Andalusië

Swipe

Andalusië

Highlights

Werelderfgoed: de moskee-kathedraal van Córdoba

Na het oversteken van de 223 meter lange Puerto Fiomano, de Romeinse brug, beland je direct in het centrum van de stad en daarmee bij een van de belangrijkste historische monumenten van Spanje, La Mezquita. Stap in het ‘wonderlijke woud van pilaren’, zoals een 18e eeuwse reiziger in zijn dagboek noteerde. De chaos die hij beschreef van zieken en daklozen die er rondhingen en vuurtjes stookten, is teruggebracht tot een strikt gereguleerd bezoek.

Granada, voor wie oog heeft voor schoonheid

Er wordt gezegd dat er in het leven geen ergere straf is dan een blinde te zijn in Granada. Dát Granada bestaat alleen nog als die verzuchting betrekking heeft op het beroemde Alhambra-complex. Dit hooggelegen en geheel ommuurde stadsdeel omvat een kasteel, een aantal oogverblindende paleizen en een samenstel van prachtige siertuinen.

Málaga, toegangspoort tot de Costa del Sol

De milde winters van de Costa del Sol lokken veel Noord-Europese overwinteraars naar de stad. Ook het aantal buitenlanders dat zich definitief in Spanje vestigt, strijkt om die reden meestal in of rondom Málaga neer. Maar ook s ’zomers is Málaga de toegangspoort tot een van de populairste kustgebieden van Spanje, met badplaatsen als Torremolinos, Fuengirola en Marbella.

Gibraltar, rots in de branding

Voor Spanje is ‘El Peñon’ (de Rots) al eeuwenlang een bron van ergernis. Nog in 2012 was het een splijtzwam in de relatie tussen het Engelse en Spaanse koningshuis. Reden genoeg om een kijkje te nemen in deze oer Britse enclave met pubs, bobby’s en rode telefooncellen.

 

Zon, zee en traditie

Voor sommigen is Spanje niet meer is dan zon, zee en strand. En flamenco, sangria en stierengevechten. Die mensen krijgen in Andalusië op zijn minst voor de helft gelijk.

Langs de Costa del Sol zijn de stranden in het seizoen overbevolkt en het eten is er alles behalve Spaans; de sangria, de bekende rode wijnpunch, is er verworden tot een waterig aftreksel van wat de Spanjaarden thuis drinken. 

Het is een hele toer om hier in het hoogseizoen zonder reservering nog een betaalbaar hotel of vrije kampeerplaats te vinden. Al zorgt de crisis die ook de toeristensector treft, voor wat meer lucht.

Zuidelijker strekt zich de Costa de la Luz uit. Hier heb je soms het strand voor jezelf, kun je ook hartje zomer een kampeerplaats vinden, op de bonnefooi bij een particulier een huisje aan het strand huren of je camper voor een paar dagen op een mooi plaatsje neerzetten.

Toeristencentra als Estepona, Marbella (vanwege het Europese en Russische geboefte dat hier de afgelopen jaren is neergestreken in de Spaanse pers wel het ‘Chicago aan Zee’ genoemd), Fuengirola, Torremolinos en Málaga, werpen langs Costa del Sol hun schaduwen ver vooruit in de vorm van een bijna eindeloze aaneenschakeling van hotels, campings, restaurants, casino’s en disco's.

In dat beeld past ook het smurfendorp Júzcar, ooit een traditioneel Andalusisch bergdorp. Dat wil zeggen verblindend wit en met af en toe een verdwaalde tourist op het dorpsplein. Tot Sony er in 2011 zijn oog op liet vallen. Met instemming van de bewoners (die daar goed voor betaald kregen) werd het hele dorp smurfenblauw geschilderd voor een promo voor een 3D-smurfenfilm. Omdat het toerisme daarna goed opgang kwam, besloten de bewoners hun dorp blauw te laten. Júscar ligt vanuit de badplaatsen Marbella of Esteponia ca. 60 in de noordelijke bergen.

De vissersdorpen en badplaatsen aan de Costa de la Luz daarentegen, hebben meer hun oorspronkelijke karakter weten te behouden, zonder overigens de tijd te hebben stilgezet. In de tapasbars en dorpscafés krijg je nog de originele gazpacho voorgeschoteld, de traditionele koude groentesoep die stijf staat van de knoflook. En op de gezellige en niet te drukke terrassen kun je genieten van fritura mixta de pescados, een smakelijk licht gefrituurde combinatie van lokale zeevruchten.

In de grote steden van Andalusië floreert naast fast food de traditionele mozarabische keuken en serveert men onder andere cordero a la miel (lam met honing). En vooral mierzoete nagerechten, want de lange Moorse traditie verloochent zich in dit meest zuidelijke deel van Spanje niet.

Tot die culinaire traditie van Andalusië behoort ook de sherry, een wijn die vooral als aperitief wordt gedronken en zijn wortels heeft in de streek rond Jerez de la Frontera.

