De Atlantische kust tot en met Essaouira

Swipe

Rabat

De hoofdstad van het land is een moderne stad die je rustig laat kennismaken met alle elementen van het leven in Marokko.Hier kun je wennen aan het oosterse leven in de overzichtelijke medina, terwijl de rest van de stad, de cité nouvelle, met brede boulevards heel westers aandoet. De ligging aan de zee geeft het nog iets extra’s. Het is heerlijk om ’s?avonds aan het strand vis te eten of iets te drinken. Vanwege de interessante bezienswaardigheden is deze stad de moeite waard om een aantal dagen in te verblijven.

Geschiedenis

Al in de paleolithische tijd waren de vlaktes landinwaarts van Rabat bewoond. De oudste nederzetting, Salé, het huidige Chellah, werd door de Feniciërs en Carthagers als handelspost gebruikt. Voor de Romeinen was het hun meest zuidelijke kolonie die lang bleef bestaan. Hierna ontstond de onafhankelijke staat van de Zenata Berbers, die in de 8e eeuw een ribat (versterkt klooster) bouwden op de plaats van de huidige kasba. De naam Rabat is hiervan afgeleid.

Nadat de nieuwe stad Salé in de 11e eeuw was gesticht, raakte Chellah in verval. De nieuwe machthebbers, de Almohaden, bouwden de ribat om tot kasba van waaruit ze naar Andalusië gingen om hun islamitische macht te vestigen. Onder de kalief Yacoub el-Mansour werd Rabat een koningsstad en werd de kasba Ribat al Fatah (overwinningsfort) genoemd. Andere indrukwekkende bouwwerken van hem zijn de ingang van de kasba, de Bab Oudaïa, de Bab er Rouah bij de Place An Nasr, vijf kilometer vestingwerken en de Hassan-toren. El Mansour wilde de grootste moskee in de islamitische wereld bouwen, maar door zijn dood in 1199 kwam het niet verder dan een onafgemaakte minaret, die het herkenningspunt van Rabat is geworden.

Een paar eeuwen lang werd Rabat overvleugeld door de koningssteden Fez, Meknès en Marrakech. In Spanje werden in het begin van de 17e eeuw de Moren vervolgd en het land uitgezet. Deze Andalusische vluchtelingen trokken de stad binnen en vestigden hun onafhankelijke republiek van de Bou Regreg. Deze piratenstaat probeerde goud en slaven in handen te krijgen en handelde in wapens met Europese mogendheden.

De Alawitische sultans Moulay Rachid en zijn opvolger Moulay Ismaïl probeerden Rabat onder controle te krijgen, maar de piraterij ging tot in de 19e eeuw door. Aan het eind van de 18e eeuw werd Rabat weer even koningsstad onder sultan Mohammed Ben Abdallah. In 1912 vestigden de Fransen zich in Rabat en verklaarde haar tot hoofdstad van het land. Ook de koning is hier officieel gezeteld.

Stadswandelingen en oriëntatie

Tussen de medina en de ville nouvelle loopt vanaf de Bab al Had de Avenue Hassan II langs de medina-muur. Vanaf het noorden van de medina tot aan het treinstation loopt de Avenue Mohammed V. De ambassadewijk is rond de Place Abraham Lincoln. In de moderne buitenwijk Agdal vind je veel winkels en restaurants.

Wandeling 1: de medina en de mellah

Via de Bab el Bouiba en de Rue Sidi Fatah kom je in de Medina. Deze is vergeleken met de Medina’s van Fez en Marrakech nogal rustig en redelijk authentiek. Je wordt er ook nergens lastiggevallen door faux guides. Omdat het stratenpatroon rechttoe rechtaan Europees is, heb je niet die doolhofachtige sfeer zoals in Fez en Marrakech.

In feite is de medina nog 17e-eeuws en is de architectuur van de huizen Andalusisch. Dit is te danken aan maarschalk Lyautey die ervoor zorgde dat er geen schade werd toegebracht aan de oorspronkelijke architectuur. Hij verliet Marokko in 1925 toen hij met pensioen ging, maar zijn lichaam werd in 1934 in Rabat begraven. Uiteindelijk werd hij toch weer teruggebracht naar het vaderland in 1961 waar zijn stoffelijk overschot in de Domes des Invalides in Parijs werd bijgezet.

