Nieuw-Zeeland

Swipe

Verdrag van Waitangi

Met het ondertekenen van het Verdrag van Waitangi erkenden vijfenveertig Maori-leiders de souvereiniteit van Groot-Brittannië. De Britse regering verleende de Maori de rechten van Britse onderdanen en erkende tevens het bezit van hun grond. Wat dit laatste punt betrof ontstonden er later grote problemen. De Maori meenden dat geheel Nieuw-Zeeland hun toebehoorde, maar de Britten vonden dat de Maori alleen recht hadden op de gronden die zij bewerkten en bebouwden. De Britten lieten rechten gelden op alle woeste gronden. Dit verschil in interpretatie van het verdrag gaf aanleiding tot bloedige gevechten. De Britten wilden de gronden in bezit nemen, terwijl de Maori hun oude rechten op het land verdedigden.

In 1861 woonden in Nieuw-Zeeland bijna honderdduizend Europeanen. Het aantal Maori lag toen rond de vijftigduizend. Zij werden geteisterd door tbc en kindersterfte. Aan het eind van de negentiende eeuw was hun aantal zelfs tot veertigduizend gedaald. De Britse regeerders kwamen toen tot het inzicht dat zij de Maori moesten helpen. Er werd geld beschikbaar gesteld voor gezondheidszorg en onderwijs. In 1876 kregen zij het recht om vier vertegenwoordigers voor het parlement af te vaardigen, die hun belangen konden verdedigen. In 1937 werden wetten gemaakt, die het mogelijk maakten gelden beschikbaar te stellen voor het in cultuur brengen van de gronden, die nog eigendom van de Maori waren. Er werden maatregelen getroffen om jonge Maori op te leiden in tal van beroepen. Het aantal jongeren nam ondertussen snel toe. De tbc was namelijk overwonnen en het geboortecijfer gestegen.