Pylos(Route 2)

De havenstad Pylos
De havenstad Pylos, ©Thorsten

Pylos – Korifasi – Paleis van Nestor – Chora – Gargaliani – Filiatra – Christiani – Chora – Pylos (circa 85 km)

Alternatief: Vanaf Filiatra langs de kust naar Marathopoli – Petrachori – Gialova – Pylos (circa 95 km)

Route 2 begint in de oude stad Pylos en bestrijkt het totale meest westelijke schiereiland van de Peloponnesos.

Pylos is een adembenemend havenstadje aan een even adembenemende baai met als decor de heuvels van de provincie Messini. De oorspronkelijke haven stamt uit de Myceense tijd (circa 1200 voor Chr.) en was gelegen aan de noordkant van de baai, waar zich nu nog een Venetiaans fort, paleokastro, verheft. Ten noorden daarvan (bij Chora) lag het oudste Pylos van de beroemde koning Nestor, dat door binnenvallende Doriërs is verwoest. Het moderne Pylos in het zuiden van de baai werd beschermd door de vesting neokastro, omstreeks 1500 gebouwd door de Turken.

Vele volkeren hebben om het bezit van de beroemde baai van Navarino gestreden, niet alleen Atheners en Spartanen die omstreeks 425 voor Chr. op Sfaktiria, – het kleine eiland dat de baai afsluit –, slag leverden, ook Venetianen en Turken hebben er elkaar het leven zuur gemaakt in de 17e en 18e eeuw.

In 1827 volgt dan de beslissende zeeslag in de baai van Navarino: Groot-Brittannië, Rusland en Frankrijk vallen dan de in de baai liggende Turks-Egyptische vloot aan, brengen 27 schepen tot zinken en vieren de overwinning. De Fransen bezetten het neokastro en bouwen aan de voet ervan een groot plein (Plateia trion Navarhon) met een monument ter ere van de drie admiraals van 1827, alsmede een aantal huizen. Het moderne Pylos is geboren!

Wie het huidige Pylos bezoekt, komt hoe dan ook altijd terecht op het enorme plein met de reusachtige platanen, waar jong en oud de avonden doorbrengen. Eromheen staan tal van hotels en winkels en er zijn vele terrasjes. De laatste strekken zich uit langs het water, waar de vissersboten vervangen zijn door rondvaartboten en luxe jachten. Parkeren is meestal geen probleem: tussen baai en plein is ruimte voor de auto’s. Het plein is genoemd naar de drie admiraals van de zeeslag. Ze prijken er gezamenlijk op (Plateia trion Navarhon).

Van het plein voert een drukke zijweg naar Methoni en naar het neokastro (openingstijden: 09.30-15.00 uur, gesloten maandag). De enorme Turkse vesting is later door Venetianen en Fransen nog verder uitgebreid: grote barakken, een verzameling herinneringen aan de onafhankelijkheidsoorlog en een kerk, die eens is opgezet als moskee.

Parallel aan genoemde zijweg loopt hoger op de heuvel een tweede straat, waar behalve winkels ook het postkantoor is te vinden.

Interessant is een boottocht van enkele uren door de baai voor Pylos (kosten circa e?20). De rondvaartboten liggen aan de kade links bij de restaurantjes.

De eilanden in de baai van Navarino

De baai van Navarino wordt op fraaie wijze afgesloten door het grote, onbewoonde eiland Sfaktiria, enkele veel kleinere rotskliffen en een eilandje in de vorm van een boog, waar men onderdoor kan varen.

Sfaktiria is in de historie een fel bevochten eiland geweest, aangezien het strategisch belangrijk is. In het noorden van het eiland zijn nog de schamele resten van muren en bronnen te zien, die herinneren aan de gebeurtenissen in 425 voor Chr. gedurende de Peloponnesische oorlog tussen Sparta en Athene en die zo treffend zijn beschreven door de eerste echte historieschrijver Thukydides. De Atheners wilden de gehate Spartanen die op het eiland waren gelegerd, in de pan hakken. 72 dagen lang duurde de belegering, toen gaven de bijna 300 overgebleven Spartanen zich over! Dit tot verbazing van de Atheners, immers, Spartanen gaven zich nooit over, maar stierven de heldendood!