Je passeert de Moskee El Slimane uit 1812. Als je rechtsaf de Rue Souika ingaat, kom je bij Souk as-Sebbat (de juwelenmarkt). Hier vlakbij is de Grote Moskee, die oorspronkelijk in de 14e eeuw door de Meriniden gebouwd is, maar in de erop volgende eeuwen geheel herbouwd is. De minaret is zelfs heel recent (1939).

Via de Rue Oukassa (rechtsaf), kom je bij de mellah (Joodse wijk). Pas in het begin van de 19e eeuw werd deze wijk gebouwd en het is nu het armoedigste deel van de stad. Er zouden nog synagogen te vinden zijn. Hier is een leuke joutia (vlooienmarkt) tussen de Souk as-Sebbat en de Bab el Bahr (Zeepoort). Langs de Andalusische muur in de Boulevard Hassan II kun je weer teruglopen. De medina wordt in het noorden begrensd door een begraafplaats, in het oosten door de rivier Bou Regreg en de Almohadische muur is de westelijke grens.

Wandeling 2: de kasba des Oudaias

De noordelijkste poort van de Almohadische muur is de Bab el-Alou. Via deze poort kom je op de Boulevard el-Alou. Als je deze uitloopt, loop je tegen de Bab Oudaia aan, de toegangspoort tot de kasba des Oudaias, het oudste deel van Rabat.

De bijzonder fraaie 12e-eeuwse Moorse poort en de wit- en blauwgekalkte huisjes, oorspronkelijk van de Andalusische moslimvluchtelingen; het doet allemaal heel Spaans aan. Via de Rue Jamaa (straat van de moskee), die dwars door de kasba loopt, kom je bij het 17e-eeuwse Plateforme du Sémaphore.

Vanaf dit punt heb je prachtige uitzichten op de oceaan, Bou Regreg en Salé. Onderweg passeer je het oudste godshuis van Rabat, de Moskee el-Atiqa uit 1150. In de 18e eeuw werd deze herbouwd door een Engelse piraat die hier ook een aantal forten bouwde. In deze buurt vind je ook een aantal galeries zoals de Galerie d’Art Nouiga. Ook zijn hier enige fraaie riads om in te verblijven.

Halverwege de Rue Jamaa kun je linksaf de Rue Bazzo ingaan. Als je die uitloopt kom je bij het 17e-eeuwse paleis dat nu plaats biedt aan het Musée des Oudaia. Je kunt hier een mooie collectie 19e-eeuwse sieraden zien evenals kleding, wapens en gereedschap gerangschikt in kamers rond een centraal hof. Het museum is geopend van wo. t/m ma. van 9.00-17.00 uur; de entree bedraagt 10 dh. Naast dit paleis liggen de Andalusische tuinen, een rustige, wilde tuin waar mensen zitten te lezen. Daarnaast is het Café Maure met een heerlijk terras om uit te rusten met een kopje muntthee met Marokkaanse koekjes en een fraai uitzicht op de Oued Bou Regreg.

Wandeling 3: de Hassan-Moskee, het mausoleum van Mohammed V en het Archeologisch Museum

Aan het einde van de Boulevard Hassan II ligt de Place Sidi Maklouf. Van hieraf ben je vlak bij de Hassan-toren en het mausoleum van Mohammed V. Het is een indrukwekkend complex van oude en moderne islamitische architectuur.

De grootste moskee met de hoogste minaret had de Almohadische kalief Yacoub el Mansour voor ogen toen hij in 1196 met de bouw ervan liet beginnen. Het zou in werkelijkheid de op twee na grootste moskee gaan worden; die in Samarra (Irak) was de allergrootste. De Grote Moskee in Córdoba (Spanje) was ook een geliefd voorbeeld.

