Beijing

De verboden stad in Beijing, ©Allen Timothy Chang (張華倫)

Beijing, het culturele hart van China

Beijing, het politieke en culturele hart van China, heeft een rijke geschiedenis, die zich weerspiegelt in zijn spectaculaire paleizen, tempels en parken. Maar dit betekent niet dat het aan zijn verleden geketend is. Integendeel, Beijing is een bruisende internationale hoofdstad die zich in ijltempo richting toekomst beweegt. Dankzij zijn welvarende economie schieten de wolkenkrabbers uit de grond, staan de auto’s in files en geven de inwoners bakken geld uit.

Beijing is een stad van tegenstellingen, brede neonverlichte hoofdstraten bestaan naast smalle hutongs (steegjes), en futuristische bouwwerken van titanium en glas werpen hun schaduw over oude paleizen. Ook de ca. 14 miljoen zielen tellende, vriendelijke en hardwerkende bevolking is divers. Gerimpelde mannen met kooitjes met zangvogels delen de straten met laptopdragende managers, en buitenlandse beleggers met migranten van het platteland. Naast de mensen, de historische bezienswaardigheden en het bruisende karakter van de stad behoren ook de keuken om van te watertanden, de fabelachtige winkels en het bloeiende nachtleven tot de troefkaarten van Beijing. Kortom, bezoekers van de stad wacht een opwindende en onvergetelijke ervaring.

Een korte geschiedenis

De plaatselijke geschiedenis begint zo’n 500.000 jaar geleden in een tijd waarin de Noord-Chinese vlakte, waar Beijing in ligt, bedekt was met halftropisch woud en doorspekt met meren. Antropologen die opgravingen deden bij Zhoukoudian, een dorp dat bij het moderne Beijing ligt, ontdekten in 1929 dat de streek bewoond was door een niet eerder bekende menselijke voorouder die weldra als de Peking-mens werd aangeduid. Deze hominide, zo bleek uit de beroemde opgraving, kon vuur maken en gebruikte stenen werktuigen.

Omstreeks 3000 v.Chr. begonnen zich moderne mensen in het gebied te vestigen, die van primitieve landbouw en veeteelt leefden. Tijdens de Zhou-dynastie werd in de buurt van het hedendaagse Beijing een militair en bestuurlijk centrum gevestigd om China’s noordoostgrens te beschermen en toezicht te houden op de handel tussen de Chinese boeren en de nomadische voorouders van de Mongolen en de Koreanen.

Maar noch de aanwezigheid van troepen, noch de bouw van de Chinese Muur door Beijing, die in de 4e eeuw v.Chr. begon, zouden een permanente bescherming bieden tegen aanvallen uit het noorden. Integendeel, invallen uit het noorden zouden een terugkerend thema in de geschiedenis van Beijing worden. Tijdens de Song-dynastie streek een stam uit de Mongoolse steppen, de Qidan genaamd, in Noord-China neer, stichtte de Liao-dynastie en vestigde ten slotte zijn hoofdstad, Yanjing genaamd, op de plaats waar nu Beijing ligt. De naam Yanjing is nog altijd bewaard gebleven als populair plaatselijk biermerk.

Overeenkomstig het bijbelse gezegde “wie met het zwaard leeft, zal door het zwaard sterven” werden de Liao in 1125 op hun beurt verslagen door indringers uit Mantsjoerije – de Jürchen. Deze laatsten stichtten de Jin-dynastie en heersten over een groot deel van Noord-China vanuit hun hoofdstad Zhongdu, die ook op de plaats van het tegenwoordige Beijing lag. Zhongdu, dat kon bogen op aantal mooie paleizen, had meer dan een miljoen inwoners – ongeveer de bevolking van het oude Rome in zijn hoogtijdagen in de eerste eeuw na Chr.

Helaas is er weinig van Zhongdu bewaard gebleven, aangezien het in 1215 door de legers van Dzjengis Khan tot de grond toe werd afgebrand. Dzjengis’ kleinzoon, Koeblai Khan, voltooide de Mongoolse verovering van China en kroonde zichzelf in 1260 tot keizer; in 1271 stichtte hij de Yuan-dynastie. Koeblai bouwde zijn hoofdstad, Dadu, op de ruïnes van Zhongdu. Het was de eerste keer dat heel China geregeerd werd vanuit de stad waaruit later Beijing is ontstaan.