Andalusië kent ook tradities die niet de tong maar oog en oor strelen. Daarvan is de canto flamenco de bekendste. In de volkswijken van Sevilla en Córdoba klinkt hij tijdens lokale volksfeesten weemoedig en hartverscheurend; in de clubs waar de Spaanse middenklasse en de toeristen komen is de flamenco onderworpen aan een strenge, zielloze regie van de commercie.

Stierenvechten

Het zuiden van Spanje is de bakermat van het stierenvechten. Het landelijke seizoen wordt weliswaar geopend in het gehucht Valdemorillo nabij Madrid, maar in Sevilla gaat het allemaal pas echt van start.

Een spectaculair gebeuren waar de oude Spaanse adel en de nieuwe rijken zich graag opzichtig manifesteren. De discussie in Spanje om het stierenvechten te verbieden, heeft in Catalonië per januari 2013 tot een verbod geleid. Het is een discussie die in Andalusië niet of nauwelijks wordt gevoerd. Sterker: om een landelijk verbod te voorkomen, hebben pressie- en lobbygroepen de Spaanse Senaat in de herfst van datzelfde jaar weten te bewegen stierenvechten tot cultureel erfgoed te verheffen.

Vaya con Dios

In Andalusië hebben in de Middeleeuwen christenen en Moren hun territorium op soms bizarre wijze afgebakend. Na de verovering van Córdoba bouwden de katholieke koningen een complete kathedraal in de grootste moskee die ooit buiten Mekka was verrezen.

En in Granada realiseerden Moorse bouwmeesters en achtergebleven christenen een droom: de paleisstad Alhambra. De macht van de kerk bereikte in het zuiden van Spanje haar hoogtepunt met de bouw in Sevilla van de op twee na grootste kathedraal ter wereld.

Maar misschien leggen al deze prestigieuze bouwwerken het wel af tegen de verstilde witte dorpjes en gehuchten in de stoffige campos of de onafzienbare sierras in het achterland. Ze zijn vaak half verlaten door de trek van de bevolking naar de grote stad om de extreem hoge werkloosheid te ontvluchten.

In een taveerne met zand of zaagsel op de grond eet je ajo blanco, witte knoflooksoep met amandelen. En drinkt er een ondefinieerbare plaatselijke wijn bij terwijl mannen er luidruchtig domino spelen. Vertrekken doe je er altijd met een welgemeend en ‘vaya con Dios’, ga met God.

Nationaal Park Doñana

De Spaanse autonome regio Andalusië wordt beheerst door twee bergketens, de Sierra Morena en Sistema Béticos. Daartussen ligt het dal van de machtige Río Guadalquivir. De delta van de rivier strekt zich uit ten zuiden van Sevilla en vormt een van Europa ’s grootste vogelreservaten, het Nationaal Park Doñana.

Rondom Sevilla strekken zich niet alleen onafzienbare wijngaarden uit, maar liggen ook de uitgestrekte landerijen waar de Andalusische herenboeren hun vermaarde vechtstieren fokken.

Stranden

De Spaanse Costa de la Luz (‘Kust van het licht’) die zich verder naar het zuiden uitstrekt, voorbij Gibraltar, is het spiegelbeeld van de Costa del Sol, de ‘Zonnekust’. Je vindt er dezelfde stranden, maar ze zijn rustiger en over het algemeen schoner. Zeker, het uitgaansleven is er minder flamboyant en wordt door sommigen zelfs als provinciaal bestempeld.

De beste zandstranden strekken zich uit tussen Huelva en Cádiz, onder andere bij Mazagón, Matalascañas en Torre de la Higuera. Beide laatste badplaatsen zijn populair bij de lokale en regionale bevolking. De stranden zijn eindeloos lang en bieden ruimte genoeg.

Prima stranden zijn ook te vinden ten noorden van Cádiz, tussen Rota en Chipiona, en op de zuidelijkste kaap van Andalusië, bij Tarifa. Tarifa is vanwege de wind-en-hoge golven-zekerheid populair bij surferswindsurfers en kiteboarders.

Wie de totale eenzaamheid zoekt en beschikt over een fourwheeldrive, kan in deze zanderige uithoek van Spanje zijn hart ophalen.

Tunnel

Tarifa is ook populair bij tunnelbouwers, zij het om een andere reden. Er liggen al vanaf 1980 plannen om het Spaanse Tarifa en het Marokkaanse Tanger door een tunnel met elkaar te verbinden. Sinds kort is dat plan weer uit de mottenballen gehaald en is door beide landen een einddatum in het vooruitzicht gesteld: 2025. Maar het is onduidelijk waar de 4,5 à 5 miljard euro vandaan moeten komen om een verkeers- en treintunnel onder de Straat van Gibraltar aan te leggen.

Gammele bootjes

De stranden van Andalusië, in het bijzonder die bij Tarifa, zijn ook in trek bij Afrikanen die ‘s nachts in gammele bootjes met gevaar voor eigen leven de Straat van Gibraltar oversteken op weg naar het vermeende Europese paradijs. Ze worden in Spanje espaldas mojadas (‘natte ruggen’) genoemd, naar analogie van de Mexicaanse ‘wetbacks’ die via de Rio Grande de Verenigde Staten binnenkomen.

10 prachtige bestemmingen in Andalusië en Spanje