De minaret zou 80 m hoog moeten worden, maar het is gebleven bij 44 m. Bij de bouw was de minaret van de Koutoubia-moskee in Marrakech een voorbeeld, dat overtroffen moest worden. De kalief zou de voltooiing niet meer meemaken, want in 1699 overleed hij. De moskee raakte in verval en na de aardbeving in 1755 bleef alleen de minaret overeind. Voor een minaret is hij nogal monumentaal van vorm en wordt daarom ook ‘toren’ genoemd. De Hassan-toren, die zes verdiepingen telt, heeft opvallende versieringen in de vorm van blinde bogen. De bovenste verdieping heeft een sebka-motief (netwerk van ruitvormen). Het grote zuilenveld voor de toren geeft een idee van de afmetingen van de moskee.

Aan de andere kant van het grote plein ligt het mausoleum van Mohammed V, dat koning Hassan II van 1961 tot 1967 voor zijn vader liet bouwen. Het is een imposant gebouw in traditionele stijl dat door de Vietnamese architect Vo Toan is ontworpen. Het mausoleum dat grotendeels van wit Italiaans marmer is gemaakt, betreed je via een trap en een grote deur. Je komt dan in een ruimte met een prachtig bewerkt houten plafond en een balustrade met mozaïek. Als je naar beneden kijkt, zie je de marmeren graftombe van Mohammed V met vlaggen er omheen. Zijn vader Hassan II en diens broer Moulay Abdellah zijn hier ook begraven. Naast het mausoleum staat een moskee. Het hele complex wordt door gekostumeerde wachters en ruiters te paard omringd.

Via de diplomatenwijk kun je teruglopen naar de Boulevard Hassan II. Je kunt ook een taxi nemen naar het Archeologisch Museum, 23 Rue al-Bhiri Parent, bij de Grote Moskee. Het museum heeft vier afdelingen waarvan de afdeling Sala-Chella en islamitische oudheden de belangrijkste is. Hier bevindt zich een collectie bijzondere bronzen afkomstig uit de Romeinse nederzettingen Chellah, Lixus en Volubilis. Bijzonder is de kop van Juba II, de laatste heerser van Volubilis. De andere afdelingen bevatten overblijfselen van prehistorische culturen, van pre-islamitische culturen zoals de Carthagers en er is een afdeling met tijdelijke exposities. Het is het belangrijkste archeologische museum van Marokko. Het is geopend van wo. t/m ma. van 9.00 tot 16.30 uur; de entree bedraagt 10 dh. 

Excursies vanuit Rabat

Ooievaars op de minaret in de dodenstad ChellaChella (Sala Colonia)

Een prachtige sfeervolle excursie is die naar Chellah (Sala Colonia) met overblijfselen van een Romeinse havenstad en een 14e-eeuwse Merinidische necropolis (begraafplaats). Je kunt er met eigen vervoer of met een taxi komen. Het complex ligt net buiten het centrum. De beste tijd in verband met het licht is de namiddag.

Hoewel de Feniciërs de eerste bewoners van dit gebied waren, vestigden de Romeinen zich hier rond het jaar 40. In 1154 werd de stad verlaten toen het nabijgelegen Salé de functie van havenstad overnam.

De Merinidische ‘zwarte’ sultan Abou al-Hassan Ali bouwde hier in de 14e eeuw een necropolis, die hij met een muur omringde. De mooie toegangspoort met twee stoere torens en een hoefijzerboog draagt in Koefische kalligrafie zijn naam en het jaar 1339, waarin de poort werd gebouwd. Vier generaties Merinidische sultans hebben hier hun sporen achtergelaten. Abou Yacoub Youssef was de eerste die hier in 1284 een graf voor zijn vrouw en een moskee bouwde. Twee jaar later werd hij hier zelf bijgezet. In het totaal zijn hier zo’n dertig Merinidische graven gevonden.

Door een soort wilde tuin loop je naar een terras, waar je een prachtig uitzicht hebt over het complex. Aan je linkerhand zie je de Romeinse overblijfselen van Sala Colonia liggen. Een pad leidt naar het Forum en andere ruïnes zoals die van de Jupiter-tempel en de poel van de nymf. Je hoort het klepperen van de ooievaarsnavels, want een grote kolonie ooievaars zijn hier neergestreken. Ze hebben zelfs op de vier hoeken van de prachtige met zachtgroene en blauwe tegels versierde minaret een nest gebouwd. De minaret is onderdeel van de zaouia, een theologische hogeschool waaraan ook een moskee en een onderkomen voor studenten en pelgrims verbonden waren.

