek wordt opgehangen. Dat gaat dan als volgt. Een burgemeester bouwt een school, maar als hij niet wordt herkozen dan wordt de school niet afgebouwd, want zijn opvolger besteedt het geld liever aan iets waaraan hij zijn eigen naam kan verbinden. Zo liggen er hier en daar nogal wat onvoltooide bruggen, metrolijnen, scholen enzovoorts. In onze ogen slecht besteed geld dus. Geen wonder dan ook dat de toenmalige president Kubitschek de nieuw te bouwen hoofdstad Brasília binnen de 5 jaar van zijn ambtstermijn wilde voltooien. Voor grotere projecten trachten steden en staten geld te krijgen uit de landelijke pot. Een burgemeester van een andere politieke kleur dan de president zal daarbij nauwelijks een kans maken. Hier is het ‘linkse’ Rio de Janeiro nogal eens de dupe van geweest.

Reactie toevoegen