Gezagsverhoudingen binnen een leefgemeenschap

Kijk even hoe Gambianen eten
Kijk even hoe Gambianen eten

De meeste dorpen op het platteland zijn opgebouwd uit verschillende compounds. Een compound is de kleinste leefgemeenschap. Ze bestaat uit diverse gezinnen, met aan het hoofd de oudste man. Deze oefent daadwerkelijk gezag uit en is verantwoordelijk voor alles wat zich binnen zijn compound afspeelt. Zonder zijn toestemming wordt niet getrouwd, vindt er geen naamgevingsplechtigheid plaats en volgt geen kind onderwijs. Voor alle belangrijke zaken binnen de muren van de compound is zijn mening doorslaggevend en hij treedt op als bemiddelaar bij meningsverschillen.

Dat betekent dat er veel verantwoordelijkheid op zijn schouders rust. Toch zult u maar zelden horen van meningsverschillen die in onze ogen gemakkelijk kunnen optreden. Als een man moet beslissen over de opleiding van zijn kinderen die verschillende moeders hebben, lijkt bevoordeling en jaloezie voortdurend op de loer te liggen. Dat is er ook wel, er is echter weinig van te merken. De oudste man maakt de dienst uit en de vrouwen leven met zijn beslissingen.

Het gezag binnen het gezin wordt altijd door de man uitgeoefend, óók bij de andere gezinnen binnen de compound. Daardoor zijn de beslissingen in zo’n gezin al genomen, voordat het fiat van de compound oudste wordt gevraagd. Zoals de vrouwen de beslissingen van hun man aanvaarden, zo aanvaardt de jongere man de beslissing van de oudste. Geen wonder dat hij wel ‘chief’ wordt genoemd, hoewel dit geen officiële titel voor hem is.

Over het algemeen leven in een compound families van dezelfde afstamming, de compound oudste is vaak de vader van de families binnen de compound, of de oudste zoon. Een dorp wordt bestuurd door de gezamenlijke oudste mannen. Hierbij is degene wiens familie het langst in het dorp woont de verantwoordelijke man. Men noemt hem de ‘alkalo’.

Ook in streekverband kent men nog een gezagsorgaan. Dat bestaat uit de oudsten van bij elkaar behorende of op elkaar aangewezen dorpen. Zij beslissen gezamenlijk over zaken van gemeenschappelijk belang. Of liever gezegd: zij adviseren het districtshoofd of diens afgevaardigde over zaken die hun gemeenschappelijk belang aangaan, bijvoorbeeld over de plaats waar een nieuwe waterput moet komen of over de bouw van een moskee. De alkalo is een belangrijk man. Alle mensen, óók toeristen, die een dorp voor zaken bezoeken worden geacht daarvoor toestemming van de alkalo te hebben. Dat geldt ook voor afgevaardigden van de regering of van een district.

Tijdens een bezoek aan de alkalo wordt uitgelegd wat het doel van het bezoek is, wat er gedaan wordt of wat er van de inwoners wordt verwacht. De alkalo verleent zijn toestemming en roept de oudsten bij elkaar om hen te vertellen wat er gaat gebeuren. Teneinde de alkalo gunstig te stemmen brengt de bezoeker traditioneel kolanoten mee.

De huizen in een dorp zijn meestal opgetrokken vanaf een lemen vloer. In elkaar gevlochten bamboematten worden rechtop op de vloer geplaatst, met elkaar verbonden en afgesmeerd met klei. De daken zijn meestal van riet of van bladeren. In dorpen die daarvoor op de goede plaats liggen worden stenen gebakken (mudblocks), opgestapeld en afgesmeerd met klei of leem. Heeft men er het geld voor dan wordt cement gebruikt. Dit voorkomt schade tijdens de regentijd.

Dorpen worden opgebouwd rond een gemeenschappelijke plaats, die ‘bantaba’ (groot plein) wordt genoemd. Meestal staat in het midden van de bantaba een grote boom die veel schaduw geeft, een mango-, een kapokzijdeboom of een baobab. Het sociale leven van een dorp speelt zich hier af. Er worden bijeenkomsten gehouden, men komt er bij elkaar om een praatje te maken en de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Ook voor het geven van voorstellingen gebruikt men de bantaba.

Het dorp of de compound wordt afgezet met een omheining die bestaat uit rieten of bamboematten, of men gebruikt palen waartussen lang gras gespannen wordt. In de kuststrook en het aangrenzende gebied wordt ook veelvuldig golfplaat toegepast.

De taken binnen een dorp zijn strikt gescheiden. De mannen doen het zware werk, zoals huizen bouwen en wegen aanleggen. Ze zorgen voor een goede staat van onderhoud van de huizen en de omheining rond het dorp. Ze slaan wellen en graven latrines. Bovendien zijn ze verantwoordelijk voor het werk op het land, met uitzondering van het werk op de rijstvelden en de verzorging van de moestuinen, dát is het werk van de volwassen vrouwen.