Hier vlakbij zijn de koubas (heilige graven) van de sultan en zijn vrouw. Meer naar rechts liggen graven van heilige personen die van veel latere datum dateren. Er zijn vele legenden, die over deze necropool de ronde doen. Het ‘bassin aux anguilles’ (palingenpoel) is bekend vanwege de legende over vruchtbaarheid. Als vrouwen hier eieren aan de palingen voeren, worden ze sneller vruchtbaar en zal hun bevalling wat makkelijker verlopen, zo gaat het verhaal.

Chellah is een bijzonder romantische plek met een zeer rustgevende sfeer. De heerlijke geuren van de bloeiende oleanders en jasmijn versterken het geluksgevoel dat je hier kunt ondervinden. De necropool ligt op de hoek van de Avenue Yacoub el Mansour en de Boulevard Moussa Ibn Nassair en is geopend van 9.00 tot 17.30 uur; de entree bedraagt 10 dh.

De stranden en bezienswaardigheden

Sidi Bouknadel

Dit strand wordt ook wel Plage des Nations genoemd naar de diplomaten van de verschillende landen die hier met hun familie komen baden. De golfslag is hier zo spectaculair dat het vaak te gevaarlijk is om te zwemmen vanwege de sterke onderstroom. Er heerst een relaxte sfeer. Er zijn verschillende strandtenten en Hotel Firdaous, tel. 037-822143, 1 pk. 550 dh, 2 pk. 670 dh met een zwembad. Vanuit Salé of Rabat kun je hier met de bus komen. Je moet dan nog twee kilometer naar het strand lopen.

Mehdiya strand en Lac de Sidi Bourhaba

Dit strand ligt vijftig kilometer ten noorden van Rabat en wordt vooral bezocht door inwoners van Rabat en Kenitra. De golven zijn ook hier behoorlijk hoog en vooral geschikt voor surfers. Langs het strand staan strandtenten en vakantiehuizen. Je kunt vanuit Rabat met de trein naar Kenitra en van daaruit met de bus.

Aan de weg naar het strand ligt de Sidi Bourhaba lagune, waar een groot vogelreservaat is. Van oktober tot maart kun je hier duizenden vogels zien die van Europa naar Afrika trekken. Het informatiecentrum, tel. 037-747209, is geopend op za. en zo. van 12.00-16.00 uur. Het meer ligt een paar honderd meter achter Café Restaurant Belle Vue.

Jardin Exotique

Deze tropische tuinen liggen 13 kilometer ten noorden van Rabat langs de weg naar Kenitra. Ze werden aangelegd door de Fransman Marcel François in 1951. Ze raakten in verval in de jaren 80 maar werden door de staat aangekocht, die ze in 2005 heropende. Er zijn wel 1500 plantensoorten te zien in veertien verschillende tuinen. Behalve Marokkaanse soorten in de Andalusische tuin zijn er ook buitenlandse soorten in de formele Japanse tuin, het Braziliaanse regenwoud, de Mexicaanse tuin en andere te zien. De tuinen zijn dagelijks geopend van 9.00-17.00 uur in de winter en tot 19.00 uur in de zomer, www.jardinsexotiques.com.

Musée Dar Belghazi

Dit museum waarvan er nog een tweede in Fez is, ligt 17 km ten noorden van Salé en heeft een interessante etnografische collectie met mooie, oude stukken als gouden en zilveren sieraden, bijzonder aardewerk, fraaie 17e-eeuwse kleden, koran-miniaturen et cetera. Het is dagelijks geopend van 8.30-18.00 uur. De entree bedraagt 40 dh, inclusief de bezichtiging van de privévertrekken 100 dh.

Temara strand

Dit mooie strand ligt 13 kilometer ten zuidwesten van Rabat en het is geschikt om te surfen en te zwemmen. Je kunt er met een bus naartoe.

De Atlantische kust tot en met Essaouira

Vakanties in Marokko

10 prachtige bestemmingen in Rabat en Marokko