Perak

De Perak Rivier in Kuala Kangsar
De Perak Rivier in Kuala Kangsar, ©Straitgate

Ten noorden van Kuala Lumpur bevindt zich het sultanaat Perak. Hier werd in het verleden zeer veel tinerts gevonden. Tal van meren, overblijfselen van open mijnbouw, zijn hier de stille getuigen van. Perak betekent trouwens zilver in het Maleisisch en deze naam verwijst naar de zilverachtige glans van het tinerts. Met de ondertekening van het verdrag van Pangkor in 1874 aanvaardde de toenmalige sultan Abdullah de komst van een Britse adviseur en werd een begin gemaakt met de Britse kolonisatie van Malaya. In 1885 werd hier de eerste spoorlijn van Maleisië aangelegd, van Taiping naar Port Weld. Vooral goederentreinen beladen met tinerts maakten er gebruik van. In 1896 sloot het sultanaat Perak zich aan bij de Federated Malay States.

Het landschap wordt gevormd door oliepalmplantages, rubberplantages en landbouwgrond. Het land is bezaaid met kalkstenen rotsformaties.

Aan de mijnindustrie, die voornamelijk in de Kintavallei gesitueerd was, kwam trouwens in de jaren tachtig van de vorige eeuw een einde. Na honderden jaren van exploitatie bleken de mijnen uitgeput. Het zwaartepunt van de economie werd verlegd naar landbouw, industrie, handel en dienstverlening.

Ipoh

Na de drukte van de federale hoofdstad Kuala Lumpur is de staat Perak een verademing. Met zijn 500.000 inwoners is Ipoh de tweede stad van Maleisië. Dankzij de nabijheid van de Titiwangsa bergketen, is de stad minder heet en vochtig dan de rest van Maleisië. De stad is genoemd naar de ipohboom. Het sap van deze boom levert een giftige stof die geschikt is om de pijltjes van de blaaspijpen in te dopen. Nu staat de plaats bekend als de stad met het lekkerste Chinese eten en de mooiste meisjes. Voor wat het eten betreft: specialiteiten zijn onder andere noedelsoep (sar hor fun) en gebakken platte rijstnoedels (char kuey teow). Ook het Maleisische gerecht rendang tok (gebakken rundvlees met onder andere kokosmelk en rode pepers dat men droog laat koken) is een aanrader.

Zeer bijzonder is het treinstation. Het is opgetrokken in een unieke architectuur, een mengsel van Moorse en Victoriaanse elementen, en het bevat, net als het station in Kuala Lumpur, een hotel, het Majestic hotel. Naast het station is een aantal kraampjes waar je heerlijk kunt genieten van de lokale specialiteiten.

Tegenover het station bevindt zich het stadhuis (Dewan Bandaraya), opgetrokken in neoklassieke stijl. Ten noorden van de padang (het centrale plein), tegenover het station, staat de State Mosque. Ten zuiden van de padang is de Royal Ipoh Club gesitueerd, net als zijn broertje in KL gebouwd in tudorstijl. Ooit was dit het clubgebouw voor Britse officieren. Nu komt de lokale elite er bijeen. Slechts leden mogen het clubgebouw betreden. Aan het einde van de Jalan Sultan Iskandar Shah ligt een rotonde. De tweede afslag is de Jalan Tambun. In deze straat bevindt zich de Japanse tuin.

Aan de Jalan Anderson bevindt zich het D.R. Seenivagasam Park. Het is royaal voorzien van bloemen, er zijn sportvelden en een kunstmatig aangelegd meer. Hier kunt u eventueel bootjes huren. Verder is er een speeltuin en er rijdt een minitrein op het terrein.

Het Darul Ridzuan Museum is gevestigd in een gebouw dat meer dan 100 jaar oud is en dat ooit gebruikt werd om belangrijke personen te ontvangen en te huisvesten. Het is gelegen aan de Jalan Panglima Bukit Gantang Wahab. U kunt er nader kennismaken met de geschiedenis van Perak.

