Onderwijs

Volgens schattingen kan 13% van de bevolking ouder dan 15 jaar niet lezen of schrijven, vooral de oudere generatie is analfabeet hoewel er de afgelopen jaren met succes een alfabetiseringsprogramma is uitgevoerd. Tegenwoordig gaat een groot gedeelte van de jeugd naar school. Er is weliswaar een leerplicht maar vooral in de afgelegen gebieden is het voor vele schooltjes moeilijk om een leraar te vinden. Het gebouw staat er misschien wel maar niemand wil tegen een hongerloontje op 4000 m in een afgelegen gebied lesgeven. Daarnaast maken vele leerlingen het onderwijs niet af omdat de familie het belangrijker vindt dat de kinderen werken en geld verdienen. Ten slotte is het openbaar onderwijs nooit helemaal gratis. Men moet een schooluniform, boeken of tenminste fotokopieën kopen en het transport naar de school betalen. Bovendien moet er flink wat geld betaald worden voor toelatingexamens en bij falen lukt het soms met enig geld alsnog om toegelaten te worden. Het openbaar onderwijs is uiteindelijk bijna gratis maar niet goed terwijl particuliere scholen kostbaar maar goed kunnen zijn. Er zijn al particuliere jardins waar kindertjes van 3 of 4 jaar op kunnen gaan en daarna is er primario (basisonderwijs – zes jaar), secundario (voortgezet onderwijs – vijf jaar) en universidad (universiteit – vijf tot acht jaar). De kosten van deze privé-instituten zijn ongeveer 300 dollar per maand, een hoop geld voor veel Bolivianen. De instituten geven taalles en bieden de mogelijkheid om via een studiebeurs in het buitenland te studeren. Het probleem is dat er nauwelijks werk is voor afgestudeerden in Bolivia en velen verkiezen dan ook om in het buitenland hun carrière voort te zetten. Dit is een probleem want Bolivia heeft gekwalificeerde mensen nodig om het land uit het slop te halen.