Op vele plaatsen in het land zijn projecten waar vrouwen leren effectief met het land waarop de projecten gevestigd zijn, om te gaan. Ze worden begeleid bij hun zorg voor de tuinbouw, ze kweken bepaalde gewassen collectief en werken samen op commercieel gebied bij koop en verkoop van grondstoffen en opbrengsten. U herkent de projecten aan: …W.G.P. Op de plaats van de puntjes staat doorgaans een plaatsnaam, terwijl W.G.P. de afkorting is van Women’s Garden Project. Als u er meer van wilt weten, wandel dan eens zo’n volkstuincomplex binnen en laat u voorlichten. Gambianen zijn blij met elke vorm van belangstelling en trots op wat ze, al dan niet gezamenlijk, tot stand brengen.

De vrouwen hebben, behalve voor een aantal agrarische taken, de zorg voor de opvoeding van de kinderen en het bereiden van de maaltijden. Verder zijn ze verantwoordelijk voor het onderhoud binnenshuis en de verzorging van het klein- en pluimvee dat rond het huis scharrelt. Water halen uit de gemeenschappelijke put, is ook een belangrijke en soms tijdrovende bezigheid. Behalve dat is water halen een belangrijk sociaal gebeuren. In al die taken worden ze bijgestaan door hun dochters en nichtjes, want er wonen vaak verscheidene vrouwen onder hetzelfde dak. Met elkaar zorgen ze ook voor de zieken en hulpbehoevenden. De eerste vrouw (principal wife), dat is degene met wie de man het langst getrouwd is, regelt alle taken die door de vrouwen uitgevoerd moeten worden.

De oudere mannen, dat betekent in Gambia dat je de vijftig gepasseerd bent, nemen niet meer daadwerkelijk aan het arbeidsproces deel, tenzij er een dringende noodzaak is. Zij verdelen de taken en houden toezicht, leren de jongeren wat ze zelf jarenlang deden. Zij zijn ervoor verantwoordelijk dat het werk in de juiste volgorde en met de juiste prioriteiten wordt afgehandeld.

De jongens ten slotte, zo tot de leeftijd van achttien jaar, gaan op pad met het vee. Ze zorgen ervoor dat de koeien, schapen en geiten geweid worden en voldoende te drinken hebben. Als ze daaraan geen dagtaak hebben helpen ze in de huishouding.

Alle volwassenen oefenen gezag uit over alle kinderen; verder hebben mannen en vrouwen dus nauwkeurig afgebakende taken. Ze eten meestal afzonderlijk, eerst de vrouwen en dan de mannen. Als u het geluk hebt uitgenodigd te worden om mee te eten, vraag dan nooit naar het bestek. Als het niet gegeven wordt dan is het er niet. Kijk even hoe de Gambianen eten, een kwestie van nadoen en er is altijd gelegenheid om de handen te wassen.

Het leven in een dorp wordt mede bepaald door de seizoenen. Gedurende de regentijd is er veel werk. Het land moet intensief bewerkt worden om de opbrengst zo groot mogelijk te maken. Soms wordt er gedurende de regentijd al oogst binnengehaald, die later verder bewerkt wordt. Als de weergoden goed gestemd zijn dan is in sommige delen van het land soms een tweede oogst mogelijk.

Direct na de regentijd, ook wel ‘hongerperiode’ genoemd, is het afwachten tot de oogst rijp is. In die periode worden de voorraden van het vorig seizoen (en meestal is dat niet veel) uit de schuren gehaald om plaats te maken voor de nieuwe oogst. Iedereen heeft het daar erg druk mee, zodat er weinig tijd overblijft voor ontspanning en sociale contacten.

Ook gedurende de oogsttijd gaat de drukte onverminderd voort. Pas als de oogst binnen is en men er zeker van is dat alles op z’n best geregeld is, dan krijgt het sociale leven z’n kans weer. Om die reden vinden de vele feesten zoals bruiloften en naamgevingsfeesten, met name op het platteland, altijd in het droge seizoen plaats.

Gerelateerde onderwerpen

  • Religie

    Religie
    Gambia is een islamitisch land. Men gaat ervan uit dat ongeveer 80% tot de islam behoort, maar volgens de officiële opgave is dit meer dan 90%. het overige deel...
  • Volksaard

    Opgeruimd van karakter
    De Gambianen beweren van zichzelf dat ze het vriendelijkste volk ter wereld zijn en dat in Gambia niéts een probleem is. In grote lijnen kloppen beide beweringen...

Reactie toevoegen