Wantrouwig jegens plaatselijke ambtenaren en niet gezegend met de know-how en het personeel om hun uitgestrekte rijk te besturen hebben de Mongoolse heersers nooit de harten van hun Han-Chinese onderdanen weten te winnen. Toen hun greep op de macht begon te verslappen, braken in heel China opstanden uit.

In 1368 bracht een voormalige boer en rebellenleider, Zhu Yuanzhang genaamd, de Yuan-dynastie ten val, nam Dadu in en vestigde de Ming-dynastie. Hij veranderde de naam van de stad in Beiping, wat Noordelijke Vrede betekent, en zette zijn hof op in Nanjing, wat Zuidelijke hoofdstad betekent. De machtsstrijd die na zijn dood in 1398 uitbrak, werd beslist ten gunste van een usurpator, de vierde van zijn 36 zoons. Deze zoon, een krachtig en bekwaam leider, regeerde als de Yongle-keizer.

In 1421 verhuisde keizer Yongle de Ming-hoofdstad officieel terug naar Beijing, omdat zijn machtsbasis in het noorden lag en hij zich als usurpator in het zuiden niet veilig voelde. De keizer zou een grote invloed op Beijing uitoefenen, hij gaf de stad haar huidige naam, die Noordelijke Hoofdstad betekent, en herbouwde haar volgens een schaakbordpatroon dat tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven. Zijn bouwprogramma voor Beijing begon in 1406 en omvatte de bouw van architectonische meesterwerken als de Verboden Stad, de Klokkentoren en de Tempel van de Hemel. Rondom het paleis was een web van stegen en grijze rechthoekige huizen met binnenhoven. Het is vermeldenswaard dat het hedendaagse Beijing, met zijn vorstelijke vergulde daken en labyrintische buurten hoofdzakelijk een creatie van de Ming- en de Qing-dynastie is.

Bovendien koos hij een mooie plek ten noorden van Beijing als keizerlijke begraafplaats, een gebied dat tegenwoordig bekend staat als de Ming-graven. Zijn opvolgers bouwden de stad uit; ze bouwden grachten, kanalen en een enorme stadsmuur om de hoofdstad tegen aanvallen uit het noorden te beschermen. Een soortgelijke beweegreden zat achter hun besluit om delen van de Chinese Muur in de buurt van Beijing te herstellen en uit te bouwen

Maar uiteindelijk waren deze voorzorgsmaatregelen tevergeefs. Verzwakt door opstanden, corruptie en banditisme bleken de Ming niet opgewassen tegen de troepen uit Mantsjoerije, tegenwoordig een deel van Noordoost-China. In 1644 veroverden de Mantsjoes – de Qing-dynastie – Beijing. Door het bestuurssysteem van de Ming over te nemen, confuciaanse waarden tot de hunne te maken en een sterk leger op de been te houden konden de Mantsjoes de geleerde landadel inlijven en tot 1911 toe aan de macht blijven.

De Qing breidden Beijings hutong-wijken uit en lieten in de buitenwijken paleizen in weelderige tuinen bouwen, waarvan het Oude Zomerpaleis het beroemdste was. In 1860, tijdens de Tweede Opiumoorlog, werd het buitenverblijf door Franse en Britse troepen geplunderd en verwoest. De verlammende “Ongelijke Verdragen” die China na de Opiumoorlogen door de westerse mogendheden werden opgelegd, in combinatie met de Chinese revolutionaire hang naar politieke verandering, leidde tot de val van de Qing en de stichting van de Republiek China door Sun Yat-sen in 1912.

Tijdens een groot deel van de republikeinse periode van 1911 tot 1949 berustte de feitelijke macht bij machtige krijgsheren, die om de heerschappij over stad en land streden. In 1928 werd de hoofdstad naar Nanjing verplaatst en werd Beijing in Beiping herdoopt, een naam die het tot 1949 behield. Tijdens deze periode was Beijing het toneel van veel politieke beroering. Het na de Eerste Wereldoorlog getekende Verdrag van Versailles, volgens hetwelk de geallieerden de Duitse bezittingen in China (bijvoorbeeld Qingdao) aan Japan gaven, en niet aan China, bracht de studenten van Beijing ertoe op 4 mei 1919 een mars te organiseren. Hun protesten – tegen het imperialisme en de krijgsheren – zouden de “Beweging van de Vierde Mei” op gang brengen. In dit intellectuele klimaat zou een vroegere bibliotheekassistent van de Universiteit van Peking, Mao Zedong genaamd, in 1921 een van de stichters van de Chinese Communistische Partij (CCP) worden.