Aan de Jalan Sultan Azlan Shah ligt het Geologisch Museum. Het werd opgericht in 1957 en het bezit een uitgebreide collectie van (half)edelstenen, fossielen, mineralen en verschillende typen rotsgesteente. Uiteraard is er een uitgebreide tentoonstelling over het erts dat in het verleden het meeste geld opbracht: tin.

In de omgeving van Ipoh zijn verscheidene Chinese rotstempels. Op de oude weg naar Penang, de Jalan Kuala Kangsar, zo’n 3 kilometer ten noorden van Ipoh, bevindt zich de Mekprasit Tempel. Op deze plaats vereren vooral Thaise boeddisten de Boeddha. De bekendste rots-tempel is echter de Perak Tong, eveneens gelegen aan de Jalan Kuala Kangsar, 6 kilometer ten noorden van de stad, aan de oude weg naar Penang. Hier zult u Chinese boeddhistische monniken aantreffen. Wat het meest opvalt is een reusachtig beeld van een zittende Boeddha, meer dan 12 meter hoog.

Kellie’s Castle

Mocht u besluiten om vanuit Kuala Lumpur via de oude weg naar Ipoh te gaan, via Slim River en Gopeng, dan is een bezoek aan Kellie’s Castle zeker een aanrader. Het gebouw ligt in de buurt van Batu Gajah. Om de geboorte van zijn zoon extra cachet te geven gaf de schatrijke, Schotse rubberplanter William Kellie Smith in 1915 opdracht om een paleisachtig verblijf te bouwen. Hij was gefascineerd door de Indiase cultuur en wilde een gebouw neerzetten in Moorse stijl. Om er zeker van te zijn dat zijn droomhuis op de juiste manier gebouwd zou worden, zette hij een aantal uit India overgekomen bouwvakkers aan het werk. Bovendien importeerde hij het merendeel van de bouwmaterialen uit India.

In 1920 brak er een griepepidemie uit. Deze Spaanse griep kostte het leven aan een groot aantal bouwvakkers. De overgebleven arbeiders vroegen aan William Smith om een tempel te mogen bouwen gewijd aan de godin Mariamman, ter herinnering aan hun overleden kameraden. Nadat hij zijn toestemming had gegeven, bouwden zij in betrekkelijk korte tijd een gebedshuis, dat tot op heden als zodanig gebruikt wordt. Boven op de gopuram hebben de arbeiders, als teken van hun waardering, William Kellie Smith afgebeeld tussen de godheden.

Enkele jaren later, in 1926, ging Kellie naar Engeland om een aantal zaken in te kopen voor zijn droomhuis. Onderweg werd hij ziek. Hij overleed in Lissabon aan een longontsteking. Hij werd op de lokale Britse begraafplaats te ruste gelegd. Zijn echtgenote en kinderen keerden nooit naar Malaya terug. Na zijn overlijden werden de bouwwerken stilgelegd. Maar zijn geest keerde terug naar zijn Castle. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in de kelders van het gebouw mensen gemarteld en gedood door de Japanners. Ook hun geesten zwerven hier rond. Verder is er nog ergens een onontdekte geheime gang. Wie krijgt er bij dit alles geen kippenvel? Zelfs in de tropen!

Tachtig jaar na datum besloot de Maleisische overheid het gebouw eens stevig onder handen te nemen. Het hedendaagse castle wordt geëxploiteerd als toeristische bezienswaardigheid.

Op 15 autominuten rijden van Ipoh ligt Tambun. Hier werden in 1959 kalksteengrotten ontdekt. Vandaag de dag is er een pretpark gebouwd rondom deze plek. Het park is gesloten op dinsdag, behalve tijdens de Maleisische schoolvakanties. In het dorp Tambun zijn heetwaterbronnen, waarin u uiteraard kunt baden. Het water zou heilzaam zijn voor de gezondheid. Er bevinden zich eveneens heetwaterbronnen (sumber air panas) in Sungkai, Kampung Ulu Slim, Kampung Air Panas (Gerik) en in Kuala Kangsar.