Midden op Sfaktiria staat een gedenkteken voor de Russen die tijdens de slag van Navarino zijn gesneuveld. De Russische schepen stonden onder bevel van een Nederlander, admiraal Van Heyden, die in 1795 naar Rusland was gevlucht voor de Franse troepen, die Nederland bezetten, en die een vooraanstaande rol zou spelen in de Russische marine. Zijn schepen vormden de achterhoede van de geallieerde vloot, die zware verliezen leed.

Vlak bij het monument staat een Russisch kerkje van hout. Een en ander ziet er tamelijk onverzorgd uit.

In het zuiden van het eiland vindt u monumenten die herinneren aan de Griekse vrijheidsstrijd: in 1825 sneuvelden vele Hellenen en aanhangers van de Griekse zaak uit West-Europa in de strijd tegen de Egyptenaar Ibrahim Pasha, die zijn (Turkse) vloot in de door de rebellen bezette baai van Navarino wilde loodsen.

Tishli-Baba

Het zuidelijk van Sfaktiria gelegen boogvormige eilandje herbergt het monument voor de tijdens de zeeslag van 1827 gesneuvelde Fransen. Voorts staat er een vuurtoren.

Helonaki

Midden in de baai ligt het eilandje Helonaki met een monument voor de in 1827 gesneuvelde Britten.

Noordelijk van Pylos

Aan de noordzijde van de baai van Pylos ligt kaap Koryvasion, waar eens de Atheners hun versterking (akropolis) hadden om de Spartanen op Sfaktiria in het oog te houden (425 voor Chr.). In de 13e eeuw hebben Frankische ridders er het paleokastro gebouwd. De lastige klim erheen biedt de toerist resten van muren en torens.

Hier vlakbij ligt de op het noorden gelegen ingang van de Nestorgrot, waar de mythologische heersers van Pylos eens hun vee stalden. Ook de sluwe god Hermes zou hier het vee, dat hij had gestolen van de god Apollo, hebben verstopt. De grot bevat enkele druipsteenformaties.

Noordelijker liggen mooie, brede zandstranden langs de baai bij Petrochori. Bedoelde Homeros deze kusten, toen hij het in de Odyssee had over het zandige Pylos, waar de zoon van Odysseus, Telemachos, heen wilde varen om nieuws te vernemen over zijn verdwenen vader?

Aan de grote weg naar Chora ligt dan het roemruchte, vermoedelijke paleis van Nestor.

Mythologie, geschiedenis en Homeros

Lange tijd hebben geleerden alle aanwijzingen ten aanzien van koning Nestor, Pylos, Telemachos en Odysseus verwezen naar het rijk der mythologie. Tot in de jaren dertig van de vorige eeuw sporen van graven, aardewerk en muren werden ontdekt bij Epano Egliano. Aan de hand van de beschrijving van de plaats van het paleis door Homeros is men in de jaren vijftig gaan graven en heeft men een paleis uit de Myceense tijd blootgelegd, wellicht dat van Nestor.

Nestor geldt in de mythologie als de zoon van Neleus, zoon van de zeegod Poseidon. Wegens onenigheid met zijn broer Pelias trok Neleus naar Pylos, waar hij koning werd. Toen de held Herakles hem vroeg hem van bloedschuld te reinigen, weigerde Neleus. Daarop doodde Herakles Neleus met al zijn zonen, uitgezonderd Nestor. De laatste nam op hoge leeftijd deel aan de Trojaanse oorlog, waar hij opviel door moed, welsprekendheid en wijsheid. Nog steeds is de nestor van een gezelschap de oudste en de wijste.

Als hij werkelijk heeft geleefd, woonde hij in een prachtig paleis, waar hij tal van gasten ontving, onder meer de zoon van de held Odysseus, Telemachos, die op zoek was naar zijn vader.

Dat prachtige paleis van Nestor, circa 20 km noordelijk van het huidige Pylos, is schitterend uitgegraven en ligt beschermd tegen regen, onder een afdak. Het moet in de 13de eeuw voor Chr. zijn gebouwd en is vermoedelijk al in de 12e eeuw door woeste Dorische volksstammen verwoest.

Op de plattegrond is slechts het hoofdgebouw afgebeeld. Rechts van de vertrekken van de koningin liggen de werkplaatsen en de wijnopslag, links van eetkamer en wachtkamer de vergaderzalen met in het noorden een badkamer en de opslag voor olijfolie.