In 1937 bezette het Japanse leger de stad, na Chinese troepen bij de Marco Polo-brug (lúgou qiáo ???) te hebben verslagen, en begon Japan aan een algehele invasie van China. Het eind van de Tweede Wereldoorlog werd gevolgd door een burgeroorlog waarin de Communistische Partij zou triomferen. Op 31 januari 1949 trok het zegevierende Volksbevrijdingsleger de stad binnen en op 1 oktober 1949 riep Mao Zedong op het Tian’anmen-plein (Plein van de Hemelse Vrede) de Volksrepubliek China uit. “Wij, het Chinese volk, zijn opgestaan en onze toekomst is oneindig glanzend,” zo zei Mao tegen een menigte van 300.000 mensen.

In Beijing begonnen de nieuwe leiders al snel aan een eigen bouwprogramma. In 1964 werden de oude stadsmuren geslecht om plaats te maken voor de rijweg die de tegenwoordige Tweede Ringweg zou worden. Het Tian’anmen-plein werd drastisch uitgebreid, en aan de zijkanten ervan werden twee moderne gebouwen neergezet: de Grote Hal van het Volk (dat het Chinese parlement herbergt) en het Museum van de Chinese Geschiedenis. De jaren 1950 waren getuige van de bouw van flats, fabrieken en Beijings eerste metrolijn.

De economische hervormingen die in 1978 door Deng Xiaoping werden begonnen, bereidden de weg voor Beijings al jaren durende hausse. Een snelle economische groei, in combinatie met de voorbereidingen voor evenementen als de Aziatische Spelen van 1990 en de vijftigste verjaardag van de Volksrepubliek China in 1999, gaf de stoot tot talloze bouw- en infrastructuurprojecten. Hoofdwegen werden verbreed, er werden snelwegen aangelegd, nieuwe buurten gebouwd en schijnbaar van de ene dag op de andere werden er torens van staal en glas opgetrokken. Onder Deng en zijn opvolgers Jiang Zemin en Hu Jintao werden buitenlandse investeringen en nieuwe ideeën verwelkomd, met als gevolg dat Beijing steeds meer op de buitenwereld gericht raakte, technologisch moderniseerde en welvarender werd.

Vooruitkijken

Wat heeft de toekomst voor Beijing in petto? Eén ding is duidelijk: de ontwikkeling is in een duizelingwekkend tempo doorgegaan. In 2008 hebben hier de Olympische Zomerspelen plaatsgevonden, waarbij de overheid en private bronnen $3,4 miljard hebben besteed aan de voorbereiding hiervan. In de periode tussen 2002 en 2008 is hiervoor 28 miljoen m2 stadsgrond herontwikkeld. Het meest zichtbare project is het Olympisch Park in Noord-Beijing met plaats voor 14 stadions, het Olympisch Dorp en een Perscentrum waar 5600 verslaggevers uit de hele wereld hun werk deden.

Ook het aantal met een of meer sterren gewaardeerde hotelkamers is toegenomen van 80.000 in 2000 tot 130.000 in 2008. Deze toename was nodig om de enorme stroom buitenlandse toeristen (zo’n 8,3 miljoen) op te kunnen vangen.

Maar er gebeurde meer, heel wat meer...

De ontwikkeling van commerciële zones werd versneld, zoals het Central Business District, de Zhongguancun High-Tech Zone en het Banking and Finance District. Snelwegen in en rondom de stad werden uitgebreid, evenals de metro- en lightrailnetten. Om stofstormen en bodemerosie tegen te gaan heeft Beijing een “Groene Chinese Muur” gebouwd door grote stroken bomen en gras te planten. Om luchtverontreiniging te verminderen werden vervuilende fabrieken gedwongen de uitstoot te reduceren of te verhuizen naar elders. Wegens een ernstig watertekort heeft Beijing de rioleringen en de waterzuiveringsvoorzieningen verbeterd. Tevens werd 2,7 miljard euro uitgetrokken om de glasvezel- en mobiele netwerken te moderniseren en een digitale kabel-tv-infrastructuur aan te leggen.

Kortom, er heeft een enorme revisie van Beijing plaatsgevonden. Gelukkig voor geschiedenisliefhebbers werd een gebied van 5,6 km2 in het centrum van de stad aangewezen voor monumentenzorg, waarbij en-kele HUTONGS (stegen) behouden zijn gebleven en de restauratie van archeologische plaatsen en monumenten mogelijk werd gemaakt.

Kaart van Beijing