Als u soms denkt dat het Italiaanse Pisa de enige plaats ter wereld is met een scheve toren, dan hebt u het mis! Ongeveer 2 uur rijden ten noorden van Kuala Lumpur bevindt zich het plaatsje Teluk Intan (100.000 inwoners). In 1885 besloot een zekere mijnheer Leong Choon Cheong dat er een watertoren nodig was en prompt werd het ding gebouwd. In die tijd droeg zowat niemand een horloge, maar omdat mijnheer Leong van mening was dat zijn plaatsgenoten de tijd moesten weten, liet hij er een klok op plaatsen. Om het hoge gebouw optimaal te benutten, werd er ook nog een groot licht bovenop gezet om schepen veilig binnen te loodsen. Enkele jaren na de bouw verzakte de toren. Nu is het de voornaamste toeristische attractie van het plaatsje. Het gebouw doet niet langer dienst als vuurtoren of watertoren, maar de klok werkt nog steeds.

Het Pasir Salak Historical Complex ligt zo’n 70 kilometer ten zuiden van Ipoh, op de weg naar Lumut. Pasir Salak is een aangename kleine plaats. Het is hier dat Maleiers voor het eerst in opstand kwamen tegen de Britten. Op bevel van Dato Maharaja Lela werd de Britse resident James Birch om het leven gebracht en dat was het begin van een koloniale oorlog. Ter herinnering aan dat gebeuren (1875) is er een museum opgericht. Het is vrij toegankelijk en het is dagelijks geopend van 09.30 tot 17.00 uur. Op vrijdag van 09.30 tot 12.15 en daarna vanaf 14.45 tot 17.00 uur.

Pulau Pangkor

Als u een bezoek wilt brengen aan het eiland Pangkor, dan moet u eerst naar het marinestadje Lumut gaan, het Den Helder van Maleisië. Deze plaats ligt aan de kust, zo’n 90 km ten Zuidwesten van Ipoh. Vanuit Lumut kunt u met een veerpont naar het eiland. Van de kleine archipel voor de kust van Perak, bestaande uit negen eilanden, is Pangkor het grootst. Op het eiland zijn een aantal vissersdorpen en de nodige hotels en resorts, waaronder het beroemde Pangkor Laut Resort. Dit, toch wel zeer bijzondere, resort bestaat uit een aantal boven het water zwevende chalets. Ze zijn onderling verbonden door middel van steigers. Menige beroemdheid bracht hier één of meer nachtjes door.

Nederlanders met historische interesses kunnen eventueel Kota Belanda bezoeken, de gereconstrueerde resten van een Nederlandse factorij stammende uit de 17e eeuw. Het was een klein fort dat de V.O.C. gebruikte als opslagplaats van handelsgoederen in afwachting van de komst van een schip uit Batavia. En dan zijn er de prachtige witte stranden die toeristen vanuit de verte als het ware uitnodigen om te komen zwemmen, zonnen en snorkelen. U kunt ook boottochtjes maken in de omgeving of het eiland onveilig maken op een gehuurde motorfiets.

Kuala Kangsar

Deze charmante plaats (40.000 inwoners) heeft nog steeds een sfeer van wat er ooit geweest moet zijn. In het stadje, de residentie van de sultan, is nog een redelijk aantal oude, stijlvolle gebouwen te bewonderen. De stad ligt ongeveer 60 km ten noorden van Ipoh. Een van de lokale -producten is aardewerk. Verder kunt u boottochtjes maken op de Perakrivier.

The Royal Museum. Zeker de moeite waard om te bezoeken is het voormalige paleis Istana Kenangan. Het werd gebouwd in 1926 als een voorlopig onderkomen voor de sultansfamilie. Tegenwoordig is het een museum. Bijzonder is dat het hele gebouw in elkaar gezet is zonder dat er één spijker aan te pas kwam. Het is gesitueerd tegenover het huidige sultanspaleis. Het bevat koninklijke regalia, foto’s en schilderijen van de sultansfamilie en verder tal van voorwerpen die door de sultans gebruikt worden/werden.

Verder treffen we in Kuala Kangsar de oudste rubberboom van Maleisië aan, de oermoeder van alle Maleisische rubberbomen. De boom zou geplant zijn in 1877 en staat voor het districtskantoor op de kruising van de Jalan Raja Chulan en de Jalan Tun Razak.