Links naast de ingang was de archiefruimte, gezien het feit dat hier ongeveer 1000 kleitafeltjes zijn gevonden. Deze zijn in 1952 ontcijferd en herkend als voorlopers van het Oudgrieks. Ze bevatten aantekeningen, en een inventarislijst met vermelding van gereedschappen en aardewerken potten. Het gebruikte schrift noemt men Lineair-B.

Voor u de troonzaal (6) betreedt, gaat u door de hal met rechts acht treden die naar de bovenverdieping leiden, waar zich waarschijnlijk de vrouwenvertrekken bevonden.

Speciale aandacht verdient de troonzaal (11 x 13 m). In het midden bevindt zich de grote haard.

Vier houten zuilen steunden het dak. De troon stond op een verhoging aan de rechterkant met ervoor de afbeelding van een octopus. Rechts van de troon zijn nog twee kuiltjes te zien, waarin de koning zonder zich van zijn troon te moeten verheffen, vloeibare offers kon brengen.

De vloer van de troonzaal was verdeeld in vierkante, versierde velden, die niet steeds parallel aan elkaar liepen. De wanden van de zaal waren prachtig versierd met leeuwen, griffioenen en een lierspeler. Restauraties van het schilderwerk zijn uitgevoerd door de Engelsman Piet de Jong.

Aandoenlijk is de badkamer van de koningin (43) met een trede om het instappen eenvoudiger te maken en een verhoging voor de kruiken met water die door slaven over de badende persoon werden uitgestort. Achter de badkamer ligt de zaal van de koningin (46), waar met moeite resten van dierversieringen te zien zijn.

Op de plattegrond is een aantal fundamenten van houten zuilen aangegeven, die de verdieping en het dak hebben gestut. De muren van het gehele paleis waren voorzien van gekleurde dierenfiguren, ornamenten en, bijvoorbeeld op de rand van de haard, geometrische figuren als driehoeken en cirkels, die nog steeds te zien zijn.

Openingstijden: dagelijks van 08.30-15.00 uur.

Het paleis is op een idyllische heuvel gelegen, van waaruit men fraaie uitzichten naar de zee en het omringende land had. De ideale woonplaats voor een groot koning!

Een pad voert vanaf het parkeerterrein naar een tholos (koepelgraf) in de vorm van een grote bijenkorf. Het graf is ontdekt in 1954 en later gerestaureerd. In deze voorname begraafplaats vlak bij het paleis is waarschijnlijk een hooggeplaatst iemand (de koning?) begraven. Moderne onderzoekers vonden er grafgeschenken in de vorm van gouden uilen en gouden vlinders.

In het plaatsje Chora, enkele kilometers ten noorden van het paleis zijn in een klein museum de vele schatten te bewonderen die in het paleis zijn gevonden. (Openingstijden: dagelijks behalve op maandag 08.30-15.00 uur; het museum is duidelijk aangegeven.) Er zijn enkele zalen met fresco’s, met ontelbaar vele soorten en vormen aardewerk, met zwarte kleitabletten met het Lineair-B schrift, met huishoudelijke voorwerpen en met allerlei grafgiften. Allemaal zeer de moeite waard om te bezichtigen.

De weg gaat noordwaarts naar Gargaliani en Marathopoli, twee dorpen zonder enige aantrekkingskracht. Het noordelijker gelegen Filiatra valt op door een verkleinde afbeelding van de Eiffeltoren op straat, het werk van een Amerikaan, die beroemd wilde worden. In het noordelijker gelegen Agrili schiep hij een sprookjeskasteel, een paard van Troje en afbeeldingen van enkele goden. Kitsch dus.

Van Filiatra uit gaat een weg langs de kust zuidwaarts, met een klein strand bij Langouvardos. Andere stranden aan deze, richting Pylos lopende weg, bevinden zich in Pigadia en Romanos.

Zij die het binnenland willen verkennen, terwijl ze richting Pylos gaan, nemen de weg naar Christiani aan de voet van de berg Egaleo. Een minder goede weg voert naar Chora, waar de hoofdweg naar Pylos begint.

Kaart van Pylos(Route 2) en omgeving