Ssese eilanden

In klimaatgemiddelden is men vooral nieuwsgierig naar de hoeveelheid regen die er in een bepaald gebied valt. Welnu, de natste plek in Uganda bevindt zich op de Ssese eilanden. Jaarlijks valt er meer dan 2000 millimeter.

De eilandengroep bestaat uit 84 grotere en kleinere eilanden waarvan Buggala, met de hoofdplaats Kalangala de grootste is. Ook de eilanden Buakasa, Kkome, Bubeke en Bufumira mogen zich in een groeiende belangstelling verheugen al is er geen sprake van ‘massatoerisme’ in dit gebied. Het heeft de gemiddelde toerist dan ook weinig meer te bieden dan rust in een uiterst ontspannen omgeving. Een beetje varen, een beetje vissen, de overweldigende natuur in, het zijn allemaal zaken die eraan meewerken dat men al snel niet meer van deze wereld is.

Er is niet zoveel wild op de eilanden al zult u al gauw wat antilopesoorten op uw pad vinden. Vogels en vlinders zijn er zoveel te meer en het gebied is dan ook een waar paradijs voor de liefhebbers daarvan. Aan bloemen en planten heeft men evenmin een tekort en u zult uw ogen uitkijken op de kleurenpracht.

Oorlogen en machtsstrijd gingen aan de eilanden voorbij en men spreekt over de Ssese eilanden als ‘het andere Uganda’. De bevolking, afstammelingen van het Bagesevolk, leeft in hoofdzaak van de visvangst en is opvallend vriendelijk tegenover bezoekers. Omdat er zoveel regen valt is de grond uitermate vruchtbaar en het is dan ook niet verwonderlijk dat de landbouw een belangrijke plaats inneemt in het economische bestel. Men verbouwt er koffie, zoete aardappels, cassave en natuurlijk bananen.

Huur een fiets en verken de eilanden of ga met een visser mee Lake Victoria op. Op sommige plaatsen is het mogelijk om, zonder gevaar voor besmetting met bilharzia, in het meer te zwemmen, uw gids kent de plaatsen waar u wél voorzichtig dient te zijn precies. Eén van de strandjes, Mutambala Beach, is gegarandeerd vrij van bilharzia. Waar de eilanden beslist niet vrij van zijn is aids. Men gaat ervan uit dat de Ssese eilanden het grootste percentage hiv-geïnfecteerden van Uganda heeft.

De eilanden zijn bebost en heuvelachtig en op uw tocht (vanuit de hoofdplaats Kalangala kunt u dat het beste te voet doen) door de goed toegankelijke bossen wordt u regelmatig geconfronteerd met adembenemende uitzichten.

Zoals gezegd, de bevolking is vriendelijk voor bezoekers. Men hecht er echter aan dat u zich als een gast gedraagt. Dat betekent onder meer dat u zich niet met al te veel bloot in het openbaar vertoont. Van de dames wordt bijvoorbeeld niet op prijs gesteld dat ze zich in hotpants op straat begeven. Zelfs bij het zwemmen verwacht men van u dat u ‘heer’ blijft. Draag daarom ook tijdens het zwemmen bijvoorbeeld een T-shirt (trouwens ook een probaat middel om zonnebrand te voorkomen).

Er zijn vele manieren om de eilanden te bereiken, in de meeste havenplaatsen wordt u wel een oversteek aangeboden. De reguliere ferrydienst vanuit Port Bell is de veiligste manier van oversteken al kan het geen kwaad, zeker niet als het water glad is, om gebruik te maken van de diensten van een visser. Denk er echter om dat het weer snel kan omslaan. Bij uw aankomst in Kalangala moet u zich bij de lokale politie melden, een bezigheid die eerder als een aardig uitstapje dan als bureaucratisch zal worden ervaren.

Op de eilanden zelf en ook tussen de eilanden onderling, is weinig openbaar vervoer. Het is echter geen enkel probleem om een andere kant van het eiland of een ander eiland te bereiken. De bevolking ziet u als een welkome gast en biedt u graag een lift aan. Vissers zijn te allen tijde bereid u naar een ander eiland te brengen. Uiteraard verwacht men enige financiële tegemoetkoming, maar men haalt u het vel zeker niet over de neus.