Veel leden van de huidige elite volgden ooit lessen aan het Malay College, gesticht rond 1900. Het is de oudste middelbare school van het land.

Vervolgens is er nog de Ubudiah Moskee, een gebouw in Moorse stijl. Rond de voorlaatste eeuwwisseling is met de bouw begonnen en het werd voltooid in 1917. Het gebedshuis wordt beschouwd als een van de mooiste moskeeën van het land. Legendarisch is het feit dat wilde olifanten tussen 1914 en 1918 tot tweemaal toe de marmeren vloer beschadigden.

Overnachten kunt u hier in het Rumah Rehat Kuala Kangsar, Jalan Bukit Kerajaan. Ooit was dit de verblijfplaats van koloniale ambtenaren die op reis waren. Nu is het een gewoon hotel, uniek gelegen aan de rivier. Het beschikt over prachtige kamers en een goed restaurant. Kamers kosten tussen de RM 70,00 en de RM 150,00.

Taiping

Lang geleden was dit de hoofdplaats van Perak. Het is een van de oudste steden van Maleisië. Ooit heette de stad Larut en was het toneel van bloedige gevechten tussen verschillende facties Chinese mijnwerkers. Rond 1870 maakten de Britten hier een eind aan en herdoopten de plaats in Taiping, wat betekent Eeuwige Vrede. De stad ligt ongeveer 100 km ten noorden van Ipoh en heeft ongeveer 200.000 inwoners. Buiten het feit dat u op de centrale overdekte markt heerlijk kunt eten, zijn er een paar plekken die leuk zijn om te bezoeken.

De Taiping Lake Gardens, een prachtig aangelegd park met, zoals de naam reeds zegt, een aantal kunstmatige meren. Het bevat een grote diversiteit aan flora en fauna. Het is het eerste aangelegde park in Maleisië. Hier bevindt zich eveneens de oudste dierentuin van het land.

Dan is er ook nog het oudste museum van Maleisië, het in 1883 gebouwde Perak Museum, U kunt hier een groot aantal voorwerpen en tentoonstellingen bekijken, van economie en geschiedenis tot en met wapens en voorwerpen gemaakt door de plaatselijke orang asli.

Een absolute must is Maxwell Hill (Bukit Larut). Dit is een voormalige theeplantage op 1035 m hoogte. Uiteraard heeft u van hieruit een prachtig uitzicht over de omgeving. Met een beetje geluk is zelfs Straat Malakka zichtbaar. Om op de top te geraken, kunt u gebruikmaken van landrovers die gedurende de hele dag om het uur naar boven rijden van 07.00 uur ’s morgens tot 18.00 uur ’s avonds. Naar boven wandelen behoort ook tot de mogelijkheden. Desgewenst kunt u er ook overnachten in een van de bungalows van het Larut Guesthouse.

In het noorden van het sultanaat Perak, tegen de Thaise grens, ligt het plaatsje Gerik. Niet ver daar vandaan bevindt zich het Belum Forest Reserve. Daarnaast is er nog een enorm stuwmeer, het Temengor Lake. In het meer bevindt zich een eiland, Pulau Banding, met daarop het Belum Rainforest Resort. Vanuit dit hotel worden ook tochten in de omgeving georganiseerd. Met een beetje geluk kunt u zelfs de grootste bloem ter wereld zien: de rafflesia. Een kennismaking met de lokale bosbewoners, de orang asli, behoort tot de mogelijkheden.

Het resort is gelegen aan de East-West Highway, die parallel loopt met de Maleisische noordgrens. De prijs voor een overnachting bedraagt vanaf RM 220,00. De East-West Highway leidt uiteindelijk naar Kota Bharu, de hoofdstad van het sultanaat Kelantan. De route is met een (huur)auto goed te doen. Kijk onderweg uit voor overstekende olifanten! Mede in verband hiermee raad ik het af om deze weg na zonsondergang te gebruiken. Met openbaar vervoer (bus) is Pulau Banding bereikbaar vanaf Hentian Duta in Kuala Lumpur. Neem voor reisschema’s contact op met het desbetreffende busstation.

Kaart van Perak en omgeving