Geschiedenis

Middeleeuws castello in Cesena
Middeleeuws castello in Cesena

Prehistorie en Romeinen

In de bronstijd arriveerden Indo-Germaanse stammen vanuit het noorden. Zij woonden in versterkte dorpen op palen in de Povlakte, de zogenaamde Terramare-cultuur. In de ijzertijd, omstreeks 1000 v.C., kwamen nieuwe stammen uit het noorden, de Villanova-cultuur, waarvan opgravingen bij Bologna getuigen. De Etrusken, van over de Apennijnen komend, stichtten in de 7e en 6e eeuw de steden Marzabotto, Felsina (Bologna) en Spina. In de 5e en 4e eeuw beheersten de Keltische Galliërs het gebied. Na 200 v.C. veroverden de Romeinen dit gebied, dat zij, met de rest van de Povlakte Gallia Cisalpina noemden (=Gallië aan deze kant van de Alpen). Zij legden tussen Rimini en Piacenza als verbindingsweg met vooral militaire betekenis de Via Emilia aan, genoemd naar de consul Marcus Emilius Lepidus.

Middeleeuwen

Na de verzwakking van het Romeinse Rijk werd in 402 Ravenna hoofdstad van het West-Romeinse Rijk. Vervolgens werd deze stad veroverd door de Germanenkoning Odoaker, daarna door Theodorik, koning van de Oostgoten (493-526). Midden 6e eeuw kwam het gebied weer onder Byzantijns gezag van keizer Justinianus. In 568 vielen de Longobarden vanuit het noordoosten Italië binnen en veroverden grote delen. Omstreeks 1000 werd het gebied deel gemaakt van het Rooms-Duitse keizerrijk. Spoedig brak een langdurige strijd uit tussen keizer en paus over het recht om bisschoppen te benoemen, de Investituurstrijd. Beroemd is de knieval, die keizer Heinrich IV in 1077 in het kasteel van Canossa maakte voor paus Gregorius de Grote in het bijzijn van hertogin Mathilde. Na Mathildes dood vormden zich in de belangrijkste steden ‘comuni’, vrije stadsregeringen. Op de rijksdag in Roncaglia (1158) bepaalde keizer Friedrich Barbarossa echter, dat de stedelijke vrijheden weer beperkt moesten worden. Hierop vormden de steden Bologna, Piacenza, Modena en Reggio de Lega Lombarda. In 1249 werden de keizerlijke troepen bij Fossalta verslagen en koning Enzo van Sardinië, zoon van keizer Friedrich II, gevangengenomen en tot zijn dood in Bologna opgesloten.

Het nu volgende tijdperk van de ‘Signorie’ bracht in de steden de heerschappij van bepaalde families, zoals de Visconti, de Este, de Pepoli en daarna de Bentivoglio.

De moderne tijd

In de machtsstrijd tussen Firenze, Venetië en de paus was ten slotte die laatste in de Emilia-Romagna de grote winnaar; de Kerkelijke Staat verwierf Bologna in 1506 en het hertogdom Ferrara in 1598. Na de vrede tussen Frankrijk en Spanje in de tweede helft van de 16e eeuw werd de verdeling gestabiliseerd. Naast de gebieden van de Kerkelijke Staat en bestond het daarmee verbonden hertogdom Parma-Piacenza onder de Farnese, familie van paus Paulus III. In Modena en Reggio regeerden nog de Este die uit Ferrara verdreven waren. Na de Franse overheersing onder Napoleon werd de machtsverdeling hersteld met dit verschil, dat Marie Louise van Oostenrijk, de tweede vrouw van Napoleon, het hertogdom Parma-Piacenza kreeg. De ‘Risorgimento’ van 1859 bracht na een volksstemming de aansluiting bij het koninkrijk Italië onder Vittorio Emanuele II in 1860.